Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Concert
Talking Cows vat de koe bij de hoorns

zaterdag 11 oktober 2014, Lokerse Jazzklub, Lokeren

Dieren die spreken? Indelen in het rijk der fabelen, zelfs in het Waasland waar de referenties naar Reinaert de Vos voor het rapen liggen. Dat de Talking Cows kunnen musiceren als de beste is dan weer wel een waarheid als een koe, wat ze bewezen met hun passage in de Lokerse Jazzklub.

De Amerikaanse publicist Kevin Whitehead schreef een aantal jaren terug 'New Dutch Swing', een lezenswaardig boek waarin hij de Nederlandse impro-scene beschreef en in kaart bracht. New Dutch Swing slaat op muziek die in Nederland gemaakt wordt en in veel gevallen levendigheid combineert met een snelle afwisseling van sferen en emoties. De nodige dosis ironie zorgt voor bijkomend pigment. En die beschrijving gaat voor Talking Cows op, met de bedenking dat ze tevens de brug maken tussen de Amerikaanse jazz en de Nederlandse geïmproviseerde muziek.

Tijdens het concert in Lokeren speelden ze vooral nummers van hun cd 'Almost Human', aangevuld met nieuw werk. 'Stroll For Gonso', een tribute voor Paul Gonsalves, baadde in de Ellingtonia met saxofonist Frans Vermeerssen in een glansrol. Vermeerssen wist zijn toon te variëren naar gelang de context en hier liet hij zijn sax lekker sentimenteel klinken, met respect voor het onderwerp van de tribute, maar ook met een ondeugend knipoogje. 'Tango From Nowhere' bood de inventieve bassist Dion Nijland de kans om een mooie passage met strijkstok te spelen. Het nummer bleek na verloop van tijd eerder te klinken als een bossa dan een tango. 'Slow Blues' was een smachtende blues met hier en daar een dwarse noot. Tijdens 'Moving Around' trok drummer Yonga Sun de aandacht met een sobere maar krachtige ondersteuning, swingen bij de beesten à la Bennink. Het nummer zat vol met citaten en referenties naar onder andere 'Milestones', 'Lester Leaps In' en 'Thelonious'.

Pianist Robert Jan Vermeulen speelde heel gevarieerd, hier en daar de hoekigheid van Monk combinerend met rijk en lyrisch spel. Hoe eenvoudig en catchy sommige nummers ook klonken, ze zaten complexer in elkaar dan men zou denken. Vermoedelijk hield dit de musici alert om de muziek ver van op de loer liggende clichés te houden.

Met het vrolijke 'Two Guys And Beer' als bis sloten de Talking Cows het optreden af. Een leuk concertje, ware het niet dat dit een understatement van formaat is. Moet er nog melk zijn?

Deze recensie verscheen eerder op Jazz'Halo.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cedric Craps. En hier vind je een fotoverslag door Cees van de Ven.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 20.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Ernst Glerum/Uri Caine – 'Sentimental Mood' (Favorite, 2014)

Opname: 10 februari 2013

Misschien is bassist Ernst Glerum wel onze beste strijker. Met deze ep is hij weer teruggekeerd naar de basis: het nieuwste liedje hier is Thelonious Monks 'Evidence' uit 1948. Ook qua aanpak en techniek. In 'Black And Tan Fantasy' strijkt hij ook even 'pizzicato' en herinnert ons daarmee aan het feit dat de contrabas in de jazz aanvankelijk uitsluitend con arco bespeeld werd.

Dat hij zo'n voortreffelijke eenheid vormt met pianist Uri Caine, heeft ongetwijfeld te maken met het gegeven dat Glerum zelf ook een eersteklas pianist is. En verder kennen ze elkaar al sinds 1998, toen ze samen met klarinettist Don Byron door Frankrijk toerden, in het kader van diens 'Bug Music'-project. Luister naar de laatste noten van 'Evidence': alsof die door één instrument worden voortgebracht.

Caine speelt intussen uitsluitend de noodzakelijke noten. Alleen in 'In A Sentimental Mood' worden de teugels een paar maten gevierd en leeft de pianist zich uit in een korte vrije passage.

Dit is verstilde muziek die onderhuids volop gloeit.

Meer horen?
Klik hier om een track van dit album te beluisteren: 'Black And Tan Fantasy'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.10.14) - [print] - [naar boven]





Nieuws / Vooruitblik
20 Jaar Jazz in Arnhem


De Stichting Jazz in Arnhem (sJAZZ) bestaat deze maand twintig jaar. Het doel was en blijft een podium bieden voor de jazz- en geïmproviseerde muziek in Arnhem. Een van de oprichters, de Arnhemse drummer Pierre Courbois, staat op 21 april 2015 zelf op het podium in Musis Sacrum. Het jubileum heeft dan weliswaar een zwart randje, omdat de gemeente Arnhem per 1 januari 2015 de subsidie stopzet, maar sJAZZ viert dit seizoen feest. Zo staat er aanstaande dinsdag in het Grand Café Mahler in Musis Sacrum een bijzonder dubbelconcert op het programma: het Simin Tander Quartet en VLEK. Het concert begint om 21.30 uur en de entree is gratis.

