Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert / Jazztube
Rantala Variationen... in blue!

Iiro Rantala, vrijdag 27 februari 2015, LantarenVenster, Rotterdam

Een solo-pianoconcert vraagt van de vertolker naast boeiende speeltechnische vaardigheid ook het talent om de nummers en de avond zó op te bouwen dat de aandacht caleidoscopisch wordt vastgehouden. Nu is de zowel klassiek als jazz geschoolde pianist Iiro Rantala tevens een verdienstelijk componist. Zo schrijft hij voor radio-, tv- en theaterproducties, voor films en klassieke stukken voor diverse bezettingen. Dus als we deze avond als een compositie zien, dan mag je verwachten dat deze Fin weet wat hij doet.

Hij opent met het Kyrie van Bach, die hij de allereerste jazzmusicus ooit noemt, die volgens hem de bakermat van de geïmproviseerde muziek vertegenwoordigt. Het maakt duidelijk waar Rantala zijn mosterd haalt. Hij speelt halverwege de avond nog meer Bach. Opeenvolgend speelt hij twee van de Goldberg-Variationen en gebruikt deze vervolgens als springplank voor zijn eigen variaties. De Variationen zijn dus eigenlijk uitgeschreven improvisaties.

De avond is een hommage aan zijn helden, die variëren van Gershwin tot John Lennon en van Esbjörn Svensson tot Eroll Garner. Al snel wordt duidelijk dat Rantala van pakkende heldere melodieën houdt. Op een goede melodie kan je uitstekend variëren; het biedt voldoende speelruimte om mee te kunnen avonturieren. Of de stijl nu ragtime, pop, barok of pianojazz is, het is om het even. Een heldere en simpele melodie is als een oorworm die je niet snel loslaat. Het bijna onophoudelijk zoeken naar dat soort riffjes en daarop variëren in vorm, tempo, stijl, intensiteit en harmonie kenmerkt het spel van deze bevlogen Rantala.

De avond is ook een liefdesbetuiging aan zijn muze: de piano. Het instrument is zijn muzikale stem, waarmee hij honderduit wil en kán vertellen. Het is een verrukking om iemand met zulke soepele speelvaardigheid zijn instrument te zien en horen bespelen. Van de jubelende hamerende akkoorden in het aan Garner opgedragen 'Thinking Of Misty' tot en met het intens breekbare en ontroerende 'Tears For Esbjörn'. Tijdens Lennons 'Norwegian Wood'/'Woman' laat hij transparant horen hoe hij de basismelodie pakt en deze gaandeweg ontleedt, opnieuw samenstelt en van een ander arrangement en andere harmonieën voorziet.

Het schuurt deze avond nergens, maar spannend blijft het tot het einde. Je kan niet anders dan met een glimlach meegaan in het bevlogen en aanstekelijke spel van deze boeiende en ontwapenende pianist. Iets om alvast naar uit te kijken is zijn Lennon-album, dat aan het eind van dit jaar verschijnt.


Bekijk de Jazztube!

Klik op de afbeelding hierboven om te luisteren naar Iiro Rantala met zijn hypnotische compositie 'Freedom', waarbij een partij van pianosnaren door een handdoek gedempt zijn.

Labels: ,

(Kees Schreuders, 4.3.15) - [print] - [naar boven]



Lp
Ifa Y Xango Tentet – 'Twice Left Handed / Shavings' (El Negocito, 2015)

Ifa Y Xango is beslist een van de meest opmerkelijke gezelschappen binnen het Belgische jazzlandschap. Toen de band in 2010 werd opgericht, bestond het uit zeven musici, deels afkomstig uit België en deels uit Brazilië. In 2013 kwam 'Abraham' uit, dat door New York City Jazz Records direct werd uitgeroepen tot 'Best Debut Album'. Inmiddels is Ifa Y Xango uitgegroeid tot een tentet en ligt er een nieuwe lp 'Twice Left Handed / Shavings', de titels verwijzend naar de beide kanten van de langspeler.

De muziek van dit tentet, met drie slagwerkers, drie blazers, twee gitaristen, keyboards, bas en elektronica is zowel zeer ingetogen en fijnzinnig als zeer uitbundig en explosief. Zoals in 'Kamchatka', het eerste nummer van de plaatkant 'Twice Left Handed', waar het percussiegeweld van João Lobo, Ruben Pensaert en Sep François wordt afgewisseld met een muur van geluid, afkomstig van de elektronica en de gitaren. Kant 1 van de plaat bestaat verder vooral uit onwezenlijke, sfeervolle, ijle en bij tijd en wijle overrompelende muziek, waarin elektronica een belangrijk rol speelt. De muziek toont verwantschap met jazz, maar heeft zeker ook elementen van hedendaags klassiek, musique concrète en elektronische muziek in zich. Tevens wordt er gebruik gemaakt van veldopnames.

Kant twee van de lp, 'Shavings', bestaat uit één track en is veel meer een jazzcompositie. Het nummer start met een springerig onrustige solo op baritonsax door Filipe Nader, in eerste instantie vooral ondersteund door Laurens Smet op bas en de beide gitaristen Ruben Machtelinckx en Bert Cools. De stevige beat in dit nummer wordt afgewisseld met meer ingetogen momenten waarin de structuur wordt losgelaten, de verrassing vrij spel krijgt en de grenzen van de harmonie nogal eens worden overschreden. Het levert een eclectisch en overrompelend geheel op. Halverwege komt de beat weer terug in combinatie met een bijna transcedent geluid, dankzij de elektronica van Seppe Gebruers en de blazers, met naast Nader Viktor Perdieus en Niels van Heertum.

Op vrijdag 13 maart presenteert het Ifa Y Xango Tentet dit album in De Singer, Rijkevorsel.

Meer horen?
Klik hier om deze plaat te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 3.3.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Band temt publiek

Maarten Hogenhuis, Bert van Erk & Sebastian Demydczuk / Al-Magut/Kiselev Quintet, donderdag 26 februari 2015, Jazzcafé Alto & Lighthouse Muzieklab, Groningen

Wanneer je bepaalde radiostations beluistert of zekere jazzbladen leest, zou je licht kunnen denken dat al die jonge jazzmuzikanten heel revolutionair bezig zijn nieuwe fusiongebieden te ontsluiten of op z'n minst een serieuze studie van de traditionele volksmuziek van Saskatchewan hebben ondernomen. Zo gooide altsaxofonist Maarten Hogenhuis een tijdje geleden hoge ogen met zijn hardhandige bandje Bruut! Terecht, die aandacht: hij bracht de opwinding van die goeie ouwe rhythm-and-blues terug in de jazz. Maar onder dat scherp gesneden donkere maatpak gaat een doodgewoon bebop t-shirt schuil. Dat bleek in het Groninger Jazzcafé Alto, waar bassist Bert van Erk Hogenhuis voor zijn maandelijkse sessie had uitgenodigd. Het was Thelonious voor en Monk na.

Monk luistert nauw. Je hoeft er maar een paar noten aan te veranderen of het klopt al niet meer. Monk was niet voor niets dagen- of wekenlang bezig met één compositie. Maar heb je je zijn muziek eenmaal eigen gemaakt, ken je de kaders, dan kun je ook werkelijk alle kanten uit - zoals je ook verder uit de band kunt springen naarmate je een betere opvoeding hebt gehad. Zo werd 'Bye-Ya' deskundig ontbonden in factoren. 'Reflections' kreeg extra lichttoetsen via de gestreken bas en de verfijnde interactie tussen Van Erk en Hogenhuis.

Die laatste draagt, zoals zoveel generatiegenoten, het dubbele stempel van Charlie Parker en Lee Konitz. Van die eerste heeft hij een bijna roekeloze virtuositeit. Konitz draagt hij in de puurheid van zijn sound mee en in de manier waarop hij frasen afrondt. Verder worden zijn lijnen gekenmerkt door een soort vrolijk huppeltje.

