Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Echte sprookjes

The Nordanians & Bombay Connection Orchestra, woensdag 30 december 2015, Grand Theatre, Groningen

Een orgel zwelt zwoel door de ruimte, een sax zet een sexy stem op. Een nachtclub in Bombay, zoveel is duidelijk. Maar: eind jaren vijftig? Gisteravond? Geen idee, maar nu moet er dus een bevallige, ietwat mollige danseres van achter een decorstuk komen zweven, gekleed in roze en lichtblauwe sluiers. "Tijd voor onze speciale gast," verbreekt orkestleider Gerry Arling onze bespiegelingen: "Mudhu!" Mudhu Lalbadursingh is een prinses uit een sprookje van Chaudhuri; in het Grand blijft haar dansen beperkt, zingen doet ze des te meer. Haar hoge, heldere en doordringende vocalen mengen prima met het dertienkoppige Bombay Connection Orchestra. Ze zingt grote hits uit Indiase en Pakistaanse musical- en avonturenfilms en schuin achter me hoor ik een dame een riedeltje feilloos meeratelen. Ook voor de Indiase gemeenschap in Groningen is het werk van R.D. Burman, M. Ashraf en Llaiyaraaja gesneden koek. De John Williams, Lalo Schifrin en John Barry van Bombay, zeg maar.

Gerry Arling, bassist, componist en avonturier, heeft altijd buiten de omheining gegraasd. Jazz, elektronica en 1960 pop heeft hij al eerder onder de loep gelegd en sinds een aantal jaren is de filmmuziek uit Bollywood, de grootste filmstad ter wereld, onderwerp van zijn exploraties. Zijn Bombay Connection Orchestra speelt niet zo romig en pastelkleurig als de voorbeelden uit de studio's van Bombay. Pop, heavy metal en funk geven de muziek kloten. Met twee extra percussionisten is gegarandeerd dat het ritme in beweging blijft. Het toetsenarsenaal van Hans Koldeway heeft Arling listig in het geheel verweven. Dit is nou eens fusion waar de mens vrolijk van wordt.

Wat dat betreft waren we al op temperatuur gebracht door de Nordanians. Twee dertiende van het BCO = twee derde van de Nordanians. Ofwel: gitarist Mark Tuinstra en tablaspeler Niti Ranjan Biswas maken zowel deel uit van het voorprogramma als van de hoofdact. Aangevuld met violist Oene van Geel speelt het drietal improvisatiemuziek met Indiase luchtwortels. Mede doordat viool en gitaar om beurten een basfunctie kunnen vervullen zijn de mogelijkheden legio. Temeer daar de belachelijk virtuoze tablaïst complete melodieën uit zijn trommeltjes kan slaan. En als het zo uitkomt zingt het trio er zijn eigen vocaleses bij, met Tuinstra als beatbox. De sitar miste ik pas achteraf.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 8.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Nate Wooley - '(Dance To) The Early Music' (Clean Feed, 2015)


Op zijn meest recente plaat voor het Clean Feed-label komt trompettist Nate Wooley met een behoorlijke verrassing op de proppen. '(Dance To) The Early Music' bevat namelijk bijna uitsluitend muziek van Wynton Marsalis, de Amerikaanse trompettist die de ietwat vrijere jazz en avant-garde meer dan eens openlijk heeft verketterd. Sommigen noemen de bekendste telg van de Marsalis-familie conservatief, anderen botweg reactionair, want als het voor de artistiek directeur van Jazz At Lincoln Center niet voldoende swingt, dan trek je er volgens hem beter een streep door. Toch heeft de man niet altijd zo'n extreem behoudsgezinde reflex gehad, want in de jaren 80 maakte hij met onder meer 'Black Codes', 'Wynton Marsalis' en 'J Mood' enkele straffe en vrij moderne jazzplaten. Wooley was in zijn tienerjaren naar eigen zeggen ondersteboven van die muziek en wil met dit album een poging doen om dat gevoel van opwinding terug op te wekken.

Die opdracht lijkt wel gesneden koek voor Wooleys kwintet - zeg maar zijn meest 'jazzy' groep - die hij in de liner notes als zijn 'pet project' omschrijft. Josh Sinton (basklarinet), Matt Moran (vibrafoon), Eivind Opsvik (bas) en Harris Eisenstadt (drums) fileren het Marsalis-repertoire (naast drie eigen composities) op sommige momenten tot op het bot. Desondanks is het respect voor het originele materiaal groot en van iconoclasme is dus zeker geen sprake - hoewel Marsalis zelf daar waarschijnlijk een andere mening over zal koesteren. Het kwintet gebruikt soms maar een deel van de oorspronkelijke compositie of parafraseert naar eigen smaak. De negen minuten van 'Phryzzinian Man' worden bijvoorbeeld voor een groot stuk volgemaakt met slechts een motief (gespeeld door Sinton), waarbij de rest voor bijdragen en inkleuringen zorgt op de meest uiteenlopende wijzen.

Wanneer de groep in een zeldzaam geval een compositie frontaal benadert, valt het op hoezeer het nog steeds haar stempel kan drukken als uitvoerder. De oorspronkelijk nogal gemakzuchtige swing van 'For Wee Folks' (een van die charmante deuntjes van 'Black Codes' die meteen onder de huid kruipen) wordt ingewisseld voor een potige groove en een spanning die wordt vastgehouden door het zenuwenwerk van Opsvik op contrabas. Het tempo wordt de hoogte in gejaagd en de solisten gaan lekker brutaal te werk, net zoals in het 'Hesitation', waar Wooley en Sinton door elkaar worden geschud door een gewelddadige ritmesectie.

De drie eigen composities versmelten mooi met het werk van Marsalis. In een geval zelfs letterlijk, want 'Hesitation' krijgt dankzij Wooley nog een mooi dromerig staartje met het lichtjes bizarre 'Post-Hesitation'. In 'Blues', een duet tussen trompettist en bassist, komen Wooleys technische en expressieve vaardigheden samen in een vrij aanvoelende jazzballad met een bloedmooi slot. We hebben Wooley eigenlijk zelden zo dicht tegen de jazztraditie weten aanleunen, zelfs niet met zijn kwintet.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Phryzzinian Man' en 'For Wee Folks'.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 8.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Rocken met een melkschuimer

Teun Verbruggen & Oscar Jan Hoogland, woensdag 27 januari 2016, De Singer, Rijkevorsel

Onder de benaming 'Beste Buren' vinden er momenteel in Nederland en België een aantal concerten plaats waarin jazzmusici uit beider landen met elkaar samenspelen. Dat gebeurt namelijk bijzonder weinig en dat is jammer. Nederlandse musici zijn dan ook in België niet vaak te horen en andersom gebeurt dat ook maar mondjesmaat. Vandaar dit initiatief. De Singer in Rijkevorsel, altijd in voor een experiment, is een van de Belgische podia die hieraan meedoet en programmeert drie avonden voor een duo bestaande uit, hoe kan het ook anders, een Belg en een Nederlander. Nu Teun Verbruggen en Oscar Jan Hoogland. Je kunt het slechter treffen!

Teun Verbruggen is zo'n beetje de meest gevraagde slagwerker in België en in ieder geval een van de meest experimentele. En Hoogland is een ware toetsenvirtuoos die als pianist zo ongeveer alles doet, behalve pianospelen. Ook vanavond heeft hij weer interessant speelgoed meegenomen naast zijn elektrische klavichord, een instrument dat oorspronkelijk afgeleid is van de klavecimbel, maar dat ook kenmerken heeft van een snaarinstrument. Doordat direct achter het klavier de snaren zichtbaar zijn, kun je die ook rechtstreeks bespelen, iets wat Hoogland natuurlijk veelvuldig doet. En dan niet alleen met zijn vingers, maar ook met schaaltjes die hij erop laat stuiteren, met een cassettespelertje die intussen Afrikaanse zang ten gehore brengt en met een melkschuimer die het elektrische mechaniek stoort, waardoor er een vorm van noise wordt gerealiseerd.

Opvallend aan de set van ruim drie kwartier die de heren verzorgen, is het ritmische aspect. Samen kiezen ze ervoor om eens een flink partijtje te rocken. Verbruggen ramt er daarbij lustig op los in een vette en stomende groove, terwijl Hoogland zijn klavichord laat scheuren als een elektrische gitaar, mede dankzij de eerder genoemde melkschuimer. Maar het kan ook in een iets lager tempo. Met een laid-back groove, als een eindeloze trip. De klavichord leent zich perfect voor repeterende patronen met een wat 'zeurend' karakter en het slagwerk van Verbruggen doet ons deinen op de stoel. Dan wordt het tempo weer opgevoerd - Hoogland haalt zijn melkschuimer weer tevoorschijn en laat zijn klavichord gieren als een cirkelzaag, Verbruggen lijkt ineens vier armen te hebben, zo overdonderend klinkt zijn slagwerk. Zo brengt dit tweetal deze set naar een mooie climax.

Amai, deze twee moeten toch écht linea recta naar de studio!

Foto's: Maarten Jan Rieder & Cedric Craps

Labels:

(Ben Taffijn, 7.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Groots en meeslepend

Lama Trio + Joachim Badenhorst, donderdag 21 januari 2016, Jazzcase, Dommelhof, Neerpelt

Enige keren per jaar biedt JazzCase in Neerpelt artiesten een residentie, zodat zij enige dagen ongestoord aan nieuw materiaal kunnen werken. En traditiegetrouw wordt dit op donderdagavond afgesloten met een concert waarbij het publiek kan horen waar het allemaal toe heeft geleid. Ditmaal mocht het Lama Trio, bestaande uit bassist Gonçalo Almeida, trompettiste Susana Santos Silva en drummer Greg Smith, van deze gelegenheid gebruikmaken. En aangezien de samenwerking met klarinettist Joachim Badenhorst voor het laatste album 'The Elephant’s Journey' beide partijen goed beviel, is hij eveneens van de partij.

Wie het werk van Lama kent, weet dat dit trio het experiment niet schuwt. Elektronica maakt dan ook al langer deel uit van het instrumentarium en ook op 'The Elephant’s Journey' wordt er volop gebruik van gemaakt. Daar speelt het echter nog een ondersteunende rol. Bij het horen van het nieuwe materiaal blijkt de rol van experimentele vormen van elektronica alleen nog maar verder te zijn gegroeid en te zijn geïntegreerd in de muziek. Muziek die van zichzelf reeds zeer experimenteel is. Santos Silva klinkt in het stuk 'Metamorphoses', dat de gehele eerste set beslaat (!), dan ook als een storende radiozender en Badenhorst kiest voor een langgerekte drone-achtige toon op zijn klarinet. Op de achtergrond horen we het geluid van Almeida en Smith aanzwellen alsof er een storm op komst is. De elektronica zorgt op zijn beurt in dit stuk voor een indringende, zelfs wat sombere sfeer, totdat daar ineens de zon doorbreekt en een zuidelijk getinte melodie naar binnen wordt gedragen, met dank aan Badenhorsts flamboyante spel. Maar de storm die Almeida aansluitend ontketent doet het geheel weer te niet.

