Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Bad + Ornette = een shot inventiviteit en intensiteit

The Bad Plus - Ornette Coleman's Science Fiction, vrijdag 17 april 2015, Bimhuis, Amsterdam

Tomeloos raast The Bad Plus voort. Nog maar net bekomen van hun trio-uitvoering van Stravinsky's 'Sacre du Printemps' en hun volgende project met Joshua Redman staat al in de steigers (houd de concertagenda's voor de tweede helft van dit jaar in de gaten). En dan treden ze deze avond aan voor een eerbetoon aan de illustere saxofonist Ornette Coleman. Ze doen dat door hun favoriete Ornette-album, het uit 1971 stammende album 'Science Fiction', integraal uit te voeren. Voor deze gelegenheid is het trio dan ook aangevuld met Tim Berne op altsax, Ron Miles op kornet en Sam Newsome op sopraansax.

The Bad Plus is een trio zonder voorman, de muzikale inbreng van elk bandlid is gelijkwaardig. Qua repertoire putten ze uit pop, rock, klassiek en jazz. Ze staan wat mentaliteit betreft in de avant-gardetraditie die door Coleman werd ingezet met losse structuren, deconstructieve harmonieën, dissonantie als onderdeel van het idioom en veel ruimte voor de individualiteit van de musici. Deze hommage komt dus niet zomaar uit de lucht vallen.

Het album wordt lineair uitgevoerd, wat betekent dat het laatste nummer van het album tevens de toegift van de avond is. Kenmerkend is de vrijheid die op allerlei vlakken genomen wordt.

De structuur die er is, wordt ingevuld door staccato gespeelde unisono-partijen van de blazers, waarna de individualiteit van de muzikanten alle ruimte krijgt. Drijvende en zeer aanwezige krachten gedurende de hele avond zijn drummer Dave King, die net als bassist Reid Anderson continu solerend hun energieke partijen spelen.

Markante hoogtepunten zijn de dubbel-solo's. Die leveren uitdagende klankkleuren op, zoals tussen sopraansax en slagwerk, kornet en piano, altsax en bas, enzovoort. Sam Newsome maakte in zijn solo's gebruik van het Dopplereffect door zijn sax langs de microfoon te zwaaien. Ook de inzet van elektronica, praatzang en samples dragen bij aan die andersoortige zeggingskracht.

De optelsom van de avond is een enorme dosis inventiviteit en stuiterende intensiteit. De partijen die van papier gespeeld worden, voelen wel wat letterlijk aan. Je kan je natuurlijk afvragen of zo'n lineaire herschepping van een album nu de ideale vorm is waarmee je een ode brengt aan de vrije uitdagende geest die Ornette vertegenwoordigt.

Buiten dat is het boeiend om meegevoerd te worden door een taal die krabt, rafelt, verleidt en schrijnt. Een idioom waarmee andere verhaallijnen en toonzettingen dan de gebruikelijke geschapen kunnen worden. Een vocabulaire waarmee je tussen de regels door wordt getrokken naar de intentie die erachter schuilt.

Niet per se de meest toegankelijke muziek, maar als je als luisteraar de moeite doet, dan wachten je fascinerende momenten van ruwe zelfexpressie en kolkende energie. Al met al een eerbiedige avond die de inventiviteit en bijdrage van Coleman aan de jazz toont en tastbaar maakt. En voor The Bad Plus is het een diepbuigende dankbetuiging aan een van hun belangrijkste inspirators.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Dit concert plus een interview is terug te horen via Bimhuis Radio:
Tracklist:
1 - pre-concert
2 - set 1: The Bad Plus (36:50)
3 - intermission: (1:15:00)
4 - interview: Ethan Iversen, Reid Anderson, Dave King (1:25:10)
5 - set 2: The Bad Plus (1:45:25)


Labels:

(Kees Schreuders, 24.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Door de pijngrens heen

Günter Schickert & Pharoah Chromium / Oren Ambarchi / Rhys Chatham, Tim Dahl & Kevin Shea Trio, zondag 19 april 2015, Oorstof, De Vooruit, Gent

De eerste samenwerking tussen Oorstof en De Vooruit in Gent is inmiddels geschiedenis, maar het dreunt nog na! Want het was in alle opzichten een heftige avond. Een minifestival van drie concerten. Dreunende bassen, eindeloze drones en moordend slagwerk.

Dat begon reeds met de set van Günter Schickert en Pharoah Chromium. Schickert stond aan de bakermat van de krautrock- en freejazzscene in Berlijn aan het eind van de jaren 60 en begint gelukkig zo langzamerhand de erkenning te krijgen die hij verdient voor wat specifiek is voor hem: het op de gitaar vertolken van eindeloze, minimalistische patronen met veel echo - ook wel de echogitaar genoemd. Maar ook Pharoah Chromium, oftewel de Palestijns-Duitse Ghazi Barakat, laat zich hier niet onbetuigd. Schickert begint de geïmproviseerde set, van ongeveer 75 minuten, met het blazen van lange lijnen op een tot fluit omgebouwde schelp. Het klinkt als een mondharmonica en brengt je, mede door de aanblik van Schickert in lange zwarte jas en met hoed, zo naar 'Once Upon A Time In The West'. Een associatie die je enige tijd later los moet laten als de drone de vorm aanneemt van een dikke mist, waar de invloeden van het Midden-Oosten, dankzij Chromium, doorheen dringen. Verderop kruipt er een gewelddadige beat met alles doordringende bassen naar binnen en overspoelt de luisteraar. En dan grijpt Schickert naar het instrument waarop hij zo bekend is geworden is: de echogitaar. Enige punt van kritiek: de set is te lang, waardoor de spanningsboog niet optimaal is.

Oren Ambarchi, in de tweede set, slaagt hier wel in. Ambarchi is afkomstig uit Australië en van Iraaks-Joodse afkomst, speelde onder andere mee op Sunn O)))'s beruchte album 'Black One' en werkte samen met onder andere Greg Anderson, Attila Csihar, Z'EV, Keiji Haino, Keith Rowe, John Tilbury en Jim O'Rourke. Terwijl zijn laatste soloplaat 'Quixotism' vorig jaar in de eindejaarslijst van The Wire belandde. De muziek van Ambarchi kent vrijwel geen ritme en geen melodie, maar is veeleer een soort van klankcollage. De basis van zijn muziek zijn de klanken die hij met zijn gitaar produceert, vervolgens elektronisch bewerkt en over elkaar heen legt. De collage wordt daarbij steeds complexer en doordringender. Uiteindelijk zijn de intensiteit en kracht zodanig, dat je het gevoel hebt dat er een vrachtwagen over je heen dendert! Een bijzondere ervaring.

Het trio Rhys Chatham, Tim Dahl & Kevin Shea heeft nog de meeste associaties met free jazz. Chatham is een New Yorkse post-minimalistische componist. Hij heeft samengewerkt met La Monte Young en Tony Conrad, maar is ook zelf actief als componist. Onder andere met zijn guitar orchestra's, waarvoor hij 100 tot 200 gitaristen inzet. Bassist Tim Dahl en drummer Kevin Shea zijn vooral actief in de wereld van noiserock en free jazz. Shea kennen we bijvoorbeeld van Mostly Other People Do The Killing. Het is Chatham die deze set begint met het blazen van een simpel melodietje op trompet. Via looping wordt het teruggegeven, waarna Chatham een variatie op het oorspronkelijke melodietje speelt en dat over de sample legt, dit eindeloos herhalend. Dahl valt in met dreunende basaanslagen en Shea met bekkenspel, dat zich mooi vermengt met het trompetgeluid. Het geheel verwordt tot een soort bijenzwerm. Als Shea dan uiteindelijk op zijn drums begint te beuken, in een allesverwoestend tempo, is het feest compleet. Een bijzonder moment is het gitaarspel van Chatham in een van de spaarzame rustige momenten: het klinkt als een carillon. Maar de rust duurt hier nooit lang. Overrompelend is de solo van Dahl, waarbij hij volledig uit zijn dak gaat en snaren tekort komt om over te brengen wat in zijn hoofd zit.

En dan, midden in een climax, telt Chatham af en is de avond voorbij.

Klik hier voor foto's van dit concert door Hans van der Linden.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.4.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Carlos "Zíngaro" - 'Live At Mosteiro De Santa Clara A Velha' (Cipsela, 2015)

Opname: 25 mei 2012

Weinigen van ons beseffen dat Portugal tussen 1926 en 1974 een dictatuur was. Extreem conservatief katholiek en met een cultuur van repressie. Eind jaren vijftig begin jaren zestig werd dit regime uitgedaagd door een groepje vooruitstrevende kunstenaars en musici. Zij gingen, ondanks de dictatuur, hun weg en hebben uiteindelijk een belangrijke rol gespeeld in het democratiseringsproces. In de voorhoede van deze beweging zat violist Carlos Alves ("Zíngaro"). Met zijn groep Plexus creëerde hij een eigen geluid op het snijvlak van klassiek, improvisatie en rock, en liet zo horen hoe vrijheid klinkt.

Nu, zoveel jaar later is Zingaro nog steeds actief. Zo gaf hij op 25 mei 2012 een soloconcert tijdens de tiende editie van het Jazz ao Centro Festival, dat eind vorig jaar op cd verscheen bij het nieuwe label Cipsela Records. Het is een bijzonder album geworden en niet in het minst vanwege de voortreffelijke opname en de bijzondere akoestiek van het klooster. Zingaro weet de meest wonderlijke klanken uit zijn viool te toveren. Hij beheerst het instrument alsof het een verlengstuk van zijn lichaam is.

De cd begint direct sterk met 'Crushing Wheels'. Het staccato vioolspel in een heftig tempo klinkt geëxalteerd en krachtig en met een lichte echo, door de akoestiek van het klooster. De grenzeloze dynamiek blijft je als luisteraar bij. Zingaro maakt ook creatief gebruik van de stemschroeven. Door er tijdens het spel aan te draaien zorgt hij voor een krakend en krassend effect, dat door de akoestiek nog extra droog klinkt. In 'Portions Of Life' maakt de violist optimaal gebruik van de echo in de akoestiek, door lange stiltes te laten vallen tijdens zijn spel. Het geeft de muziek een extra dramatische lading.

'Scroll Of Fate' is het meest melodieuze stuk van deze set. Met veel kleur en subtiliteit weeft hij de klanken aan elkaar. Verderop in het stuk wekt Zingaro vervolgens de illusie dat er twee violisten aan het werk zijn door een speelse 'dialoog' te creëren tussen beurtelings in het hoge en het lage register te spelen. Een bijzondere ervaring.