Snelheid gaat doorgaans ten koste van de kwaliteit en het karakter van het geluid. Tot op zekere hoogte geldt dat ook voor Maarten Hogenhuis. Doch in de geïmproviseerde, luchtige langzame blues waarmee het recital werd afgesloten, hoorden we ineens toch een van de Oude Meesters. Ja, wie? "Johnny Hodges," zei mijn buurman. Zelf hield ik het op Benny Carter.

Het trio, met Sebastian Demydczuk op drums, nam zijn tijd om op stoom te geraken. Maar in het nummer 'Mime', een eigen werk dat aan Misha Mengelberg opgedragen is, klonk de band als een span goed ingereden trekpaarden. Of, voor wie dat niets zegt, als een Rolls Royce Merlin.

Intussen was iedereen opgevallen dat de clientèle van Alto zich onkarakteristiek rustig hield. Was iedereen al versierd? Dat die ene gediplomeerde dronkaard ruimschoots op tijd wazig wauwelend in wijn was weggezakt hielp zeker ook. Of zou het heel eenvoudig toch de kwaliteit van de muziek zijn geweest?

Ondertussen hield het Russische kwintet van trombonist Odu Al-Magut een dikke kilometer verderop residentie in Muzieklab Lighthouse. Wie op grond van zijn verrichtingen in het verleden een wildeman met een ongekamd zootje Hunnen had verwacht, kwam bedrogen uit. In de twee nummers die ik hoorde was Al-Magut eerder een soort van enigszins uit het lood geslagen Curtis Fuller. Van zijn band viel verder pianiste Antisia Machneva op, die prangende blokakkoorden door haar escapades roerde.

Inmiddels kunnen we gevoeglijk vaststellen dat het Lighthouse, naast Atelier Il Sole in Cantina, niet slechts het kleinste, maar zeker ook het meest avontuurlijke muziekpodium van Groningen is.

Willem Schwertmann maakte foto's van beide concerten: klik hier voor de foto's van Hogenhuis, Van Erk & Demydczuks en hier voor die van het Al-Magut/Kiselev Quintet.

Meer zien en horen?
Kijk hier naar een video van 'Mime' van Maarten Hogenhuis, Bert van Erk & Sebastian Demydczuk in Alto.

Labels:

(Eddy Determeyer, 3.3.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Open Field & Burton Greene – 'Flower Stalk' (Cipsela, 2015)

Opname: 7 mei 2012

De inmiddels 77-jarige pianist Burton Greene is een van de pioniers van de vroege free jazz. In 1963 richtte hij samen met bassist Alan Silva The Free Form Improvisation Ensemble op en in 1964 trad hij toe tot het door Bill Dixons en Cecil Taylor opgerichte Jazz Composers Guild. In 2012 maakte hij een aantal bijzondere opnames met het Portugese free-jazz strijktrio Open Field. De opnames zijn uitgebracht bij het kersverse label Cipsela Records, eveneens uit Portugal.

De muziek is zuivere improvisatie met elementen uit het hedendaags klassieke idioom, doorspekt met Portugese invloeden, vooral in het gitaarspel van Marcelo dos Reis. Greene is een bedachtzame pianist met een zeer subtiel toucher. Als luisteraar krijg je de indruk dat hij bij iedere noot wikt en weegt en al zoekende zijn weg baant. Aan altviolist João Camões heeft hij een goede tegenspeler, zoals blijkt uit het duet in 'Rising Intensity (For Alan Silva)'. De twee dansen om elkaar heen, enerverend en scherp, uitmondend in een overrompelende solo van Camões, waarin hij zijn instrument tot het uiterste beproeft.

'Angels On The Roof' is een feest van subtiliteit. Poëtisch, zoals past bij de titel. Greene bespeelt hier een geprepareerde piano, wat het nummer een wat onwezenlijke sfeer geeft. Iets waar zeker ook bassist José Miguel Pereira aan bijdraagt met zijn gevoelige spel. Het afsluitende 'Ancient Shit' haalt zijn inspiratie uit oosterse sferen. Het is een soort langzame dans met duidelijk Arabische invloeden en een heerlijk slepende baspartij. Camões bespeelt hier een mey, een Turkse fluit, en Dos Reis zingt een zachte melodie, ons naar het einde van de cd wiegend.

Meer horen?
Klik hier om te luisteren naar 'Rising Intensity (For Alan Silva)' en geluidsfragmenten van de overige tracks van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 3.3.15) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
Mathias Eicks zucht van verlangen

zondag 22 februari 2015, Cloud Nine, TivoliVredenburg, Utrecht

De tour door de lage landen wordt deze avond, na LantarenVenster, CC De Grote Post (tijdens het STORM!-festival), de North Sea Jazz Club, afgerond in de Utrechtse Cloud Nine. Deze serie optredens vergezelt het verschijnen van het nieuwe Mathias Eick-album 'Midwest'.

Goedgeluimd trapt de formatie meteen af met het stuk waar het, achteraf gezien, allemaal thematisch om draait: 'Hem', het dorp waar trompettist Mathias Eick opgroeide.

De steeds met elkaar optrekkende viool en trompet schetsen de kenmerkende meeslepende melodielijnen van Eicks composities. Zeer herkenbaar ingrediënt is de hunkerende fluisterklank van Eicks spel. Deze kleurt markant met de klank van violist Håkon Aase, die de inspiratie voor zijn spel haalt uit de Noord-Europese volksmuziek en Americana. Eick speelt graag met twee drummers, dit keer is dat het tandem Olaf Olsen en Torstein Lofthus. Doordat Lofthus meer voorin en Olsen wat luier in de maat zit, geeft dat de ritmes een lekker stommelend karakter. Met name in de meer groovende composities als 'Oslo' en 'Williamsburg' laat dit duo z'n tanden zien.

Pianist Erlen Slettevoll speelt bescheiden zijn partijen. Met name in zijn solo's komt het psalm- en gospelachtige spel fraai tot zijn recht. De jonge Rune Neergard weeft met zijn Fenderbas vloeiend patronen in het wapperende klankschap van de ritmesectie, die veelal de textuur en structuur van de verschillende stukken bepaald.

Ergens halverwege de eerste set vertelt Eick over de inspiratie voor zijn laatste album. Tijdens een lange cross-country-tour door de VS had hij last van knagende heimwee. Toen ze de uitgestrekte Midwest bereikten, herkende hij het landschap. De weidse desolate vlaktes, waar veel Noorse emigranten zich vestigden, verlichten hem met het gevoel van thuiskomen.

Gedurende het concert blijkt dan ook dat Eick een missie heeft en dat is de ontroering door het begrip verlangen in velerlei facetten met klank en muziek te willen vertolken. Verlangen is immers veel meer dan één emotie, lijkt Eick duidelijk te willen maken. Het is melancholie, verstilling, pijnigende hunkering, hoop op beter, inkeren. Maar het is ook in de lente verlangend uitkijken naar de lichtheid van de zomer en het daarop melancholiek terugblikken tijdens het najaar.

Soms klinkt het zoet, soms jubelend en verheffend. Maar het kan ook donker, als verlaten en onbeantwoord voelen, of klinken als de verleiding van de grote stad.

Bij nadere beschouwing is verlangen onlosmakelijk verbonden met thuis. Maar paradoxaal genoeg kan thuiskomen alleen bestaan bij de gratie van het op pad gaan en al reizend voldoende verlatenheid tegen te komen om uiteindelijk met vurig verlangen weer huiswaarts te willen keren. Eicks onverhulbare hartstocht is daar muzikaal uitdrukking aan te geven. Soms in rockend idioom, dan weer in ballads of midtempo stukken.

De titels van zijn composities onderstrepen die zoektocht: 'March', 'Lost', 'November', 'Oslo', 'Day After', 'At Sea'. Met zijn trompet als stem en zijn composities als de verhalen waarmee hij zijn ontdekkingen en bevindingen wil delen. In die zin zou je kunnen zeggen dat hij eigenlijk een singer-songwriter zonder woorden is.

