Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Festival
Gent Jazz 2014 Part 1


"Het is niet de eerste keer en mogelijk ook niet de laatste, maar op de openingsdag van Gent Jazz 2014 waren het les petits Belges die de eer van de jazz hoog moesten houden. Dat na hen de muziek het zou moeten afleggen tegen het amusement, dat was te verwachten, maar dat de kloof zo groot zou zijn..."

Koen Van Meel bezocht de eerste dag van het Gent Jazz Festival. Hij doet verslag van de concerten van LABtrio, Kellylee Evans, Bobby McFerrin en Manu Katché, Richard Bona, Eric Legnini & Stefano Di Battista.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotografisch verslag van de eerste dag van Gent Jazz 2014, donderdag 10 juli. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels:

(Maarten van de Ven, 22.7.14) - [print] - [naar boven]





Festival
Brosella Jazz 2014


"Tijdens het tweede weekend van juli vindt al 38 jaar Brosella plaats, op zaterdag met folk en op zondag met jazz. Net niet onder de bollen van het Atomium, in het unieke Groentheater, kunnen zowel de liefhebbers als de al dan niet toevallige parkbezoekers genieten van een gevarieerd programma en een gezellige zomerse sfeer. Een zomerse sfeer die er dit jaar een beetje bij inschoot door de regenbuien."

Onze correspondent Iwein Van Malderen bezocht Bosella Jazz op zondag 13 juli en zag er concerten van DelVitaGroup XL, Jef Neve & Myrddin, Kenny Garrett Quintet, Aarhus Jazz Orchestra, Fabrice Alleman Quartet & Lorenzo Di Maio, Hoera. & guests en Omar Sosa Quarteto Afrocubano. Van de laatstgenoemde vier concerten maakte Cedric Craps fotografische impressies.

Klik hier om het festivalverslag te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 20.7.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Rembrandt Frerichs Trio - 'A Long Story Short' (Challenge, 2014)


Op 'A Long Story Short' bevindt de Nederlandse pianist Rembrandt Frerichs zich opnieuw in het gezelschap van bassist Tony Overwater en drummer Vinsent Planjer, waarmee hij zijn eerste trioalbum 'Levantasy' opnam. Dat de drie elkaar niet voor het eerst treffen, is van meet af aan te horen. Vooral in de nummers met een uitgesproken complexiteit valt de eenheid die de drie muzikanten vormen goed op. Hoekige ritmes, haakse maatveranderingen en uitgekiende arrangementen geven Frerichs, Overwater en Planjer maximaal de kans om hun onderlinge coördinatie te demonstreren. Vooral Frerichs en Overwater vinden elkaar blindelings in de kronkelende thema's, waarna ze elk hun eigen weg gaan. Dit is de wereld van Phronesis of het trio van Vijay Iyer: heel herkenbaar, modern en hip, maar niet zonder gevaar.

Vooral de technische krachtpatserij ligt bij dit spelconcept op de loer, maar Frerichs weet het doorgaans mooi te omzeilen. De composities krijgen een melodische kwaliteit mee die ze herken- en volgbaar houden, terwijl het kort draaien en tikken van Planjer de muziek voorziet van een knapperig korstje en een speelse lading. Zo strooit ook Frerichs als solist bij momenten kwistig noten met de rechterhand, zonder dat zijn virtuoze spel tot een loutere notenkramerij gereduceerd wordt. Daarvoor is de pianist te veel bezig met opbouw en ontwikkeling, waarbij hij niet constant kiest voor louter openplooien met dynamiek of zwellende tremolo's. Wanneer hij dat dan in 'Elf' toch even doet, klinken de voor de hand liggen technieken plots heel efficiënt.

De haast met wiskundige precisie geschreven en uitgevoerde composities worden afgewisseld met tragere, vaak romantische of zelfs dromerige stukken. Die worden mooi gedragen door de brede harmonievoering en de gestreken bas van Overwater, die in zijn beheersing laat horen dat het gebruik van de strijkstok bij hem geen aardigheidje is. Zo kan Coltrane's 'Naima' zich, zonder percussie, ontwikkelen tot romantische kamermuziek, terwijl in 'Stav' de filmische sfeer van een romantisch drama rondwaart. Op sommige momenten is het uitkijken dat de muziek niet onderuitzakt in haardvuurgezelligheid, maar doorgaans weten Frerichs en zijn collega's ver uit dit gevaarlijke vaarwater te blijven.

Naar het einde van de cd levert het trio ook enkele mooie miniatuurtjes af die tussen de energieke en de romantische polen van het trio in vallen. Zo wordt 'One Upon A Time' gedragen door een mankend hoemparitme, waarbij het accordeonachtig harmonium voor een licht chansonparfum zorgt, terwijl de gedempte piano sterk doet denken aan het geluid van een pianoforte. In 'Bangalore' komt de trioklank het meest verfijnd tot uiting, mede door de breinaaldenklank van Planjers tikwerk.

De laatste track, 'Chahar-Pareh', gebaseerd op een Perzische volkmelodie, is de uitsmijter van de plaat. Uptempo en plots onbeschaamd groovend met opnieuw knap energiek, maar uitgebalanceerd drumwerk, wordt de complexiteit plots vooral prikkelend en meeslepend. Het eerder door dwarse breuken indrukwekkende uitgebouwde samenspel wordt nu extra geconcentreerd. Daarmee is de muziek van het Rembrandt Frerichs Trio nog steeds niet echt vernieuwend of verrassend, maar de overtuiging waarmee die gespeeld wordt, maakt de plaat ruim overtuigend genoeg. In alle gedaantes waarin de band zich hier laat horen.

Deze recensie verscheen ook op
Kwadratuur.

Meer horen?
Op de SoundCloud-pagina van Rembrandt Frerichs kun je zowat het complete album beluisteren. Daarvoor wel even naar beneden scrollen. Klik hier.

Labels:

(Koen Van Meel, 19.7.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Orkestrale show met filmisch effect

Ibrahim Maalouf, zondag 29 juni 2014, Festival Mundial, Spoorzone, Tilburg

Voor het tweede jaar biedt de Spoorzone in Tilburg onderdak aan het Festival Mundial. Het festival is na pakweg 25 jaar verplaatst van het groene Leijpark naar de oude werkplaats van de NS, nu de Spoorzone geheten. 'Exploring the urban fields' is de ondertitel van het Festival Mundial nieuwe stijl. Het van origine festival voor wereldmuziek biedt, in drie dagen, ruimte aan uiteenlopende muziekstijlen, theater, kleinkunst en dans.