Klik hier om naar een track te luisteren van dit album: 'Voids Of Night'.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Jazz met beide benen in de traditie

Vein feat. Greg Osby, donderdag 16 april 2015, De Singer, Rijkevorsel

Ha, weer eens een avondje echte, onvervalste jazz. Waarbij de muzikanten stevig met beide benen in de Amerikaanse traditie staan, ook al gaat het hier om een Zwitsers trio. Maar wel een trio dat sinds 2006 aan de weg timmert, overladen wordt met goede kritieken en reeds enige albums op zijn naam heeft staan. Pianist Florian Arbenz, bassist Thomas Lähns en slagwerker Michael Arbenz zetten een perfecte groove neer. Een weldadig tapijt, waarop het voor altsaxofonist Greg Osby goed soleren is.

Want na een eerdere samenwerking van Vein met Dave Liebman, waarmee vorig jaar nog werd getourd, en Glenn Ferris in 2012, is het nu de beurt aan Greg Osby. Zijn spel wortelt duidelijk in de traditie, zoals we ook mogen verwachten van een artiest geboren in St. Louis, maar voegt hier beslist het één en ander aan toe met zijn lyrische, ritmische en harmonische stijl.

In 'No Change Is Strange' blaast Osby een fijnzinnige en toch ook krachtige melodie, vergezeld door het stuwende slagwerk van Michael Abenz. Gaandeweg verandert het saxwerk van kleur. Fel en schurend vervolgt Osby zijn zoektocht. Bijzonder is ook het duet tussen Lähns en Arbenz. Lähns strijkt een donkere partij met de laagste klanken die de bas kan produceren, terwijl Arbenz een droog ritme tikt op de rand van de trommel. Ook in 'Evidence' van Thelonious Monk laat het kwartet goed horen tot perfect samenspel in staat te zijn én raad te weten met de complexe ritmische patronen, zo eigen aan Monk. Natuurlijk speelt Florian Arbenz een belangrijke rol in dit nummer met zijn creatieve pianospel, maar ook Osby komt hier goed tot zijn recht met een paar energieke solo's. Een ander hoogtepunt is 'Truth' van Osby. Het nummer begint met een groovende bassolo van Lähns, de luisteraar in de sfeer brengend. De overige leden van het kwartet vallen bij in een aanstekelijke melodie. De solo die Osby hier vervolgens blaast is virtuoos en ritmisch.

Ook de nummers die Vein speelt zonder de bijdrage van Osby zijn de moeite waard en laten goed horen waartoe dit trio als pianotrio in staat is. Zo is 'From Swiss Mountains', een ode aan het thuisland, goed verklankt in het subtiele, serene pianospel van Florian Arbenz en ondersteund met accenten van Michael Arbenz en Lähns. Ook 'Funky Monkey' is een bijzonder stuk, eigenlijk één lange drumsolo in een funkachtig ritme, zo nu en dan doorsneden met hoekige reeksen akkoorden van het trio als geheel.

Klik hier voor foto's van dit concert door Monique van der Lint.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.4.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Tomasz Stańko – 'Polin' (Polin, 2014)


Polish trumpeter Tomasz Stańko has been one of the leading figures in modern Polish jazz for decades, and he gave your humble servant hours and hours of listening joy with albums such as 'Lontano', 'Leosia', 'Litania' and 'Matka Joana' and 'Bluish', just to name my favorite ones.

Stańko embodies modernity in jazz, creating new visions of expansive sounds while remaining meditative and intimate. With some of the albums mentioned above he dug deep in the darkest levels of melancholy and sadness that you can think of in music, while at the same time exploring how sound and band interplay could even deepen that feeling, lengthening open space, silence, and once in a while even dissonance.

And for sure, he has done more than the ECM albums that get my preference here, yet he had carved out his own vision of music, created his own unmistakable sound, and you can only applaud that an established musician leaves his own idiom to explore even further. Yet sadly, Stańko leaves his own idiom just to join the American mainstream, with tunes and arrangements that you've heard a million times before. And that's what we get on this album.

It was commissioned by the Museum Of The History Of Polish Jews, and the band consists of Stańko on trumpet, Ravi Coltrane on sax, David Virelles on piano, Dezron Douglas on double bass, and Kush Abadey on drums. An excellent band, and the interplay is also good, but what does it bring us that we did not somehow already heard somewhere? A nice mainstream album, but that's not really a compliment for somebody of Stańko's stature.

Deze recensie verscheen eerder op Free Jazz

Labels:

(Stef Gijssels, 21.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Tilburg op de kaart!

Joshua Redman Trio, zondag 12 april 2015 (avond), Paradox, Tilburg

Jazzminnend Tilburg had redenen om in rep en roer te zijn. De stad, Paradox in het bijzonder, hoeft niet te klagen over de aanloop van internationale jazzvedetten. Joshua Redman domineert al jaren de top en resideert wereldwijd op de grote podia en festivals. Nu was hij te gast in Paradox, waar hij binnen de intieme beslotenheid twee concerten gaf. Vrij ongebruikelijk in Nederland. Met twee gigs op een dag had Tilburg haar eigen Village Vanguard.

De sfeer in het propvolle Paradox was opperbest. Enthousiasme en opwinding droop van de bezoekers af. Een beetje trots en chauvinisme waren ook te bespeuren. Voordat het avondconcert begint, is de zaal bijna volledig in duister gehuld. Een raam geeft zicht op de schemering. De dag maakt plaats voor de nachtclub. Als de spotlights aangaan is de spanning voelbaar... In alle rust betreden Joshua Redman, Reuben Rogers en Gregory Hutchinson het podium.

De set begint met 'Hitchhicker’s Guide'. Ingetogen en met precisie leidt Redman in met een kleurrijk opgebouwde solo. Het is een teaser. Even subtiel voegen het geluid van contrabas en drums zich als een warme deken bij zijn spel en is het trio compleet. Het drietal neemt de tijd om thema's en motieven te verkennen in de volle breedte van ritmische en harmonische varianten. Wanneer Redman na vele minuten uitbreekt en buiten de lijnen treedt, komt dat bijna als een verrassing. Deze eerste climax mag er zijn. Goed gedoseerd voluit.

'Coast' is het tweede stuk. Er wordt een spirituele sfeer gecreëerd. Een scene uit een oosterse vertelling. De ijle toon van de sopraansax versterkt de mysterieuze stemming. Rogers laat zijn contrabas omfloerst klinken. Zijn vingers glijden langzaam over de dikke snaren en ontlokken verglijdende, diffuse tonen. Een patroon van sobere gebroken akkoorden werkt hypnotiserend. Hutchinson laat zijn bekkens ruisen en geeft korte droge roffels op de pauk. Met het geluid van knisperende schelpen brengt hij wat helderheid in het geheel. Deze kalmte lijkt oneindig te duren. Bijna ongemerkt brengt Redman swing in zijn sopraan en verandert het karakter van dit stuk voor korte tijd. Melodie en ritme sterven weg. Alle poëzie die in een adem kan worden gevangen, komt tot uiting in één lange noot, die bij herhaling wordt aanblazen.

De eigenzinnige melodische en harmonische verschuivingen in 'Floppy Disk' van Paul Wiltgen zijn Redman op het lijf geschreven. Hij clustert The Bad Plus, Brad Mehldau en Radiohead. Het stuk wordt intrigerend, bedwelmend en vol avontuur gebracht door dit trio.

In de volgende stukken wordt druk opgebouwd en is het trio onweerstaanbaar. In een hommage aan Joe Lovano speelt Rogers een inleidende solo. Serene flageolettonen gaan over in een patroon van ritmes en melodie. Zijn bas zingt en swingt. Het timbre van zijn eigen instrument is bijzonder. In 'Back East', een nieuwe compositie van Redman, schetst hij een microkosmos van ongrijpbare thema's. Het deksel gaat van de pan. Hutchinson leeft zich uit in een mateloos gevarieerde solo. Ondanks de rake klappen en katachtige sprongen blijft hij strak in zijn schema.

'My Foolish Heart' veroorzaakt een dramatische stijlbreuk in dit concert. Redman put doorgaans veel inspiratie uit de stijl van Coltrane en Coleman, maar heeft ook een flinke dosis romantiek op zijn palet. Alsof hij het DNA van Coleman Hawkins en Ben Webster in zich draagt, schuurt zijn tenorsax opvallend dicht tegen hun sentiment aan en veroorzaakt een onverwacht soort kippenvel. Einde van de set.

Het trio keert terug voor twee laatste stukken. In 'Silly Little Love Song' is veel ruimte voor funk en een stevige groove. Er blijkt een surplus aan energie te zijn overgebleven. Genoeg voor een absolute climax. Tot slot wordt 'Strode Rode' van Sonny Rollins gespeeld, waarin de veelzijdigheid van het drietal nog eenmaal spreekt.

Redman, Rogers en Hutchinson verkeren op de top van hun kunnen. Hun spel en muziek is rijk en uitgebalanceerd, hun kunst etaleren ze vol overgave. Vernieuwingsdrang en avant garde ligt minder op hun pad. De triovorm waarin ze opereren biedt wel een ruime compensatie. Naar verluid speelden ze in Paradox twee totaal verschillende concerten. Het avondconcert was uitdagend en enorm gevarieerd. De meerwaarde van een kleine zaal sprak voor zich.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Het Joshua Redman Trio gaf ook een middagconcert in Paradox. Klik hier voor foto's daarvan door Monique van der Lint.

Labels:

(Roland Huguenin, 18.4.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Toine Thys Trio - 'Grizzly' (Igloo, 2015)

Opname: april 2014

In 2010 verscheen de eerste cd van het Toine Thys Trio, 'The End Of Certainty', met naast Thys op saxen, Arno Krijger op het Hammond B-III orgel en Joost van Schaik op drums. Nu ligt er het tweede album 'Grizzly' en is Van Schaik vervangen door de Waal Antoine Pierre. Bij het schrijven van de nummers, allemaal eigen composities, heeft Thys zich meer dan eens laten inspireren door het werk van filmregisseur Werner Herzog. Een van die composities is tevens de titelsong geworden.

'Grizzly' verwijst natuurlijk, voor de kenners van het werk van Herzog, naar de film 'Grizzly Man' over het leven van Timothy Treadwell. Hij was zo gek met grizzlyberen dat hij iedere zomer naar Alaska toog om zo dicht mogelijk bij deze beesten te zijn. Het zou uiteindelijk zijn dood worden. Thijs weet het monomane, obsessieve in het gedrag van Treadwell goed te verklanken middels zijn staccato geblazen noten. Krijger ondersteunt hem vurig op zijn Hammond en ook het krachtige slagwerk van Pierre voegt hier veel toe.