Markant is ook de solo van Santos Silva verderop in dit stuk. Zij is beslist een van de meest bijzondere trompettisten in de experimentele jazz van dit moment en laat hier weer eens horen waar die reputatie op berust. Piepend en krassend werkt ze zich door haar materiaal heen, de meest bijzondere klanken aan haar instrument ontlokkend. Dan weer liefelijk, dan weer schurend, schrijnend en gruizig. Maar wat ze ook doet, haar instrumentbeheersing is niet minder dan perfect. Voor Almeida geldt dat niet anders. Soepel glijden zijn handen over de snaren in een ritmisch zangerige solo. Het vormt de opmaat voor een deinende melodie vol prachtige kleuren, steeds feller klinkend met duidelijk oosterse invloeden, onder de bezielende leiding van een wild maar trefzeker om zich heen slaande Smith. Over instrumentbeheersing gesproken!

In de tweede set worden een aantal stukken gespeeld van het eerdergenoemde 'The Elephant’s Journey'. In 'The Gorky’s Sky' speelt Badenhorst een wonderlijk wiegende melodie in een enerverende solo. De slang kan nu ieder moment zijn kop boven het mandje uitsteken! In 'The Process' krijgt het kwartet ons eveneens in zijn greep. Het stuwende slagwerk van Smith, de groove van Almeida, het passievolle klarinetspel van Badenhorst en de scherpe solo van Santos Silva... het is bijna te veel!

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd
KØGGING - 'Sketches Of Ordinary Life' (eigen beheer, 2014)


Je als tekstschrijver en zanger verplaatsen in een jong vogeltje, net uit het ei, dat voor het eerst gaat vliegen. Wie is dat gegeven? De zanger Norbert Kögging slaagt erin, zo leert ons 'Fly Out':
Like a bird leaving its shell.
Will it survive no one can tell.
When will the time be right.
When will it take off into the light.
To leave your tree and challenge gravity.


Ronduit ontroerend is ook de zin in 'Right From The Start' over, naar ik aanneem, zijn dochtertje Isolde: I wonder what's going on in that little mind. Do you know who I am and what you mean to me? Naast Kögging zelf is het gastsolist Michael Moore die hier excelleert in prachtig helder klarinetspel. De vlucht van het jonge vogeltje en de ontroering van de vader wordt door hem op intieme wijze verklankt.

Köggings 'Sketches Of Ordinary Life' is zijn tweede album. Het eerste, 'Daydreaming' dateert van 2011. Ook nu werkt hij weer samen met pianist Folkert Oosterbeek en slagwerker Felix Schlarmann, beiden ook bekend van Bruut! En Tobias Nijboer, onder andere van Fuse op bas. Gastmuzikant Michael Moore speelt naast klarinet ook altsax op het album.

Kögging is meer een dichter dan een verhalenverteller. Een dichter omdat hij zoveel oog heeft voor het detail, de kleine zaken in het leven. De vogel in 'Fly Out', het zonlicht dat schilderijen 'schildert' in 'Wajang Scenes' en de sfeer van de nacht in 'Night Train'. Die gedichten zijn leidend op dit album. De klanken van de musici zijn er om dit te ondersteunen. Van Moore's introspectieve spel in 'Fly Out' en 'Wajang Scenes' tot het ingehouden pianospel van Oosterbeek in 'Night Train' en 'Right From The Start'. Dat 'Sketches Of Ordinary Life' hiermee een ingetogen en subtiel album is geworden, behoeft dan waarschijnlijk ook geen betoog. Een mooi album voor koude en natte winteravonden.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Eigenheid en intensiteit

Natashia Kelly Group, zaterdag 23 januari 2016, Lokerse Jazzklub, Lokeren

Bij de ingang van de Lokerse Jazzklub lag aan de kassa een blaadje met een mededeling. Omwille van het intieme karakter van de muziek kon het publiek tijdens de eerste set geen drank bestellen. Tien minuten voordat het concert begon, wees de aankondiger van dienst er nog een keer op dat de bar bijna ging sluiten om de fragiele muziek niet te verstoren. Na afloop van de eerste set kon je wel zeggen dat je een speld had kunnen horen vallen, zo aandachtig en muisstil had het publiek toegekeken en geluisterd. De geluiden van de kant van het publiek waren beperkt gebleven tot luid applaus en een deur die openging, omdat een laatkomer binnenkwam.

De Jazzklub was goed volgelopen met mensen van heel uiteenlopende leeftijd en pluimage. Er weerklonk een gezellige drukte toen Natashia Kelly en Brice Soniano hun plaats innamen. Iedereen werd stil en keek benieuwd naar wat dit geven zou. Kelly opende met klanken die wat weg hadden van een gezongen begroeting in een oude taal, waarbij Soniano na een tijdje inviel op contrabas. Scat kon je deze zang niet noemen, maar het maakte meteen indruk hoe zang en bas elkaar aanvulden. De eerste woorden die haar fijne lippen vormden waren 'I want to be burried...', de eerste tekst tegelijk donker en ambitieus, in een traag ritme dat zou passen bij de activiteit van geconcentreerd schoonschrijven of tekenen, de taal was beeldtaal die veel ruimte liet aan de verbeelding van de luisteraar.

Kelly vertelde dat het programma grotendeels zou bestaan uit eigen composities plus een paar covers en improvisaties. Waarna het duo verder ging met 'Azure' van Duke Ellington. We hoorden het haar elders wel eens brengen begeleid met gitaar en bas, maar hier kregen we het in een vernieuwd bass and voice-jasje. In combinatie met bassiste Yannick Peeters gooide de jonge zangeres enkele jaren geleden al hoge ogen en sindsdien diept zij de mogelijkheden van deze duo-combinatie verder uit. 'Azure' kreeg hier een bassolo mee met een opvallende eigenheid en intensiteit.

Dat werden ook de kenmerkende eigenschappen die zij in het vervolg met verve uitspeelden. In een basintro bijvoorbeeld waarbij Soniano de contrabas bijna als een Oosters instrument deed klinken, waarop Natashia Kelly uitpakte met persoonlijk gefilosofeer over liefde. Of in handgeklap van de zangeres, dat aansluitend op applaus van het publiek een overgang maakte naar een eigen nummer, 'Sweet Dragon', dat we haar elders helemaal solo hoorden brengen. Fascinerende intro's leidden vooral donkere en trage nummers in die de harten bewogen, met sprankjes hoop. De focus van Brice Soniano, zijn techniek, die invloeden uit klassieke muziek, mainstream en progressieve jazz lijkt te combineren, en zijn inlevings- en expressievermogen geven een nieuwe impuls aan het bass and voice-concept. De eerste set afsluiten met een uitgebeend 'What Reason Could I Give' maakte dat hier en daar een traan dreigde te gaan rollen.

Set twee was ook, zij het heel anders, intens met toevoeging van twee gitaristen, van wie één, de Zuid-Amerikaan Juan Parra Cancino met een laptop ook elektronische effecten toevoegde. De Natashia Kelly Group had een volle sound, die de chemie van de eerste set doorzette, maar wel in psychedelische en avantgardistische sferen duwde. De elektronica deed de toegankelijkheid misschien geen goed, maar voegde soms best intrigerende effecten toe. De match met gitarist Edmund Lauret was evidenter. De gitaarklanken verleidden soms bijna tot een vergelijking met Ruben Machtelinckx op 'Faerge' en 'Flock', maar de vergelijking ging niet op. Geen Scandinavische wijdsheid, geen rietinstrument, wel een extensie voor de bass and voice: een uitbreiden met een verlangen naar eigenheid, opnieuw. En weer werd de set uitermate sterk afgesloten, ditmaal met 'Ballad Of A Thin Man' van Bob Dylan. Goed getimed, een song die Natashia Kelly zich eigen heeft gemaakt.

Deze recensie verscheen tevens op Jazzepoes.be

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Danny De Bock, 3.2.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Falga – 'Falga' (Cantina, 2016)


Falga is, zoals we allemaal weten, een naaktstrand bij Den Helder. Doch of de groep Falga zich daar naar genoemd heeft, is maar de vraag. Het is namelijk ook, zo leert ons dat onvolprezen Wikipedia, een plaats in de Pyreneeën en - wat wellicht relevanter is - de naam van een monumentale villa aan het Paterswoldsemeer waar kunstenaars werken. En aangezien de leden van Falga aan het Groninger Prins Claus Conservatorium studeren of hebben gestudeerd, is de link met die laatste stee de meest waarschijnlijke.

Falga maakt vrije muziek met een lyrisch karakter. Je haar blijft keurig in de scheiding op de schedel geschikt. De piano van Federico Pozzer, die vier van de zeven stukken aandroeg, staat centraal – echo's van Herbie Nichols, Thelonious Monk en Cecil Taylor klinken soms vaag door. Maar voor het overige houden de muzikanten zich gedeisd. Het is een en al "Na U," "Nee, na U," de beschaving heeft hier geen duimbreed toegegeven.

De muziek heeft een bespiegelend karakter. Het meest visueel is 'Pigeons', waarin we de diertjes op de Grote Markt zien en horen rondscharrelen, een snelle uitval doen naar een toegeworpen stukje speltbrood, rondfladderen en koeren. Op het laatst vliegen ze op, opgeschrikt door het brallen van een bal uit de belendende studentensociëteit, en draaien ze met z'n tienen rondjes om en achter de Martinitoren. 'Craters At The Sunset' bevat een mix aan stijlen en contrasteert gefreak op de gitaar (van Lucio Tasca) met meer gangbare 'brave' jazz. In het interieur van de piano zoekt Federico Pozzer ook nog snel even de grens op.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 2.2.16) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #68


Het LABtrio NY Project stelde zijn nieuwe plaat 'The Howls Are Not What They Seem' (inderdaad, een knipoog naar de legendarische serie 'Twin Peaks') voor in de Handelsbeurs. Drummer Lander Gyselinck won diezelfde avond ook een Music Industry Award in de categorie Beste Muzikant, dus haalde Dirk Roels het trio voor de microfoon.