De Duits-Afghaanse vocaliste Simin Tander is een van de meest opvallende persoonlijkheden in de jonge Europese jazzscene. Met haar tedere en evenzo expressieve stem bouwt Simin Tander bruggen tussen westerse jazz en vocale vluchten naar het Midden-Oosten, tussen songwriting-experiment, chanson en intieme jazzballads. VLEK is een gedreven gezelschap Brabantse improvisatoren. Van melodisch tot weerbarstig, van opzwepend tot verstild, van bigband tot heavy metal, van Afrika tot Azië en van weemoedig melancholisch tot ongegeneerde vrolijkheid.

Labels:

(Maarten van de Ven, 19.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Sander Baan Quartet – 'Country Music' (eigen beheer, 2014)

Opname: 4 april 2014

Nee, met Nashville heeft 'Country Music' van tenorsaxofonist Sander Baan niets te maken. Country slaat op de weidsheid van het Noord-Nederlandse landschap, waarmee de saxofonist vertrouwd is en dat hem vormde. Hij speelt in de grote Amerikaanse traditie; Joe Henderson en in mindere mate John Coltrane lijken bakens. Zijn ballad 'Singularity' bijvoorbeeld is schatplichtig aan klassieke Coltrane-stukken als 'After The Rain' en 'Naima'. Baans geluid heeft een aangename ruwe textuur; voor zijn dertig jaren klinkt hij al behoorlijk volwassen.

Dat neemt niet weg dat het Sander Baan Quartet nog wel wat kilometers moet maken, zodat de muzikanten meer van zichzelf kunnen gaan tonen en hun individualiteit echt reliëf krijgt. Nu klinken de composities nog niet prangend genoeg, de echte noodzaak is nog niet evident. Eenvormigheid ligt op de loer. Toch zijn er momenten dat je je oren spitst. Zoals in het humoristische 'Catlike', een specimen van programmamuziek. Het begint met blazen, mauwen en grommen en ook tijdens de pianosolo van Sander Thijsen hoor je op de achtergrond de kater krols kroelen. De snelle brushes van David Rock evoceren een spinnend poezebeest. Heel benieuwd waar deze gasten - het betreft een vast kwartet - over een of twee jaar gearriveerd zijn.

Meer horen?
Klik hier om geluidsfragmenten van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Afgepeigerd maar voldaan huiswaarts

Peter Evans Quintet, dinsdag 7 oktober 2014, De Singer, Rijkevorsel

De Singer was bijzonder goed gevuld voor het concert van het Peter Evans Quintet. En dat mag bijzonder heten, gezien het feit dat Evans ons nu niet bepaald doorsnee jazz voorschotelde.

Het Peter Evans Quintet kent om te beginnen al een bijzondere samenstelling. Naast Evans op trompet en piccolotrompet vindt je dan meestal een (tenor)saxofonist als tweede blazer naast de ritmesectie bestaande uit piano, bas en drums. Welnu, de ritmesectie was er wel maar de saxofonist niet. Peter Evans heeft in plaats daarvan gekozen voor het inzetten van elektronica. In dit geval bediend door Sam Pluta. Op piano zien we verder Rob Stabinsky, op elektrische contrabas Tom Blancarte en op drums Jim Black. Het concert bestond uit twee stukken voor de pauze en een lang stuk na de pauze.

En dan de muziek. Direct in het eerste nummer gaat Evans volledig los in een wervelende freejazzsolo, ondersteund door knisperende en knarsende elektronica-effecten. Ah, denk je als luisteraar, dit wordt een avondje free jazz. Niet dus. Althans, niet alleen maar free jazz. Want de bobinvloeden zijn eveneens duidelijk aanwezig, vooral bij Evans en Stabinsky, die zo nu en dan ook prachtige harmonieuze solo's geven. Maar die harmonie wordt dan wel weer aan alle kanten ondergraven en gedwarsboomd door de overige leden van het kwintet. Die gaan vaak hun eigen gang. En dan, net als je het gevoel hebt dat de chaos compleet is, komt ineens alles tot een synthese. Dat duurt alleen nooit lang.

En nu over de elektronica. De geluiden en effecten die Pluta produceert, kleuren de muziek op bijzondere wijze. Dan weer regelrecht puttend uit het ambient-genre, dan weer duister en onheilspellend, dan weer geluiden die je doen denken aan een fabriekshal of zo gekopieerd lijken te zijn uit een dialoog tussen C-3P0 en R2-D2, de twee robots van Star Wars. Nooit saai, altijd verfrissend. Met zo'n bandlid mis je geen saxofoon.

Tot slot nog een paar woorden over Jim Black, die regelmatig het rockidioom binnenbrengt. Wat een power heeft die man! Met zijn geweldige stijl zorgt hij ervoor dat de muziek vooral ook swingt. Nooit lang achtereen in hetzelfde stramien: net als je voet lekker beweegt, moet je alweer stoppen, maar wel met grote regelmaat.

Dit was me dus wel een concert. Door een kwintet dat ongelofelijk goed op elkaar is ingespeeld, de luisteraar zeer vaak verrast en op het verkeerde been zet. Maar dat in een concert wel alles geeft en ons, als bezoekers, volledig afgepeigerd achterliet. En dat moet je hebben!