Dat Thys een goed gevoel heeft voor het vertalen van filmische beelden in muziek, blijkt ook uit een aantal andere composities die hij, geïnspireerd door Herzog, schreef. Zo is 'Don’t Fly L.A.N.S.A.' geïnspireerd door 'Wings Of Hope'. Een documentaire over Juliane Koepcke, die op 24 december 1971 als enige een vliegtuigongeluk boven het Peruaanse oerwoud overleefde. Thys blaast hier een weemoedige, warme toon met een sterk verhalende melodielijn. Pierre en Krijger brengen krachtige accenten aan, de toon van Thys goed accentuerend.

Ook in 'Desoriented' treft Thys de toon goed. Ontleend aan 'Encounters Of The End Of The World', een film over het vreemde fenomeen dat pinguïns soms gedesoriënteerd raken en zo, met elkaar, een mars ondernemen die hun dood wordt. Weemoedig en triest is zijn toon op basklarinet. Pierre legt er een karig maar subtiel ritme onder en Krijgers klankwolken verhogen ook hier het dramatisch effect. In 'The White Diamond' onderneemt Herzog een reis in een zeppelin boven het oerwoud. Thys kiest in zijn visie dan ook voor een ruimtelijke en sferische benadering, passend bij het thema. De wat ijlere noten van de sopraansax zorgen ervoor dat je als luisteraar vrolijk meezweeft.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Een avond vol verrassingen

Martin Küchen, Audrey Lauro & Dirar Kalash / Joshua Abrams Natural Information Society, zaterdag 11 april 2015, Oorstof, De Trix, Antwerpen

Eén van de leukere zaken aan de Oorstof-serie in Antwerpen is dat het zich niets aantrekt van de grenzen binnen de muziek. Jazz vormt weliswaar de hoofdmoot, maar op regelmatige basis worden er interessante uitstapjes gemaakt naar andere genres, zoals ook weer eens op deze avond bleek.

Saxofonist Martin Küchen had het aanbod om enige dagen in residentie te komen, samen met collega-saxofonisten Audrey Lauro en Dirar Kalash, graag aanvaard en nu klonk het resultaat van deze samenwerking onder de naam 'Check Time Lapse'. Küchen kennen we natuurlijk onder andere van Angles 9 (hun album 'Injuries' uit 2014 scoorde tweede op het jaarlijstje van deze blog), maar maakt zich ook als soloartiest verdienstelijk. De Belgische Audrey Lauro werkte mee aan 'Buenaventura' van Mâäk, terwijl de van oorsprong Palestijnse Dirar Kalash onlangs nog met John Edwards het podium deelde.

'Check Time Lapse' betekent zowaar een nieuw hoogtepunt in het oeuvre van deze muzikanten. Een compositie voor twee tenorsaxen, een altsax (Lauro) en elektronica (Küchen en Kalash). Kalash zet direct de toon met felle uithalen op tenor, gevolgd door een lange, breed uitgesponnen solo van Lauro. Intens blazend op haar alt weeft ze een kleurrijk patroon. Lange, melodieuze lijnen afgewisseld met felle uithalen. Krachtig en fragiel tegelijk. De elektronica die meeloopt bevat stemmen van mensen op een feestje, ruis uit diverse radiootjes (Küchen), noise en andere vreemde geluiden. Bijzonder zijn ook de solo's die Küchen blaast op het slangetje met het mondstuk van een sax. Op sommige momenten heeft het wel iets weg van de fluit van een fakir.

Natural Information Society, een project van Joshua Abrams, is van een totaal andere orde. Dit trio heeft om te beginnen een zeer bijzondere bezetting. Bassist Abrams zelf bespeelt de guimbri of sintir. Dat is een driesnarige met leer overtrokken bas-luit van de Gnawa, een volk uit West-Afrika. Lisa Alvarado bespeelt het harmonium - ook al geen alledaags instrument - en de gong en tot slot hebben we drummer Frank Rosaly. Vanaf het eerste moment zet dit trio een opzwepende, energieke performance neer met invloeden uit West-Afrika, India, krautrock, free jazz en wat hier allemaal nog bij past. De melodieën zijn aanstekelijk, het ritme is verslavend, bedwelmend en verdovend, mede door de drone die Alvarado produceert met haar harmonium.

In 'Sound Talisman' hanteert Alvarado ook de gong. Het eindeloze, ritmische geroffel op dit instrument en de overweldigende, doordringende klank geven het nummer een extra hallucinerende lading. Eén keer tijdens de set treedt de jazz op de voorgrond. Abrams heeft zijn bas tevoorschijn gehaald en improviseert er samen met Rosaly lustig op los. Hier even geen ritmische, bedwelmende patronen. Maar lang duurt het niet. Alvarado komt erbij en 'Lore' is een feit. Het enige nummer waarbij Abrams zijn bas benut. In de toegift 'Represencing' laat dit trio nog één keer horen waartoe het in staat is.

Klik hier voor foto's van dit concert door Hans van der Linden.

Angles 9 geeft op 23 mei een concert in De Singer in Rijkevorsel. Een dag later is deze band te zien op Jazz in Duketown in Den Bosch.

Labels:

(Ben Taffijn, 17.4.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Luc Houtkamp, Simon Nabatov & Martin Blume - 'Encounters' (Leo Records, 2014)

Opname: 23 maart 2014

Op zondag 23 maart 2014 vond in De Loft in Keulen een bijzondere ontmoeting plaats. Drie gelauwerde musici uit de Europese improvisatie ontmoetten elkaar voor de allereerste keer op het podium. Dat op zich is, zoals ook in het cd-boekje wordt gezegd, niet altijd een succes. Zeker niet binnen de vrije improvisatie. Maar geen paniek, hier heeft het alleszins goed uitgepakt. 'Encounters', ontmoetingen in goed Nederlands, getuigt ervan.

In wezen bestaat dit album uit één lange improvisatie, al is hij voor de vorm in stukken gehakt met titels die alle iets zeggen over de diverse fases binnen de ontmoeting. Onstuimig en eclectisch, vol wonderlijke, kleurrijke klanken, waarbij Luc Houtkamps intense en doordringende saxspel, Simon Nabatovs ingewikkelde clusters van noten en Martin Blume's slagwerkpatronen voor een spannend geheel zorgen.

'Running (Into)', het eerste en langste stuk, zet direct de toon. Een paar lang geblazen noten van Houtkamp, met korte interrupties van Nabatov en Blume, vormen een schurend, atonaal geheel. Het mondt uit in een onstuimige, weerbarstige en diep intense solo van Houtkamp, ondersteund door krachtige pianoaanslagen en stuwend slagwerk. Ook de daaropvolgende sprankelende pianosolo van Nabatov, regelmatig geïnterrumpeerd door Houtkamps heftige uitbarstingen, laat niets te wensen over. In 'Coming (Across)' spelen alle drie de musici slagwerk, althans die associatie krijg je bij het beluisteren van dit stuk. De korte plopgeluiden die Houtkamp produceert, Nabatov die de binnenkant van zijn piano verkent en Blume die zijn trommels beroert: het past allemaal wonderwel goed bij elkaar. Halverwege mondt het uit in een stuk dat nog het meest wegheeft van een zomerbriesje.

In 'Bumping (Against)' botst Houtkamp inderdaad overal tegenaan met zijn onweerstaanbare, diep grommende geluid. Nadat in 'Meeting (Of)' - de ontmoeting is nu bijna ten einde - alle sluizen nog eenmaal open zijn gegaan in een fonkelend duet van Nabatov en Blume, komen we in 'Facing (With)' tot slot in rustiger vaarwater. De klanken sterven weg en de conclusie kan worden getrokken: dit was een bijzondere ontmoeting! En voor hen die er niet bij waren: gelukkig hebben we de cd.

Labels:

(Ben Taffijn, 16.4.15) - [print] - [naar boven]



Terugblik
A Great Day in Amsterdam


De Wereld Draait Door stond maandag 13 april helemaal in het teken van de Nederlandse jazz om aandacht te vragen voor soul- en jazz-zender Radio 6, die na dit jaar gaat verdwijnen.

In de ochtend werd eerst een remake gemaakt van een van de beroemdste foto's uit de jazzgeschiedenis, 'A Great Day in Harlem' van Art Kane uit 1958, waarop de belangrijkste Amerikaanse jazzmuzikanten uit dat jaar te zien zijn. Voor de foto van 2015 werden 99 Nederlandse jazzmusici uitgenodigd. Fotojournalist Merlijn Doomernik nam de foto bij de Westergasfabriek in Amsterdam en was er zelf de honderdste gast op. Naast deze honderd genodigden bestond het hele publiek van deze speciale jazzuitzending uit Nederlandse jazzmusici. Radio 6 was vertegenwoordigd door presentatrice Mijke van Wijk.

De foto van Doomernik werd tijdens de uitzending onthuld. Ook waren er prachtige optredens van onder meer Eric Vloeimans, Bruut!, Anton Goudsmit, Ruben Hein, Wouter Hamel, Fay Claassen, Ntjam Rosie, Teus Nobel, Louis van Dijk en John Engels te zien. De aanwezige muzikanten waren zichtbaar opgetogen om elkaar in zo'n grote getale te weerzien, een kans die zich niet vaak voordoet. Tijdens de uitzending werden hilarische filmpjes vertoond en innemende gesprekken gevoerd. Geheel in het kader van die allesverbindende jazz.

De uitzending werd met ruim 1 miljoen kijkers goed bekeken. En hoe de selectie van de muzikanten voor de foto ook tot stand is gekomen, het is een mooie, kleurrijke afspiegeling van de rijke Nederlandse jazzcultuur.

Wil je de hele uitzending, of fragmenten nog eens terugkijken? Klik dan hier.

Labels:

(Donata van de Ven, 16.4.15) - [print] - [naar boven]





Concert
The voice is the most beautiful instrument of all

Fay Victor's Herbie Nichols SUNG, zaterdag 10 april 2015, De Singer, Rijkevorsel

Fier kondigde De Singer aan dat ze als enige Fay Victor naar België gehaald hadden met haar project SUNG. De zangeres tracht, met het schrijven van eigen teksten, de muziek van Herbie Nichols (1919-1963) beter bekend te maken bij het grote publiek. Pianist en componist Nichols schreef onder meer de muziek van 'Lady Sings The Blues', de beroemde song van Billie Holiday.

"The voice is the most beautiful instrument of all", aldus Herbie Nichols. En dat is nu juist het punt. Want zo'n uitspraak vraagt namelijk om nuancering. Zoals de vraag wat er van zo'n uitspraak overblijft als een stem je niet aanspreekt qua klankkleur, je niet kan boeien of emotioneren? Dan zit je gans het concert met een probleem.