Al meer dan een half jaar is bekend dat de verrassende nieuwe geluid van stertrompettist Ibrahim Maalouf te horen zal zijn op het festival. Na het evenwichtige, van jazz doordrenkte catchy geluid van 'Wind' is de kort daarop verschenen plaat 'Illusions' zijn nieuwe statement. De muziek en gedachtegang van Maalouf zijn niet los te zien van zijn verleden. Als kind ontvlucht hij de burgeroorlog in Libanon, verlaat zijn geboortestad Beiroet en komt uiteindelijk in Parijs terecht. Geïnfecteerd door het jazzvirus, afkomstig van zijn vader, en opgegroeid in het conflictgebied van de jaren 80 droomt hij van een wereld met gemeenschapszin. In relatie tot Festival Mundial een perfecte match! Voorafgaand aan het optreden, wellicht deels veroorzaakt door de plaatsing van Nederlands elftal op het andere Mundial, ontstaat een vibe dat dit optreden een onvergetelijke ervaring kan worden.

Zonder er al te veel woorden aan vuil te maken en met betrekkelijk weinig ruimte tussen de tracks, ontstaat het filmisch effect van een orkestrale show, waarin de illusie wordt gecreëerd van een samenhangend muzikaal concept van het begin tot het einde. Met een hoog dramatisch gehalte volgt Maaloufs band de structuur van het album 'Illusions'. In de vorm van couplet en refrein wordt de ingezette melodielijn van de trompettist, opzwepend en in fanfarestijl, door de kopersectie beantwoord. De muziek wordt versneld of vertraagd of totaal stilgelegd, waarna de melancholieke solo's van Maalouf worden afgewisseld door de heavy rocksolo's van gitarist François Delporte en de spacy keyboardklanken van Frank Woeste. Opvallend zijn de subtiele Arabische klanken binnen het hoofdzakelijk orgastisch geheel. Het extra vierde trompetventiel zorgt ervoor dat deze mooie afgeroomde lyrische kwarttonen gespeeld kunnen worden.

Slechts eenmaal wordt de adembenemende presentatie van de extravagantie van 'Illusions' onderbroken. In de emotioneel geladen en deels omgebogen en uitgesponnen versie van de compositie 'Beirut' wordt het muzikale hoogtepunt van het optreden bereikt. De solo, mistroostig en in een mystiek oriëntaalse sfeer gespeeld, roept beelden uit het collectief geheugen op. Beelden waarin kinderen in willekeurige oorlogsgebieden machteloos, doelloos en zonder grip op de werkelijkheid, niets ander rest dan te dwalen langs de puinhopen van een kapotgeschoten, verlaten stad. De heftige gitaarriffs waarmee het nummer verrassenderwijs wordt besloten is de weerklank van Maaloufs persoonlijke radioherinnering aan Led Zeppelin en zijn geboortestad. De geplande toegift, met een waanzinnige afwisseling van opstomende rockritmes en verleidelijke sensitieve trompetklanken, kan niet verhullen dat het hoogtepunt van 'Beirut' nog opgesloten zit in de geest van het enthousiaste publiek.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 16.7.14) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Charlie Haden


Naar aanleiding van het magistrale album 'Liberation Music Ensemble' van bassist Charlie Haden zou een misantroop hebben kunnen beweren dat het allemaal toch niks uithaalt. De mensheid is niet meer te redden. Wanneer een dergelijk imponerend statement omtrent de status quo, met zoveel soul en vakmanschap uitgevoerd, er al niet in slaagt veranderingen te bewerkstelligen, wel, dan is alle moeite tevergeefs geweest. Vrijdag 11 juli stierf Charlie Haden na een lang ziekbed in Los Angeles. Hoe een hillbilly kindsterretje het hart uiteindelijk op de juiste, linkse plek had.

22 Was Charles Edward Haden, toen hij in 1939 met het orkest van zijn vader, de Haden Family, optrad voor het lokale radiostation van Shenandoah, Iowa. 22 Maanden, voor de goede orde. De paplepel, zonder meer. Jarenlang, op de radio en op de televisie ook. Traditionele countrymuziek speelde de Family, western swing, blues en populair spul. Een oudere broer was met jazz bezig en zo kwam Charlie oog in oog te staan met saxofonisten Charlie Parker en Lester Young, tijdens een Jazz at the Philharmonic-optreden. Dat zou zijn leven definitief veranderen.

Een polioaanval had de helft van zijn lijf tijdelijk lamgelegd en zijn zangstem geruïneerd. Misschien had dat wat te maken met de tinnitus die hij vervolgens ontwikkelde, die niet aflatende fluittoon en die afschuwelijke versterking van alle geluiden. Niet bepaald een gunstige uitgangssituatie voor een muzikant; nochtans gold hij eind jaren vijftig als de toonaangevende nieuwe bassist van de jazz. Zijn instinctieve muzikaliteit en zijn absolute gehoor hadden hem rond 1957 in contact gebracht met saxofonist Art Pepper. Wat heilzaam was voor zijn muzikale ontwikkeling, maar desastreus voor zijn mentale en fysieke welzijn. Het duurde jaren voordat Haden zijn verslaving gekickt had.

Zijn doorbraak kwam toen kennis maakte met de ontregelende muziek van altist Ornette Coleman, een hilarische holiday voor hep cats. In 1959 hoorden we hem op het album 'The Shape Of Jazz To Come' en we hoorden het aandeel van de bassist in het groepsgeluid. Meteen al in het eerste nummer van dat iconische Coleman-album, 'Lonely Woman', is duidelijk welke onafhankelijke rol de bassist hier opeist. Hij bepaalt in hoge mate de teneur van het stuk. Die rol wordt in de rest van het album met traditionele walking-patronen afgewisseld.

Iets van zijn country-achtergrond bleef je van tijd tot tijd horen in zijn spel. Die twangy kwaliteit. Maar de grootste verdiensten van Haden waren zijn ongelooflijke, onfeilbare muzikaliteit en die diepe sound van zijn 200-jarige Vuillaume contrabas. Het leek alsof hij alle grote voorgangers had geabsorbeerd, van Israel Crosby tot Paul Chambers, en die nieuw leven had gegeven. Haden was geen spectaculaire stuntman, geen vingervlug vlinderende flierefluiter. Medium tempo was hem snel genoeg. Iets binnenvetterigs had hij. Met zijn bejubelde groep Quartet West beoogde hij, de sfeer van de radioshows in de jaren veertig te pakken te krijgen, de Four Freshmen, Jo Stafford, Tommy Dorsey. Die muziek is, net als die nare fluittoon, altijd in zijn hoofd blijven hangen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.7.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Doop in salsasaus

Los Bomberos, zondag 6 juli 2014, Buckshot, Groningen

De weergoden had het behaagd, het Groninger Zuiderdiep deze zondagmiddag van subtropische temperaturen te voorzien, zodat we welbeschouwd die draaiende fan boven het podium niet echt nodig hadden om te beseffen dat we ons eigenlijk in Havanna bevonden, anno 1949. Of op z'n minst in Spanish Harlem. Zoals te doen gebruikelijk bij dit soort evenementen hadden de lokale salsascholen de nodige paren afgevaardigd. Dat die eigenlijk te weinig ruimte hadden in Buckshot, ach, daar zat niemand mee. Dat was in '49 niet anders. Een meer ervaren danseur had zijn persoonlijke handdoekje meegebracht, wat bepaald geen overbodige luxe was.