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Mâäk - 'Nine' (W.E.R.F., 2014)


Mâäk, het vroegere Mâäk's Spirit, bestaat in alle soorten en maten: van bigband-achtige proporties tot kleinschalige combo's. Mâäk is dan ook geen evidente band, maar wel een die garant staat voor een continue hoge kwaliteit. Dat is met het Mâäk Quintet, dat zopas het album 'Nine' uitbracht, niet anders.

Zou het ook anders kunnen? Want met Laurent Blondiau, Jeroen Van Herzeele, Guillaume Orti, João Lobo en Michel Massot staat er een ijzersterke bezetting in de steigers die van verschillende markten thuis is. Dat laatste laat 'Nine' gedurende net geen uur overtuigend horen. Of het nu gaat om vrije improvisaties of uitgewerkte composities, de combinatie van de individualiteit van de muzikanten en het solide geheel zijn alomtegenwoordig. De muziek beweegt, kruipt, sluipt, wendt en draait dat het een lieve lust is, zonder dat die richtingloos wordt.

Zelfs de vrije stukken, vaak niet meer dan anderhalve minuut lang, klinken daarbij alsof ze goed doordacht werden. 'Pointilogue' (een collage van korte klanken), 'Still Before Dawn' (een meditatie met Massots tuba in de rol van een Tibetaanse keelzanger) of 'Quintilogy', waarin de muzikanten over elkaar heen springen als in een kippenhok, zijn nergens vrijblijvend, maar verraden een muzikale homogeniteit die het voorrecht is van artiesten die elkaar al jaren kennen.

Wanneer de partituren meer uitgeschreven worden, klinkt het geheel complexer, niet op de laatste plaats door de contrapuntische benadering. Arrangementen vervellen onder de solist van dienst en het samenspel duikt van de ene vorm in de andere, waarbij bovendien nog eens verschillende muziekculturen gepasseerd worden. 'Propiac' en 'Lolo Kojo' klinken daarbij alsof ze te leen gaan bij de Oost-Europese muziektradities, terwijl in de titeltrack de abstracte melodieën en de grillige structuren van Octurn naar voren komen.

De zompige drums van Lobo en de prominente rol voor Massot zegenen de compositie bovendien met een zwalpende sound, die aardig aan die van Henry Threadgill doet denken. Wanneer dit gecombineerd wordt met een groove en het strompelen van een fanfare in de late uurtjes (in Freddie Hubbards 'Up Jumped Spring' of meer in New Orleans-stijl bij 'Mâäk 2012') wordt de geest van Lester Bowie wakker.

Al dat fraais, gespeeld door muzikanten die een even spontane als losse omgang hebben met improvisatie, composities en arrangementen en die bovendien zowel uitmuntende teamspelers als solisten zijn, maakt van 'Nine' een klasseplaat. Een die nog maar eens verraadt hoe onrechtvaardig de jazzwereld kan zijn. Mochten deze mannen uit Chicago komen, ze zouden al lang door de internationale pers doodgeknuffeld zijn en in de hipste clubs spelen. Nu blijft het noodgedwongen bij Belgische culturele centra en andere zalen. Maar goed, dat moet de buitenlandse muziekliefhebber dan maar zelf weten.

Deze recensie verscheen ook op
Kwadratuur.

Labels:

(Koen Van Meel, 17.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Verfijnde jazz mist snufje peper

Jochen Rueckert Quartet, vrijdag 10 oktober 2014, Paradox, Tilburg

Een drummer als bandleider blijft een relatieve zeldzaamheid. Jochen Rueckert, afkomstig uit Duitsland maar residerend in New York, voegt er echter een extra dimensie aan toe. Nagenoeg alle composities van de avond, waarvan het gros afkomstig is van zijn nieuw te verschijnen cd 'We Make The Rules', komen van zijn hand. In het afsluitende optreden van de promotietour door Europa speelt de bescheiden spelende Chris Smith in plaats van Matt Penman op contrabas. Het kwartet wordt gecompleteerd door rising star Mark Turner op tenorsaxofoon en Lage Lund op elektrische gitaar.

Alle stukken, geworteld in de Amerikaanse jazz, ademen een frisheid en transparantie uit waardoor de composities het predicaat 'eigentijdse jazz' meer dan verdienen. Rueckert heeft een duidelijke voorliefde voor het schrijven van ingetogen midtempo melodieën. Het gebrek aan explosiviteit wordt gecompenseerd door het zoeken naar een verraderlijk, mild en harmonisch avontuur. De weelderige, onderdrukte emoties van Turners tenorsaxofoon, met opvallend veel gespeelde noten in het lage register, vervlechten als vanzelfsprekend met de bekoorlijke akkoorden en de gracieuze solo's van Lund.