Gedurende de avond weerklinkt Mathias Eicks zucht van verlangen in vele hoedanigheden. Hij is veelvuldig aan het woord, dat leidt soms tot verzadiging. Zeker als daar een begenadigd violist naast hem staat die popelend wacht om de teugels wat meer gevierd te krijgen. Maar het is onbegonnen zaak als je wacht op iemand die zijn verhaal kwijt móet.

Klik hier voor foto's van het concert van het Mathias Eick Quintet op vrijdag 19 februari in LantarenVenster door Louis Obbens.


Bekijk de Jazztube!

Klik op de afbeelding hierboven voor een YouTube-concert van de presentatie van het nieuwe album 'Midwest' door het Mathias Eick Quintet.

Labels: , ,

(Kees Schreuders, 2.3.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Nazinderende mokerslagen

Tim Berne's Snakeoil, woensdag 25 februari 2015, BOZAR, Brussel

Het jazzprogramma van BOZAR was er de afgelopen maanden vooral eentje van tegenslagen. De Brusselse cultuurtempel trok voor het voorjaar van 2015 grotendeels de kaart van de cutting edge jazz en de avant-garde, maar zag na een tegenvallende opkomst voor het duo Satoko Fujii & Myra Melford op korte tijd ook nog eens drie veelbelovende concerten geannuleerd. Van dat aanvankelijk zo mooi ogende programma bleef dan ook niet veel over. Het was aan Tim Berne's Snakeoil om de meubelen nog enigszins te redden.

Alvast goed nieuws bij aanvang van het concert: de Studio van het Paleis Voor Schone Kunsten was deze keer aardig volgelopen, al waren zeker niet alle zitjes gevuld. Voor componist en altsaxofonist Tim Berne maakte het allemaal weinig uit, want door de felle belichting kon de Amerikaan het publiek naar eigen zeggen toch niet zien zitten. De lichttechnicus moest het tijdens het concert meermaals ontgelden, maar deze maakte er dan ook een boeltje van, waardoor de muzikanten op een gegeven moment hun partituren zelfs niet meer konden lezen. Gelukkig zijn Matt Mitchell (piano), Oscar Noriega (klarinetten) en Ches Smith (drums en vibrafoon) stevig vertrouwd met het repertoire, waardoor dit geen gevolgen had voor de muziek.

Berne bracht met deze groep de afgelopen jaren twee albums uit voor het befaamde ECM-label. Zowel op 'Snakeoil' als op 'Shadow Man' is een technisch begaafd kwartet te horen, dat de intensiteit opdrijft via een mix van lange doorgecomponeerde passages, onvoorspelbaar hinkende thema's en vervaarlijke grooves. Een kleine selectie uit die albums en enkele nieuwe composities vormden het menu in Brussel, dat werd gekruid met de gortdroge humor van de bandleider tussen de stukken door.

Er werd onversterkt gespeeld, wat redelijk tricky is, aangezien een pianist het qua volume altijd moet afleggen tegen een losgeslagen drummer. In de heftige passages zorgde dit wel eens voor problemen en verdwenen de bijdragen van Mitchell in de muzikale brij. Smith liet de muziek echter ook voldoende ademen, door slechts sporadisch voluit te gaan en voor de rest vooral in te kleuren met vibrafoon, conga en een set kleine gongs. Voor het overige was er een mooi evenwicht tussen de verschillende instrumenten, met veel momenten waarop (bas)klarinet en altsax afwisselend tegen elkaar aanschurkten of als elkaars tegenstem fungeerden.

In de openingsstukken mocht vooral Noriega zich solistisch uitleven. Aanvankelijk op gewone klarinet, want de basklarinet haalde hij pas na een half uur voor het eerst tevoorschijn. Berne liet zijn compagnon op een gegeven ook letterlijk alleen in de frontlijn staan, toen hij zich achter de piano ging verstoppen en van daaruit plagerig enkele fluitende tonen aan het muzikale strijdtoneel toevoegde.

Toch was het vooral het gezamenlijke werk - in de soms volledig dichtgeplamuurde muziek - dat domineerde. Het kwartet deelde op die manier enkele mokerslagen uit, zoals het geval was in de bijna twintig minuten durende afsluiter, een nieuw stuk dat niet op de volgende plaat (die volgende maand verschijnt), maar wel op die daarna te horen zal zijn (de groep nam onlangs op één dag twee nieuwe albums op). Een rollend, laag rifje, unisono gespeeld op piano en basklarinet, vormde de aanloop naar een uitdagende drumsolo van Smith. Het uitsterven daarvan leidde naar een verstilde, minimalistische pianopassage, die tot volle bloei kwam in een mooi groepsmoment.

Gedurende het concert haalde de groep een erg hoog niveau, waardoor de passage van Tim Berne's Snakeoil nog wel even zal blijven nazinderen. Het kan alleszins gelden als een opsteker voor BOZAR, dat nu met net iets meer vertrouwen kan uitkijken naar de komende concerten van Rabih Abou-Khalil en Fred Hersch.

Labels:

(Joachim Ceulemans, 28.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Joris Roelofs – 'Aliens Deliberating' (Pirouet, 2014)

Opname: 9-10 januari 2013

Je moet veel vertrouwen hebben in de kwaliteiten van je eigen spel om als rietblazer een cd op te nemen waarop je alleen de basklarinet bespeelt, louter ondersteund door een ritmesectie. Dat Joris Roelofs hiervoor kiest, zegt veel over het niveau dat hij inmiddels heeft bereikt. Want tijdens het beluisteren van deze cd heb je geen enkel moment het idee dat je iets mist.

Het album bestaat vooral uit ballads van eigen hand, een tweetal covers - één van Lee Konitz en één van Duke Ellington - en een vijftal kleine stukjes van rond de minuut. Zijn ritmesectie, bestaand uit bassist Matt Penman en slagwerker Ted Poor, voegt veel toe, vooral in de langzamere nummers. Penman betoont zich een warmbloedig en ritmisch bassist met een zangerige toon en Poor laat horen mooie accenten te kunnen leggen, maar evengoed te kunnen swingen. Kortom een prima begeleiding, waarbij Roelofs alle ruimte krijgt om zijn kunsten te vertonen.

Eén zo'n ballad is de openingstrack 'Diana’s Castle'. Roelofs laat hier goed horen dat hij zich dit idioom volledig eigen gemaakt heeft. Hij weet optimaal gebruik te maken van het warme geluid van de basklarinet en beschikt over een intense toon, soms wat smooth klinkend. Penman zet in dit nummer een warme, gevoelige solo neer, mooi geaccentueerd door Poor.

De covers zijn eveneens goed gekozen. Vooral 'Kary’s Trance' van Konitz krijgt een bijzondere uitvoering. Ingetogen en perfect in balans kiezen de drie leden van het trio in dit nummer hun plek. Vol overgave creëren ze een adembenemende trance, dit nummer waardig.

De kleine stukjes leveren weer vaak een glimlach op, door het beeldende karakter van de muziek. De 'Big Drunken Bumblebee' zie je voorbij vliegen en ook 'Bad Dream' klinkt zoals het moet klinken. Het is het woelen in je bed, steeds heftiger, totdat je zwetend recht overeind zit. Krachtig slagwerk en dito basspel hitsen de basklarinet op tot grote hoogte. Ook 'Love Declaration' is verrassend, want als je zo je geliefde de liefde verklaart, dan weet ik nog niet of het goed gaat aflopen. Het geluid dat Roelofs hier produceert heeft meer weg van een koe die nodig gemolken moet worden!

Op woensdag 4 maart speelt het Joris Roelofs Trio in Paradox, Tilburg. Klik hier voor meer informatie.

Meer horen?
Op deze pagina vind je geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 28.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Kermis in de hel

Fred Frith Trio, dinsdag 24 februari 2015, MuziekPodium Zeeland, 't Schuttershof, Middelburg

Het mag een hele prestatie genoemd worden van MuziekPodium Zeeland: het trio van Fred Frith tijdens deze korte Europese tour naar Zeeland halen. Samen met Brussel waren dit de enige concerten in de Benelux.