Los Bomberos (De Brandweerlieden) zijn alweer zeventien jaar dag en nacht uitrukkensbereid en die respectabele leeftijd hoor je af aan de muziek. Niet dat die krakkemikkig was of oudmodisch – maar deze salsaband loopt domweg lekker gesmeerd. Met drie percussionisten kun je er zeker van zijn dat het ritme strak spant en stuwt en tegelijkertijd alle vrijheid herbergt. Helemaal als de twee blazers in dat opzicht ook hun duit in het zakje deponeren. Opmerkelijk overigens, hoe orkestraal Los Bomberos klinken.

Spil is tresspeler Bas Blanken, de belangrijkste solist van de band, die met repeterende figuurtjes ook structuur aan het geheel geeft. Bovendien vormt hij met gitarist Rob Zwaving en percussionist Majo Lacevic een geduchte coro: hier wordt on-Hollands uit alle volle borsten gezongen. Het repertoire omvat salsaspul van koningin Celia Cruz en andere bekende verdachten. Van Lou Reeds 'A Walk On The Wild Side' hadden ze, in navolging van Polo Montanez, een aantrekkelijke traditionele Cubaanse son gemaakt, met trompettist Libbe Oosterman ("hij blaast het hoogst en hardst van alle trompettisten die ik hier ken," aldus tenorist Henk Visser) die voor het jazzy intermezzo zorgde. Maar voor hetzelfde geld leverden Los Bomberos elegante bolero's, die een beroep deden op de meer romantische kanten van de danseurs en danseuses.

Een aantal bezoekers was zo verstandig geweest zijn kroost deze middag mee te nemen, om dat een heilzame doop in de salsasauzen te laten ondergaan. Uitzonderlijk gezegend leek mij een dreumes die zojuist het staan een beetje onder de knie had gekregen. Vrolijk scharrelend in het cafévuil bezorgde die zichzelf spelenderwijs een resistentie tegen 99% van alle in kaart gebrachte microben en virussen en daarmee een serieuze kans op een leven van meer dan 150 jaar.

Klik hier voor meer foto's van dit concert door Klaas Mast.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.7.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Carmen Gomez Inc. - 'Thousand Shades Of Blue' (Sound Liaison, 2014)

Opname: 15 september 2012

Nee, een lachebekje was vocaliste Carmen Gomez toch al nooit. Deze elf liedjes van verlies en verlangen hebben een introspectief, folksy karakter gemeen. Een lolletje is het allemaal niet. Dat geeft dit album een wat somber stempel. Dat mag. Dat moet: Gomez zingt de waarheid. 'You Don’t Know What Love Is' – dat zou je in dit verband als een manifest kunnen beschouwen. Haar mooie doorleefde stem heeft ook iets nasaals en daarmee iets ongrijpbaars, iets ambigus.

Bruce Springsteens 'I’m On Fire' is hier geen kreet, eerder een overpeinzing. Bijna roerloos ook klinkt 'Angels Eyes'. Hier schittert ze met haar fenomenale stembeheersing, haar superieure ademtechniek. Met de titelsong 'Thousand Shades Of Blue' heeft Gomez met succes haar meesterproef afgelegd als singer/songwriter. Het winnaresje van het Nederlands Vocalisten Concours 1994 is een volwassen vrouw geworden, met haar onzekerheden, haar cynisme en haar hoop. Daarbij past haar band haar inmiddels als een handschoen – of, laten we zeggen, als een comfortabel ruimvallend T-shirt.

Meer horen?
Klik
hier om het titelnummer van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.7.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Stralend optimisme

Gilad Hekselman Trio, zaterdag 28 juni 2014, Bimhuis, Amsterdam

Gilad Hekselman is een gitarist uit Israël en momenteel woonachtig in New York. Sinds 2004 heeft hij voornamelijk als freelancer het podium gedeeld met onder anderen Chris Potter, Anat Cohen, Avishai Cohen, Ari Hoenig, Jeff "Tain" Watts en Tigran Hamasyan. In 2013 is zijn vierde cd 'This Just In' verschenen. De jonge Israëliër bespeelt een nieuwe semi-hollow gitaar (Victor Baker) met een open elektrisch geluid en veel ruimte voor akoestische nuances. De gitarist is een lyrische verhalenverteller met een warme, zingende, kristalachtige toon. De helderheid van zijn speelstijl en de griezelig nauwkeurige articulatie staan ten dienste van het resultaat.

Zijn trio, bestaande uit de gedreven, gepassioneerd spelende Reuben Rogers op contrabas en de bij vlagen opzwepend spelende Ferenc Nemeth op drums, speelt een compilatie van composities afkomstig van 'This Just In' en 'Hearts Wide Open'. De muziek komt van binnenuit, kent geen directe sensationele uitspattingen, maar is volstrekt oprecht in zijn bedoeling. Hekselman speelt zonder urgentie, hij dartelt over de noten en en streelt de hoge tonen. De gespeelde lijnen zijn vaak kort, altijd stralend en fragiel als een aquarel.

De afwezigheid van de jachtigheid in zijn spel betekent niet dat de muziek emotieloos wordt opgediend. Sentimenten verplaatsen zich van weemoedig naar kwetsbaar, maar kunnen ook krachtig, broeierig en weerbarstig doorklinken. Het trio verkent de grenzen van de compositie en toont de onvervalste nieuwsgierigheid die nodig is bij een creatief improvisatieproces. Ragfijne, snelle, melodische lijnen als het moet en zacht delicaat waar nodig. Bijtijds en op natuurlijke wijze wordt de versnelling of de vertraging gezocht. De spanningsboog wordt verhoogd door de combinatie van dissonante akkoorden met aaneengeregen notenvariaties en het spelen van diverse melodieën in één compositie. De inzet van prachtig solowerk voor de contrabas vergroot de variatie. Nieuwe muzikale vondsten dienen zich live aan en het speelplezier druipt er vanaf.

Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 9.7.14) - [print] - [naar boven]





Artikel
Dr. John plays Louis Armstrong: zoek de verschillen


"Doc heeft een mooie selectie Armstrong-nummers op het programma gezet, met daarbij krakers als 'What A Wonderful World' en 'When The Saints Go Marching In', maar ook minder gangbare juweeltjes zoals 'Do You Call That A Buddy' en 'Sweet Hunk O’ Trash'. Om er helemaal zeker van te zijn dat het resultaat zou kloppen, werd veteraan George Avakian (1919) aangetrokken om het album 'Dr. John Meets Louis Armstrong' te produceren. Zestig jaar geleden stond Avakian aan de wieg van de legendarische Armstrong-lp's 'Satch Plays W.C. Handy' en 'Satch Plays Fats'... Als dat geen old skool is weet ik het ook niet meer."

Eddy Determeyer blikt alvast vooruit naar het optreden dat Mac 'Dr. John' Rebennack zal geven op het komende North Sea Jazz Festival. Zaterdag 12 juli brengt de Doc in de Amazon een show rond het oeuvre van zanger/trompettist Louis Armstrong: 'Spirit of Satch'. Met in zijn band onder meer Benjamin Herman (dwarsfluit/saxofoon) en Nicholas Payton (trompet).

Klik hier om het artikel te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 8.7.14) - [print] - [naar boven]





Reportage
Wildeman wint

Northern European Jazz Talent Contest, vrijdag 27 juni 2014, News Cafe/The Club, Groningen

"Maar ik ben bassist," riep Esat Ekincioglu met een mengsel van verontschuldiging en verontwaardiging, toen bekend werd dat hij de winnaar was geworden van het Northern European Jazz Talent Contest. Jury en publiek waren het al snel eens: de tomeloze manier waarop deze wildeman uit de binnenlanden van Turkije zijn contrabas te lijf ging, verhief hem zonder pardon tot primus inter pares. Het solostuk 'Freedom Jazz Dance' werd onder zijn dansende en plukkende vingers een 'Freedom! Jazz! Dance!' De derdejaarsstudent aan het Prins Claus Conservatorium liet zijn instrument uitbundig zingen en galmen, maar benadrukte tegelijkertijd diens percussieve kwaliteiten met ouderwets geslap. "Hij heeft een eigen taal," oordeelde de jury en zodoende overhandigde cultuurwethouder Paul de Rook de prijs, een gigantische (voetbal!)beker plus een cheque van duizend euro aan de beduusde laureaat. Andermaal was de prijs naar een Groninger student gegaan, dus dat moet wel doorgestoken kaart zijn geweest.

Grapje. Maar de competitie was stevig. Het contest tussen afgevaardigden van conservatoria uit Duitsland, Denemarken, Zweden, Estland en Nederland was een residu van het dit jaar gecancelde festival Swingin' Groningen. De Deense drummer Lasse Schjerning leek van alle deelnemers het meeste last te hebben van het ad-hockarakter van de begeleidende groep (met Rob van Kreeveld, Joris Teepe en – voor de overige finalisten – Steve Altenberg op piano, bas en drums, respectievelijk). Hij ging de uitdaging dapper aan, maar tot een echte eenheid kwam het niet. Bij Albin Vesterberg, gitaarstudent uit Stockholm, speelde dat zijn instrument een plek moest zien te vinden naast de elektrische piano. Ze bleven gelukkig uit elkaars vaarwater, maar de meeste indruk maakte de gitarist, die pas sinds kort met de studie bezig is, met een onbegeleide improvisatie over Scandinavische volksliedjes – die dus niet verzandde in introspectief gepriegel of folkloristisch gegalm.

Aanzienlijk vrijmoediger was de opvatting van de uit Hannover afkomstige tenorsaxofonist Max Rademacher. Zijn tempi varieerden van complex tot vrij en zijn ideeën waren navenant overvloedig en overvloeiend. De in Tallinn, Estland studerende fluitist Ilja Gussarov heeft een klassieke achtergrond, maar besloot twee jaar geleden het glibberige pad der improvisatiemuziek te gaan verkennen. Een erfenis van die klassieke tijd was een vrij gespeelde fluitsonate van Francis Poulenc, die de begeleiders grijze haren, casu quo vochtige schedels bezorgde. Maar voor het overige bleef de avontuurlijke en beweeglijke Est dichterbij het idioom van Rahsaan Roland Kirk.

Een en ander speelde zich af in The Club, de (atoomschuil)kelder onder het News Cafe. Vroeger was dat een aller-verschrikkelijkste betonnen galmbak, maar akoestische panelen en gordijnen hebben wonderen bewerkstelligd. Zodoende heeft de ruimte inmiddels een on-Nederlandse, zeg maar New Yorkse uitstraling en akoestiek. Voor mijn geestesoog verschijnen thans jazzcombo's, kamermuziekensembles, stand-up comedians en, nomen est omen, discussiegeroepen over nieuwsfeiten en –achtergronden. Zwaar gedecolleteerde dienstertjes, ook.

Klik hier voor foto's van het Northern European Jazz Talent Contest door René Keijzer.

Labels:

(Eddy Determeyer, 7.7.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
Jazz Middelheim 2014


In België hebben ze het toch aardig voor elkaar. Op zijn minst twee sympathieke en kwalitatieve jazzfestivals. Het eerste is Gent Jazz – hierover hebben we reeds bericht – en het tweede is het relaxte en uitermate subliem geprogrammeerde Jazz Middelheim. Dit zeer aan te raden festival vindt plaats in Park Den Brandt in Antwerpen vanaf 14 tot en met 17 augustus.

Ook nu weer zijn er zeer prominente internationale jazzsterren gecontracteerd. Het gaat dan onder meer om het duo Herbie Hancock & Wayne Shorter, het Dave Douglas Quintet met jonge uitzonderlijke musici als Jon Irabagon, Rudy Royston, Linda Oh en Matt Mitchel, de befaamde pianist Ahmad Jamal, nog een duo: Enrico Rava & Stefano Bollani, zangeres Stacy Kent en bassist Avishai Cohen, die met het project van zijn laatste cd 'Almah' langskomt, inclusief zijn trio en vier strijkers en een hoboïst.

Artist in residence Vijay Iyer zal op drie dagen aantreden. Zijn eerste concert brengt hij met het Vijay Iyer Sextet featuring Steve Lehman, Mark Shim, Harish Raghavan, Tyshawn Sorey & Graham Haynes, vrijdag brengt hij het sociaal bewogen project Vijay Iyer & Mike Ladd 'Holding It Down: The Veterans' Dreams Project' en hij sluit af met een strijkersensemble als Vijay Iyer 'Mutations I-X' featuring HERMESensemble en solo.