Het raffinement van de composities wordt geïntensiveerd door het temporiseren en opvoeren van het ritme. De muzikale zeggingskracht van het kwartet en zeker de individuele competenties van Lund en Turner zijn boven alle twijfel verheven. Desondanks kan de tweede set niet verhullen dat de verfijnde elegantie en intelligentie van de muziek zonder een extra snufje peper tot een zekere fletsheid kan leiden.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 16.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
The Noo Ones – 'Nieuwe Haring' (Strotbrock, 2014)

Opname: 8-9 november 2013

Dit is een merkwaardig, nauwelijks te classificeren bandje. Initiatiefnemer Klaas Hekman (bassaxofoon, fluit, piccolo, shakuhachi) verzamelde vijf muzikanten uit evenzoveel windstreken en produceerde iets dat je met kamer-improvisatiemuziek zou kunnen aanduiden.

Met een instrumentarium dat je zelfs in een droom niet had kunnen bedenken (shakuhachi, viool, steelgitaar, gitaar, sheng en percussie) is droommuziek gecreëerd. 'Qu Qi' en 'Todi Suite' zijn in dit verband ontregelende composities. 'Riffin’', van Joost Buis, lijkt nog het meest op jazz as we know it. Maar nummers als 'Waracuma' (voorzichtige stappen in de mist, met opschrikkend wild – vogels?) en 'Jogging Blue Chief' (de Fabulous Freak Brothers in de Superchief, op weg van Rotterdam naar New Dehli) leveren niet bepaald de grondstoffen voor de chocoladeproductie.

Wu Wei speelt zijn 'Solo For Sheng' en laat horen dat je met dat instrument - een soort Chinees mondorgel - hoger en puurder kunt raken dan met de gangbare Europese mondharmonica. Het klinkt als een mini-orgel en zijn techniek stelt hem in staat frasen van ongehoorde lengte te spelen. Het titelnummer 'Nieuwe Haring' van de leider, tenslotte, is een charmant, niet thuis te brengen kinderliedje voor alle leeftijden.

Meer horen?
Op de
website van The Noo Ones kun je twee tracks van dit album beluisteren: 'Nieuwe Haring' en 'Qu Qi'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Pieter Bast E.S.P. Quintet – 'Midnight Song' (BuzzMusic, 2014)


Het E.S.P Quintet is gegroeid vanuit het idee van Bast om te komen tot een Europees oeuvre voor jazzmusici. Vandaar de afkorting: E.S.P. staat voor European Standards Project. En na diverse concerten is er nu de cd 'Midnight Song', met eigen werk van vooral Pieter Bast en Bert Lochs.

Dit kwintet valt direct op doordat er gekozen is voor twee koperblazers: trompet en trombone, respectievelijk Bert Lochs en Michael Rörby, naast de ritmesectie bestaande uit Paul Maassen op Fender Rhodes en synthesizer, Jasper Somsen op contrabas en Pieter Bast op drums. Verder wordt er veel gebruik gemaakt van elektronica. Goed overigens om weer eens een trombone zo'n grote rol te horen spelen. Dat gebeurt voor mijn gevoel te weinig in de moderne jazz.

Ja, en dan de muziek. Die is lyrisch, melodieus en doet mij, ook al gaat het hier om een kwintet, bij tijd en wijle ook denken aan de onvervalste bigbandswing. Het werken met twee koperblazers en de wijze van arrangeren draagt hier ook zeker aan bij. De wijze waarop de trompet en trombone elkaar aanvullen dan wel versterken is bij dit kwintet duidelijk origineel te noemen. Neem bijvoorbeeld 'Kind Of Red', waarbij de trompet de melodie speelt en de trombone verrassende accenten plaatst ter ondersteuning, waardoor er een bijzondere verwevenheid ontstaat. Een sterk nummer met een mooie jazzrock-achtige groove.

Dat deze band kan swingen, bewijst hij ook in andere nummers. Bijvoorbeeld in 'Unicycle', een nummer gecomponeerd door Somsen. Ook hier weer een pakkende melodie en een vette groove. In eerste instantie geblazen door de beide blazers gezamelijk, ondersteund door de Fender Rhodes. Invloeden uit zowel de swing als de rock klinken hierin door. De beide solo's die volgen van respectievelijk Lochs op trompet en Rörby op trombone zijn statements die het nummer nog krachtiger laten swingen.

En dan hebben we nog het prachtige, gevoelige 'House Of Silence', dat Pieter Bast schreef na twee sterfgevallen in zijn vriendenkring. Alle muzikanten krijgen de kans om op eigen wijze met hun solo's te schitteren, heel subtiel ondersteund door met name de elektronica. En 'Oh Lord, Please Let Me In', met Bast voor de hemelpoort. De beide blazers starten met een gospeltune, een mooie slepende melodie ontstaat. Met prachtige loopjes op de Rhodes. En ook hier weer die originele onderlinge verwevenheid van de blazers. En wat schuurt die trombone lekker. Gewoon een heerlijk nummer.

Of Pieter Bast gaat slagen in zijn streven om een Europees songbook op te bouwen is natuurlijk afwachten. Een aantal nummers van deze cd zou daar in ieder geval goed in passen. Dus beste muzikanten: zet ze op het repertoire!

Deze recensie verscheen ook op
Nieuwe Noten.