Drummer Yves Peeters komt in de studio vertellen over het binnenkort te verschijnen nieuwe album 'The Big Easy Revisited', dat hij opnam met zijn groep Gumbo. Er is ook nieuw werk van het Brussels Jazz Orchestra featuring David Linx 'Brel' en van het Joachim Caffonnette Quintet.

Klik hier om de uitzending te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 2.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Basklarinetten in alle soorten en maten

Basklarinetfestijn, zondag 24 januari 2016, LantarenVenster, Rotterdam

Fie Schouten is er wederom in geslaagd om het twee weken(!) durende basklarinetfestijn te organiseren, waarin dit veelzijdige, maar toch nog redelijk onbekende instrument centraal staat. Door heel Nederland vinden een groot aantal optredens plaats met zowel gecomponeerde muziek als jazz, culminerend in een drietal concerten. Een groot deel van de uitgenodigde klarinettisten uit binnen- en buitenland geeft acte de préséance, waarbij er een grote diversiteit aan nieuwe composities in première gaat, maar er daarnaast ook ruimte is voor improvisatie.

Zo beleeft 'Feather-Light Monkeys' van Ig Henneman hier in Rotterdam zijn première. We kennen Henneman natuurlijk als improvisator op de altviool, maar hier horen we weer eens dat zij ook als componist volledig meetelt. Naast Schouten horen we in dit stuk voor drie basklarinetten Laura Carmichael en Marij van Gorkom. Alle drie zijn zij bedreven in het hedendaags gecomponeerde idioom en dat levert een krachtige uitvoering op van dit contemplatieve stuk. Lange noten schuren tegen elkaar aan en vormen kleurrijke combinaties, soms samenvallend, maar veel vaker met elkaar contrasterend. Een betere opmaat van een overvolle avond kunnen we ons niet wensen.

Het hierop volgende trio van percussionist Martin Brandlmayr laat horen wat een divers instrument de basklarinet is. Want dit stuk mag dan evengoed contemplatief zijn, het is verder totaal anders dan het stuk van Henneman. De klarinettisten creëren hier een soort van klankmist, waar in eerste instantie zo nu en dan een losse noot uit opstijgt, tot die losse noten zich aaneenrijgen tot een tribaal aandoend ritme. Het is Schouten en haar beide Oostenrijkse collega's, Petra Stump en Heinz-Peter Linshalm, volledig toevertrouwd.

Bijzonder is ook 'Itou' van Pascal Dusapin, een stuk voor solo basklarinet, dat hier gespeeld wordt door de Franse klarinettist Armand Angster. Het is een grillig, weerbarstig stuk vol abrupte wendingen, waarin Angster regelmatig grommend en rauw klinkt. Een hoogtepunt is ook het nieuwe stuk van Vanessa Lann, 'Lather, Rinse, Repeat', voor vier basklarinetten. Schouten, Carmichael, Stump en Van Gorkum tekenen voor een bijzondere uitvoering, waarbij de vier klarinetten iedere hun eigen ritmische patroon spelen. Gaandeweg het stuk blijkt echter dat er tussen die afzonderlijke rollen meer samenhang is dan je in eerste instantie dacht.

Naast de gewone basklarinet speelt in een tweetal composities ook de nog veel zeldzamere contrabasklarinet een rol. Zo heeft 'Vórtice' - wat zoveel betekent als 'draaikolk' - van de Spaanse componist Enrique Raxach een bezetting voor zes basklarinetten en drie contrabasklarinetten (Angster, Schouten en Carmichael). Terwijl de drie contrabasklarinetten zorgen voor een donker ritme, variëren de zes basklarinetten in twee groepen van drie op dit patroon. En overigens in opvallend jazzy klanken. Dat geldt helemaal voor de afsluiter. Een nieuwe compositie van Tobias Klein voor zes basklarinetten, twee contrabasklarinetten (Klein, Angster) en twee bassethoorns (Strump, Schouten). Bijzonder is verder dat twee van de zes basklarinetten een improvisatie doen op het uitgeschreven stuk dat door de overige acht klarinettisten wordt gespeeld. Een rol die hier door Oguz Büyükberber en Michael Riessler wordt gespeeld. De centrale partij is harmonisch en ritmisch en het gezelschap krijgt hier duidelijk kenmerken van een bigband, maar het is hier vooral Büyükberber die opvalt in een wervelend romige solo, waarin zijn Turkse roots volop doorklinken.

Klik hier voor foto's van dit concert door Eddy Westveer.

Labels:

(Ben Taffijn, 1.2.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Een band wordt geboren

Don Braden Trio, donderdag 21 januari 2016, Jazzcafé New Orleans, Groningen

Toch altijd weer een wonderlijke ervaring. Hoe een aantal betrekkelijk willekeurige, goede muzikanten die elkaar kennen, maar niet regelmatig als groep samenspelen, in het tijdsbestek van nog geen drie uur kunnen vergroeien tot een hechte band. Dat kunstje flikten Don Braden, Winfred Buma en Jan Voogd maar weer eens in Jazzcafé New Orleans. Dat ze zonder drums optraden had een praktische, prozaïsche reden. De bovenbuurvrouw ligt er elke avond met een omgekeerd glas op de vloer te luisteren of er geen gerucht doordringt, haar hand aan de rode telefoon waarmee ze een live-verbinding met bureau Rademarkt in stand houdt.

Het ontbreken van een slagwerker heeft ook zijn voordelen: de muzikanten zijn nu aangewezen op hun eigen innerlijke ritmes. Maar soms mis je hem, zoals in een nummer als 'Doxy'. Daar had een deugdelijke drummer een duidelijke groove afgedwongen; nu lieten de musici zich wat onbeholpen zakken in een ritme dat bijna ideaal was voor deze relaxte blues. Dat werd dan weer ruimschoots gecompenseerd door tenorist Don Braden, die hier zijn hele hebben en houden op het gebied van sound en frasering in de strijd gooide.

Dat New Orleans Jazzcafé is aan het uitgroeien tot een alleszins deugdelijke jazztent. Die bizarre naïeve fresco's op dat hoerige rode fond zullen we vermoedelijk reeds binnen tien, twaalf jaar beschouwen als pittoresk. Dat de microfoon het een kwartier na de officiële begintijd reeds bijna deed, was eveneens een gunstig teken. Die microfoon was overigens uitsluitend bedoeld voor Bradens fluit en voor de jeugdige gastvocaliste Gosia Julia Maj, die in 'I’m Old Fashioned' een potje meezong. Maj lijkt me uit het goede hout gesneden; ze verviel niet gelijk in oeverloos gescat (een beginnersfout), maar speelde muzikaal met melodie en maatstrepen. Dat ze daarbij begeleid werd door een Braden die haar steunde met sympathieke, stevige, zangerige frasen zal haar niet in de weg hebben gezeten. Maj mag kortom veelbelovend genoemd worden – en met dat hoge register komt het helemaal goed.

In het openingsnummer 'There Is No Greater Love' had Braden al listig 'It Don’t Mean A Thing (If It Ain’t Got That Swing)' verwerkt. Dat leek me een statement over de rest van de avond. In Horace Silvers 'Peace' speelde hij een heel chorus dat bestond uit een dalend riffje van drie noten, dat herhaald en gemoduleerd werd en de contouren van de melodie schetste. Een grote spanning viel ons ten deel. Don Braden deed zijn Johnny Griffin in Chic Corea's 'Bud Powell'. En in het laatste nummer van de avond, Charlie Parkers 'Big Foot', vlak voordat de ME binnen zou vallen, ging hij op de kirktranegriff-toer. Alles werkt nog voortreffelijk onder dat koele kalende schedeldak; Braden gaat wat dat betreft steeds meer op Sam 'The Man' Taylor lijken. Adeldom schept verplichtingen, mijnheer.

Ondertussen hingen gitarist Winfred Buma en bassist Jan Voogd de ideale begeleiders uit. Buma's solo in 'Body And Soul' legde de bedevaartsroute van Les Paul naar Wes Montgomery af, waarmee hij een volle aflaat in de wacht sleepte. In het reeds genoemde 'Doxy' speelde hij met de saxofonist om en om vliegensvlugge solofrasen – waarbij het de kunst was elementen van elkanders solo over te nemen en te transformeren, wat even komisch als muzikaal werkte. Elders, in 'Peace', neuriede zijn gitaar bijna onhoorbaar achter de solo van Voogd.

Tenslotte een welgemeend advies aan alle muziekcafés: kunnen jullie voor met een doordringende alt gezegend vrouwvolk niet een apart plekje achteraan de bar creëren, uitgerust met daartoe geëigende akoestische panelen? Namens alle muziekliefhebbers: dankjewel.

Foto's: Douwe Douma & Zoltan Acs

Labels:

(Eddy Determeyer, 29.1.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Book Of Air - 'Fieldtone' (Granvat, 2015)


Zijn natuurgeluiden te definiëren als muziek? Het ruisen van de wind door de bladeren, het stromen van een beek, het geluid van de branding? Die geluiden als zodanig muziek noemen gaat wellicht wat ver, maar dat deze en andere geluiden reeds eeuwenlang voor componisten en musici een belangrijke bron van inspiratie vormen is evident. De gebroeders Cools, gitarist Bert en slagwerker Stijn, voegen zich dan ook met hun project Book Of Air duidelijk in een lange rij van voorgangers. Het eerste album van wat een reeks moet gaan worden, heet dan ook heel toepasselijk 'Fieldtone'.

Dit is muziek in het onnadrukkelijke ritme van de natuur, waarbij stiltes een net zo belangrijke factor vormen als de klanken die ontleend worden aan de snaren van gitaar en bas, de slagen op de trommels en - bijzonder voor dit album - de getokkelde klanken op de kanklès. Een instrument uit de familie van de cither, dat hier bespeeld wordt door Indre Jurgeleviciute.