Victors klank is scherp en penetrant. Haar improvisaties en scats zijn overdadig weelderig en acrobatisch. Hierdoor worden teksten tot onverstaanbaar gebrabbel. Ze scat, ze kreunt, ze hijgt, ze puft... maar vindt hier niet de weg naar hart en geest. Haar 'Lady Sings The Blues' doet je met weemoed denken aan de vertolking van Holiday. Het ontbeert de zeggingskracht door eenvoud, puurheid en timing. Victor is een improvisator pur sang en etaleert alle mogelijkheden van haar stem, maar vindt ook hier niet de weg naar hart en geest.

Momenten waarop zij haar reputatie waarmaakt zijn de unisono's van het trio. Dat waren knappe staaltjes qua zuiverheid van intonatie en timing. Waardering ook voor de sterke prestaties van haar begeleiders, pianist Achim Kaufmann en rietblazer Tobias Delius. Hun spaarzame solo's waren een verademing, maar hun solistisch aandeel was te beperkt.

Fay Victor wordt omschreven als een van de grootste vocalisten van het moment en het publiek - niet talrijk in opkomst, maar duidelijk adepten van Victor - deelde die mening en riep haar zelfs tweemaal terug voor een bisnummer. Zo zie je maar weer: zoveel hoofden, zoveel zinnen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Gerda Boel, 15.4.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Lotte Anker & Fred Frith - 'Edge Of The Light' (Intakt, 2015)

Opname: 11 juli 2010
Fred Frith & Barry Guy - 'Backscatter Bright Blue' (Intakt, 2015)
Opname: 14 augustus 2007

Fred Frith is in de loop van de afgelopen decennia wellicht uitgegroeid tot de meest experimentele gitarist binnen de jazz/rock. Een gitarist die met behulp van een overvloed aan technieken en hulpmiddelen een volstrekt uniek klankuniversum creeërt, waarbij in zijn spel de gitaar als zodanig vaak niet eens meer te herkennen valt. Het blijkt ook weer uit twee recent bij het Zwitserse kwaliteitslabel Intakt Records uitgekomen duo-cd's. Eén met saxofoniste Lotte Anker en één met bassist Barry Guy. In beide gevallen zijn het opnamen van reeds enige jaren terug, maar het mag een wijs besluit heten van Intakt om deze opnamen alsnog uit te brengen.

Frith en Anker spelen een bevlogen en spannende set. Beide musici hebben het explorerende, verkennende hoog in het vaandel staan. Ze tasten elkaar af, trekken samen op, maar gaan ook regelmatig ieder hun eigen weg. Beide grossieren in onverwachte en bizarre klanken, maar vooral Frith staat hierin zijn mannetje. Tegelijkertijd weten beiden echter ook weg met het serene, bijna transcendente, met als hoogtepunt - hoe kan het ook anders gezien de titel - 'Hallucinating Angels', het slotstuk van de cd. Opvallend is ook hoe dicht de beide musici elkaar soms benaderen qua klankkleur en toonvorming. In 'Reasonably Available Control Measures' klinkt de sax van Anker op enig moment bijna als een gitaar. En ook het vraag-en-antwoordspel op 'Thief Breaks Into An Empty House' valt in deze categorie.

De set van Frith en Guy is zo mogelijk nog experimenteler. Het is ook minder een duet-cd. Guy zegt zelf over deze set: "We created a music which is syllogistic in the sense that the end product is drawn from two very different musical lives, each refecting our own history." Het eerste stuk, ruim twintig minuten lang, is dan ook voor een groot deel een complex klankuniversum. Onwezenlijk, soms onheilspellend, precies wat je verwacht bij de titel: 'Where The Cities Gleam In Darkness'. Juist, de geluiden van de nacht. Bijzonder ook hoe zich, net over de helft, ineens een spannend ritme ontvouwt, gebruikt door Frith om eens treffend op te soleren. Er is ineens leven in de duisternis. Het ander lange nummer, 'Moments Full Of Many Lives', is eveneens een hoogtepunt. Het klinkt alsof er iemand stukjes muziek van verschillende tapes aan elkaar heeft zitten plakken. Fragmenten schieten voorbij, waarbij de muzikale structuur en kleur snel wisselen. In de tweede helft doet een hallucinerend ritme zijn intrede. Als een steeds heftiger wordende draaikolk biedt het ondersteuning aan de extatische gitaarriffs van Frith. Een memorabele climax.

Klik hier om naar samples van deze cd's te luisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 15.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert
In trance met The Necks

woensdag 8 april 2015, Paradox, Tilburg

The Necks een onconventioneel pianotrio noemen is een understatement. Reeds 29 jaar werkt dit Australische trio in een volstrekt eigen stijl: sets bestaande uit één lange geïmproviseerde compositie, het minimale variëren op één akkoord - wat we ook kennen van minimal music - en het integreren van trance-effecten zijn allemaal kenmerken geworden van The Necks. Bassist Lloyd Swanson zei hier onlangs, in een interview met Guy Peters voor Gonzo (Circus) nog het volgende over: "We hebben dat inderdaad zo laten evolueren; het was geen bewuste tactiek. En wat de duur betreft: we wilden er geen haast achter zetten, want sneller ingrijpen zou een grotere controle over de muziek vereisen en dat was iets wat we juist niet wilden. De muziek moest haar eigen logica kunnen ontwikkelen.

Pianist Chris Abrahams, drummer Tony Buck en bassist Lloyd Swanson zetten dan ook in Paradox weer een performance neer die aan alle verwachtingen, die we van The Necks hebben, voldeed. Dat dit geen traditioneeel pianotrio is, wordt reeds duidelijk bij de podiumopstelling. Abrahams zit niet links met zijn gezicht naar de anderen en de zaal gericht, maar rechts met zijn rug naar de twee andere musici. Buck zit daarentegen links en Swanson staat in het midden. Abrahams kan zich zo beter concentreren en de muziek het werk laten doen, of zoals Abrahams het zegt in het eerdergenoemde interview: "Eigenlijk voelt het eerder aan als worden meegevoerd door de muziek dan zelf actief elke noot te moeten creëren."

In de eerste set is het Abrahams die begint met ritmisch, zichzelf eindeloos herhalend pianospel: het handelsmerk van The Necks. Swanson ondersteunt minimaal op bas. Met de komst van Buck neemt de complexiteit langzaamaan toe. Een ander kenmerk van The Necks: je neemt het niet bewust waar, maar gaandeweg wordt de muziek steeds complexer. Door het repeterende, meditatieve karakter van de muziek valt dit echter niet op. Haast onwillekeurig neemt de muziek je, door de enorme intensiteit, mee op een eindeloze reis. Abrahams ziet dan ook overeenkomsten met het Australische landschap waar je eindeloos doorheen kunt rijden. Ook dit landschap verandert, maar even onopvallend als deze muziek. Een boeiend moment zit aan het eind van de eerste set. Het samenspel is intussen uitgegroeid tot een verdovende maalstroom van ritmische klanken. En dan maakt Abrahams zich langzaam los. Eerst een enkele toon, dan nog één en nog één. Tot een subtiele melodie zich ontworstelt aan de geluidsmuur.

De tweede set is van een andere karakter: ingetogener, duister, met een grote rol voor Swanson. Ergens in het middenstuk doorbreekt deze de ingetogen cadans van piano-drums door met de strijkstok onregelmatige geluidsgolven te produceren, opkomend en wegstervend. Ook verderop zit een extatisch moment: Abrahams eindeloze hameren in het lage register van de piano. Hij produceert zo sombere, duistere klanken, terwijl Buck hier de bekkens beroert en met een klokje hoge tonen ten gehore brengt. En dan het slot, waarin het samenspel tot grote hoogte is gebracht: golvende pianoakkoorden, sterk ritmisch slagwerk en basspel leveren een hallucinerend totaal. Maar in plaats van een totale climax kiezen de musici ervoor om het tempo fasegewijs af te laten nemen en deze improvisatie te laten eindigen als een nachtkaars.

Klik hier voor foto's van dit concert door Hans van der Linden.

Labels:

(Ben Taffijn, 13.4.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Chris Lightcap's Bigmouth - 'Epicenter' (Clean Feed, 2015)

Opname: 16-17 december 2013

Hoewel bassist Chris Lightcap een mooi palmares heeft opgebouwd aan de zijde van onder meer Joe Morris en Anthony Braxton, blijft zijn eigen discografie voorlopig vrij beperkt. Na vijf jaar wachten is er nu eindelijk het vervolg op 'Deluxe', waarmee hij in 2010 op heel wat eindejaarslijstjes belandde. Dat was te danken aan zijn eigen composities, maar ook de imponerende line-up van het kwintet Bigmouth, met daarin het superbe saxofonistenduo Chris Cheek en Tony Malaby (beide op tenor), de virtuoze toetsenist Craig Taborn en ritmemachine Gerald Cleaver.

Al de troeven die op 'Deluxe' aanwezig waren – de broeierige Wurlitzerlijnen, de grandioze, melancholische en soms poppy saxharmonieën, de hardnekkige grooves – zijn er nu ook, maar toch is 'Epicenter' ook een heel andere plaat. Belangrijkste reden is vermoedelijk dat het grotendeels bestaat uit het zevendelige 'New York: Lost and Found', een werk waarvoor Lightcap een commissie aangeboden kreeg van Chamber Music America's programma en dat voor het eerst werd uitgevoerd in 2012. Ondanks (of net door) dat grote verhaal werd de sound aanzienlijk verbreed.

En net zoals 'Deluxe' meteen uitpakte met prijsbeest 'Platform', zo gebeurt dat ook hier met het veelkleurige 'Nine South': een Afrikaans getint Wurlitzermotief, twee innig rond elkaar wentelende saxen, aanstekelijke ritmes en een temperatuur die gestaag de lucht in gaat. Warmbloedige en catchy jazz die behendig kleffe zones mijdt en zowel individuele hoogstandjes als collectief spel bevat om mee uit te pakken. Iets minder uitbundig, maar even herkenbaar, zijn 'Stillwell' en 'Stone By Stone'. Dit vijftal weet duidelijk wat nodig is om zo'n verhaal boeiend te laten openvouwen en de composities te laten dansen. Knus op één tegel of in vloeiend uitwaaierende patronen.

'Epicenter' bevat in vergelijking met de voorganger en bovenvermelde tracks ook wel een paar verrassingen. Zo heeft het korte 'White Horse' met die akoestische gitaren, galmende saxen en het zoemende orgel een filmisch, hypnotiserend effect en pakt het al even compacte 'Down East' ineens uit met staccato pianoherhalingen en twee dwars door elkaar scheurende saxen, die het stuk naar het terrein van de manische rockgroove sturen. Een klein seismisch schokeffect.