Labels:

(Ben Taffijn, 15.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Rhythmic Circus met stugge vering

'Feet Don’t Fail Me Now', vrijdag 10 oktober 2014, Theater Odeon, Zwolle

Uitgangspunt voor Rhythmic Circus, een groep jonge tapdansers uit Minneapolis, zijn nog wel de traditionele zwarte hoofers. Maar die invloed is vermengd met ballet, een vleugje flamenco, de discipline van de Ierse clog dancers, de rauwe extase van de grootsteedse straatdans en veel, heel veel musical-gehups.

Meteen al in het eerste nummer is duidelijk dat het meer om groepscreaties draait dan om individuele kwaliteiten. Al zijn er zeker verschillen tussen de dansers. Nick Bowman, baas en conceptbedenker, is de meest energieke, de meest aardse van het stel. Galen Higgins - klein, kilo of vijftig hooguit - draait de snelste pirouettes en qua sliding hoef je die niets meer te leren. Maar de choreografieën worden strak uitgevoerd waar dat de bedoeling is en de integratie met Root City, de zevenkoppige begeleidingsband, is voorbeeldig.

Er is humor wanneer drie artiesten een flitsende klapstoeldans uitvoeren en verbazing wanneer congaïst Aaron 'Heatbox' Heaton zich ontpopt tot een beatbox-sensatie zonder weerga. Een tongbrekende lick nog eens twee keer zo snel laten ratelen? Net zo makkelijk. Een stukkie achteruit rappen? Eitje. Een überfunky bas tevoorschijn toveren waar Marcus Miller zijn pork pie hat diep voort zou afnemen? You got it. Met behulp van loops laat hij zijn vocalen aanzwellen tot doo-wopkoortjes. Die 'Heatbox' Heaton is het meest complete eenmansorkest dat ik ooit zag en hoorde.

Toch heeft de aanpak een onbestemde zweem. Tap is altijd jazz-georiënteerd geweest, er was altijd een swingband die begeleidde. Welnu, wanneer Root City jazzy probeert te gaan swingen, valt het door de mand. Dan wordt het een parodie. De lichtelijk exotische funkrock van deze gasten veert een stuk stugger, geeft de dansers ook minder ruimte om echt los te swingen. Om het chauvinistisch uit te drukken: hier hebben we te maken met een poor man's versie van Nueva Manteca. Best een aardig idee, overigens: Manteca met een tap crew.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Thelonious Monk - 'Jackie-ing' (Nederlands Jazzarchief, 2014)

Opname: 15 april & 20 mei 1961

De Europese tournee van pianist en componist Thelonious Monk in 1961 bleek van doorslaggevend belang voor zijn verdere carrière. Dat hij hier overal volle zalen trok, bleef in Amerika niet onopgemerkt: bij zowel RCA Victor als Columbia werden plannen gesmeed, de High Priest of Bop binnen te halen. Columbia won de race en zo maakte Monk vanaf 1962 voor dat label albums, tegen een voorschot van $10.000 per stuk.

Eerder verschenen er registraties van concerten in Scandinavië, Frankrijk en Italië, en nu zijn de opnamen die impresario Lou van Rees in het Amsterdamse Concertgebouw liet maken op de markt gebracht. We horen Monk hier in volle glorie. De band is een eenheid, iedereen denkt en handelt Monks. Zijn latere meer precieuze Columbia-opnamen ontberen dat heilige vuur dat het energieke en avontuurlijke 'Well You Needn’t' kenmerken.

Dit is een belangrijke release van het Nederlands Jazzarchief, in een al even voorbeeldige reeks gedocumenteerde nachtconcerten in de Amsterdamse muziektempel. De Concertgebouw-registraties worden aangevuld met een aantal tracks die het kwartet een maand eerder in de Bussumse Irene Studio vastlegde.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding hierboven om een nummer te zien dat het Thelonious Monk Quartet op zaterdag 15 april 1961 opnam in Bussum: 'Rhythm-a-Ning'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.10.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
November Music


November Music presenteert zichzelf als een festival voor moderne muziek. De ondertitel is niet voor niets 'Muziek van nu door de makers van nu'. Het festival richt zich daarbij op modern gecomponeerd, improvisatie en jazz. In deze vooruitblik richt ik me vooral op wat dit festival te bieden heeft voor de jazzliefhebber. Het lijkt erop dat die zich tijdens deze editie van November Music uitstekend zal vermaken!

En dat begint al direct op woensdagavond 5 november. Het openingsconcert in de Verkadefabriek wordt door niemand minder dan het Anouar Brahem Quartet verzorgd. Deze Tunesische ud-speler weet als geen ander de etnische muziek uit Noord-Afrika te vermengen met jazz. Het kwartet bestaat verder uit Khaled Yassine op darbouka en bendir (trommels), Björn Meyer op bas en Klaus Gesing op basklarinet. Voor wie zich wil voorbereiden is de cd 'The Astounding Eyes Of Rita' een aanrader.

Op donderdagavond 6 november is het tijd voor een bijzonder samenwerkingsverband tussen Valgeir Sigurdsson en Stian Westerhus met de Philharmonie Zuidnederland. Vooral het stuk van Westerhus dat hier in première gaat, 'The Redundance 40' voor gitaar en orkest, is interessant voor de jazzliefhebber. Westerhus bracht onlangs nog met Pale Horses 'Maelstrom' uit, een zinderende plaat waarbij de titel eigenlijk alles zegt over wat je kunt verwachten. Westerhus is verder bekend door zijn samenwerking met Nils Petter Molvaer en Supersilent.