Een hele prestatie, omdat Fred Frith tenslotte één van de belangrijkste experimentele gitaristen van de afgelopen vijftig jaar is. Medeoprichter van het legendarische Henry Cow en lid van Naked City, met John Zorn, Bill Frisell, Joey Baron en Wayne Horvitz, waarin hij de bassist was. Tevens maakte hij onderdeel uit van Massacre, met onder andere Bill Laswell.

Het trio waar hij nu mee werkt, met naast hem bassist Jason Hoopes en drummer Jordan Glenn, laat zien en vooral horen dat Frith het experimenteren gelukkig nog niet verleerd is en dat hij nog steeds de gemoederen weet te beroeren. Het siert hem dat hij twee oud-leerlingen gevraagd heeft om hem te vergezellen en hem zo scherp te houden. Ondanks het verschil in leeftijd en ervaring deden de drie muzikanten niet voor elkaar onder in deze impro-set van ruim een uur. Waarbij de afwisseling tussen de diverse stijlen en gemoedstoestanden opvallend was. Van een lentebriesje tot een orkaan en alles wat ertussen zit, met zonnige momenten en stevige stortbuien. Kermis in de hel dus, zoals we dat noemen.

Het geheel gaat direct bijzonder stormachtig van start, waarbij vooral Hoopes schittert door zijn basgitaar op de hals met twee handen te bespelen en hiermee een verwoestend geluid te produceren. Frith produceert percussie-achtige klanken door zijn gitaar met een schilderskwast en een kledingborstel te bewerken. En dan, vanuit deze onrustbarende chaos, komt ineens een wonderlijk harmonieuze gitaarmelodie bovendrijven, als in het oog van de orkaan, subtiel ondersteund door het ritme van Glenn.

Een andere bijzondere moment in deze set is als Frith een metalen bakje op zijn snaren plaatst en hier met een strijkstok overheen gaat, ondertussen zachtjes zingend. Een bijna melancholiek moment, waarin folkinvloeden doorklinken. Hetzelfde geldt voor het stuk meer naar het einde toe, als Frith met behulp van zijn gitaar en voetpedalen een lange drone produceert, waarop Hoopes en Glenn afwisselend soleren. Daarbij lijkt het continu alsof ze aan een melodie willen beginnen die maar niet op gang komt. Het is uiteindelijk Frith die wél met de melodie komt en hier wederom laat horen ook heel subtiel te kunnen musiceren.

Labels:

(Ben Taffijn, 26.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
TangoZZs & More - 'Live At De Toonzaal' (eigen beheer, 2015)

Opname: 22 november 2014

De combinatie tango-jazz is minder vreemd dan je op het eerste gezicht wellicht zou zeggen. De genres zijn bij benadering even oud en de respectieve populariteit begon eveneens kort na elkaar, zo'n honderd jaar geleden. Die eerste (Europese) jazzbandjes speelden er ook vaak tango's naast.

Wat ik een beetje mis bij TangoZZs is passie. Nou weet ik ook wel dat de tango door heel wat fases is gegaan en dat er tijden zijn geweest dat die muziek-annex-dans verstard was geraakt, geformaliseerd. Maar toch: passie is een belangrijk ingrediënt. Die hartstocht moet hier vooral van violiste Ruzana Tsymbalova komen en, in mindere mate, van bandoneonspeler Santiago Cimadevilla. Een enkele keer ('Candombeada') laat ook pianist Wim Warman van zich horen, maar met name saxofonist Ruud Bergamin speelt mij te braaf, te 'recht'. Zijn composities daarentegen deugen weer wél.

Een van de aansprekendste nummers is 'A Moment Of Silence', waarin de instrumenten het thema naadloos aan elkaar doorgeven. Ook 'Sur' is wat meer geaccidenteerd. 'Tango De La Historia' tenslotte heeft zijn expressie volledig van Tsymbalova, die er lustig op los krast.

Meer horen?
Op deze pagina vind je geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 26.2.15) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Clark Terry


Clark Terry, die zaterdag 21 februari in Pine Bluff, Arkansas na een lang ziekbed overleed, gold als een van de meest karakteristieke trompettisten van de jazz. In zijn hyperbeweeglijke geluid huisde altijd iets wat je misschien nog het best met 'juichkreet' zou kunnen duiden. Die sound was onmiskenbaar een afspiegeling van zijn karakter.

Terry gold als een onvermoeibare pleitbezorger voor de muziek en vond het zijn plicht jonge, veelbelovende muzikanten zo veel mogelijk te ondersteunen. Dat was al zo toen hij een jeugdige en aan lager wal geraakte Miles Davis onderdak bood. Om te constateren dat die zijn hotelkamer leegroofde nadat hij zijn hielen had gelicht.

Ook humor speelde altijd een rol in zijn spel. Dat kun je al in zijn vroege opnamen, met de bigband van saxofonist Charlie Barnet (1947), vaststellen. In het nummer 'Pompton Turnpike' speelde hij een even grappig als zelfverzekerd duet met de leider op sopraansax. In 1964 had hij een hit met het nummer 'Mumbles', een soort gemompelde, onverstaanbare blues. Dat was geïnspireerd op de incoherente blueszangers die hij in zijn jonge jaren in zijn geboorteplaats St. Louis had gehoord.

Clark Terry zag in 1920 het levenslicht in een stad die op dat moment reeds een rijke jazztrompettraditie kende. Daar zaten bekende namen bij als Charlie Creath en Dewey Jackson, plus een veelvoud daarvan aan grootmeesters die het nimmer tot plaatopnamen brachten. Clark bleek een natuurtalent. Hij had het geluk dat een oudere zus van hem met de tubaïst van Jackson getrouwd was. Zodoende raakte hij verzeild bij de repetities van Jacksons Musical Ambassadeurs en ontmoette hij een van de trompettisten, die zijn talent herkende. Op school speelde hij trompet en ventieltrombone en al snel had hij zijn eerste betaalde schnabbels. Hij werkte met een rondreizende revue en op de Mississippi, waar de bandleider de gewoonte had liedjes te spelen in een andere toonaard dan wat afgesproken was. Die lachte zich vervolgens zo'n heel nummer rot om het gestuntel van zijn jeugdige muzikanten.

Tijdens zijn militaire diensttijd speelde Terry in een marineband. Vervolgens werd zijn talent door de opeenvolgende bandleaders Lionel Hampton, George Hudson, Eddie Vinson, Charlie Barnet, Charlie Ventura en Count Basie onderkend. Bij Basie werkte hij in diens bigband en vervolgens in het Basie Octet; zijn zichtbaarheid nam hierdoor aanzienlijk toe.

De kroon op zijn carrière waren ongetwijfeld de acht jaren die hij op de Duke Ellington University doorbracht. Ellington wist wel raad met het unieke beweeglijke en extreem expressieve geluid van de trompettist. Nochtans verliet hij Duke in 1959 om met trompettist en arrangeur Quincy Jones, een andere voormalige protegé, naar Europa te gaan. Diens show 'Free and Easy' flopte en Jones moest alle zeilen bijzetten om het orkest een paar maanden op de been te houden. Terry kreeg vervolgens studiowerk bij NBC, waar hij een van de eerste zwarte stafmuzikanten was. Voor miljoenen Amerikanen werd hij als prominent bandlid van de 'Tonight Show' een bekend gezicht.

Daarnaast bleef Terry zoveel mogelijk jazz spelen, met Bob Brookmeyer, met Gerry Mulligan, met Jazz at the Philharmonic en met eigen groepen. Gaandeweg ging hij zich meer op de bugel toeleggen. Een truc die altijd goed uitpakte was het spelen van duetten met zichzelf, op trompet en bugel. Ook gaf hij honderden clinics en masterclasses en bleef hij jong talent steunen. Zij laatste ontdekking was pianist Justin Kauflin, te zien in de documentaire 'Keep On Keepin’ On', die Alan Hicks in 2014 maakte.