Ook het pensioen van festivalpeter Toots Thielemans wordt gevierd: onder de noemer 'The Music of Toots Thielemans' zullen grote namen en muzikale vrienden van Toots hun favoriete nummers uit zijn oeuvre ten gehore brengen. De basis wordt gelegd door zijn vaste ensemble, het trio Karel Boehlee, Hein van de Geyn en Hans van Oosterhout. Ook enkele bijzondere gasten zullen van de partij zijn. Reeds toegezegd hebben Kenny Werner, Bert van den Brink, Bert Joris en Philip Catherine.

Jazz Middelheim geeft ook veel ruimte aan spraakmakende Belgische musici en groepen. Zowel op het hoofdpodium - de grote tent - als de nieuw ingebrachte Club Stage. Om enkele Belgische grootheden te noemen: MikMâäk (een XL-bigband uit de gelederen van het Mâäk-collectief), The Bureau Of Atomic Tourism, Phronesis, Jef Neve '10 jaar Trio' en het Bruno Vansina Orchestra.

Net over de Nederlandse grens achter Roosendaal is dit uiterst interessante en zeer sympathieke jazzfestival te zien en te horen. Het zou voor vele Nederlandse jazzliefhebbers toch een eitje moeten zijn dit te bezoeken.

Voor uitgebreide informatie klik hier.

Labels:

(Jacques Los, 5.7.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Angles 9 - 'Injuries' (Clean Feed, 2014)

Opname: 15 & 16 december 2013

De negenkoppige versie van Angles die in 2012 nog in Hasselt stond (een concert dat deels door Clean Feed werd uitgebracht als '
In Our Midst'), trok in 2013 ook nog de studio in om daar zijn vijfde album in te blikken. Het was de eerste keer dat het niet op een podium gebeurde. Niet dat het iets afdoet aan de impact van de muziek, want 'Injuries' is vermoedelijk de meest complete en uitbundige Angles totnogtoe.

Van de shock & awe-methode van de band is dan ook nog geen greintje verloren gegaan. Küchens paradepaardje is een 'niets in de handen, niets in de mouwen'-machine, een denderende muziektrein, een negenkoppig balorkest dat recht op het hart mikt met grandioze thema's, pompende ritmes en genoeg drama om een avond toptheater op te luisteren. Angles beschikt over finesse, mysterie en intelligentie, maar is bovenal een gulle band, eentje die regelmatig op het rempedaal gaat staan, maar vooral ook voluit gas durft geven. Voor zoutpilaren is zo'n bonkend hart misschien wat veel van het goede, de rest gaat voor de bijl.

Meer dan tevoren is de spirit van Afrika in de muziek geslopen. De Oost-Europese en Arabisch getinte referenties waren er al, maar de Afrikaanse drive, waar we in Hasselt al even van mochten proeven, legt een nog grotere nadruk op ritmische stuwing. Dat is meteen al dominant in opener 'European Boogie', dat na een vibrafoonintro en een daaruit opduikende drumaanzet uitpakt met een van de meest swingende thema's uit de uit z'n voegen barstende Anglescatalogus. Kleurrijk samenspel, vitale power en vooral die organische schwung.

De muzikanten die Küchen omringen zijn stuk voor stuk kleppers die perfect omkunnen met technische hoogstandjes, maar de strakheid van Angles is er geen van de machinale metronoomperfectie, maar van de schuring. Dit is jazz met bakken soul, vloeiende timing en een wisselwerking waarbij muzikanten inpikken en verder bouwen op elkaars hints alsof er wordt gewerkt met doorgegeven atletenstokjes. Hier is geen plaats voor gladheid. En als dan eens de treurnis wordt opgezocht, zoals in 'Eti', dan is dat met de overtuiging van iemand die het klappen van de zweep kent. Composities bloeien open, vallen uit elkaar en pikken zichzelf op om nog sterker dan tevoren terug te keren.

Er zit ook een onwaarschijnlijke dynamiek in deze plaat. Voor elke minuut filmische grandeur krijg je ook een stuk bonkende, dansende wereldjazz. Zo'n 'Ubabba' werkt al net zo aanstekend als de muziek die The Ex opnam met Getatchew Mekuria, terwijl de denderende grandeur het titelnummer past als soundtrack bij de Spaanse burgeroorlog, vooraleer weer om te slaan in tumultueuze free jazz en een fantastische, ontroerende tweede helft, die geen mens onbewogen kan laten. Rauw, rafelig, fragiel, gekwetst, somber, dromerig en heroïsch in één. Al goed dat het afsluitende 'Compartmentalization' even een lichter geluid laat horen, anders zou je er nog een gebroken hart aan overhouden.

We maakten ons onlangs nog de bedenking dat de woede en de verontwaardiging eigenlijk al te veel naar het achterplan verschoven zijn binnen de jazz. Angles 9 zet dat alweer voor een stukje recht. De methode is bekend, het effect blijft even sterk. Dit is geëngageerde muziek van de gebalde vuist en het bloedend hart, intens persoonlijk en vertrouwend op collectieve macht. Het resultaat is voor de vijfde keer een prachtplaat, die de lat hoog legt voor wie dit jaar nog een statement te maken heeft.

Deze recensie verscheen eerder op Enola.be

Meer horen?
Klik hier voor een album teaser van 'Injuries'.

Labels:

(Guy Peters, 4.7.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Wisseling van de wacht

René van Astenrode Kwintet, dinsdag 24 juni 2014, De Smederij, Groningen

Eigen aan een stad met een conservatorium is dat er elk jaar een nieuwe lichting getalenteerde aspirant-musici haar opwachting maakt – en dat tegelijkertijd ook een afgestudeerd roedel op de wereld wordt losgelaten. Van die laatste categorie zongen tenorsaxofonist Sergej Avanesov en bassist Tyler Luppi dinsdag in De Smederij hun Groninger zwanenzang. Die laatste heeft een levendige stijl, fraseert als een blazer en duetteerde in 'Just Friends' - in het jamsessiegedeelte - messcherp met drummer Steve Altenberg. Het duurt altijd even voordat Avanesov op stoom is, maar als het zover is, is daar die mooie volle spijkerharde sound.

Drummer Samuel Arkesiya houden we nog een tijdje in Groningen. Gelukkig, want hij weet van wanten; hij stuwt onbedaarlijk en brengt met accenten en breaks ruimschoots voldoende variatie in zijn spel aan. Een beetje zoals we dat van grote gasten als Art Blakey en Joe Dukes kennen. Zodoende lieten de hoogtepunten in Hank Mobley's barblues 'Uh Huh' niet lang op zich wachten.