Ook vrijdagavond 7 november biedt twee bijzondere concerten voor de jazzliefhebber, beiden ook in de Verkadefabriek. Het eerste is wederom een samenwerkingsproject en zoals vaak bij dit festival gaat het ook nu om een niet voor de hand liggende, maar spannende combinatie: het Franz von Chossy Quintet met Wu Wei. Naast Von Chossy op piano vinden we Jeffrey Bruinsma op viool, Jörg Brinkmann op cello, Alex Simu op klarinet en Yonga Sun op drums. Voorwaar geen alledaagse bezetting voor een jazzkwintet. In hun muziek horen we ook invloeden van moderne kamermuziek en wereldmuziek terug. En nu dus samen met Wu Wei, die een sheng bespeelt, een traditioneel Chinees mondorgel.

Het tweede concert die avond is voor The Bad Plus. In eerste instantie zouden zij een live-uitvoering verzorgen van hun eerder ook op cd opgenomen uitvoering van 'The Rite Of Spring' van Igor Stravinsky. Maar nu is er ruzie tussen de erven van Stravinsky en Sony, de platenmaatschappij, en gaat deze uitvoering helaas niet door. Maar niet getreurd: genieten wordt het sowieso van dit zeer dynamische Amerikaanse trio, met Ethan Iverson op piano, Reid Anderson op bas en David King op drums.

En dan zaterdag 8 november. Misschien wel de mooiste dag voor de jazzliefhebbers. Dat begint wat mij betreft al 's middags als het Arditti Quartet samen met sopraan Sarah Sun 'Pandora’s Box' van de New Yorkse avant-gardist, componist en altsaxofonist John Zorn speelt. Later op de middag nog het Marc Ribot Trio. Gitarist Marc Ribot, die we onder andere kennen van zijn intensieve samenwerking met diezelfde Zorn, komt hier met zijn eigen trio met Henry Grimes op bas en Chad Taylor op drums. Kenmerkend voor Ribot is dat hij zowel in de jazz als in de blues, rock en americana uitstekend zijn weg vindt.

Onder de naam 'Colours of Improvisation' staan zaterdagavond twee veelbelovende samenwerkingsverbanden in de Verkadefabriek. Marc Ribot deelt nu het podium met het onvolprezen strijkkwartet Zapp4 en The Bad Plus krijgt Anton Goudsmit op visite. Verder mogen we het trio van Tigran Hamasyan verwachten. Vorig jaar was deze Armeense Amerikaan artist in residence op Jazz Middelheim. Daar toonde hij zich een geweldige pianist die op een briljante wijze etnische muziek met jazz combineert.

Op zondag 9 november staat de Kunstmuziekroute gepland. Tussen 11.30 en 17.30 uur zijn er op diverse plaatsen in de binnenstad van Den Bosch concerten. Met een entreekaart van € 10,- stel je zelf je programma samen uit het aanbod, dat ook voor jazzliefhebbers interessant is, met concerten van Colin Stetson, Mark Feldman/Sylvie Courvoisier, Joris Roelofs/Mats Eilertsen en tot slot niemand minder dan Evan Parker, een van de pioniers van de free jazz. Hij treedt op met de Zweedse organist Sten Sandell.

Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Ben Taffijn, 13.10.14) - [print] - [naar boven]





Interview / Jazztube
Udo Pannekeet


"Misschien hebben muzikanten ook een soort dramatisch kantje. Wat ik zie is dat er toch een wens is om groots en meeslepend te leven. Muzikanten zoeken vaak extremen op, ook in het leven. Het is gewoon het kunstenaarschap. Omdat ze nogal monomaan bezig zijn, zijn ze minder in balans en hebben minder contact met de samenleving, zitten minder vast aan structuren. Daardoor zijn ze ook meer ontvankelijk voor dingen die op hun pad komen. Ja, het zijn hele gevoelige mensen. Het voelt soms alsof het volledig mis kan gaan. Dat randje zit er zeker wel aan en dat moet ik ook af en toe wel voelen. Want als je niet leeft, kun je ook niets maken. Je moet iets kunnen opzuigen voor de inspiratie."

Donata van de Ven sprak met bassist Udo Pannekeet, een bescheiden man, maar ook een perfectionist die recht op zijn doel afgaat.

Lees
hier het volledige interview.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding hierboven voor een opname die Udo Pannekeet speciaal schreef voor zijn broer: 'My Brother In Munich'.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Trommels in ceremonieel tenue

Circle Percussion met 'Big! Men! Drums!', zaterdag 4 oktober 2014, Theater De Molenberg, Delfzijl

Sinds het pionierswerk van componisten als Béla Bartók heeft percussiemuziek een vaste plek in de klassieke uitvoeringspraktijk gekregen. De naam van het Utrechtse Circle Percussion verwijst naar het eerste stuk dat destijds door dit gezelschap werd uitgevoerd, 'Circles' van Luciano Berio, in 1973. Inmiddels heeft de groep ook de 'klassieke' trommelmuziek van Japan omarmd, maar kenmerkend blijft dat Circle Percussion niet improviseert, doch uitgeschreven en gememoriseerde partituren speelt. Dat gebeurt uitermate strak en gedisciplineerd.