Al even opvallend is de titelsong, een scharnierstuk dat een pak sterker in de traditie verankerd is, met een springerige melodie die zo van bij de jonge Ornette Coleman had kunnen komen en vervolgens een platform biedt voor uitgebreide solo's van Lightcap, Taborn (op piano deze keer) en beide saxofonisten, die opnieuw fungeren als een onweerstaanbare tandem. Veel verschillende kleuren en geluiden binnen dit geheel, al volgt de grootste verrassing pas aan het einde, wanneer die lange suite nog eens gevolgd wordt door een robuust marcherende versie van 'All Tomorrow’s Parties' van The Velvet Underground. Een even majestueuze als hysterische climax.

Kortom: Lightcap bewaart de kernkwaliteiten van 'Deluxe', maar breekt de groepssound ook baldadig open met invloeden uit verschillende windrichtingen. Dat bezorgt het album een bonte identiteit zonder daarom te belanden bij een schizofrene willekeur. Een bevestiging en een uitdaging ineen. Nu nog op een podium in deze contreien.

Deze recensie verscheen ook op Cobra.be

Klik hier om te luisteren naar de titeltrack van deze cd.

Labels:

(Guy Peters, 13.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Bevlogen en onorthodox

Erik Vermeulen Trio, dinsdag 7 april 2015, Hot Club de Gand, Gent

Waarom heb je een boontje voor Hot Club de Gand en het Erik Vermeulen Trio? Het antwoord op die vraag is eenvoudig: beide zijn authentiek! Via het nauwe Schuddevisstraatje aan de Groentemarkt in Gent beland je in de Hot Club de Gand. Door de bouwvallige staat van het gebouw aan het steegje konden de brandweer en het stadsbestuur eerder niets anders doen dan deze toegang af te sluiten uit veiligheidsoverwegingen. Geen toegang kwam automatisch neer op het sluiten van dit muziekcafé. Een 80-tal mensen liepen op 29 juli 2013 van het stadhuis naar de Hot Club de Gand en terug om aandacht te vragen voor de sluiting. De Hot Club de Gand is een plaats van creativiteit en gezelligheid en kent een uitmuntende programmatie. Daarom heeft dit café een naam en faam tot voorbij de Belgische grenzen. Hoog tijd dus voor een bezoek en concert ter plekke.

Qua authenticiteit doen de locatie en het trio van Erik Vermeulen niet voor elkaar onder. Opvallend is het overwegend jonge publiek en voor de meesten is dit hun vaste 'pint en pot'-plek. Maar men is aandachtig en betrokken als het trio met Wayne Shorters 'Prince Of Darkness' aan het concert begint. Vermeulen houdt de gemoederen bezig met intelligente en avontuurlijke interpretaties van standards als 'Person I Know' (Bill Evans), 'Night And Day' (Cole Porter) en eigen composities 'Subdominance' en 'Onaf' van zijn recent uitgebrachte cd 'Asterisk'.

En Erik zou Vermeulen niet zijn als hij na de pauze niet op zijn eigen wijze met de aankondiging "gezien de piano vals is, gaan we in deze tweede set enkel energetische stukken spelen" de pianostemmer weer werkgelegenheid bood. Het trio haat de automatische piloot, is bij voortduring bezig de composities te ontrafelen, melodie en akkoorden met durf te herbezinnen en van vers bloed te voorzien. Bassist Manolo Cabras en drummer Marek Patrman zijn voor Vermeulen soulmates, waarbij hij met een gerust hart zijn bevlogen en onorthodoxe pianospel kan laten stromen en van commentaar laat voorzien. Dit concert bewijst dat het Erik Vermeulen Trio gerekend kan worden tot een van België's vooraanstaande pianotrio's. Zeker en vast!

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Cees van de Ven, 12.4.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Trio WUH - 'Live At Jazzinec' (eigen beheer, 2014)

Opname: 28 februari 2013

Het in januari 2012 opgerichte Trio WUH is gebaseerd op de achternamen van de drie muzikanten: de Amerikaanse pianist Skip Wilkins, de Tsjechische bassist František Uhlíř en de eveneens Tsjechische drummer Jaromír Helešic. Drie muzikanten met veel ervaring. Zo groeide Wilkins (1961) op in Boston, waar hij studeerde aan de fameuze Berklee College of Music. Hij speelde veel samen met Phil Woods en stond ook op het podium met David Liebman, David Sanchez, Stanley Turrentine, Bobby Watson en Clark Terry, om er maar een paar te noemen. Hij bracht als leider al 11 cd's uit op verschillende Amerikaanse en Europese labels. Uhlíř (1950) studeerde af aan het conservatorium van Brno. Hij speelt in de traditie van grote Tjechische jazzbassisten als George Mraz en Miroslav Vitouš en wordt gezien als een van Europa's beste bassisten. Ook Uhlíř heeft gespeeld in legio internationale samenwerkingsverbanden, zo werkte hij samen met Benny Baily, Ted Curson en Marcus Printup. Helešic (1947) was in de jaren 70 een van de meest gevraagde drummers in Tjechië. Zijn muzikale activiteiten reiken van Europa tot India.

De debuut-cd van Trio WUH kwam vorig jaar uit. De opnames van een liveconcert tijdens Jazzinec, het internationaal muziekfestival in het Tsjechische Trutnov. De live ambiance doet de opnames van dit trio bijzonder goed. De drie musici zijn goed op dreef en spelen een sterke set.

Dat begint reeds met het bekende 'The Second Time Around', een nummer geschreven door componist Jimmy Van Heusen. Wilkins zet een werkelijk virtuoze solo neer op piano en Uhlíř plukt hier heftig aan zijn bas. Ook Helešic laat direct in dit nummer horen wat hij in huis heeft in een klassieke drumsolo, waarbij hij enige keren wordt onderbroken door korte intermezzi van het duo Wilkins-Uhlíř. Het hierop volgende 'Bossa Cosa' van Uhlíř is een Braziliaans geïnspireerde ballad, waarin vooral Uhlíř op zijn bas excelleert. De man beschikt over een zeer melodieuze, warme toon en laat zijn bas klinken als een monoloog. Het spel komt echter nog mooier tot zijn recht in het duet met Wilkins, waarbij de beide musici om beurten de melodie oppakken en uitwerken. Even delicaat als intens en met grote beheersing van de instrumenten.

Het hoogtepunt van het album is misschien wel 'Luiza' van Antonio Carlos Jobim. Wilkins speelt hier ingetogen en uitbundig tegelijk, het melancholieke niet schuwend. Uhlíř en Helešic begeleiden op zeer subtiele wijze. De onderlinge afstemming, de timing, het nadert hier de perfectie. En wat een weemoed zit er ook in 'Song For Jane'. Het is ook hier weer Uhlíř die laat horen een absolute meester te zijn op zijn instrument, de weemoed vertolkend in zijn baslijn. En als Wilkins er dan ingetogen, teder, bijna breekbaar bij komt...

Er is aan pianotrio-opnames in de jazz geen gebrek. Maar deze steekt er met kop en schouders boven uit. Klassieke jazz in de ware zin van het woord.

Labels:

(Ben Taffijn & Maarten van de Ven, 12.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Slang glijdt door impro-suite

Serpiente Emplumada, zaterdag 4 april 2015, Atelier il Sole in Cantina, Groningen

Atelier il Sole in Cantina, een souterrain in de Groninger binnenstad, is al jaren een ontmoetingsplek voor internationale jonge muzikanten en muziekliefhebbers. Zaterdagnacht stond het Servisch/Nederlandse kwintet Serpiente Emplumada er. Pure improvisatiemuziek maken de mannen van tenorsaxofonist Vojislav Savanov en toetsenspeler Aca Dejcic.

Wanneer de lavalamp op de box in actie komt, is het tijd de lichten te dempen en zet Dejcic op de blokfluit een deuntje in. Het is zo fragiel als het eerste lentebriesje. Weldra voegen de andere muzikanten zich bij hem, eveneens op blokfluit (gitarist Jorrit Westerhof op neusfluit) en vormen zo een abstract geluidsweefsel. Die neiging tot abstractie is kenmerkend voor de aanpak. Structuren (verdichtingen en verdunningen, dynamische variatie) ontstaan spelenderwijs, letterlijk. Zo ontvouwt zich een soort onvoorspelbare suite. Nu en dan gooide de keyboardspeler er vanaf zijn tablet teksten door die dadaïstische gedichten van Tristan Tzara of Kurt Schwitters hadden kunnen zijn. 'Sforza prut prut', noteerde ik en 'Kija kret kret kret'.

En zo voltrok zich een ritueel dat zich over ruim zeventig minuten uitstrekte – ik bedoel, er zijn Paasmissen die gebruikersvriendelijker uitpakken. Soms, als dat zo uitkwam, zette bassist Marko Curcic er een funky riffje onder, even later bepaalde hij zich tot een hypnotiserende puls van één noot. Drummer Aleksandar Skoric kon zich met zijn vegertjes heel bescheiden en dienstbaar opstellen, maar op andere momenten leek hij ketels en bekkens met geweld door de zeventiende eeuwse tegelvloer te willen stompen. Dan werd hij weer een beestmens. Toch opmerkelijk, hoe je met slechts vier ledematen vijf of zes ritmen simultaan kunt spelen.

Savanov bleef overwegend het oog in de orkaan; Westerhof imponeerde als improvisator het meest. Hij kan tekeergaan als een Jimmy Raney op benzedrine. Met zijn verbeeldingskracht en zijn vermogen als een filmmonteur van scènes te wisselen was hij de primus inter pares.

Merkwaardig, hoe ook extreme impro in deze eeuwenoude omgeving iets tijdloos krijgt. Ik zag dat er een nieuw plakbandje om een stroomkabel zat. Maar ik kan me ook vergissen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 10.4.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Sweet Defeat - 'Untitled' (El Negocito, 2014)

Opname: 2014

Twaalf miniatuurtjes, verdeeld over drie delen. Waarbij de instrumenten - rieten, cello en gitaar - lustig om elkaar heen cirkelen in over het algemeen welluidende melodieën, die regelmatig meer aan hedendaagse kamermuziek doen denken dan aan jazz. Maar, mét een rafelrandje, dat wel! Want naast hedendaags klassiek en jazz mengen de heren ook nog folk en soms een scheutje rock in hun brouwsel, zoals in 'From Gutter To Nowhere', waar gitarist Bert Dockx enthousiast aan de snaren plukt en zo voor een mooi contrast zorgt ten opzichte van cellist Lode Vercampt en rietblazer Tom Wouters, die in dit nummer de basklarinet hanteert. Zij kiezen hier namelijk voor het klassieke idioom.