In de muziek horen we de wind in het aanzwellende bekkenspel van Stijn Cools, terwijl de zinderende harmonische patronen van gitaristen Bert Cools en Benjamin Sauzereau hun rustgevende en meditatieve uitwerking niet missen. Mede doordat bassist Nathan Wouters voor een weldadige grondtoon zorgt. Daarmee heeft deze muziek een soort van noodzaak, een dwingende noodzaak. Onontkoombaar, net als de natuur. Het neemt je mee op een reis, schetst je verre horizonten en onvermoede details.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 28.1.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Het houten kistje van Beatrice van der Poel

'Electric Lady', zaterdag 23 januari 2016, Paradox, Tilburg

Vele muziekfanaten uit de jaren zestig en zeventig zijn idolaat van zowel de muziek als de personage van Jim Hendrix. Ondanks zijn relatief beperkte discografie hebben de echte diehard fans een legio aan zogenaamde witte (illegale) persingen in hun bezit. Deze magistrale en toonaangevende muzikant wordt eind jaren zestig bij leven al legendarisch door de grootsheid van zijn natuurlijke, vlammende en extraverte spel op de elektrische gitaar. De Amerikaan heeft nieuwe inzichten met betrekking tot het gitaarspel ingebracht door nieuw en ander akkoordgebruik, veranderende technieken en het experimenteren met elektronica en overdub-technieken. Zijn stijl kan omschreven worden als een creatieve, sensuele en psychedelische vertaling van blues, soul en rock-'n-roll. Zijn improvisatievermogen ligt wel heel dicht tegen de jazz aan. Zijn status op de gitaar is nog altijd ongeëvenaard. Ieder zichzelf respecterende gitarist doet er verstandig aan het imiteren uit het hoofd te laten. Vergeefse moeite.

In de show van Beatrice van der Poel, 'Electric Lady', met een vette knipoog naar Hendrix' legendarische album 'Electric Ladyland', wordt gespeeld met het begrip hallucinatie. Een hallucinatie is een brede zintuiglijke waarneming die niet strookt met de werkelijkheid. Vaak gepaard gaande met het ontbreken van een prikkel uit de buitenwereld. Hallucinogene middelen en alcohol kleuren en vervormen het zicht op de werkelijkheid in de sixties en seventies, maar ook muzikaal raakt het psychedelische in zwang. Geestverruimend en fantasierijk!

Zangeres Beatrice van der Poel en haar band benaderen zo ook de muziek van Hendrix, met illusie en fantasie als leidraad. Het saluut aan de meestergitarist krijgt gestalte dankzij de transformaties van bekende en minder bekende tracks van het popidool. Zoals 'Purple Haze', 'Castles Made Of Sand', 'Crosstown Traffic' en 'Voodoo Chile', afkomstig van zijn studioalbums, en het dampende 'Who Knows' van het livealbum 'Band Of Gypsys'. De vertaalde en deels geïnterpreteerde Nederlandse teksten zijn poëtisch, verhalend en intrigerend. Samen met gitarist Tim Eijmaal zijn ook zelfgeschreven stukken toegevoegd aan de show. Deze sluiten naadloos aan bij het verhaal dat Van der Poel als een rode draad door de muziek laat lopen.

De uitstekende muzikale versies worden op natuurlijke wijze afgewisseld met geruchten, feiten en fantasierijke anekdotes over de legende Hendrix. Exemplarisch is het houten kistje dat Beatrice van der Poel introduceert. Hieraan is een smeuïge anekdote gekoppeld over Cynthia Plaster Caster. Deze dame krijgt in het verleden de mogelijkheid een gipsafdruk te maken van de erectie van Hendrix. Beatrice vertelt met trots deze te hebben aangeschaft in het geval zich een 'noodsituatie' zal voordoen. "Nooit nodig gehad" en "lekkere dingen moet je zo lang mogelijk uitstellen", voegt ze er vol humor aan toe. De afdruk is opgeborgen in het getoonde kistje. Afgesloten, dat wel.

Maar ook de schaduwzijde, de destructieve kant van Hendrix, blijft niet onbelicht. Hallucinatie in de vorm van manische depressiviteit ('Manic Depression') wordt pakkend vertolkt. De vertaling van het nummer 'Angel' leidt tot de veronderstelde zelfmoord van de gitaargod in 1970. Gitarist Tim Eijmaal doet geen enkele poging in de sporen van Hendrix te treden. Dit neemt niet weg dat zijn rol essentieel is voor de totale muzikale beleving. Het gitaristisch fundament dat wordt neergelegd laat de mooie stem van de zangeres verder tot uiting komen. Zij is in staat de universele emoties, ontroering, verleidelijkheid, spanning en kwetsbaarheid, tot kunst te verheffen.

Deze imposante carrousel wordt door middel van een kleine theatershow voor de bühne gebracht. Van achtergrondprojectie, met film- en diabeelden gerelateerd aan de periode van Hendrix, zoals de Vietnamoorlog, tot de pakkende podiumpresentatie van Beatrice van der Poel zelf.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 27.1.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Chiara Liuzzi - 'Floating... Visions of Billie Holiday' (Leo Records, 2015)

Opname: 5 januari 2015

Cd's waarop de musicus een eerbetoon brengt aan zijn grote voorbeeld. Maar al te vaak denk je bij beluistering: 'Doe mij maar het origineel'. Goed bedoeld allemaal, maar veel wijzer word je er niet van. Dat het ook anders kan, bewijst de voor mij volslagen onbekende zangeres Chiara Liuzzi met haar album 'Floating... Visions Of Billie Holiday'.

Het unieke van dit album zit hem niet zozeer in de zangkwaliteiten van Liuzzi, die overigens absoluut de moeite van het beluisteren waard zijn, maar vooral in de instrumentatie van de door haar gekozen standards van Holiday. Die standards heb je nog nooit zo gehoord als op dit album. In 'Vision Of Don’t Explain' – alle nummers hebben de toevoeging 'Vision Of...' gekregen, bespeelt Francesco Massaro de basklarinet alsof hij in een begrafenismars meeloopt, terwijl Liuzzi haar tekst zingt, die je vervolgens door middel van loops als tweede stem op de achtergrond hoort terugkomen. Het geeft het nummer een bizar, surrealistisch effect. In 'Vision Of My Man' wordt de swing heerlijk vet geblazen door Massaro, maar is het vooral de derde in dit gezelschap die de toon zet: Adolfo La Volpe. Op een elektronisch voortgebrachte beat beweegt Liuzzi zich soepel tussen deze opwekkende klanken.

Een hoogtepunt is 'Vision Of God Bless The Child'. Liuzzi zingt de tekst met grote intensiteit en breekbare stem. La Volpe begeleidt haar met een zeer subtiel, elektronisch voortgebracht geluid. Maar echt bizar is wat Massaro hier doet. Wat horen we hier voor zeer diep geluid? Is dit een basklarinet? Het lijkt nog het meest op een didgeridoo. Zeker is dat dit geluid door merg en been gaat. In 'Vision Of Left Alone' begint La Volpa met veldgeluiden, heel sfeervol, waarna Massaro met een weemoedig fragiele melodie op basklarinet aansluit. Het vormt het perfecte decor voor Liuzzi. En in 'Visions Of Lover Man' wordt Liuzzi begeleid door wat in ieder geval klinkt als een speeldoosje! Wat een geweldige vondst. Het verschaft een heerlijke ironie aan deze standard. Tot slot gaan de beide muzikanten in 'Vision Of Billie’s Blues' helemaal los in een enerverend ritme, met daarin stevige dance-invloeden. De paar regels die Liuzzi aansluitend zingt, worden dor La Volpa direct tot dansbaar materiaal omgesmeed.

Als een soort van intermezzo's vinden we twee stukken met als titel 'Dream'. Liuzzi leest hierin passages voor uit 'Lady Sings The Blues', de autobiografie van Billie Holiday opgetekend door William Dufty, begeleid door vervreemdende elektronische geluiden van La Volpa. Eerlijk is eerlijk, ik zie hier niet het nut van in. Het voegt niets toe en klinkt bedacht en overbodig. De standards, ooit zo mooi gezongen door Holiday, op zo'n manier gebracht als door dit trio. Het is meer dan voldoende. Hulde dus voor dit meer dan gedurfde project. Voor iedereen die het echte experiment niet schuwt.

Labels:

(Ben Taffijn, 25.1.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Gitaar sluit vriendschap met elektronica

Jorrit Westerhof, zaterdag 16 januari 2016, Atelier il Sole in Cantina, Groningen

Dat gitarist Jorrit Westerhof (22) het stadium 'veelbelovend' zo langzamerhand ontgroeid is, is niet alleen mij opgevallen. Ook buiten zijn woonplaats Groningen begint de Drachtster muzikant zich in de kijker te spelen.

Dit weekend zat hij in zijn eentje in Il Sole in Cantina. Alleen met zijn gitaar, zijn synthesizer, zijn keyboard, zijn tom en zijn gongs. De manier waarop hij zijn gitaarspel beïnvloedde en verrijkte met de elektronica – en vice versa – was indrukwekkend. Een met een knopje gegenereerde toon groeit, wordt breder en rijker en ritmischer, en vloeit vervolgens samen met de gitaar die op zijn beurt elektronische schutkleuren aanneemt. Zo ontstaan jachtige soundscapes, waar Jimi Hendrix veel plezier aan zou hebben beleefd.

Een gitaar versterken betekent dat je hem ook kunt verzwakken en zo waren er ogenblikken dat ik naar een bluesy National-steelgitaar anno 1928 meende te luisteren, ergens ver weg, maar nog net herkenbaar. De blues is overigens noot ver weg in Westerhofs aanpak en geluid. Soms duiken er liedachtige structuren op, meestal niet lang, want het idioom is abstract en repetitief en een combinatie van die twee. Als een steenhouwer bewerkt de artiest weerbarstige geluidsvolumina en plaatst die onder, naast en over elkaar.

Jorrit Westerhof heeft een voorkeur voor ranzige orgeltjes en zijn kleine casio laat hem wat dat betreft niet in de steek. Er wordt ook luchtige bubblegumpop geëvoceerd en ik weet nu hoe liedjes vloeiend en klaar klinken. Als een marshmallow aan een geïmproviseerde spies boven een kampvuurtje. Ongeveer.

Begon de avond met een simpele beginnende toon, hij eindigde bij de bron. Een naakte en toch warme bottleneck blues. Elmore James voor het derde millennium.

Klik hier voor video-opnamen van dit concert.

Labels:

(Eddy Determeyer, 25.1.16) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #67


In deze aflevering van het Gentse radioprogramma Jazz Rules is altsaxofonist Rob Banken te gast. Hij speelt onder meer bij John Ghost, Kleptomatics en daarnaast heeft hij zijn eigen kwartet. Je hoort in première muziek van de nieuwe cd van John Ghost.

Verder ook de nieuwe EP van Natashia Kelly Group en een eerste stuk van het nieuwe album van Black Flower dat in maart verschijnt. Dirk Roels draait ook nog muziek van PINTO, de band rond pianiste en zangeres Margaux Vrancken.