De voorstelling 'Big! Men! Drums!' heeft zelfs een ceremonieel, om niet te zeggen sacraal karakter. Theater is de band daarbij niet vreemd, het zijn vier visuele ventjes. Doorgaans staan de muzikanten wijdbeens, alsof ze hardrockgitaristje spelen. Ze gaan gekleed in functionele werkpakken en zien er uit alsof ze elke ochtend bij het krieken van de dag een uurtje tegen een berg oprennen. Niet zó raar: hun Japanse collega's houden er oefeningen op na die een commando-eenheid niet zouden misstaan. Het bespelen van de bijna twee meter hoge O Daiko-trommel is niet voor watjes weggelegd. In combinatie met de nauwelijks minder imponerende grote gong klonk die reus alsof het Laatste Oordeel nu toch echt niet lang meer op zich zal laten wachten.

Maar de slagwerkers kunnen ook minder macho uitpakken. Een nietig speeldoosje, dat even later aanspraak kreeg van Willem Jansens sansa (duimpiano), luidde de tweede helft in. Ook het tablastuk, waarin de bandir (een soort tamboerijn, zonder belletjes) en een contraptie van gestemde pvc buistrommels een rol speelden, had een contemplatief karakter. Waar donderende percussiegrooves vóór de pauze de toon hadden gezet, was er in de tweede helft meer ruimte voor het gebonden geluid van klankschalen en aangestreken bekkens.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Sonny Rollins – 'Road Shows Volume 3' (Doxy, 2014)

Opname: 2001-2012

De eerste twee delen van saxofoongigant Sonny Rollins' serie liveopnamen nodigden uit tot een welkome herwaardering van zijn ondergewaardeerde latere periode. Volume 1 besloeg meerdere decennia sinds de jaren 80, terwijl Volume 2 zich beperkte tot Rollins' verjaardagsconcert in 2010. Het recent uitgekomen Volume 3 bevindt zich hier ergens tussenin en toont 's werelds laatste bopgigant in de herfstdagen van zijn carriere. Nu Rollins' luchtwegen hem parten spelen is de kans op veel nieuw materiaal gering, zodat deze opnamen extra gekoesterd dienen te worden.

Net als de voorgaande delen bestaat 'Roadshows volume 3 uit een mengeling van klassiekers, standards en onbekender materiaal. Het energieke 'Panajali' verschijnt zelfs voor het eerst op plaat. Dit nummer diende al enige jaren als opener van Rollins' live-sets, maar is nu eindelijk ook in opnamevorm beschikbaar.

Ook 'Solo Sonny' verdient speciale aandacht. Al jaren werden Rollins' ongebegeleide solos als hoogtepunten van zijn optredens beschouwd. Wanneer de saxofonist goed op stoom was, lieten de andere bandleden hem solo verder gaan, hetgeen vaak tot monologen van tien minuten leidde. In de jaren 80 probeerde Rollins dit effect te vatten op 'Soloscope', een lp-uitgave van een soloconcert in de tuin van het MoMA, maar het resultaat hiervan was vrij mager, alsof de saxofonist toonladders, arpeggio's en thema's oefende zonder de onderlinge samenhang te onderkennen. 'Solo Sonny' is een veel geslaagdere solo-opname. De vrije associaties, vloeiend als de poëzie van een beatnik, gaan van kinderliedjes tot ballads en van musicalmateriaal tot flarden van bebop-klassiekers.

Het andere hoogtepunt van 'Road Shows Volume 3' is 'Why Was I Born'. Door de lengte van iets meer dan 23 minuten is het duidelijk dat Rollins zich geïnspireerd voelde, maar daardoor oversneeuwt hij zijn band enigszins. Met name een bijna tien minuten durende dialoog met drummer Steve Jordan valt hierbij op. Terwijl Rollins elke keer dat hij zijn vier of acht maten vol mag spelen iets nieuws weet te brengen, lijkt Jordan na verloop van tijd zijn inventiviteit te hebben opgebruikt. Toch deert dit uiteindelijk niet, al was het maar omdat het muzikale spierballenvertoon van de toen 77-jarige saxofonist zo exceptioneel is, dat hem zijn gretigheid om de drummer onder tafel te spelen vergeven mag worden.

'Road Shows Volume 3' is minder sterk dan Volume 1 en minder afwisselend dan Volume 2, maar geeft desondanks een goed kijkje in de sfeer bij een bovengemiddeld concert van een van de laatsten der mohikanen. Te hopen is dat er spoedig een Volume 4 geproduceerd wordt met opnamen uit het uitgebreide archief dat Rollins en zijn geluidsmensen onderhouden. Een verloren gewaande trio-opname uit de jaren 60 zou een gouden greep zijn, maar ook de meer waarschijnlijke keuze voor recent materiaal zou zeer te verwelkomen zijn. Tot nu toe heeft elke 'Road Show' een paar uitstekende opnamen gehad en het is te hopen dat er daar nog veel van bij komen.