Terrys drukke werkzaamheden en zijn diabetes zaten elkaar al decennia in de weg. Zijn benen moesten worden geamputeerd en op 21 februari was het gebeurd met een van de aardigste gozers van de jazzscene.

Labels:

(Eddy Determeyer, 25.2.15) - [print] - [naar boven]





Concert
Elixer voor de verbeelding

Linus & Friends, donderdag 19 februari 2015, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

Sfeervol, sereen en een elixer voor de verbeelding, dat is het concert van Linus & Friends. Één set van veelal lange aaneengesloten composities en improvisaties vormen een fascinerende spanningsboog die zijn doel niet mist. Geen noot te veel, geen noot te weinig: alles in dienst van het muzikaal verhaal. De vier musici hebben gelijkwaardig part én deel hier. Die gelijkwaardigheid maakt je als publiek solidair met de individuele musici en met het kwartet als geheel.

In de bedrieglijk statische setting is er volop actie en interactie. Wisselingen van instrumenten bij Ruben Machtelinckx, Frederik Leroux en Thomas Jillings: gitaar, baritongitaar, banjo, basgitaar, E-bow, synthesizer, keyboard, tenorsax, altklarinet, C-melody sax. Ook Øyvind Skarbø bedient zich van het nodige slagwerkgerief. Maar het oogt allemaal organisch, relaxed en cool.

Het repertoire bestaat voornamelijk uit rustige composities in medium tempo en op een bescheiden geluidsniveau. Toch leidt dit zeker niet tot knikkebollen. De composities zijn boeiend van opbouw, de verschuivingen van de repetatieve thema's intrigerend. Hier wordt met gevoel voor schoonheid en wars van pathos gemusiceerd. Vanuit de basis wordt een muzikale bouwwerk opgetrokken, bijvoorbeeld in 'Folkish', waarbij je zelf de beelden kunt bedenken. Na een lang uitgerekte opbouw in crescendo volgt de terugkeer in decrescendo, totdat er nagenoeg niets resteert. Dan is het Leroux die plotseling een dansbaar thema lanceert, waar Machtelinckx op banjo zich met wat 'verstoringen' tegen 'verzet'. Leroux echter volhardt met het door hem ingezette melodietje, hetgeen uiteindelijk leidt tot consensus, waarna Thomas Jillings op altklarinet en Machtelinckx zich harmonieus verenigen en Øyvind Skarbø zorgt voor de juiste bedding.

Met tot de verbeelding sprekende composities van Machtelinckx en Jillings en de vertolking ervan werd het publiek op aangename wijze door dit viertal op sleeptouw genomen. Linus & Friends is in welke samenstelling ook de moeite waard om op de voet te volgen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven. En hier vind je een impressie van de voorbereidingen tijdens de 'in residence' van Linus & Friends.

Labels:

(Cees van de Ven, 24.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Ballister - 'Worse For The Wear' (Aerophonic, 2015)

Opname: 28 maart 2014

De leden van dit trio, Dave Rempis, Fred Lonberg-Holm en Paal Nilssen-Love, hebben intussen in de alternatieve jazzscene hun sporen ruimschoots verdiend. En terecht, zo wordt ook weer duidelijk na het beluisteren van deze schijf. De vijfde alweer in evenzoveel jaren. Dit album, live opgenomen in The Constellation in Chicago tijdens de voorjaarstour van het trio, is wederom zeer meeslepend.

Het is in het kort gezegd muziek die je bij de strot grijpt, door elkaar schudt, door de kamer sleurt en je vervolgens volledig daas in een hoek achterlaat. Altijd intens en overweldigend, regelmatig met een enorme drive, maar soms ook heel subtiel en gevoelig.

Slechts drie nummers telt het album, waarvan het eerste nummer, 'Fornax', het langste is met ruim eenentwintig minuten. Dit nummer start onnavolgbaar. Het eerste gevoel is: er is iets niet in orde met mijn stereo-installatie. Volledig overstuurde elektronica door Lonberg-Holm en Rempis die alles uit zijn altsax perst wat er maar uit te persen valt en dat in een moordend tempo. Dat gaat zo bijna zes minuten door, waarna Nillsen-Love een overrompelende drumsolo geeft in een Afrikaans aandoend ritme.

Wat volgt staat in schril contrast met het eerste deel van dit stuk: een duet tussen Rempis en Lonberg-Holm, waarbij beiden hun instrumenten laten zingen en krassen volgens de wetten van de rauwe schoonheid. Halverwege het nummer zit een solo van Rempis op tenorsax. Hier valt op wat een ongelofelijke klankenrijkdom hij op dit instrument weet te produceren. De diepe, rauwe keelklanken gaan door merg en been. Of hij lucht tekort komt, zo perst hij de noten uit zijn sax. Het doet bijna pijn, zo intens, zo rauw. Naar het einde toe laat Lonberg-Holm tot slot nog horen wat je allemaal met een cello kunt doen. Het giert, piept en knarst. Een ware kakofonie van onderaardse klanken.

In 'Vulpecula' gaat het er subtieler aan toe. Daar gaat het, vooral in het eerste stuk, meer om een klankexperiment met een grote rol voor de cello en de elektronica, bespeeld door Lonberg-Holm. Bijzonder in dit nummer is ook het duet tussen sax en slagwerk halverwege. De lange, ijle, trillende lijnen van Rempis en het rauwe cellowerk van Lonberg-Holm contrasteren hier goed met het slagwerk. Het roept een sinistere, beladen en gespannen sfeer op.

Meer horen?
Klik hier om te luisteren naar een track van dit album: 'Scutum'.

Labels:

(Ben Taffijn, 24.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Scheren langs de afgrond

Keenroh & Satoko Fujii, donderdag 19 februari 2015, De Singer, Rijkevorsel

De Singer koos ook deze avond voor een double bill en wel een bijzonder goed gekozen combinatie, want ondanks het feit dat de heren van Keenroh en pianiste Satoko Fujii elkaar totaal niet kennen, is de muziek wel degelijk vergaand aan elkaar verwant.

Keenroh is een bijzonder duo, bestaande uit pianist Thijs Troch en fluitist Jan Daelman. Enige tijd geleden verscheen hun debuut-cd vol improvisaties, die variëren van heel fragiel en breekbaar tot woest en onstuimig. Vooral daar waar dit laatste van toepassing is, is het een feest om de heren bezig te zien. Troch duikt in de piano om met allerlei hulpmiddelen de mogelijkheden van de piano op te rekken, waarbij hij zich een ware leerling van John Cage betoont, of hij raast als een bezetene over de toetsen in een afmattende solo. Daelman perst tegelijkertijd de meest bijzondere klanken uit een stuk van zijn dwarsfluit, die hij voor de verandering als een klarinet hanteert. Maar het hoogtepunt is een titelloze improvisatie, waarbij Troch met een houtblok over de snaren van de piano krast en zo een hoge, ijle klank produceert, als een zingende zaag, waar Daelman zijn improvisatie op bamboefluit overheen legt.

Diezelfde intensiteit en gevoel voor uitersten kenmerkt het pianospel van Satoko Fujii, alleen dan in overtreffende trap. Het was een in alle opzichte overrompelende ervaring, Fujii's recital in De Singer. Haar spel is zeer intens, bij tijd en wijle zelfs agressief en gewelddadig. Met ongeëvenaarde kracht dendert zij over de toetsen, beukend en hamerend, om het volgende moment volledig stil te vallen en de luisteraar te trakteren op enige spaarzame aanslagen. Maar de rust duurt nooit lang. Een volgend angstaanjagend moment, waarbij ze de luisteraar bij de strot grijpt, is reeds nakend.

Op andere momenten kiest ook zij ervoor om de mogelijkheden van haar instrument uit te breiden, wanneer ze met trommelstokken de binnenkant van de piano omtovert tot een soort marimba. De vibrerende klanken verdiepen de spanning alleen maar verder.