Klik hier om de uitzending te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 25.1.16) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Roscoe Mitchell & Mike Reed - 'In Pursuit Of Magic' (482 Music, 2014)

Opname: april 2013

Voor Roscoe Mitchell is improviseren blijkbaar hetzelfde als drinken van de Fontein der Eeuwige Jeugd. De ondertussen 75-jarige rietblazer klinkt op zijn meest recente albums nog steeds als een vat vol energie. 'In Pursuit Of Magic', zijn duoplaat met drummer Mike Reed, vormt daarop geen uitzondering.

Al sinds het midden van de jaren zestig is Mitchell een van de speerpunten van de Association for the Advancement of Creative Musicians (AACM), een legendarisch muzikantencollectief uit Chicago, dat een geheel eigen esthetiek rond componeren en improviseren ontwikkelde. Vanuit de AACM stond hij mede aan de wieg van het Art Ensemble Of Chicago en maakte hij talloze invloedrijke albums en enkele absolute klassiekers, waaronder 'Sound' uit 1966. De bijdrage van Mitchell in de ontwikkeling van de hedendaagse jazz en improvisatie kan dan ook moeilijk worden overschat, en zelfs na meer dan vijf decennia op de voorposten blijft hij nog steeds even gedreven op zoek gaan naar onontgonnen muzikaal terrein.

Op 'In Pursuit Of Magic' staat Mitchell tegenover een heel wat jongere protagonist van het jazzgebeuren in Chicago. Reed (1976) heeft zich met projecten als People, Places and Things en Loose Assembly opgeworpen als iemand die zowel verleden als heden omarmt. Zijn muziek is vooruitstrevend en uitdagend, maar blijft tegelijk verankerd in de jazztraditie, vaak op heel expliciete wijze. Hij nodigde Mitchell enkele jaren geleden al uit in zijn Loose Assembly, wat leidde tot de plaat 'Empathetic Parts', maar dit is vooralsnog hun eerste album als duo.

De plaat bestaat uit twee langgerekte improvisaties die in 2013 live werden opgenomen in Chicago, en het is vooral Mitchell die vanaf de eerste seconden zijn stempel drukt. Door het gebruik van meerdere instrumenten (in dit geval achtereenvolgens fluit, sopraan- en altsax) creëert hij in 'Constellations Over Denmark' een stevige opwaartse dynamiek, die weliswaar af en toe opvallend wordt onderbroken. Het gebruik van stilte is van meet af aan belangrijk geweest binnen het AACM-collectief, wat hen altijd onderscheidde van de explosieve freejazz, zoals die vooral in New York geproduceerd werd. Mitchell blijft dat gegeven dus trouw, maar dat contrasteert op recente platen steeds vaker met intense, met energie overladen circular breathing-marathons, zoals in dit eerste stuk.

Reed weet wel raad met die energetische aanpak van zijn collega en gaat zich net zoals Mitchell concentreren op korte frasen, die door variaties en herhalingen steeds verder worden uitgebouwd. Daardoor worden de uitwisselingen gaandeweg rijker, maar ook drukker en compacter. Op sopraan- en altsax gaat Mitchell tegelijk ook aan de slag met het timbre van zijn instrument, waardoor onder meer het openingskwartier getypeerd wordt door de opvallende boventonen van de sopraansax en allerlei vreemde transformaties van de klank.

In het tweede stuk, 'Light Can Bend', kiest het duo grotendeels voor een andere aanpak. Het is een improvisatie met veel ruimte, stiltes en allerlei kleine percussieve accenten van Reed. Natuurlijk roept dat herinneringen op aan het Art Ensemble of Chicago, dat bekendstond om het gebruik van een uitgebreid arsenaal aan kleine percussie-instrumenten in een soort ritualistische performance. Toch drijft Mitchell naar het einde toe de intensiteit opnieuw op, met als slotakkoord een ononderbroken salvo van de altsax, wat Reed dwingt om alles uit de kast te halen. Dat Mitchell er op zijn oude dag nog steeds in slaagt zijn medemuzikanten het vuur aan de schenen te leggen, was geen geheim. Neem er enkele willekeurige releases van de voorbije jaren bij en het bewijs slaat je in het gezicht. Meer dan vijftig jaar musiceren en nog steeds op eenzame hoogte, Roscoe Mitchell is niets minder dan een gigant.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Klik op de afbeelding hierboven om Roscoe Mitchell en Mike Reed samen aan het werk te zien tijdens het Made In Chicago Festival 2013.

Labels: ,

(Joachim Ceulemans, 23.1.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Zwaargewichten aan het werk

Ray Anderson/Paul van Kemenade/Han Bennink/Ernst Glerum, vrijdag 15 januari 2016, Paradox, Tilburg

Het is jazz wat deze vier zwaargewichten spelen, daar kan geen misverstand over bestaan. Soms zeer strak en melodieus, aan de traditie refererend. Op andere momenten klinkt het dwars en tegendraads. Dit kwartet rondom altsaxofonist Paul van Kemenade, en verder bestaande uit trombonist Ray Anderson, slagwerker Han Bennink en bassist Ernst Glerum, heeft zijn sporen dan ook wel verdiend. Dat geldt voor dit kwartet, maar natuurlijk zeker ook voor de individuele musici die met elkaar hun stempel reeds enkele decennia op de Nederlandse jazz drukken. En we boffen. Een korte Europese tournee verbindt concerten in Wenen en Salzburg met Tilburg.

'Nothing Is Every', een compositie van Anderson, is een langzame blues, weemoedig met een kwinkslag, want ook humor is deze musici niet vreemd. Maar de vibe is perfect en Bennink kan het dan ook niet laten om zo nu en dan dit verbaal te uiten tussen zijn spel door. En de solo's van Van Kemenade en Anderson klinken hier romig en boterzacht. De dialoog tussen de saxofonist en de trombonist in Van Kemenade's 'Checking Out' klinkt als twee buurvrouwen die op hoog tempo de laatste nieuwtjes met elkaar delen. Oeverloos.

In 'Low Profile' van Glerum laat laatstgenoemde horen waarom hij tot Nederlands beste basspelers behoort. Enerverend en swingend is zijn aanslag in de solo die hij speelt, geflankeerd door het ritmische brushesspel van Bennink. In 'Lost Bones' klinkt de ritmesectie dwingend meeslepend met een aantrekkelijke beat, die ons luisteraars beslist uitnodigt tot meedoen. Die beat biedt echter ook een uitstekende voedingsbodem voor het vette spel van Anderson, die hier soleert met lange uithalen.

In 'Left Shoe', tenslotte, heft Glerum een ballade aan op dit hulpmiddel. Anderson hanteert hier wederom de demper en aan alles is te horen dat het met die linkerschoen niet helemaal goed afliep. En de rechterschoen? Niets over gehoord.

Klik hier voor foto's van dit concert door Koen Scherer. En hier vind je een fotoverslag van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.1.16) - [print] - [naar boven]



Cd
TPO - 'Fjord' (Outrovaert, 2015)

Opname: november 2014

Hé, grappig, een parodie op Bill Evans, is je eerste reactie. Maar pianist Sander Thijssen wil Evans helemaal niet parodiëren, althans, dat denk ik niet. Hij wil alleen zijn noten lucht geven, veel lucht.

In 'Jakobi', een riffje van bassist Jan Ruerd Oosterhaven, zetten we twee, drie stappen om vervolgens in alle rust van het uitzicht te genieten. Uitzicht wordt inzicht in 'Shattering': het traag verglijdend beeld lijkt als met een high-speed camera vastgelegd. In 'Interlude' laat Thijssen de piano uitklinken, bijna tot het punt dat de stilte in de kerk weer voelbaar wordt. De piano wordt onderdeel van een diffuse ritmegroep in 'Kosmos', terwijl de pianist het binnenwerk induikt.

Maar dat hoor je allemaal niet de eerste keer. Dit is zo'n album dat zich met elke draaibeurt verder onthult. Dan hoor je hoe puntig en helder de bas van Oosterhaven klinkt. Hij bouwt zijn instrumenten zelf en heeft kennelijk een gitaristisch ideaalbeeld in zijn hoofd. Jan Ruerd zou eens een linkje naar een vogel als Pat Metheny moeten sturen.

Drummer Morten Poulsen heeft een bescheiden plekje gekregen in de mix. Dat is functioneel – niet omdat hij geen goeie slagwerker zou zijn, maar omdat deze muziek niet gebaat is bij krachtpatserij.

Het zijn korte nummers. Maar net lang genoeg om in bijvoorbeeld 'Cow Funeral' vast te stellen dat elk individu telt. Respect voor het dier. Ja, dat zich gaandeweg meer en meer koeien in de stoet begeven, dat kun je de dames niet kwalijk nemen, dat moet je accepteren.

Klik hier om het titelnummer van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.1.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Techno in de concertzaal

Henrik Schwarz, Bugge Wesseltoft & Dan Berglund, woensdag 13 januari 2016, Concertzaal, Theaters Tilburg

Techno in de concertzaal. Als het Tilburgse Draaimolen, dat normaal gesproken dancefeesten organiseert, gaat samenwerken met Theaters Tilburg, kan dat zo maar gebeuren. En het is duidelijk wennen voor de bezoekers van dit concert van het illustere trio Henrik Schwarz, Bugge Wesseltoft en Dan Berglund. Alleen al het zitten in stoelen is voor deze enthousiastelingen een hele gebeurtenis. Dat de hele meute dan ook niet halverwege het concert staat te bonken in de gangpaden mag een klein wonder heten. Want aan de muziek ligt het niet.

De afgelopen jaren heeft dit trio een aardige staat van dienst opgebouwd in het vermengen van techno met jazz. Schwarz' roots liggen in de hardcore technoscene van Chicago en Detroit en hij weet dus meer dan raad met een snoeiharde beat. Het contrast met het bijna poëtische en intieme pianospel van de Noorse jazzpianist Wesseltoft kan dan ook niet groter zijn. Het soloconcert met Noorse kerstliederen dat hij in december 2014 gaf in het Muziekgebouw Eindhoven, kwam nog wel even in herinnering, maar had verder weinig van doen met wat hier gebeurde.

En dan Dan Berglund. Bij de jazzliefhebbers bekend van het legendarische E.S.T. brengt hij hier de zware klanken naar binnen en zorgt hij met zijn contrabas voor de sfeer. En wellicht klinkt het gezien het bovenstaande paradoxaal, het past echter wonderbaarlijk goed bij elkaar.