Het is een bijzonder trio dat zich hier verzameld heeft. Wouters, de initiatiefnemer, kennen we van de Flat Earth Society, de band die balanceert op het snijvlak van jazz en rock en zijn inspiratie onder andere weghaalt bij Frank Zappa. Dockx is eveneens een alleseter, getuige zijn verrichtingen met Flying Horseman en Dans Dans. Vercampt tenslotte kennen we van het Radio KUKAorkest en het Brick Quartet. Maar nu dus samen in een toch wel aparte triobezetting. De combinatie rieten-cello-gitaar is immers geen alledaagse.

Het levert in dit geval echter een alleszins sterke cd op. Zie in 'Backdrop Teadrop' de klarinet en de gitaar om elkaar heen draaien, terwijl de gitaar een tegenmelodie speelt, die allengs woester wordt. Of Tom Wouters, die in 'Cocooning Bitch' een speelse solo blaast op zijn klarinet als tegenwicht van het patroon dat gitaar en cello met elkaar weven. Dat Wouters ook nog kan zingen bewijst hij in 'Jingle Toe', een wat melig liedje dat teruggrijpt naar de jaren twintig van de vorige eeuw, inclusief de galm die erbij hoort. 'The Squirrel Apoligizes' is een hoogtepunt op het album. Het wilde gitaarspel van Dockx en het enthousiaste duet tussen Vercampt en Wouters stuwen de muziek tot grote hoogte. Gaandeweg ontspoort het nummer op aangename wijze. Dat krijg je als een eekhoorn zijn excuses gaat aanbieden!

Klik hier om vier tracks van dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 10.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Van moderne gecomponeerde jazz naar vrije improvisatie

Young VIPs Tour 2015: Loran Witteveen Quintet, Cudars-Draksler Duo & Feecho, vrijdag 3 april 2015, Bimhuis, Amsterdam

Er staat de talentvolle Young Vips – de pianisten Loran Witteveen en Daja Draksler – nog tot eind mei een uitgebreide tournee te wachten. Een en ander mogelijk gemaakt en georganiseerd door het Fonds Podium Kunsten, Dutch Jazz Competition en de VIP (Vereniging van Jazz- en Improvisatiemuziek Podia).

In het Bimhuis opende het kwintet van Loran Witteveen de avond. Een kwintet, bestaande uit de altsaxofonisten Toms Rudzinskis en Jasper van Damme, bassist Lennart Heyndels en drummer Pit Dahm, dat zeer strak uitgeschreven en ingetogen op hedendaags klassieke muziek gebaseerde muziek ten gehore bracht. In dat kader was het niet verwonderlijk dat Witteveen een pianocompositie van de componist Ligeti tot een eigentijdse jazzcompositie had verwerkt.

Naast die klassieke invloed was er ook nog inspiratie geput uit de muziek van Lennie Tristano's befaamde 'cool' jazzkwintet uit eind jaren veertig met de saxofonisten Lee Konitz en Warne Marsh. In die context werd er zowel door Witteveen als beide saxofonisten nogal behoedzaam en academisch gesoleerd.

In het sluitstuk, ironisch getiteld 'Jolijt', werd het academische harnas afgeschud en op een 'ouderwetse' hardbop-wijze gemusiceerd, met een heftige en emotioneel geladen solo van altist Van Damme. De uiterst muzikaal en geconcentreerd drummende Pit Dahm wist hier het kwintet met veel pit naar grote hoogten te stuwen.

Pianiste Kaja Draksler speelde na de pauze met haar duo's Feecho (met drummer Onno Govaert) en Cudars-Draksler (met gitarist Matiss Cudars) en tenslotte met beide secondanten als trio. In alle gevallen was het muzikale stramien van hetzelfde: totale vrije improvisatie. Die muziekvorm is ergens rond de jaren zestig ontstaan, werd free jazz genoemd en had al snel volgelingen in Nederland: onder anderen Misha Mengelberg, Han Bennink en Willem Breuker. Free jazz oftewel instant composing werd gemeengoed op de jazzpodia en het toen opgerichte Instant Composers Orchestra bestaat nog steeds en maakt nog immer succesvolle tournees naar onder meer de Verenigde Staten.

Inmiddels is het peloton free-jazzers enigszins uitgedund. Kaja Draksler daarentegen is een adept van de vrije improvisatie. Ze heeft daarbij haar lesje goed geleerd van free-jazz veteraan pianist Cecil Taylor. Naast haar wervelend, rapsodisch pianospel in combinatie met simpele en verstilde momenten bewerkt zij wisselend eveneens de snaren van de vleugel, hetgeen in samenwerking met zowel Govaert als Cudars verrassende en intieme klankkleuren oplevert. Summa summarum: spannende klankexpedities en intensief en geïnspireerd samenspel.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Jacques Los, 10.4.15) - [print] - [naar boven]



Nieuws
Film over Boy Edgar in de maak


25 Maart jongstleden startte een crowdfundingproject voor een film over het leven van jazzlegende Boy Edgar, naar wie de prestigieuze Buma Boy Edgar Prijs werd vernoemd, in Nederland de belangrijkste prijs voor jazz en geïmproviseerde muziek.

Edgar was vooral bekend als musicus, componist en bigbandleider, maar bleek er een driedubbelleven op na te houden als medisch wetenschapper, huisarts en jazzmusicus. Maar hoe kreeg hij het voor elkaar om zulke uiteenlopende professionele disciplines te combineren? In een tv-uitzending gaf hij daar zelf ooit als antwoord op:

"Ik zie niet zoveel verschil. Je kunt wetenschap alleen maar goed beoefenen met een open geest en creativiteit en datzelfde geldt voor een beroep als huisarts en uiteraard voor het goed beoefenen van de muziekpraktijk."

Volgens regisseur Hans Hylkema (die eerder een schitterende documentaire maakte over Eric Dolphy) en producente Annemiek van der Hell is het wel de bedoeling dat de film een muziekdocumentaire wordt, maar kan het nooit over muziek alleen gaan. Want door zijn gedreven en idealistische karakter weigerde Edgar om tussen de drie disciplines te kiezen; de onvermijdelijke stress van zijn overvolle leven bestreed hij met alcohol, aan welke gevolgen hij uiteindelijk op zijn vijfenzestigste stierf.

De makers hopen met de crowdfundingactie 25.000 euro te vergaren, waarmee de film geproduceerd kan worden. Voor meer informatie over de film en de actie klik hier.

Labels:

(Donata van de Ven, 9.4.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Boy's Big Band – 'Return' (Nederlands Jazz Archief, 2015)

Opnamen: 19 juli 1965, 21 oktober 1965 & 7 april 1966

'Competitive Challenge' is een goed voorbeeld van Boy Edgars werkwijze. Voorop staat: het orkest is er voor de solisten. Dus heeft hij een simpel riff-achtig thema geschreven, waaromheen de individuele stemmen alle ruimte krijgen. Vergeleken met de studioversie van daags tevoren is de live radio-opname uit de Groninger Harmonie liefst vijf minuten uitgedijd. In dat opzicht was Boy Edgar meer Basie dan Edward E. Ook in de oorspronkelijke Basie-band stonden de solisten altijd centraal; een soort orkestraal combo was dat. Maar Duke Ellington was zijn eerste en eeuwige liefde en dat hoor je terug in het coloriet van zijn stukken. Met name in 'Blues Minor' komt dat tot zijn recht. Hier is het koper, afgezien van bastrombonist Erik van Lier, naar de kantine. Je mist het niet. Dit zou je ook kunnen beschouwen als de blauwdruk voor de latere Boy Edgar Sound.

En het was natuurlijk fantastisch dat Theo Loevendie niet alleen tussen de rieten zat en potente sopraansolo's blies, maar tevens avontuurlijke composities leverde. Die bracht ook andere heilzame invloeden in: klassiek, Turks – en Stan Kenton was evenmin onopgemerkt gepasseerd. 'Return' is voor mij de hit van het album. En je hoort, hoe 'Finch Eye' in een half jaar evolueerde. De live-uitvoering in het Amsterdamse Concertgebouw begint met het thema, gevolgd door wat aarzelende akkoorden over een baslijn. Het eindigt in een collectief pandemonium. Later werd dat begin spannender gemaakt door ook daar kort collectief te laten improviseren. Werkte beter.

Het was een goed idee van Edgar geweest zijn orkest op te trekken rond de Diamond Five, het toonaangevende moderne jazzcombo toen. Beide versies: ook Dick van der Capellen, de oorspronkelijke bassist van de Diamonds, was vaak van de partij. Alleen al zijn aanwezigheid op acht van de negen tracks wettigt de aanschaf van deze cd. Als je hem hoort soleren, lijkt alles soepel en vanzelf te gaan – die timing, die notenkeuze, die kleurnuances. In werkelijkheid werkte Van der Capellen altijd enorm gefocust: elke noot werd gewikt en gewogen. Een goed idee ook omdat John Engels, net als zijn pa, een eersteklas bigbanddrummer bleek te zijn. Diens achtergrond was immers voornamelijk kleinere ensembles.

Maar het boegbeeld van Boy's Big Band was toch wel altsaxofonist Piet Noordijk. Alsof hij dolblij was eens uit die dagelijkse suffe studio's te kunnen ontsnappen, zo gaat hij tekeer. Als een lichtmatroos die voor de eerste keer in een bordeel aanlegt. Zijn felle lyriek en zijn bluesy sound contrasteren voorbeeldig met het massieve orkestgeluid.

Een mooi initiatief van het Nederlands Jazzarchief, om dit soort radio-opnamen te gaan ontginnen. Ik wacht ongeduldig op 'nieuw' materiaal van Boy's Big Band, met wie weet onbekende stukken van Loevendie of met rietblazer Willem Breuker.

In de tussentijd vermaken we ons met 'Boy Edgar: Het dubbeltalent van een alleskunner', de biografie die Marie-Claire Melzer en Marieke Klomp schreven. Grondig spitwerk in de archieven en interviews met familie en vrienden leverden een fascinerend beeld op van een joch dat in welstand opgroeide en na de beurskrach van '29 alles kwijtraakte. Dat maar moeilijk kon kiezen tussen de muziek en de medicijnen, maar op beide terreinen excelleerde. Ten koste van relaties en gezondheid, dat wel.

Labels:

(Eddy Determeyer, 9.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
Natuurlijke muziek

Nils Wogram Nostalgia, vrijdag 27 maart 2015, De Toonzaal, Den Bosch

Het nieuwe album 'Nature' van het Nostalgia Trio van Nils Wogram is geïnspireerd op zijn grote liefde naast de muziek: de natuur. In een documentaire over dit album - hieronder te zien in een Jazztube - geeft Wogram zelf aan welke eisen dit stelde aan de muziek. Het moest natuurlijk aanvoelen, niet gekunsteld. De muziek moet als het ware zichzelf spelen en een soort van noodzakelijkheid in zich hebben. Het is zoals het is, net zoals dat in de natuur het geval is.