Pure blues deze avond, in de ware zin van het woord. Scheren langs de afgrond dus.

Klik hier voor foto's van het concert van Keenroh door Guy Van de Poel. En klik hier voor foto's van het optreden van Satoko Fujii door Cedric Craps.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Conference Call of de kunst van bewegelijke poëzie

vrijdag 20 februari 2015, Casino, Sint-Niklaas

In De Casino in Sint-Niklaas kondigt Paul Schrijvers op een onnavolgbare wijze de jazzconcerten aan, als een verre neef van Drs. P. Maar vergis u niet, achter al die kolder en gein gaf Schrijvers een trefzekere omschrijving van Conference Call als een ervaren groep die laveert tussen post-bop, avant-garde, impro en kamermuziek. Alleen jammer dat het ensemble werd aangekondigd als het Joe Fonda Quartet. Natuurlijk is Joe Fonda een uiterst charismatische podiumpersoonlijkheid en een man die met zijn charme zelf de meest verstokte mainstreamer weet mee te nemen naar plaatsen waarvan die het bestaan nauwelijks vermoedde. Maar Conference Call is wel een groep waarbij alle groepsleden hun inbreng hebben en composities aanbrengen.

Het viertal ging van start met 'Dreierlei' van rietblazer Gebhard Ullmann. Dit nummer is ondertussen een halve klassieker, die Ullmann in bijna al zijn ensembles op de playlist staan heeft. Na een aarzelend begin werd snel een solide fundering gelegd waarop iedereen kon verder bouwen. Bassist Joe Fonda liet met zijn typische toon, waaraan hij jaren schaafde en werkte, wel heel creatieve lijnen uit de contrabas rollen. Naadloos vloeide het nummer over in 'What About The Future', waarin componist Michael Jefry Stevens met elementen uit de klassieke muziek, avant-garde en jazz de contouren van een gouden driehoek omlijnde. Ullman had ondertussen de tenorsax ingeruild voor de basklarinet en plaatste met iets wat naar eenvoudige volksmuziek refereerde het abstract impressionisme van de tandem Fonda-Stevens in een ander daglicht. Drummer Georges Schuller voerde het tempo op in zijn solo, zonder de intensiteit van de muziek naar de verdoemenis te helpen. Meteen werd het publiek in één vloeiende beweging meegenomen naar 'The Next Step', dat klonk als een ontspoorde train song en voor iemand er erg in had, werd zoals in een suite een goede veertig minuten non-stop gemusiceerd.

Op het programma verder onder meer 'Poetry In Motion', een quasi-perfecte omschrijving voor de muziek die Conference Call brengt. En dan is die poëzie ook nog veelzijdig. Dankzij drummer Georges Schuller bijvoorbeeld. Nooit opdringerig, wel heel genuanceerd en steeds aanwezig. Gebhard Ullmann zou wel eens de sleutelfiguur kunnen zijn. Zowel op sax als basklarinet duwt hij de muziek buiten de lijntjes, weg uit de comfort zone. Pianist Michael Jefry Stevens en bassist Joe Fonda functioneren als duo in de meest diverse situaties, en waar Fonda de man met de presence is, geeft de bescheiden Stevens in veel gevallen de muziek net dat wat ze boeiend en tegelijk toegankelijk maakt.

Conference Call is een working band, wat zich laat voelen. Al is het maar dat bij het publiek de voetjes en kopjes al dan niet ritmisch aan het bewegen gaan en spontaan applaus weerklinkt op momenten dat de muziek ook spontaan ontploft, gewoon door het hoge en creatieve niveau van de improvisaties en de stevige funderingen die eronder gelegd worden, niet door kunstmatig naar een hoogtepunt toe te werken.

Met als bis een broeierige improvisatie in een traag tempo zette Conference Call een punt achter een knap en intens concert. Jammer dat het publiek niet massaal opdaagde. Het was dan ook een druk weekend op de Belgische podia met Storm in Oostende, Brand in Mechelen en Bang! in Brussel, waar ongetwijfeld ook boeiende zaken te beleven vielen. Zij die voor Conference Call in Sint-Niklaas kozen, zullen alvast niet ontgoocheld geweest zijn.

Deze recensie verscheen eveneens op Jazz'Halo.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cedric Craps.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 23.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd
Teus Nobel - 'Legacy' (Flyin' High Records, 2014)


Met zijn debuut 'Flow' uit 2012 wist trompettist Teus Nobel zichzelf in de schijnwerpers te spelen. Hij werd mede op basis van dit album uitgeroepen tot Radio 6 Soul & Jazz Talent. Zijn tweede album 'Legacy', de naam zegt het eigenlijk al, is een eerbetoon van Nobel aan zijn grote voorgangers en deels tijdgenoten. Allen trompetisten waar hij zich schatplichtig aan betoond. Standing on the shoulders of giants, of zoiets.

Nobel eert zowel de grote buitenlandse trompetisten als Miles Davis, Woody Shaw , Roy Hargrove en Christian Scott, als Nederlandse meesters als Eric Vloeimans en Jarmo Hoogendijk. Waarbij wel opvalt dat de helden van Nobel allemaal in het lyrische genre spelen. Trompetisten als Taylor Ho Bynum, Peter Evans en Nate Wooley ontbreken in het rijtje.

Verwacht hier dus ook geen zeer vernieuwende muziek, dat zou niet passen bij dít eerbetoon, maar aan de andere kant doet Nobel meer dan het louter kopiëren van zijn roemruchte leermeesters. Daar is Nobel een te goed componist en trompettist voor. Zijn stijl is echter wel die van het lyrische en de harmonieuze patronen. Dat Nobel óók in de lichte muziek actief is, hoor je hier wel terug. Er valt geen overtogen noot op dit album.

Neem 'Mr. Shiny Pants / Quiet Now', het tribuut aan Vloeimans. De titel verwijst naar die kleurige broeken waarmee Vloeimans altijd het podium betreedt. Nobel kiest hier voor harmonieuze, vloeiende lijnen, zoals Vloeimans die ook graag uit zijn trompet tovert. Het staat in mooi contrast tot de rockende gitaarsolo die Jerome Hol ten gehore brengt in dit kwintet. In het tweede deel 'Quiet Now' blaast Nobel een meer verstilde en ingetogen solo, waarbij bassist Jeroen Vierdag en slagwerker Jasper van Hulten voor de sfeervolle begeleiding zorgen.

In het eerbetoon aan Jarmo Hoogendijk, 'Suite For Jarmo', kiest Nobel voor een balladvorm. Het nummer kent een gastbijdrage van Ben van den Dungen. Toepasselijk natuurlijk, aangezien Hoogendijk en Van den Dungen elkaar door en door kennen, van hun eigen kwintet , maar ook van hun gezamenlijke optredens met Nueva Manteca. Het leidt hier tot fijnzinnig samenspel van de beide blazers, Nobel en Van den Dungen. Vooral in het tweede deel als het nummer versnelt, ontstaat er een boeiende dialoog, waarbij pianist Timothy Blanchet voor trefzekere accenten zorgt.

Het pianospel van Blanchet komt ook goed tot zijn recht in 'Beam Me Up, Scotty', een compositie opgedragen aan Christian Scott. De weemoedige, bluesy begeleiding legt een weldadig patroon, waar Nobel een gevoelige noot op kan blazen.

Meer horen?
Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Ben Taffijn, 23.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Veel doen met weinig

Laurens Smet & Hugo Antunes / Daniel Levin & Mat Maneri, Oorstof, woensdag 18 februari 2015, CC Berchem

Twee duo's in deze aflevering van Oorstof. In de eerste set twee bassisten en in de tweede set de combinatie altviool–cello.

Een duo van twee bassisten lijkt zo op het eerste gezicht weinig spannend. Het klankbereik van een bas is nu niet bepaald groot te noemen. En dat dan keer twee. Wat kan dat nu opleveren? Welnu, uiteindelijk meer dan je zo in eerste instantie verwacht. Laurens Smet - hij sloot de laatste Oorstof-serie nog af met een speciaal door hem samengesteld sextet: Laurens Smet Anvers Stock Trade - speelde hier samen met de Portugees Hugo Antunes een vibrerende set vol impro.