Na eerdere concerten te hebben bijgewoond van dit trio tijdens het So What's Next?-festival in 2014 en tijdens North Sea Jazz in 2015, valt nu op dat de show alleen maar strakker is geworden en de rol van Schwarz' zware ritmes groter. Het komt de consistentie van de nummers ten goede; ze hebben nu meer dan ooit een kop en een staart en het past de technoliefhebbers die in grote getalen naar dit concert zijn gekomen als een jas. Maar met jazz heeft dit zo langzamerhand niet zo heel veel meer te maken. En Wesseltofts escapades en in mindere mate die van Berglund kunnen het niet bolwerken tegen de schakelkastjes van Schwarz. Enerverend is het dus allemaal wel, vet en overrompelend. Maar de nuance en het experiment moeten het ontgelden. Toch wel jammer.

Foto's: Louis Obbens

Labels:

(Ben Taffijn, 20.1.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Geof Bradfield Quintet - 'Our Roots' (Origin, 2015)

Opname: 19-20 augustus 2014

Het album 'These Are My Roots: Clifford Jordan Plays Lead Belly' uit 1965 was uiteindelijk de inspiratiebron voor 'Our Roots', vijftig jaar later. Tenorist Geof Bradfield draaide het bandje aan flarden en verloor het vervolgens toen hij een auto met een cd-speler kocht. Maar je roots laten je niet los, nietwaar. Ook hij is een post-boptenorist met een bijzonder aangename, volle jaren zeventig-sound. Bradfield is een blazer die alle registers van zijn instrument inzet. In het nummer 'Dark Was The Night, Cold Was The Ground' klinkt zelfs de extatische blues wail van Albert Ayler door. Maar hij kan een liedje ook ongeremd liefkozen, getuige 'Take This Hammer'.

Deze oeroude composities van Huddie Ledbetter, Blind Willie Johnson en niet meer te achterhalen makers ('Adam In The Garden', 'Before This Another Year') past het neobopfrakje even goed als de nieuwe stukken van de leider. Meteen al tijdens de eerste maten van het eerste nummer weet je dat je de piano niet gaat missen: bassist Clark Sommers neemt de honneurs op voorbeeldige wijze waar. Trompettist Marquis Hill heeft het gefragmenteerde van een Don Cherry – maar zijn chops zijn van deugdelijker makelij dan die van Cherry.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.1.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Wildwaterkanoën voor gevorderden

Trio Kaufmann/Gratkowski/DeJoode, zondag 10 januari 2016, Bimhuis, Amsterdam

Zet drie ervaren improvisatoren op een podium en je hebt een middag vol verrassingen. Het is bassist Wilbert de Joode, pianist Achim Kaufmann en rietblazer Frank Gratkowski in ieder geval gegeven. Nog steeds, na reeds 13 jaar samenwerken, zijn zij in staat om de magie te laten spreken. Hier in het Bimhuis, in twee lange sets, is het wederom raak.

De eerste set start in de ijle regionen. Gratkowski hanteert de basklarinet als ware het een misthoorn, terwijl Kaufmann zijn klavier aftast alsof hij zijn toetsen aan het ontdekken is en De Joode behoedzaam zijn snaren bestrijkt. Hier voltrekt zich het wonder van de subtiliteit, oplossend in een parelende solo van Kaufmann, waarin vooral uitbundig het hoge register wordt verkend. Het is tevens het sein voor Gratkowski om zijn basklarinet te verruilen voor de klarinet en voor De Joode om zijn strijkstok weg te leggen. Het driegesprek dat volgt is uitbundig en expressief en laat een tweede aspect van dit trio horen. Het derde aspect volgt al snel. Kaufmann duikt in zijn piano om daarmee andersoortige geluiden te produceren en Gratkowski sluit zich hier vrolijk bij aan door zijn klarinet met behulp van veel lucht te laten ploppen, piepen en sissen. Het tempo loopt op, de stroomversnelling komt in zicht. Het wordt nu spannend. Maar met de souplesse van volleerde kanoërs worstelt het trio zich erdoorheen om uiteindelijk weer in rustiger vaarwater te komen, de stroomversnelling is bedwongen. Zacht, bijna liefelijk klinkt de klarinet, begeleid door het soepele baswerk van De Joode en een enkele klank uit het binnenste van de piano.

Ook het tweede stuk begint verkennend, bijna voorzichtig. Gratkowski heeft inmiddels zijn altsax tevoorschijn gehaald en blaast zacht een patroon dat enige melodische kenmerken lijkt te hebben, De Joode tokkelt ritmische fragmenten en Kaufmann strooit her en der wat noten. Langzaam krijgt het stuk vorm en wordt er een patroon hoorbaar, waarin vooral Gratkowski de toon zet in een alle kanten opschietende saxsolo. Bijzonder wordt het als De Joode soleert, ritmisch, bijna swingend. Kaufmann pikt het ritme op, gevolgd door Gratkowski, ritmisch ploppend. En dan is daar ineens een volmaakt geblazen melodie, tegendraads begeleid. Dat dan weer wel.

Na de pauze is het De Joode die solo start, met zijn strijkstok slaand op de snaren. Het blijkt het begin van een set die nog experimenteler is dan de eerste. Kaufmann sluit aan, terwijl hij de binnenkant van zijn piano bewerkt met twee uit de keuken meegenomen gardes. En dan draait het trio het potje open waar met grote letters MELANCHOLIE op staat. En terwijl we de schemer over Amsterdam zien dalen, klinken de donkere en weemoedige tonen. Het gaat goed tot het potje explodeert en de noten alle kanten op vliegen. Als de rook is opgetrokken laat Gratkowski horen dat je met een basklarinet ook hele hóge noten kunt blazen - het lijkt verdorie wel op het fluitje van een scheidsrechter - om aansluitend met diezelfde basklarinet een imitatie van een stoomboot te geven. Een flesje Spa in de hoorn van je altsax levert eveneens bijzondere klanken op, zo leert de praktijk.

En terwijl het buiten donker wordt, tokkelt De Joode een subtiele melodie, blaast Gratkowski fluisterzachte lijnen en excelleert Kaufmann in hemelse geluiden.

Foto's: Cees van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 18.1.16) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Neil van der Drift - 'New Old City' (ND-Records, 2015)


Hij is pas 27 jaar en bracht vorige maand zijn debuut-cd uit, 'New Old City'. Niet met een trio of met een kwartet, maar met een mini-orkest van tien musici. Op zich al een prestatie in tijden van bezuinigingen. Daarnaast blijkt drummer-componist Neil van der Drift, want daar hebben we het hier over, een reizende ster in China!

Reeds bij het openingsnummer 'Yesterdays Memories' is het duidelijk: Van der Drift schuwt het grote gebaar allerminst. Hier is iemand aan het werk met een uitgesproken voorliefde voor pakkende melodieën, voorzien van een romantische inborst. De partij die trompettist Robin Rombouts blaast klinkt dan ook zwoel en teder tegelijk, om maar te zwijgen over de kristalheldere noten die pianist Stef de Hond uit zijn piano laat stromen. En vanzelfsprekend ontbreken verderop in het nummer de violen niet in de doorwerking van de melodie. In 'Open Window' horen we zangeres Chelsea Foreman, waarmee Van der Drift het Chelsea Foreman Quintet vormt. Haar stem - helder, fris en soepel - kleurt op bijzondere wijze bij de volle blazerspartijen.

Het kan niet anders dan dat Van der Drift bij het schrijven van 'New Old City' geïnspireerd werd door het land waar hij momenteel furore maakt, China. Daar overwoekert al het nieuwe de geschiedenis, zo uitvoering gevend aan de titel van dit stuk. Maar ook de muziek heeft hier iets buitenissigs en toont de theatrale kant van de drummer. In 'Nor Chanapah' worden invloeden vanuit een andere cultuur verwerkt, die van de klezmer en horen we tevens Van der Drifts voorliefde voor de klassieke traditie met zijn welluidende melodieën. Een traditie die ook duidelijk doorklinkt in het ietwat melancholieke 'Frozen Tree' en in 'Mesmerized', waarin we met name in de vioolpartij sporen ontwaren van de Amerikaanse minimal music, maar dat zich eveneens aan de swing schatplichtig toont, waar vooral saxofonist David Romanello zich prima bij thuis voelt.

Van der Drift, zo heeft u reeds begrepen, is dus allerminst een vernieuwer. Integendeel, hij wortelt diep in de diverse muzikale tradities en gaat primair voor het harmonieuze, symfonische geluid. Maar het moet gezegd worden, hij geeft met dit album wel een indrukwekkend visitekaartje af, zeker als we zijn jonge leeftijd in ogenschouw nemen. Dus houdt u van muziek op het snijvlak van klassiek en meer traditioneel georiënteerde jazz, dan is dit album beslist een aanrader.

In de Jazztube hierboven kun je kijken en luisteren naar een vroege live-uitvoering van albumtrack 'Yesterdays Memories', die werd opgenomen tijdens Van der Drifts eindexamen-uitvoering van het conservatorium op 24 juli 2012 in Paradox, Tilburg.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 16.1.16) - [print] - [naar boven]



Concert
En dan wordt er ook nog eens prachtig gezongen

Pixel / Oslo Jazz Orchestra, donderdag 7 januari 2016, LantarenVenster, Rotterdam

Het Oslo Jazz Festival, dit jaar van 14 tot 20 augustus, viert zijn dertigjarig jubileum. Ter ere daarvan heeft de festival leiding een super kwintet geformeerd dat, enigszins overdreven, de wereld is ingestuurd onder de naam The Oslo Jazz Orchestra. Maar een supergroep is het, daar kan geen twijfel over bestaan. Met saxofonist Trygve Seim, trompettist Matthias Eick, pianist Jon Balke en slagwerker Gard Nillssen is de Noorse crème de la crème verzameld. De enige voor ons onbekende is de nog jonge bassiste én zangeres Ellen Andrea Wang. Die overigens wel haar kans schoon ziet en direct ook haar andere band, Pixel, meeneemt om voor te stellen aan het Nederlandse publiek.

En om daar dan maar direct mee te beginnen. Met speelse en eigenwijze melodieën pakt het kwartet onder leiding van Wang ons in. Sfeervolle en ingetogen momenten, waarbij effectief gebruik wordt gemaakt van echo, worden afgewisseld met krachtig getrokken harmonische lijnen. Op zulke momenten stoomt en swingt het kwartet naar hartenlust. En zo lekker vlot als het allemaal klinkt, zo doordacht en complex zit het in elkaar, waarbij de grote kracht van deze groep zit in de harmonische samenhang en de voortreffelijke wijze waarop de vier musici, met naast Wang trompettist Jonas Kilmork Vemøy, saxofonist Harald Lassen en slagwerker Jon Audun Baar, met elkaar samenspelen. Een geoliede machine met andere woorden. En dan wordt er ook nog eens prachtig gezongen, door Wang maar eveneens door Lassen, wat de nummers net dat beetje extra geeft, waardoor het soms meer pop is dan jazz wat er klinkt.