Het concert in De Toonzaal bestond uit nummers van dit nieuwe album. Het trio kende naast Wolgram op trombone en Arno Krijger op hammondorgel tijdens dit concert een gast. Slagwerker Martijn Vink viel in voor Dejan Terzić, die voor concerten in Zuid-Afrika was. Opmerkelijk, aangezien de stijl van Wogram nu juist is dat hij het liefst werkt met vaste bezettingen. Het Nostalgia Trio nam zijn eerste cd 'Daddy's Bones' dan ook al in 2004 op. Maar het mag gezegd worden: Vink kweet zich bijzonder goed van zijn taak en paste qua stijl prima bij Wogram en Krijger.

En dan de muziek. Reeds in 'Uncultivated Land' blijkt wat Wogram bedoelt in de documentaire. Krijger begint in dit nummer solo op zijn Hammond. Een volle, trillende sound, beurtelings het hoge en lager register benuttend. Het heeft de sacraliteit van het kerkorgel. Subtiel en met goed geplande stiltes. Vink legt een tapijt met zijn brushes en Wogram komt met een loepzuivere, warme en gevoelige solo. Beslist een ode aan de ongerepte natuur. En net als in de natuur schijnt ook in deze muziek niet altijd de zon. In 'Trail', geïnspireerd op de tochten die de Zwitser Wogram in de Alpen maakt, klinken de melancholie en de breekbaarheid door en ook 'Solitude' heeft de blues.

Wogram betoont zich in dit concert andermaal weer een meester op zijn trombone. Met een feilloze techniek (kwart- en boventonen!) en dito instrumentbeheersing weet hij de luisteraar iedere keer weer te raken. Met gevoelige, intense ballads, maar zeker ook met uptempo stukken, waarin hij kordaat en met grote schwung zijn partij neerzet. Krachtig en groovend ondersteund door Krijger en in dit geval Vink.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten van de Ven.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 8.4.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Linus - 'Onland' (Onland, 2014)
Opname: november 2013

Een mens zou het bijna niet meer geloven, maar soft power werkt. Toch zeker muzikaal, zoals gitarist Ruben Machtelinckx en rietblazer Thomas Jillings hier laten horen. De manier waarop ze op 'Onland' met pasteltinten hun eigen composities bijeenborstelen, combineert het beste van de ECM-catalogus, de poëzie van Nick Drake en de vloeibare souplesse van de oude Jimmy Giuffre.

De grondlaag voor de muziek wordt gelegd door Machtelinckx die opteert voor de lager gestemde baritongitaar met een heerlijk warm geluid. Dat blijkt het natuurlijke habitat voor zijn subtiele en loepzuivere tokkelwerk. Met niets om zich achter te verschuilen, klinkt de harmonische onderbouw heel puur, zonder minimalistisch te worden. Machtelinckx bezit immers de techniek om melodie en begeleiding samen te spelen, maar daarbij steeds de opzichtige virtuositeit achterwege te laten.

Zo laat hij alle ruimte voor Thomas Jillings. Zacht aanblazend op altklarinet en tenorsax, op dit laatste instrument zelfs hees en met aardig wat wind op de toon, ligt het gevaar van de karikaturaal 'sfeervolle' lazy jazz op de loer. Bij Jillings betekent omfloerst echter niet futloos. De zachte dynamiek en de lyrische toon zijn een keuze die integendeel net de spanning van de muziek mee vorm geven. Bewijzen daarvoor zijn er te over, van de gehavende toon op 'Tune Out' tot de ellenlange bogen in 'Allemaal Goed'.

Meer nog dan in het individuele spel, werkt het geluid in het samenspel. Als een Siamese tweeling zoeken de twee elkaar op om daarna weer weg te fladderen. Waar Jullings het ene moment speels meandert op de subtiele onderstroom van Machtelinckx, zitten de twee even later exact gelijk in een metrisch vrij kronkelend ritme. Veel heisa maken ze echter niet van deze subtiele beheersing: het lijkt voor hun de normaalste zaak van de wereld. Of zo klinkt het althans.

Het vermijden van haantjesgedrag is ook te horen in de manier waarop ze met harmonie en ritme omgaan. Ook hier zit het hele gebeuren in de details: harmonische verschuivingen zonder breuken en een essentiële articulatie zonder echt diep te snijden. Schaatsend en zweefvliegend bewegen Jillings en Machtelinckx zich door de zelf gecomponeerde stukken, met alle vrijheid binnen handbereik, zonder die geforceerd te moeten opsouperen.

Wie er het hoofd niet bij houdt, zal de muziek als een uniforme stroom ervaren. Wie er even voor gaat zitten, krijgt er alle diepte gratis bij, tot de cd aanbelandt bij het slotnummer 'So It Has Come to This'. Wanneer niemand het nog verwacht, halen Jillings en Machtelinckx even venijnig uit. Schurkt het stuk in het begin nog aan tegen een of andere romantische schuifelaar, geleidelijk aan doemt er een heel ander geluid op. Machtelinckx gitaar wordt gestapeld en onderworpen aan effecten die eerst nog zachtaardig aan komen waaien, maar later meer en meer dominant worden. Ook Jillings tenorsax wordt in verschillende lagen samengevoegd en geleidelijk aan mag de muziek harmonisch ontsporen en meer en meer de gedaante van perfect gecontroleerde noise aannemen. De echte dreun komt echter pas wanneer het geluid plots wordt afgeknipt, de cd abrupt eindigt en de luisteraar frontaal tegen de muur knalt. Het is best even slikken, al blijft 'Onland' ook met deze dramatische wending een album vol dromermuziek. Zij het dan eerder filosofisch dan naïef.

Deze recensie verscheen ook op het helaas ter ziele gegane Kwadratuur.

Labels:

(Koen Van Meel, 8.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Van rising star tot nieuwe gitaarheld

Nir Felder Quartet, vrijdag 3 april 2015, Paradox, Tilburg

'The Next Big Jazz Gitarist' heeft dankzij deze typering van de National Public Radio voor zijn debuutplaat 'Golden Age' onbedoeld een molensteen om zijn nek gekregen. Voeg hieraan toe het rijtje illustere jazzmuzikanten waarmee de gitarist heeft samengewerkt (zoals Greg Osby, Meshell N'Degeocello, Jack DeJohnette en Esperanza Spalding) en het verwachtingspatroon wordt torenhoog. 'Golden Age' dateert uit 2014 en bijgestaan door pianist Aaron Parks, bassist Matt Penman en drummer Nate Smith baant Nir Felder zich een weg door zijn zelfgeschreven composities. Het exploreren van het westerse gouden tijdperk van voor de crisis vormt het leitmotief. De instrumentele composities worden op de plaat gecombineerd met spoken-word samples van politieke en sociale leiders, waaronder Richard Nixon, Malcolm X en Hillary Clinton. Zij staan voor de thematische context van het album. Bij het optreden in Paradox fungeert het album als inspiratiebron maar blijft het spoken-word achterwege.

In een waar spektakelstuk tovert Nir Felder twee verschillende sets uit de hoge hoed. In beide sets komen zowel nieuwe stukken als stukken van 'Golden Age' langs. Zonder afbreuk te doen aan zijn stijl staan in het deel vóór de pauze met name de lyrische, kwikzilverachtige gitaarimprovisaties centraal. Verpletterend in al zijn eenvoud is het hoog energetische, ritmische spel in het tweede part leidend. Waarbij de interactie met de jonge drummer Ross Pederson tot grote hoogte reikt.

Het openingsnummer 'Memorial' grijpt je bij de eerste noten al direct bij de keel. Het snelle, afwisselende thema is al even verfijnd als pakkend. Geleidelijk aan wordt duidelijk dat de 32-jarige gitarist, meesterlijk in zijn catchy composities, veel nadruk legt op de direct en latent aanwezige melodie en harmonie. In het daaropvolgende 'Bandits' worden momenten van rust en tere schoonheid afgewisseld met kolkende gitaarerupties. De variatie tussen de vloeiende solo's en het warm maar venijnig akkoordengebruik is duizelingwekkend doeltreffend. De elektronische sample bij 'Big Swim' lijkt op het eerste oog kitscherig, maar de compositie wordt allengs macaber en zwaarwichtig. Het contrast met de aansluitende ballade is aanzienlijk. Smooth en gelardeerd met elementen uit americana. Het slotstuk voor de pauze, 'Earnest/Pretector', vormt het gitaristisch hoogtepunt van de avond. De zwierige, melodische verbuigingen, fantasierijke twinkelingen en bizarre tuimelingen in de gitaarsolo's zijn van een verbijsterende schoonheid.

Na de break tapt het kwartet stilistisch verrassend uit een ander vat. Ook nu creëert de gitarist een uitgebalanceerd palet aan klankkleuren, maar wordt de muziek meer rock-georiënteerd. De solo's zijn kortstondig maar heftig, de groepsdynamiek prevaleert en het gevoel voor ritme is dominant. Dit vergroot het dramatische en dreigende karakter in de muziek, ook door de aanwezige dissonante accenten, de aangebrachte vertraging en het bij vlagen spaarzame gitaarspel. Illustratief is het afsluitende 'Lights', waarin de bedrieglijke eenvoudige riff aanspoort tot gespierde indierock, verweven met country-invloeden.

Bezield van het gitaarspel koopt Nir Felder op 13-jarige leeftijd voor 250 dollar een Mexicaanse Fender Stratocaster en voorziet deze van zware snaren. Dit in navolging van zijn eerste inspiratiebron, Stevie Ray Vaughan. Nog steeds bespeelt hij dit instrument als een verlenging van zijn gedachtengoed. Felder is inmiddels geëvolueerd en getuigt met een magistraal optreden in Paradox met rasse schreden toe te treden tot de gilde van de jazzgitaristen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 7.4.15) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X
Eric Dolphy - 'Out To Lunch!' (Blue Note, 1964)

Opname: 25 februari 1964

Het is 25 februari 1964 als de dan 35-jarige Eric Dolphy in de legendarische Rudy Van Gelder Studio in Englewood Cliffs, New Jersey de vijf eigen composities opneemt voor het album 'Out To Lunch!': 'Hat And Beard', 'Something Sweet, Something Tender', 'Gazzelloni', 'Out To Lunch' en 'Straight Up And Down'. De plaat, het enige album bij Blue Note van Dolphy, slaat in als een bom, maar krijgt bij verschijnen de nodige slechte kritieken. Dolphy is zijn tijd duidelijk vooruit en wordt niet door iedereen even goed begrepen. Nu, ruim vijftig jaar later, begrijp je goed waarom. De opname klinkt immers meer als een album van nu dan als een album van een halve eeuw geleden.