De jongelui stonden onder hoede van veteraan-vibrafonist René van Astenrode. Het kwintet had zich bepaald niet suf gerepeteerd: staande de vergadering werden er toonaarden en andere nuttige wetenswaardigheden geregeld ("start with a 'Killer Joe'-groove"). Van Astenrode weet zijn spel met sustain kleur te geven, maar is zich ook zeer bewust van het percussieve karakter van zijn instrument. Met repeterende figuurtjes wist hij de temperatuur in De Smederij richting het smeltpunt op te jagen. (De Smederij is overigens het enige keldertje dat ik ken waar je niet een trap voor af moet.)

De tweede veteraan in dit gezelschap was pianist en sessieleider Diederik Idema. Meteen al in het openingsnummer 'The End Of A Love Affair' wisselde hij stuwende blokakkoorden af met loopjes waarin hij zich harmonisch hip verstapte.

In de jamsessie na het optreden van het Van Astenrode Kwintet werden we aangevallen door een trompettist die van mening bleek dat je 'Blue Monk' best met twee noten kon spelen. Bij navraag bleek de kunstenaar eigenlijk bassist te zijn en dronken. "Best goed dat we dit ook eens meemaken," fluisterde mijn buurvrouw, "want dan hoort iedereen dat het best moeilijk is, muziek maken." Nog meer lol beleefden we aan tenorist Gerben Wasser. Een paar maanden geleden associeerde ik hem qua timing met Dexter Gordon, maar de opbouw van zijn soli verried ook affiniteit met Sonny Rollins. Dat was dus een mooi contrast met Sergej Avanesov, die door Coltrane gekust is. In 'Hot House' hield Wasser een boeiend betoog vol variatie en in 'Take The Coltrane' ging hij helemaal stuk. "Ik ga door tot ik aan de top ben," verklaarde hij na afloop bescheiden. Kijk, die komt er wel.

Labels:

(Eddy Determeyer, 2.7.14) - [print] - [naar boven]





Cd
The Ploctones – 'Ploc' (Challenge, 2013)


The Ploctones hebben met 'Ploc' wederom een plaat geproduceerd die de volledige breedte van de jazzwereld beslaat. Van smerige funk tot gevoelige ballads is alles vertegenwoordigd. Wat hierbij opvalt, is dat de band zich in verhouding tot voorgaande platen comfortabeler voelt in stukken die vooral onder de oppervlakte blijven. Een voorbeeld hiervan is 'Tag You’re It', een compositie met veel uitgeschreven unisono's en kronkelend samenspel tussen saxofoon en gitaar, dat drukkend en intens is, maar nergens woest.

Het daaropvolgende nummer, 'Flare', toont de andere kant van de band, met korte, stekende ritmes, die klinken als een postmoderne Grant Green-opname. Uiteraard is het wachten op een uitbarsting van saxofonist Efraim Trujillo of een krijsende solo van gitarist Anton Goudsmit. Deze zijn in ruime mate vertegenwoordigd, maar vallen meer dan ooit samen met de composities en muzikale structuren. Het is dan ook in het groepsgeluid dat de Ploctones zich het sterkst ontwikkeld hebben.

Spelplezier blijft een ander belangrijk element in het werk van de Ploctones. Dit uit zich in geestige titels, die direct hele werelden oproepen. 'Kriminalpolizei', dat klinkt als de op hol geslagen soundtrack van een crimi, is hiervan een voorbeeld. Ook opener 'I Know That You Know That I Know That You Know...', een stuk dat regelmatig bijna ontspoort in dissonantie, moet met vreugde ontstaan zijn. Deze humor is ook inherent in de composities, waar vaak meerdere stijlen dicht tegen elkaar aan worden geplaatst. Zo blijft 'Ploc' een plaat waarop elke keer iets nieuws gebeurt.

Meer horen?
Hier vind je geluidsfragmenten van dit album. Klik op de titels om ze te beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 1.7.14) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Buma Boy Edgarprijs 2014 voor Jeroen van Vliet


Afgelopen vrijdag 27 juni werd tijdens de Jazzdag in Rotterdam door juryvoorzitter Frank Bolder bekendgemaakt dat de Buma Boy Edgarprijs 2014 naar de Tilburgse pianist/componist Jeroen van Vliet gaat. Tijdens de aankondiging gonsde het al door de foyer van het LantarenVenster: zou het nu dan toch eindelijk...? Het was immers niet de vraag of, maar wanneer Van Vliet de prestigieuze prijs zou krijgen.

Jeroen van Vliet staat bekend als de poëet onder de Nederlandse jazzpianisten. Een bescheiden man, wars van egotripperij, die zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld tot een veelzijdig pianist, een alleskunner haast. Als solist of sideman, akoestisch of elektronisch, of het nu gaat om experimenteel geïmproviseerde soundscapes of stevige dansbare grooves. Het succes van zijn projecten is veelal te danken aan zijn eigen inspirerende kracht, uitzonderlijk improvisatietalent en groot lyrisch vermogen.

De Buma Boy Edgarprijs-jury roemt Van Vliet onder meer als onderscheidend musicus, die met een oneindige zucht naar avontuur de kloof tussen genres overbrugt: 'Van Vliet maakt muziek waarin je je verliest. Hij behoort tot de paar grote dichters van de Nederlandse geïmproviseerde muziek. Een warm persoon die zich nooit laat verleiden om in onnodig gecompliceerde vormen te musiceren, maar altijd trouw is aan de mooie klank. Juist deze klank vormt de inhoud, de dimensie, de diepgang. Hierin is Van Vliet ongenadig geloofwaardig.'

Ook merkte de jury op dat de keuze voor Van Vliet zich gaandeweg het juryberaad steeds nadrukkelijker liet voelen, waarna zonder enige twijfel de beslissing unaniem werd genomen. Hierbij gaat de vergelijking met Van Vliets muziek mooi op: 'Van Vliets verschijning en zijn noten schreeuwen niet om aandacht. Maar tegelijkertijd voel je de finesse, persoonlijkheid en onvoorwaardelijke overgave. Sluipend maken zijn verhalen zich van je meester.'

Onderdeel van de prijs is een carte blanche voor de concertavond op 14 december 2014 in het Bimhuis. Dan zal hem ook de prijs zelf, een geldbedrag van € 12.500 en een plastiek van Jan Wolkers, overhandigd worden. De concertavond wordt live uitgezonden op Radio 6. Van Vliet ging deze dag echter niet geheel met lege handen naar huis. Naast de bloemen kreeg hij ook een typisch Rotterdams aandenken overhandigd...

De jury van de Buma Boy Edgarprijs 2014 bestond uit: Frank Bolder, voorzitter (programmeur North Sea Jazz Festival en LantarenVenster Rotterdam), John Thomas, secretaris (directeur Axesjazzpower, Eindhoven), Mijke van Wijk (programmamaker Radio6 Soul&Jazz), Jurre Wieman (hoofd techniek Bimhuis) en Tim Sprangers (freelance jazzjournalist).