Na de pauze is het tijd voor de hoofdact, The Oslo Jazz Orchestra, door Balke aangekondigd als zijnde de keuze van de organisatie en niet van henzelf, waardoor het voor de musici niet altijd duidelijk is wie nu eigenlijk de baas is. Het maakt ons luisteraars allemaal niets uit. De vraag is: klinkt het goed? Die vraag kunnen we na afloop met een volmondig 'ja' beantwoorden. Nu kennen deze musici elkaar natuurlijk meer dan goed en hebben ze reeds vaak in verschillende combinaties met elkaar gespeeld. En dat is te horen. En ondanks dat er dan op papier geen duidelijke leider is; in de praktijk pakt Balke als nestor die rol regelmatig met zijn eclatante pianospel. Op rustige momenten is dat spel fragiel, bijna terloops, vol effectieve stiltes en subtiele loopjes. Op andere momenten is het stuwend en overrompelend, een overdaad aan noten over ons uitstrooiend.

Nilssen is een andere zeer constante factor. Zijn ritmes kaderen de stukken met een dwingende noodzaak. Wang treedt hier minder op de voorgrond dan in Pixel, maar is zeker aanwezig en niet alleen in die paar fijnzinnige solo's die ze verzorgt, waarbij iedere noot op zijn plek valt. En dan de beide blazers, die vooral excelleren in hun eigen stukken. Eick in 'Hymne', waarin hij met hoge klanken tevens zijn stem inzet als instrument, maar waaraan hij ook bijdraagt met een enerverende trompetsolo. Laag over laag bouwt hij zijn bouwwerk, aangevuurd door de roffels van Nilssen. En Seim in 'Seventy, Seventy-one', waarin hij met veel souplesse en schwung zijn solo blaast, in dialoog met Balke's pianospel. Dus toch maar naar Oslo deze zomer?

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 15.1.16) - [print] - [naar boven]



Cd
3/4 Peace - 'Rainy Days On The Common Land' (El Negocito, 2015)


3/4 Peace - oftewel Three For Peace - is het trio van de Belgische saxofonist/fluitist Ben Sluijs. Zijn medemusici zijn pianist Christian Mendoza uit Peru - thans wonend in België - en de Franse bassist Brice Soniano. Een dergelijke bezetting, zonder drums, is in de jazz een niet algemeen gebruikelijke. Het leent zich daarentegen zeer goed voor een intieme interpretatie van modern geïmproviseerde jazzmuziek. Dat is dan ook de aanpak van dit trio.

Kamermuziek-jazz wordt door Sluijs & Co op zeer ingetogen wijze uitgevoerd. De drie muzikanten musiceren en improviseren op zeer hoog niveau en vertolken de merendeels klassiek georiënteerde nummers op welhaast onvolprezen introverte en subtiele wijze.

Het meest swingende en jazzy nummer is 'Someone Like Lee'. Een eerbetoon natuurlijk aan altist Lee Konitz, waar Sluijs' manier van spelen veel affiniteit mee heeft. Ook Mendoza en Soniano kunnen, en doen dat ook, in dit nummer hun jazz-aspiraties bot vieren. Hoewel het repertoire van dit album grotendeels ingetogen kamermuziek-achtige jazz behelst, swingt het hier wel de pan uit.

In het slotnummer 'Cycling', waarin wederom het fluwelen saxgeluid van Sluijs opmerkelijk goed past in de 'klassieke' context van de muziek, verdient het heldere rapsodische pianospel van Christian Mendoza extra vermelding. Daarbij is de muziek van dit laatste nummer representatief voor het totale album: magnifieke luister-kamer-jazzmuziek, gespeeld door drie voortreffelijke rasimprovisatoren.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Jacques Los, 14.1.16) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #66


In Jazz Rules #66 is de jonge drummer en componist Antoine Pierre de studiogast. Zijn nieuwe album 'Antoine Pierre Urbex' is zopas verschenen. Pierre componeerde en arrangeerde alle nummers zelf en heeft het ook over de samenwerking met Philip Catherine, TaxiWars en LG Jazz Collective.

Paul Bley is overleden op 83-jarige leeftijd. De Canadese pianist heeft er een carrière van liefst zeven decennia opzitten. Docent jazzgeschiedenis Frederik Goossens geeft tekst en uitleg bij de figuur Paul Bley en je hoort uiteraard ook muziek van Bley.

Daarnaast is er nieuw werk van onder andere het LABtrio NY Project en van het Brussels Jazz Orchestra featuring David Linx 'Brel'.

Klik hier om de uitzending te beluisteren.

Foto: Cees van de Ven

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 13.1.16) - [print] - [naar boven]



Postscriptum
Bowie neemt afscheid met jazzalbum


Vlak voor zijn dood afgelopen zondag verscheen het album 'Blackstar', waarmee zanger David Bowie volgens recensent Matt Micucci afscheid nam met zijn eerste jazzalbum. Een verrassend sterk slotakkoord.

'Born and raised in South London, David Bowie developed an early interest in music, but it is not as well known that Bowie's interest in music was also highly influenced by his brother Terry Burns. It was Terry, in fact, who introduced him to modern jazz, and inspired in him an enthusiasm for players like Charles Mingus and John Coltrane.

This enthusiasm for jazz led Bowie to pick the alto saxophone as his instrument of choice. His mother bought him a plastic one in 1961, and he soon began taking lessons from a local musician. Throughout his career, he would now and again remind people that early on, he was uncertain whether he wanted be a "rock and roll star or John Coltrane".

'Blackstar' is the first time Bowie experimented so openly with jazz. Using the entirety of the LP, with jazz, he shows his many processes in his search for sonic freedom. More importantly, and relevant to the personal life of Bowie, the jazz element is Bowie's attempt to rekindle with his early life in South London, growing up on a diet of Coleman and Dolphy, and imagining what it might have been like, had he chosen a different path and pursued a career as an avant-garde, jazz musician.

'Blackstar' is fierce and sometimes beautiful. It features Donny McCaslin on saxophone, Ben Monder on guitar and Jason Lindner on piano and keyboards – three musicians that have established themselves as revered figures in contemporary jazz and avant-garde scene.'

Bron: JAZZIZ Magazine

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.1.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Laat ontroeren maar aan Van Vliet over

Jeroen van Vliet - Solo & Moon Trio, zaterdag 9 januari 2016, Concertzaal, Theaters Tilburg

Solo op het podium staan. Het is voor iedere muzikant de ultieme uitdaging. Iedereen heeft immers zijn focus volledig op jou en je moet van goeden huize komen om je publiek, met toch minimaal één set, te blijven boeien. Velen proberen het, maar het is slechts weinigen gegeven. Maar daar hoort Jeroen van Vliet wel bij, zo laat hij horen in zijn drie kwartier durende set in de goed gevulde Tilburgse concertzaal.

De pianist maakt het zichzelf niet bepaald gemakkelijk. Je begint anders niet met 'Anthem'. De titel voorspelt het reeds. Een anthem wordt oorspronkelijk gezongen als onderdeel van de ochtend- en avonddiensten van de Anglicaanse Kerk, de zogeheten Morning Prayers en Evensong en heeft dus een ingetogen connotatie. En ja, het stuk van Van Vliet klinkt als een anthem: ingetogen, verstild, met ongeveer even veel stiltes als gespeelde noten. Maar wat speelt hij het prachtig. Geconcentreerd bouwt hij de spanning op en zet hij de toon voor wat een groots concert gaat worden. Op andere momenten is zijn spel vurig en weet hij met bijna romantische melodieën het publiek mee te voeren en te betoveren, zoals in 'No Farewell', waarin natuurlijk ook de weemoed een plek krijgt in het motief, terwijl een strakke linkerhand zorgt voor de blues. In 'Mr. Bley', een hommage aan de pas overleden Paul Bley, horen we tevens de invloed van Zuid-Afrikaanse jazz, zoals we die kennen van pianisten als Abdullah Ibrahim en Stevko Busch.

De tweede set van de avond is het podiumdebuut voor het nieuwe Moon Trio, met naast Van Vliet bassist Cord Heineking en slagwerker Mark Schilders. Van Vliet zelf over dit trio: "Ik wilde graag aan de slag met deze geweldige muzikanten. Ik heb sinds 2010 met veel plezier met Cord samengewerkt in Simin Tanders 4tet. Cord brengt een mooi expressief geluid, zowel op contrabas als basgitaar. Ik ontmoette Mark bij verschillende gelegenheden en was onder de indruk van zijn groove en sound. Hij zit vol zeer persoonlijke creatieve ideeën."

Wat voor veel hedendaagse pianotrio's geldt, geldt eveneens voor dit trio: de melodie staat centraal in de hechte, sterk ritmische stukken, waarbij de taken gelijkelijk zijn verdeeld over de drie musici en waarbij er vrijwel niet gesoleerd wordt. Het komt het geheel beslist ten goede en aan alles is te horen dat Van Vliet zijn beide kompanen door en door kent. Een opvallende rol speelt de elektronica en gelukkig biedt het hier ook toegevoegde waarde. In 'Ozon' gebruikt Van Vliet het om een mysterieuze sfeer te creëren en middels looping en het gebruik van echo hebben we ineens twee pianisten, maar echt vernieuwend werkt het in 'Spider'. Je ziet hem gewoon zitten in zijn web, klaar om toe te happen. Schilders verklankt hét moment met een enorme slag op zijn drumstel, terwijl de elektronica hier zorgt voor het sinistere, duistere sfeertje. In combinatie met het nerveus aandoende pianospel van Van Vliet creëert dit alles een volmaakt moment. Net als in 'Loose' overigens. Traditioneler van opzet, maar met een grote intensiteit vertelt het trio hier het verhaal van een vriend van Van Vliet die het allemaal wat minder trof in het leven. Je hoeft het verhaal niet te kennen om te horen dat we over die geschiedenis niet lichtzinnig mogen denken.

Foto's: Donata van de Ven

Labels:

(Ben Taffijn, 12.1.16) - [print] - [naar boven]



Boek
Interessant, verbazend en vol humor

'F’n’A! - My Crazy Life in Rock and Blues' door Rick Allen, 2015

"Uit de gesprekken die ik met hem heb gehad en uit zijn muziek die hij onder eigen naam heeft vastgelegd, komt bij mij toch het beeld naar voren van een jazzmusicus met een touch of blues. Alleen verkoopt het woordje 'jazz' in de Verenigde Staten minder goed dan de woordjes 'rock' en 'blues' en dat is iets dat bij een blanke Amerikaanse musicus, die zich op dat gladde ijs begeeft, ook een woordje meespreekt. Wat het boek vooral interessant maakt, is de beschrijving van het harde Amerikaanse muzikantenbestaan. Je moet een though guy zijn om dat te overleven."