Soms onttrokken ze met klassieke middelen, woest plukkend aan de snaren of met de strijkstok een feest van donkere klanken aan hun instrument. Maar vaak ook met meer onconventionele middelen, wat nu juist zo leuk is aan impro. Wroetend achter de snaren met het handvat van de strijkstok of met een balpen. Trommelstokken werken ook goed, zowel om de bas tot percussie-instrument om te toveren als om er van alles mee te doen op, tussen en achter de snaren. En dan kun je ook nog aluminiumfolie om je snaren wikkelen, dat vibreert dan mee als je gaat strijken. Het levert de meest bizarre, verontrustende, overrompelende klanken op, zorgt voor extra spanning en rekt het bereik van het instrument verder op.

De combinatie altviool–cello geeft associaties met de klassieke muziek. Maar met Mat Maneri en Daniel Levin ben je die associatie snel kwijt, al zijn er wel raakvlakken met hedendaags klassiek in hun muziek. De set begon met twee improvisaties, waarbij ieder raakvlak met wat dan ook volledig ontbrak. Geluidscollages bestaande uit subtiele strijkklanken in delicaat evenwicht. De overige nummers in de set waren gebaseerd op bestaande melodieën van de cellist Levin: 'Underground', 'Old Song' en 'Sad Story', maar ook hier was de melodie - vrijwel altijd gespeeld door Levin - minimaal, meer een ankerpunt om aan vast te haken.

Wat vooral opvalt bij deze twee grootmeesters van de vrije improvisatie is hun ongelofelijke instrumentbeheersing. Het levert bijzondere momenten op, waarin zeer verfijnd wordt gemusiceerd en de transparantie optimaal is. Momenten van totale verstilling, waarbij de kracht zit in de nuance.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.2.15) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik
PC Qwintett: 75 jaar Pierre Courbois


Pierre Courbois is sinds jaar en dag een van de vaandeldragers van de Nederlandse jazz, met zowel nationale als internationale erkenning. Hij heeft samengewerkt met tal van toonaangevende musici, zoals Willem Breuker, Eric Dolphy, Ben Webster, Peter Brötzmann, Jeanne Lee, Bud Powell, Stan Getz en Mal Waldron. Inmiddels staat hij al meer dan 57 jaar op de planken. In april van dit jaar wordt hij 75 jaar. Hij viert dit met een uitgebreide tournee langs de Nederlandse podia. Speciaal daarvoor heeft hij onder de naam PC Qwintett een nieuw ensemble samengesteld, dat bestaat uit een aantal jazzcoryfeeën met wie Courbois in zijn lange carrière heeft samengewerkt: pianist Niko Langenhuijssen, bassist Egon Kracht, trompettist Toon de Gouw, trombonist Ilja Reijngoud en bariton- en sopraansaxofonist Jan Menu*.

De internationaal vermaarde Nederlandse drummer Pierre Courbois houdt zich al van jongs af aan bezig met nieuwe ontwikkelingen in de jazz. Hij nam lessen bij Kenny Clarke in Parijs en ontwikkelde zich tot een onbetwiste meester in het spelen met brushes. Met zijn band Association PC stond hij aan de basis van freejazz en fusion; zijn drumbreaks op vinyl worden nog regelmatig gebruikt door dj's. Hij experimenteerde met allerlei technische innovaties, waaronder elektronische drums. Hij speelde jarenlang in het Mal Waldron Trio en won onder meer de Bird Award en de Boy Edgar Prijs. Als jazzdrummer én componist, een bijzonder zeldzame combinatie, blinkt hij uit in muziek met ongebruikelijke maatsoorten.

Het unieke van het Pierre Courbois Qwintett zit hem in de eigenaardige constructie van de composities en de vele oneven maatsoorten. De Mingus-traditie van thematische, melodieuze ensemblejazz wordt voortgezet. Slechts weinige drummers zijn als Courbois in staat tot het scheppen van melodisch, harmonisch én ritmisch interessante geïmproviseerde muziek. Sterker nog, als jazzdrummer-componist mag hij beschouwd worden als een vrij zeldzaam fenomeen.

Tijdens de Nederlandse tournee in 2015 (april en september-december) zijn er 20 concerten gepland. In de zomer van 2016 volgt een internationale festivaltournee.

* Reijngoud en Menu wisselen elkaar af bij de concerten.

Speellijst april
15/04   Co & Mijke Live, Amsterdam
16/04   JINJazz@Brebl, Nijmegen
18/04   Theater Aan de Slag, Culemborg
21/04   Musis Sacrum, Arnhem
23/04   Bimhuis, Amsterdam (speciaal verjaardagsconcert)
25/04   Jazzpodium DJS, Dordrecht

Labels:

(Maarten van de Ven, 22.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Polar Bear en Bones: monolithisch en centrifugaal

donderdag 19 februari 2015, Platformtheater & Lighthouse Muzieklab, Groningen

Het meest opvallende aan Polar Bear is de dubbele tenor-bezetting. De saxofoons van Pete Wareham en Shabaka Hutchings dagen elkaar niet uit, contrasteren zelfs nauwelijks. Ze ondersteunen en versterken elkaar, werken als een geheel. Dat is ook wel exemplarisch voor deze Londense groep. Alles draait om het geluid van het totaal. De muziek is zorgvuldig vormgegeven, elk instrument kent zijn plek. Polar Bear staat als een huis. Of op zijn minst als een uit de schotsen gewassen iglo.

Het meest verbluffend bleek dat in het eerste nummer, 'Open See'. Dat begon met een drone van elekrospecialist Leafcutter John, die werd opgepikt door achtereenvolgens Hutchings, bassist Tom Hebert en Wareham. Zodoende ontstond er een van harmonische klanken gevlochten soundscape, dat langzaam draaide en van kleur wisselde.

De synthesizer werd vooral als percussie-instrument ingezet en wees vaak de weg die het kwintet in diende te slaan. Daar de muziek vooral op herhalingen berustte – echt vrije solo's waren uitzonderlijk – ging er een bepaalde trancewerking van uit. Helemaal toen de verwarming na de pauze een paar graden hoger bleek te staan. Lang werkte zo'n mesmerisme niet: de synth of het slagwerk van Seb Rochford knipte je onverbiddelijk uit je roes.

Zo beheerst en architecturaal als de muziek van Polar Bear overkwam, zo vrij en onvoorspelbaar bleek het werk van Bones. Bones, het Berlijnse trio van basklarinettist Ziv Taubenfeld, speelde schuin tegenover het Platformtheater in het Lighthouse Muzieklab. Het optreden een huiskamerconcert noemen is te sterk uitgedrukt: veel groter dan een studentenkamer bleek het futuristische Lighthouse niet. Met het trio en een kleine twintig man publiek was het al dringen geblazen. Het 'omgekeerde' dak geeft de ruimte een specifiek karakter. Overdag wordt er gerepeteerd en lesgegeven en eens per week is er dus een optreden. Groningen heeft er met andere woorden een intrigerend podium bij.

Vers uit Berlijn waren Taubenfeld, Shav Hazan (bas) en Nir Sabag (drums) komen overwippen en diezelfde nacht, begreep ik, gingen de Berlijners weer naar huis. Zoals gezegd, vrijheid staat hoog in het vaandel van deze internationale band. Maar op bepaalde geheimzinnige plekken bleken de muzikanten toch weer eensgezind en stond er binnen een fractie van een seconde een hechte groep. Hazan maakte indruk met zijn gedecideerde, expressieve en krachtdadige spel. In zijn massieve handen leek de contrabas een leuk speeltje. Overigens heeft hij volgens mij alleen zijn uiterlijk met Popeye's Brutus gemeen. Ook Taubenfeld liet zijn complete instrument spreken, van ronkend en rollend gegrom in het laag tot extatisch gezang het hoogste register.