Meer weten?
Klik hier voor foto's van de bekendmaking op de Jazzdag door Donata van de Ven.

Klik hier voor een interview met Jeroen van Vliet.

Labels:

(Donata van de Ven, 1.7.14) - [print] - [naar boven]





Reportage
Vriendendag Nederlands Jazzarchief


"Bassist Ruud Jacobs verhaalde van zijn eerste ervaringen met Amerikaanse gastsolisten ('Ik was niet zo gek van Herbie Manns fluitspel. Het was geen Hubert Laws.') en van zijn eerste plaatopnamen met drummer Wessel Ilcken ('Fijne vent. En altijd een stickie erbij, hè.'), in het kader van 'Jazz Behind The Dikes'. Van zijn werk met saxofonist Stan Getz en Oscar Pettiford op cello ('Dat staat in mijn geheugen gegrift.') en van zijn arbeid als producer, vanaf de jaren zestig ('Vijftien miljoen platen verkocht.')."

Dat vertelde Jacobs aan interviewer Bert Vuijsje tijdens de tweede bijeenkomst voor de Vrienden van het Nederlands Jazzarchief in het Bethaniënklooster in Amsterdam, waarvan onze correspondent Eddy Determeyer verslag doet.

Klik hier om zijn reportage te lezen.

Labels:

(Maarten van de Ven, 26.6.14) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Horace Silver


Op 18 juni overleed op 85-jarige leeftijd pianist Horace Silver. Hij gold als een invloedrijk en populair pianist en bandleider. In de vijftiger jaren behoorde hij tot de prominente hardboppers. Met invloeden uit de blues, gospel en een funky speelwijze werd afscheid genomen van de bebop en deed de hardbop zijn intrede. Andere prominente musici in dat genre waren onder anderen Cannonball Adderley, Clifford Brown, Dexter Gordon, Lee Morgan en Hank Mobley.

Horace Silver begon als saxofonist, maar schakelde al snel over op de piano. Hij werd sterk beïnvloed door bebopper Bud Powell. Tenorsaxofonist Stan Getz zag wel wat in de jonge pianist en nam hem mee op tournee. Kort daarna verhuisde Silver naar New York, waar hij een contract kreeg voor Blue Note. Zo'n 25 jaar maakte hij opnamen voor dat wereldberoemde jazzlabel.

In de jaren vijftig speelde hij met Art Blakey's Jazz Messengers. De band werd zeer populair en beroemd en maakte de befaamde opnamen 'A Night At Birdland' en 'At The Cafe Bohemia'. Na vier jaar verliet hij de Messengers en formeerde hij zijn eigen kwintet. Van toen af aan was zijn naam en faam gevestigd. In zijn formaties speelden dan ook niet de minste musici, onder meer Blue Mitchell, Junior Cook, Donald Byrd, Woody Shaw, Joe Henderson, Benny Golson en Hank Mobley maakten er deel van uit. Niet alleen als pianist en bandleider was hij succesvol, maar eveneens als componist. Hij schreef onder meer de jazzhits 'The Preacher' , 'Sister Sadie' , 'Song For My Father' en 'Doodlin’'. Veel songs behoren nog steeds tot het standaardrepertoire van de jazz.

Tot eind jaren negentig was hij nog actief. Hij heeft dan ook een indrukwekkend platenoeuvre achter gelaten. Bijna alle albums die hij in de jaren vijftig en zestig uitbracht – uiteraard op het Blue Note-label - werden door de critici unaniem uitermate positief beoordeeld. Om maar enkele toppers te noemen: 'Horace Silver And The Jazz Messengers' (1955), 'Finger Poppin’' en 'Blowing The Blues Away' (1959), 'Song For My Father' (1964), 'The Cape Verdean Blues' (1965), 'Jody Grind' (1966) en de in 2007 uitgebracht cd 'Live At Newport ’58'.

Horace Silver heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het hardbop-idioom, mede dankzij zijn hippe en catchy composities en zijn pittig, bondig, fantasierijk en stevig funky pianospel.

Meer zien en horen?
Klik hier om een Jazztube te bekijken van het Horace Silver Quintet: 'Señor Blues', een opname uit 1959.

Labels:

(Jacques Los, 23.6.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Bill Carrothers - 'Sunday Morning' (Vision Fugitive, 2013)


Op 'Sunday Morning' duikt de Amerikaanse pianist Bill Carrothers in de wereld van de kerkgezangen. Niet voor een nieuw pianoalbum, want daarvoor is zijn rol aan het klavier te bescheiden. Carrothers laat zich hier meer horen als arrangeur en voorziet de vaak bekende kerkmelodieën van een aankleding met piano, cello, klarinet, bas, solostem en, jawel, koor.

Wie nu meteen denkt aan gospelachtig enthousiasme moet de verwachtingen bijstellen. De protestantse muziek waaruit Carrothers put is veel bescheidener en introspectiever. Carrothers laat die muziek bovendien in haar devote eigenheid. Het gevolg is dat 'Sunday Morning' een plaat is die bij momenten nostalgisch klinkt, zonder louter naïef te worden, zoals de muzikale aanpak ook consequent blijft, zonder dat het resultaat saai wordt. Het evenwicht dat Carrothers zoekt en vindt tussen traditie en zijn eigen insteek is dan ook de kracht van dit album.

Bij inzet klinken de stukken heel klassiek, zeker wanneer Carrothers de songs laat beginnen als een statig koraal. Wanneer het arrangement, zowel qua instrumentale aankleding als in de soms wringende harmonisatie, van strofe tot strofe verschilt, wordt echter duidelijk dat hij een eigen stempel wil drukken. Cello, bas en klarinet zijn daarbij vaak niet meer dan accenten, maar met nu eens elegant klinkende partijen, dan weer meer abstract spokende geluiden, worden die accenten een essentieel onderdeel van het geluid.

Al even belangrijk is solovocaliste Peg Carrothers, die klinkt als de vermoorde onschuld en zingt als een stersoliste van een lokale kerkgemeenschap: ongedwongen en met een natuurlijke schittering, zeker wanneer ze boven de koorpartijen een oorverblindende discant plaatst, alsof ze recht uit de middernachtmis geplukt werd.