Herbert Noord bespreekt 'F’n’A!', de autobiografie van Hammondorganist Rick Allen, die - vrij uitzonderlijk - het boek ook zelf schreef.

Klik hier om de volledige recensie te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 11.1.16) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Paul Bley


Op 3 januari jl. overleed de in 1932 in Canada geboren pianist Paul Bley. Bijna zeventig jaar omspande zijn internationale carrière, die aanving op 17-jarige leeftijd toen hij Oscar Peterson verving in de Alberto Lounge in Montreal.

In 1950 vertrok hij naar Amerika om aan de Juilliard School in New York te studeren en musiceerde alras met prominente musici als trompettist Roy Eldridge en saxofonisten Ben Webster, Sonny Rollins en Charlie Parker. Na in het midden van de jaren vijftig met Charles Mingus, Art Blakey en Chet Baker te hebben gespeeld, kwam hij in 1958 in contact met de free-jazzers Ornette Coleman en Don Cherry, hetgeen resulteerde in het befaamde album 'The Fabulous Paul Bley Quintet', opgenomen in de Hillcrest Club in Los Angeles. Dit album betekende een kantelpunt in de jazzgeschiedenis en de aanzet tot de free jazz.

Ondertussen was hij getrouwd met pianiste Karen Berg, die haar naam veranderde in Carla Bley en evenals hij een glanzende jazzcarrière in het verschiet had. In de laat vijftiger, begin zestiger jaren speelde Paul Bley hoofdzakelijk met musici die zich muzikaal op het snijvlak van de hardbop en free jazz bevonden, zoals Roland Kirk, Charles Mingus, George Russell en Gary Peacock. Pas in 1964 sluiten Paul en Carla zich aan bij het Jazz Composers Guild en kwamen zo in contact met Roswell Rudd, Archie Shepp, John Tchicai, Albert Ayler en Cecil Taylor. In die periode kwamen twee albums van Paul Bley uit op het progressieve label ESP, te weten 'Barrage', een kwintetopname met altsaxofonist Marshall Allen, trompettist Dewey Johnson, bassist Eddie Gomez en drummer Milford Graves en 'Closer', een trioplaat met Steve Swallow op bas en Barry Altschul op drums.

In 1967 scheidde hij van Carla en trouwde kort daarop met met pianiste/componiste Annette Peacock. Onder haar invloed begon hij met elektronica en synthesizers te experimenteren. In '72 strandde dat huwelijk. Met zijn nieuwe partner en in 1980 echtgenote – Carol Goss – richtte hij het platenlabel Improvising Artists op. Vanaf die periode produceerde hij talrijke albums met musici als John Scofield, John Abercrombie, Bill Frisell, Gary Burton, Kenny Wheeler, Evan Parker, Jean-Luc Ponty, Keshavan Maslak en Yuri Honing.

In het eerste decennium van de 21ste eeuw maakte hij enkele trio-albums, onder andere 'Nothing To Declare' (2004) en 'About Time' (2008). In datzelfde jaar werd hij geëerd als 'Member of the Order of Canada' voor zijn bijdragen in en voor de jazz. Hij stierf een natuurlijke dood op 83-jarige leeftijd in zijn huis in Florida.

Foto Paul Bley: Bruno Bollaert

Labels:

(Jacques Los, 8.1.16) - [print] - [naar boven]



Cd
Tocar - 'Birds of Paradise' (eigen beheer, 2015)

Opname: oktober 2014, januari & april 2015
Mezcolanza - 'Headbanger' (O.A.P., 2015)
Opname: november 2014

Het Spaanse woord 'tocar' betekent aanraken, contact maken, voelen, maar ook spelen en laten klinken. Die combinatie van sensualiteit en speelplezier kenmerkt de muziek van het gelijknamige kwartet. Op één nummer na, 'Nardis' van Miles Davis, speelt Tocar op 'Birds Of Paradise' eigen composities. Composities op het snijvlak van jazz en klassieke Latijns-Amerikaanse muziek, met een voorkeur voor de tango. De bezetting is er ook naar. Naast de ritmetandem Enrique Firpi (slagwerk) en Taco Nieuwenhuizen (bas) bestaat dit kwartet uit pianist Wim Warman en accordeonist Rik Cornelissen. En of dit nog niet genoeg is, laat het gezelschap zich op een aantal nummers ook ondersteunen door het Radio Filharmonisch Strijkkwartet.

De veelkleurigheid van de paradijsvogel vinden we zo terug in de muziek. 'Guyana', waarvoor componist Cornelissen de inspiratie vond in het gelijknamige Zuid-Amerikaanse land, klinkt avontuurlijk en ietwat onstuimig, zeker in de accordeonsolo van de componist zelf, maar ook in het stevige staccato pianospel van Warman. 'Taco’s Tune' heeft daarentegen veel meer het karakter van een ballade. Het geeft Van Nieuwenhuizen de mogelijkheid om groovy te soleren op zijn elektrische bas, maar biedt eveneens Warman een podium voor een gloedvolle solo. In 'Sunny View' staat de aanstekelijke en dansbare melodie gespeeld door Cornelissen centraal. Vurig en meeslepend stuwt hij het nummer voort. 'En Camino Y Buscando' is een van de nummers waarop het strijkkwartet meespeelt. Het is een ingetogen compositie, waar flarden melancholie en weemoed in doorklinken, wel zo passend bij de titel die vertaald zoveel betekent als 'op weg en zoekend'. Wat dat betreft is 'JazzythinQ' zo ongeveer het tegenovergestelde. Hier schotelen de heren ons weer een vrolijke melodie voor, uptempo gespeeld en met een energieke en aangename twist. Het toont de veelzijdigheid van dit kwartet.

Het kwintet Mezcolanza tapt uit een vergelijkbaar vaatje, alleen ligt bij hen het tempo over het algemeen een tandje hoger. De composities van pianist Peter Wenk zijn dansbaar en energiek, maar evengoed geïnspireerd door de Latijns-Amerikaanse jazz. De nadruk ligt op deze cd dan ook meer op het ritme, met dank aan drummer David Barker en percussionist Gerardo Rosales. Maar ook bassiste Mick Paauwe draagt bij aan de strakke groove. 'One Note Boogaloo' klinkt dan ook ritmisch en swingend, met Christof May die op altsax buigzame en elastische noten produceert in prachtig lange slierten. Ook 'Bra-Dap' swingt de pan uit. Hier is het Wenk die met zijn spetterende pianospel de boel danig ophitst. Maar ook met het rustigere werk weet dit kwintet raad. In 'The Road We Walk Again' blaast May in een intieme en gevoelige klarinetsolo, terwijl we op de achtergrond Rosales' conga's ontwaren en Wenks flarden pianospel. De solo die de Wenk hierna weggeeft, is precies afgemeten en voorzien van een ingehouden ritmiek. En ook in zijn tweede solo, waar May feller en ritmischer klinkt, weet deze rietblazer te overtuigen. Ook het ingetogen 'Why You' is de moeite waard. Hier kiest May voor de klarinet voor zijn subtiele frases en klinkt Wenks pianospel al even ingetogen, terwijl Rosales en Paauwe een fijnzinnig ritmisch patroon neerleggen.

De missie van Peter Wenk - door hemzelf als verwoordt als: "Yes, you can play danceable music which is improvised and yet interesting to the listener" - mag als geslaagd worden beschouwd.

Klik hier om te luisteren naar tracks van Tocars album 'Birds Of Paradise'. En op de website van Mezcolanza kun je een aantal tracks van 'Headbanger' beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 8.1.16) - [print] - [naar boven]



Concert
Hot en meeslepend

Cory Henry & The Funk Apostles, vrijdag 20 november 2015, LantarenVenster, Rotterdam

The Funk Apostels van Cory Henry waren te zien in een uitverkocht LantarenVenster. Deze jonge groep heeft nog geen albums opgenomen. Inspirerende YouTube-optredens hebben Henry en zijn vrienden echter wel een grote schare fans opgeleverd.

Naam en faam vestigde Henry wereldwijd met Snarky Puppy. Daarin heeft hij, gezeten achter zijn hammondorgel, een prominente rol. Zijn grooves en adembenemende solo's leken de aanwezigheid van deze intrigerende band soms bijna overbodig te maken.

Al op zijn zesde trad Henry op in een theater. Op zijn negentiende begon hij te toeren met Kenny Garrett. Daarna werkte hij bij tientallen sterren uit de pop- en de jazzwereld. De tijd was rijp voor de lancering van een eigen project.

Cory Henry blijkt een charismatische bandleider te zijn, die zijn zeskoppige formatie losjes weet te leiden. Hij beweegt zich in de volle breedte door het jazz- en gospelidioom. Zijn verbluffende techniek en muzikaliteit stelt hij volledig ten dienste van zijn muzikale ideeën.

Het concert begint met een spectaculair intro van de twee drummers. Op hun bassdrums spelen ze in een hoger wordend tempo funky pulsen tegen elkaar in. Druk gesticulerend vult Henry het podium. Muzikaal start hij lazy. De andere bandleden creëren een fundament van symfonische rock, met funk- en gospelinvloeden. Een statisch begin met veel elektronica. Henry speelt enkele riffs en ontpopt zich als een veelzijdig zanger met een verrassend goede stem, vol sex en soul. Iets te vaak maakt hij gebruik van een stemvervormer, waar hij overigens boeiende dingen mee doet.

Los van de permanent aanwezige elektronische schil is de muziek vrij sober. Cory Henry speelt breaks met harmonische verschuivingen en modulaties. Na zichzelf te hebben opgewarmd brengt hij meer kleur in de keys en toont hij zijn ware aard. Er volgen onnavolgbare breaks. Fluisterzacht speelt hij een old school sound met gospelachtige riffs. Syncopische ritmes met een reggae groove zijn sloom en opzwepend. Uiteindelijk speelt hij enkele lange solo's, waarin hij waanzinnige loops creëert en waar geen computer aan te pas komt.

De muziek is hot en meeslepend. Thema's en arrangementen à la Snarky Puppy worden door het publiek vlot opgepikt. Vergelijken is vrij zinloos, maar als je geniet sta je open voor associaties. Johnny Guitar Watson, George Duke, The Crusaders en Stevie Wonder spelen door mijn gedachten.

Foto: Joke Schot

Labels:

(Roland Huguenin, 8.1.16) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)