Niet te dikke kleding aan en misschien zelfs even trainen om wat af te vallen, zou ik voor het volgend optreden willen adviseren.

Willem Schwertmann maakte foto's van beide concerten: klik hier voor de foto's van Bones en hier voor die van Polar Bear.

Labels:

(Eddy Determeyer, 21.2.15) - [print] - [naar boven]



Cd - Clean Feed Stock Off Special
Eric Revis' 11:11 - 'Parallax' (Clean Feed, 2012)

Opname: 10-11 januari 2012

Er zullen toch een aantal wenkbrauwen gefronst geweest zijn, toen in 2009 voor het eerst het nieuws de ronde deed dat Eric Revis, Jason Moran, Nasheet Waits en Ken Vandermark elkaar gevonden hadden in een splinternieuw kwartet. Dit album, dat begin 2012 opgenomen werd, laat echter horen dat de vier er goed in geslaagd zijn om hun respectieve achtergronden tot een veelkleurig geheel te smeden.

Vooral de combinatie van bassist Revis, al jarenlang de rechterhand van Branford Marsalis (en die valt moeilijk buiten de mainstream te situeren), en Vandermark, een typevoorbeeld van een in de marge opererende muzikant, leek aanvankelijk wat vreemd. Tot je beseft dat Vandermark ook nooit vies geweest is van de jazztraditie of de werelden van rock en soul, terwijl Revis heel wat meer is dan een gezellig aan de bas plukkende jazzvirtuoos, want hij speelde eerder ook met Steve Coleman, Michael Marcus en Peter Brötzmann. Het is kortom de man die de mainstream en het experiment weet te verenigen.

Met de aanwezigheid van pianist Jason Moran en drummer Nasheet Waits, die al anderhalf decennium samenspelen in Morans Bandwagon, haalde Revis bovendien een tandem in huis die op een onwezenlijk hoog niveau kan spelen en eigenlijk al net zo moeilijk vast te pinnen valt. Moran duikt maar al te graag in de muziekgeschiedenis, maar overloop zijn discografie eens rustig en er vallen vergelijkingen te rapen met de beboppianisten, maar ook met voorgangers als Andrew Hill, Muhal Richard Abrams en zelfs Cecil Taylor. En referenties aan de klassieke traditie. Het kan kortom alle kanten uit. En dat doet het eigenlijk ook.

Dat dit wel degelijk Revis' moment van glorie is, wordt niet enkel bewezen door een handvol composities van zijn hand, maar ook door een paar solostukken. Zo wordt 'Parallax' op gang gebracht door de korte tour de force 'Prelusion', waarin hij zijn controle over de extended techniques uitvoerig mag bewijzen, en afgesloten met het titelnummer, waarin hij met zichzelf in dialoog gaat door geplukte en gestreken baspartijen tegen elkaar uit te spelen. Het album wordt bovendien ook nog eens in twee gespleten door 'Percival', dat naar verluidt verwijst naar pianist Cecil Taylors middle name en ook baadt in de ongedurigheid die een kenmerk is van diens muziek.

Daarnaast valt er haast voor elk wat wils te rapen, met vrije improvisatie, een paar strak gecomponeerde stukken en wat verrassende covers. Van de collectief geïmproviseerde brokken is 'Hyperthral' de opvallendste, startend met een redelijk open aanpak en gaandeweg intensifiërend. Even vrij, maar wat meer toegespitst op de kleine geluidjes, is 'Enkj' (de voornamen achter elkaar geplakt), terwijl 'IV' aanvoelt als een gecomponeerd stuk, vooral door Vandermarks duidelijk gearticuleerde melodische lijnen.

Revis' 'MXR' is een mars die zich voortbeweegt met een statigheid waarbij de vier mooi aan hetzelfde laken trekken, terwijl Vandermarks gecomponeerde bijdrage 'Split' het meest swingende stuk van de plaat is. De grootste verrassingen zijn echter de covers van Fats Wallers 'I’m Going To Sit Right Down And Write Myself A Letter', waarin het gezapige tenorspel aanvankelijk wordt omgeven door een wereld van geschraap en geroffel, en vervolgens een rechtlijniger, maar niet minder avontuurlijk parcours uitgetekend wordt; en ook een versie van Jelly Roll Mortons 'Winin’ Boy Blues', waarin de bruisende muzikale interactie zich voortdurend (net) buiten de lijntjes afspeelt.

Het is duidelijk dat deze vier elkaar vonden in de studio. Er wordt gemusiceerd op hoog niveau en met een vanzelfsprekendheid die voor mindere muzikanten zeker geen evidentie geweest zou zijn. De enige bedenking die we dan nog hebben is dat 'Parallax' soms te veel aanvoelt als een staalkaart, als een menu van wat de band in de aanbieding heeft. Alsof de band zocht naar een antwoord op de vraag wat ze zoal kunnen. Als er nu ook een vervolg komt dat een antwoord biedt op de vraag wat ze het liefst willen, dat gaat dat ongetwijfeld een nog sterker visitekaartje opleveren.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Meer weten?
Dit album is een van de Clean Feed-cd's die momenteel in de aanbieding zijn tijdens de Stock Off van dit Portugese kwaliteitslabel. Klik hier voor een overzicht.

Labels:

(Guy Peters, 21.2.15) - [print] - [naar boven]



Concert
Met Ada Rave naar extreme werelden

Ada Rave-Wilbert de Joode, zaterdag 14 februari 2015, Il Sole, Cantina, Groningen

"Wat verwacht je?" informeerde ik bij het meisje naast me op het bankje. "Hm, ja, moderne jazz," antwoordde ze. Dat was zacht uitgedrukt.

Ada Rave postmodern noemen vanwege haar extreme speelwijze zou haar tekort doen. Eerder is ze post-saxofoon. Ik bedoel, je mag aannemen dat de in Amsterdam wonende Argentijnse de sax-canon kent, van de H. Drie-eenheid (Hawkins-Young-Coltrane) tot de vernieuwers van na 1960. Met onbekende in Noorwegen opgenomen concertregistraties van Albert Ayler zou je haar ongetwijfeld een plezier doen.

Doch dat alles heeft ze in feite achter zich gelaten. Zoals we allemaal benieuwd zijn naar de universums die dwars door het ons (on)bekende heelal existeren, zo is Rave gretig naar de geluiden die haar sax nog meer kent. Dat gaat van het haast onhoorbaar zuchten van haar adem tot gereutel, gekrijs en geborrel. Zaken waarmee je het nobele saxofoonspel niet meteen associeert.

In de Cantina speelden Ada Rave en bassist Wilbert de Joode voor het eerst als duo samen (met pianiste Kaja Draksler vormen ze een trio). Afspraken waren er niet en vangnetten evenmin. God zegende de greep. Want Rave en De Joode zijn twee ras-improvisatoren. Dat betekent niet alleen dat ze goed naar elkaar luisteren, op elkaar reageren en anticiperen. Het houdt ook in, dat ze die specifieke taal spreken. Want ook een volledig 'vrije' speelwijze heeft haar regels en grammatica, hoe rudimentair en impliciet ook. Al spelende poogden de muzikanten een eenheid te vormen en dat lukte dus. Dat er volledig akoestisch gemusiceerd werd hielp ook.

Wanneer ze alt blies, liet de saxofoniste meer vocale elementen toe – maar dat kan toeval zijn geweest. Daardoor kreeg haar spel in ieder geval een narratieve dimensie. Met de bassist speelde ze plagend haasje-over en flitsend als Flappie trok ze haken door het speelveld. Met een metalen deksel langs de onderdelen van haar sax strijkend ontlokte Rave 'elektronisch' gefluit en gepiep aan haar toeter.

Deze door Robert Crumb getekende muzikante heeft een deur geopend naar een niet-Euclidische wereld. Om in ongelukkige beeldspraak te blijven: knappe kerel die deze doos van Pandora weer dicht krijgt.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.2.15) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)