Wanneer Carrothers het pad van de gemeenschapszang verlaat, doet hij dat omzichtig. Zo kunnen 'Just A Closer Walk With Thee' (rustig struinend, als om de titel te illustreren) en 'The Lord’s Prayer' ongegeneerd jazzy elementen krijgen, zonder dat die de muziek schreeuwerig bijkleuren. Zelfs de ballad-achtige aanpak van dit laatste stuk past perfect dankzij de metrische vrijheid. Dat uitgerekend in deze setting de muziek wat meer open komt, kan op het eerste zicht opmerkelijk zijn, al is het dan waarschijnlijk geen toeval dat dit net gebeurt bij het slot: 'For Thine is the kingdom, and the power, and the glory', opnieuw een voorbeeld van bescheiden maar efficiënte tekstexpressie?

De meest beklijvende tracks op de cd zijn echter diegene waarin Carrothers resoluut kiest voor een surrealistisch, mystieke aanpak. Fragiel, soms fonkelend, dan weer beneveld klinken 'Jesus Loves Me', 'Watchman, Tell Us Of The Night' en 'Just As I Am, Without One Plea' vanaf de eerste noot anders. Hier gebruikt Carrothers geregeld meerdere toonaarden tegelijkertijd, met een onwezenlijk Charles Ives-achtig geluid tot gevolg. Toch resulteert deze polytonaliteit niet zozeer in harde dissonanten, wel in een dromerige verwondering, waardoor alles blijft passen in het geheel van het album.

Iets minder fascinerend klinken de twee instrumentale tracks, waar Carrothers vooral zijn gevoelige speelstijl laat horen, maar voor het overgrote deel klinkt 'Sunday Morning' als een heerlijke brok romantisch jeugdsentiment, verlangend naar een tijd toen het leven harder, maar ook duidelijker was. Misschien toch eens gaan kijken wat er zondagmorgen in de parochie te doen is...

Deze recensie verscheen ook op
Kwadratuur.

Meer horen?
Klik hier om van dit album te luisteren naar de track 'Oh God Our Help In Ages Past'.

Labels:

(Koen Van Meel, 22.6.14) - [print] - [naar boven]





In memoriam
Jimmy Scott


Wanneer Little Jimmy Scott in een nachtclub zong kon je een speld horen vallen. En als je goed luisterde hoorde je het plenzen van tranen in whisky. Wanneer Little Jimmy Scott zong hield niemand het droog. Zijn publiek, hoeren, pooiers, winos, junkies, zat gebiologeerd te luisteren naar die kleine, breekbaar ogende zanger. 'When Did You Leave Heaven', 'I Wish I Knew', 'Imagination', elke ballad werd door hem uitgerekt en uitgerekt, tot nog slechts het pure, etherische geluid van zijn jongenssopraan zich geleidelijk met de traag opkringelende rook van de sigaretten en de reefers mengde. Na afloop rinkelden de munten en dwarrelden de dollars, niet zelden een compleet weekloon, voor de voeten van de vocalist.

James Victor Scott, die donderdag 12 juni op 88-jarige leeftijd in zijn woning in Las Vegas overleed, werd geboren met wat later bekend zou staan als het syndroom van Kallmann. Daardoor bleef zijn reukvermogen onderontwikkeld en maakte hij evenmin een normale puberteit mee. In lichamelijk opzicht bleef hij zodoende zijn leven lang een dertienjarige. Ook zijn stem veranderde nauwelijks.

Bandleider Lionel Hampton ontdekte hem toen hij achttien was en lijfde hem vervolgens in zijn orkest in. Met de Hamp maakte hij ook zijn eerste platen, maar daar profiteerde Jimmy nauwelijks van, aangezien zijn naam niet op de labels stond. Zodoende werd het nummer 'Everybody’s Somebody’s Fool' zijn eerste en enige grote hit, zonder dat hij daarvoor de credits kreeg. Jazzcritici namen aan dat Irma Curry, de vocaliste van Hampton, het nummer had gezongen. Iets dergelijks herhaalde zich datzelfde jaar, 1950, toen altsaxofonist Charlie Parker hem op een avond uitnodigde, het nummer 'Embraceable You' mee te zingen. Daar bestaat een opname van – die vervolgens aan rhythm-and-blueszangeres Chubby Newsome werd toegeschreven.

Meer dan veertig jaar zou Scott in de anonimiteit van zwarte bars en nachtclubs werken voordat popzanger Lou Reed hem onder de aandacht bracht. Intussen had hij wél twee generaties van soul- en jazzvocalisten beïnvloed, onder wie Frankie Lymon, Nancy Wilson, Smokey Robinson en Michael Jackson.

In 1995 haalde impresario Paul Acket hem naar Nederland. Op het Haagse North Sea Jazz Festival konden we vaststellen dat zijn stem, een contra-alt inmiddels, nog maar weinig slijtage vertoonde. "Ik heb altijd die drive gehad om te zingen," vertelde hij die middag op zijn hotelkamer. "Ik herinner me de keren dat de dames geld naar me gooiden – ik zong dus en zij smeten dat geld op het podium. Dat ze me accepteerden... en dan de warmte van het applaus. De meeste artiesten kennen dat gevoel. Dat is al het voedsel dat je als zanger nodig hebt. De reactie van je publiek. Dat geeft je zelfvertrouwen, zekerheid. Dat ze na afloop komen vertellen hoezeer ze van een bepaalde song genoten hebben. Dat vrouwen kwamen zeggen hoe ze in de put zaten en dat ze zich zóveel beter voelden nadat ze me hadden gehoord. Heb ik te horen gekregen, hoor. Des te beter, toch? Van anderen hoorde ik dan weer dat ze zich juist ellendig gingen voelen. Allebei. Billie [Holiday] was ook zo'n zangeres. Die had een soortgelijke uitwerking op mensen. Die kon je overweldigen met haar magie."

Labels:

(Eddy Determeyer, 20.6.14) - [print] - [naar boven]





Festival
International Jazz Festival Middelburg 2014


"Het trauma van vorig jaar - een verregend festival - achtervolgt de organisatie in financieel opzicht nog steeds en ook onder het publiek leeft het nog als de dag van gisteren. De line-up van deze editie met Larry Graham Central Station, Courtney Pine, Jose James, Carla Bley en Phronesis laat gelukkig niets te wensen over. Het getuigt van een evenwichtige balans tussen fijngevoelige, avontuurlijke improvisatie en soul/funk voor doorgewinterde festivalgangers."

Op zaterdag 7 juni en maandag 9 juni bezocht Louis Obbens het International Jazz Festival Middelburg. Op het Abdijplein zag hij concerten van Keno Harriehausen Quartet, Marzio Scholten's Identikit, Phronesis, Courtney Pine, Tineke Postma Kwartet en Larry Graham Central Station.

Klik hier om zijn uitgebreide festivalverslag te lezen.

Louis Obbens maakte ook een fotoverslag van dit festival. Bekijk het hier.

Labels:

(Louis Obbens, 15.6.14) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...





Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)