In de eerste aflevering van onze nieuwe serie Jazz Class-X wordt dit album besproken en in historisch perspectief gezet door Ben Taffijn.

Klik hier om het artikel te lezen.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 7.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Onweer boven Rijkevorsel

Dikeman / Aquarius / Serries, zaterdag 28 maart 2015, De Singer, Rijkevorsel

Het platenlabel Tonefloat New Wave of Jazz en De Singer zijn een samenwerking aangegaan, waarvan dit concert van tenorsaxofonist John Dikeman, drummer René Aquarius en gitarist Dirk Serries de aftrap vormde. Dikeman, onder andere bekend van Cactus Truck en Universal Indians, werkte al meerdere malen samen met Serries, bekend geworden met ambientachtige muziek. Dit trio, met de van Dead Neanderthals bekende Acquarius, is echter nieuw. En hier, in De Singer, speelde ze twee improvisaties.

De eerste paste goed in het beeld dat Serries in de loop van de jaren heeft opgebouwd. Hij begint het stuk dan ook door met een strijkstok zijn gitaar te bewerken. Golven spoelen de zaal in, vermengd met hoge klanken, als krijsende meeuwen. Dikeman fluistert en bromt lichtjes door zijn tenorsax. Aquarius beroert subtiel de bekkens. De lagen die op elkaar worden gestapeld, worden steeds complexer en het geluid zwelt aan. Dikeman blaast hoge, ijle en ijselijke tonen die het duister van de door Serries neergezette drone doorklieven. De slagen van Aquarius versterken het effect alleen maar meer.

De tweede set is van een andere orde. Hier begint Dikeman direct met een heftige, licht overstuurde, repeterende solo. Met een dwars gevoel voor groove, wild en extatisch. Met alle kracht die hij in zich heeft, tussendoor luidruchtig naar lucht happend, perst hij de noten uit zijn hoorn. Als Aquarius er beukend bij komt, groeit de solo uit tot een heftig duet. De sustain die Serries vervolgens toevoegt is als een inktzwarte onweerswolk, die boven het landschap hangt. Je voelt het: deze wolk kan ieder moment openbarsten in een enorme plensbui. En dat gebeurt in een grenzeloze climax. Waarbij vooral Dikeman en Aquarius los gaan. Serries houdt zich nog in, helaas.

Maar ook deze bui drijft over. Het einde is fluisterzacht, met sprookjesachtige slotgeluiden van Serries en Aquarius. De stilte na de storm. Maar Serries' reputatie als ambient artiest, zo lang gekoesterd, ligt intussen wel aan gruzelementen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cedric Craps.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.4.15) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
Jazzlegende John Engels 80 jaar: boekpresentatie en Vogel Vrij Tour


Op 13 mei 2015 wordt jazzlegende John Engels 80 jaar! Als internationaal gevierd drummer die het podium deelde met wereldberoemde musici als Chet Baker, Dizzy Gillespie en Ben Webster, viert hij nu zijn eigen feest: de Vogel Vrij Tour. Vanaf 5 april, morgen dus, trekt een swingende karavaan door Nederland met musici uit John's verleden, heden en toekomst. Tot en met 28 oktober staan er meer dan 20 concerten gepland in verschillende bezettingen, met onder meer Benny Golson, Fay Claassen, Benjamin Herman, Louis van Dijk en het Barnicle Bill Trio.

Journalist en bassist Jeroen de Valk schreef de biografie van John Engels. Op eerste paasdag wordt dit boek gepresenteerd bij Jazzpodium DJS, waar Engels met het Barnicle Bill Trio het openingsconcert geeft van de Vogel Vrij Tour. Het boek is getiteld 'Hé vogel, wanneer spelen we weer?', Engels' vaste reactie als een muzikant informeert wanneer hij toch eindelijk met pensioen gaat. Jeroen de Valk noteerde zijn even kleurrijke als veelbewogen memoires en sprak ook met intimi. De Valk (1958) publiceerde eerder de biografieën van Chet Baker en Ben Webster. De coverfoto is van de hand van Draai-fotograaf Cees van de Ven. Op 13 mei, bij Johns grote verjaardagsconcert in het Bimhuis, zullen drummer en biograaf het boek nogmaals onder de aandacht brengen. De rijk geïllustreerde biografie verschijnt bij uitgeverij Van Gennep.

Klik hier voor de tourdata van de John Engels' Vogel Vrij Tour.

Labels:

(Maarten van de Ven, 4.4.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Puur Ben van Gelder

Ben van Gelder, Bert van Erk & Dennis Elderman, donderdag 26 maart 2015, Jazzcafé Alto, Groningen
Ben van Gelder, Reinier Baas & Han Bennink, zondag 29 maart 2015, Platformtheater, Groningen

Een mooie homecoming van altsaxofonist Ben van Gelder. Ingeklemd tussen optredens in Jeruzalem en Londen was de New Yorkse Groninger de gast van de maand in Alto en drie dagen daarna met Reinier Baas en Han Bennink (de Bennie-Baas-Bennink All Stars) in het Platformtheater.

In de intiemere setting van Jazzcafé Alto liet de saxofonist wat meer van zijn ziel zien. Van nature is hij een introvert, gok ik – hij geeft in ieder geval de voorkeur aan ballads en andere klankgedichten boven uptempo macho scheurwerk. De invloed van Lee Konitz (toon en frasering, maar ook diens gewoonte om ideeën ad infinitum uit te walsen) is minder pregnant geworden. Gebleven is een voorkeur voor het hoog, hoewel Van Gelder tevens een ongewoon sterk laag etaleert. Zijn sound is puur; soms zou je hem wat rauwer uit de bol willen horen gaan. Maar er waren genoeg pareltjes, daar in Alto. 'Let’s Cool One', waarin de jonge saxofonist met zijn laag pronkte. 'I’ll Remember April', waarin het thema naadloos in een gestreken bassolo overging die even spectaculair als grappig was. 'Isfahan', een betoverde luchtspiegeling.

Maar toen Van Gelder ook 'Scrapple From The Apple' uitgesproken cool, zeg maar zakelijk probeerde te tackelen, kwam drummer Dennis Elderman in het geweer. Met een subtiel (en niet zo subtiel) aanrollende donder en bekkensschichten legde hij zijn kompaan het vuur na aan de schenen. (Tien, vijftien jaar geleden speelden Elderman en Van Gelder reeds guppyjazz in De Spieghel en omstreken.)

'All Or Nothing At All' werd zowel in Alto als het Platformtheater gespeeld. In de eerste versie schepte de saxofonist er genoegen in, in en uit de toonaard te slippen. Een solo is bij hem vaak een drieste duik richting een einder die op gegist bestek bereikt kan worden. Drie dagen later was het gitarist Reinier Baas die met een tegendraads relaas de toon zette. Meer all dan nothing at all. In een duet op een eigen compositie draaiden gitarist en altist een geconcentreerde pas-de-deux, waarbij ze om beurten solo dansten maar ook niet terugschrokken voor enige innige omstrengeling.

Gewapend met slechts een snaartrommel en een cajón zorgde Han Bennink voor de nodige balans. Het trio had slechtst één keer eerder samengespeeld, in het Amsterdamse Concertgebouw en dat was bevallen. Vandaar. De slagwerkveteraan hield zich gedeisd – voor zijn doen, dan – maar liet in boppige stikken van Thelonious Monk ('Ask Me Now') en Duke Ellington ('Wig Wise') horen dat de geraniums nog wat geduld moeten oefenen.

Willem Schwertmann maakte van beide concerten foto's: klik hier voor Ben van Gelder, Bert van Erk & Dennis Elderman in Alto en hier voor Ben van Gelder, Reinier Baas & Han Bennink in het Platformtheater.

Labels:

(Eddy Determeyer, 2.4.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Walabix invite Bart Maris - 'Untitled' (El Negocito Records, 2014)

Opname: 16-18 mei 2014

'La poesia es un arma cargada de futuro', oftewel 'Poëzie is een wapen geladen met de toekomst'. Deze beroemde zin van de Spaanse dichter Gabriel Celaya siert als motto de binnenkant van de nieuwe cd van Walabix. Het gaat vergezeld van foto's van een kunstig in elkaar gezet speelgoed machinegeweer, zoals kinderen maken uit afval. Wat voor poëzie geldt, geldt voor muziek, zo lijkt dit kwintet - Walabix aangevuld met Bart Maris - te zeggen. Ook muziek is een wapen. Welnu, op deze cd blijkt dit zeker het geval.

Het is alleszins heftig en intens wat deze Franse jazzmusici ons voorschotelen en de Vlaming Maris voelt zich daarbij zo te horen prima thuis. Geweren laden en vuren maar! Reeds in het eerste nummer 'Ingram', met die wat nerveus aandoende, Indiaas getinte sopraansaxsolo van Quentin Biardeau, is dat goed te horen. In dialoog met trompetist Maris knettert het aan alle kanten. Bijzonder ook hoe Gabriel Lemaire op baritonsax dit duet doorsnijdt met diepe, donkere klanken, die komen en gaan als een golf. Langzaam neemt de chaos toe, tot er nog louter een draaikolk van geluid rest. Die echter weer even plotseling, aan het eind van het nummer, verdwijnt. De climax is die van ijle klanken, als van een misthoorn in het duister.

In 'Hotclu' is het de altsax die voor onrust zorgt op een drone-achtige melodie, gespeeld door cellist Valentin Ceccaldi. De alt klinkt ijl, met veel lucht geblazen. Ook het hierop volgende duet tussen Ceccaldi en slagwerker Adrien Chennebault is overrompelend. Ook in 'Astrol' buitelt iedereen over elkaar heen. Hier is het vooral Maris die de show steelt in een kleurrijke, zoekende solo, ondersteund door de overige musici, waarbij vooral het ritmische spel van Ceccaldi op violoncello en het stevige slagwerk van Chennebault opvallen.

In 'Legram' laat dit kwintet horen ook met rustigere nummers over weg te kunnen. Het nummer start met een klassiek aandoende cadans van de violoncello in combinatie met de baritonsax. De klanken vallen zo goed samen, lopen zo goed in elkaar over dat de afzonderlijke instrumenten bijna niet te onderscheiden zijn. Het geheel wordt begeleid door spaarzame percussie. Langzaam zorgt het slagwerk vervolgens voor een ritmische structuur, waaruit een fragiele trompetsolo weerklinkt, bijna mystiek.

Labels:

(Ben Taffijn, 1.4.15) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)