Meer horen?
Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Sybren Renema, 12.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Kniediep in de brassbandziel

Wicked Knee, donderdag 2 oktober 2014, Platformtheater, Groningen

Een enigszins verwarrend optreden. Enerzijds was het puur plezier wat deze vier mannen uitstraalden. Een opwindend gevoel dat zich vertaalde naar je voeten, die categorisch weigerden gezeglijk stil te blijven zitten. Anderzijds was de herinnering aan de geliefde Olympia Brass Band die hier werd opgewekt zó levendig en bitterzoet, dat je elk moment verwachtte leider Harold 'Duke' Dejan uit de coulissen te zien stappen om met schorre stem 'I Got To Be A Rug Cutter' in te zetten.

Want die associatie, met de band die bijna een halve eeuw het boegbeeld van de New Orleans jazz was, was wellicht nog het sterkst. Duidelijk is dat de muzikanten van Wicked Knee de brassbandmuziek van die stad vlijtig hebben bestudeerd. Maar ze zijn verder gegaan dan het klakkeloos imiteren van de populaire straatorkesten daar. Wicked Knee is diep in de ziel van die muziek gedoken – die een geschiedenis van meer dan twee eeuwen heeft, inmiddels. Daarbij hebben ze voor zichzelf alle vrijheid opgeëist – zoals de muzikanten in de Big Easy dat in feite ook altijd hebben gedaan. Het eerste nummer klonk in dit verband haast als een statement: collectieven werden afgewisseld met onbegeleide, vrijmoedige soli. Daarbij viel op dat trompettist Steve Bernstein geen vierde ventiel nodig heeft om microtonen te produceren, dat gebeurt gewoon met behulp van de drie aanwezige knopjes en het mondje. Op zijn schuiftrompet is dat nog een stuk eenvoudiger, maar ook op het meer orthodoxe instrument weet Bernstein dus bijzonder goed de weg.

In het tweede nummer, 'Muffaletta', was de link met New Orleans zonneklaar. Wicked Knee is in feite een vestzak-brassband die swingend en gestroomlijnd zijn weg gaat. Daarbij viel het strakke drummen van leider Billy Martin op, die een prettig soort autoriteit uitstraalde. Wat een timing heeft die gast! Maar hij draaide zijn hand ook niet om voor een partijtje gamelan op koebellen en ander klein slagwerkspul. Soms wekte hij herinneringen op aan de 'oude' Han Bennink, toen die nog een Renault-bus nodig had om zijn instrumentarium te verplaatsen.

Ondertussen werkte tubaïst Marcus Rojas, die longen van buffelhuid schijnt te hebben, onvermoeibaar aan een ondergrond die stevig genoeg was om een Sherman-tank veilig over de Rijn te zetten. Nou ja, de Turfsingel, in ieder geval. Niet alleen dat zijn riffjes en bourdontonen onberispelijk waren, hij stond ook nog eens te dansen met die tien kilo koper voor zijn buik.

Het vierde lid van de groep is trombonist Curtis Fowlkes, die inmiddels zo goed als legendarisch genoemd mag worden. Ernie Wilkins, Henry Threadgill, Bill Frisell, de Lounge Lizards, de Jazz Passengers. Zijn rol was relatief bescheiden. Hij zette het ensemble in een warme gloed en als hij soleerde gebeurde dat in het stramien van het nummer, waarbij hij de mogelijkheden behoedzaam aftastte om in een extatisch schetteren te eindigen. Het spreekt voor zich dat het laatste waar we na de toegift 'Sugar Foot Stomp' (uit 1923!) aan dachten de sponde was.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 9.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd / Jazztube
Various artists - 'Le Jazz À L’Écran 1929-1962' (Frémeaux & Associés, 2014)


De eerste 'officiële' geluidsfilm was 'The Jazz Singer', in 1927. Die had dus helemaal niets met jazz van doen – maar van de andere kant waren er op dat moment reeds experimentele geluidsfilms gemaakt met onder anderen pianist Eubie Blake. Gedurende de swingperiode werden er met grote regelmaat jazzbands en –vocalisten naar Hollywood genood. Doch het zou tot de jaren vijftig duren voordat je kon spreken van een voldragen cultuur van jazzmatige filmscores. In 1951 ging het topzware Innovations-orkest van pianist en arrangeur Stan Kenton in Los Angeles op de fles en dat was een blessing in disguise. Want al die werkloze muzikanten lazen als raven, ongeacht de complexiteit van de partituur. Lange tijd voerden voormalige Kentonites de toon aan in de filmstudio's en ik denk dat de jaren vijftig en zestig de beste filmmuziek aller tijden hebben opgeleverd.

Dat is te horen op deze 3-cd box: de scores van met name Shorty Rogers, Bud Shank en Shelly Manne zijn ongewoon en evocatief. In 'The Wild One' integreert die eerste het geluid van de motoren van Marlon Brando en zijn bende heel effectief. Manne ratelt naadloos door; Rogers en componist Leith Stevens blijken meesters in het suggereren van spanning. Globaal gezien kun je van de filmmuziek uit deze tijd vaststellen dat ze uitstekend zelfstandig functioneert.

Een derde bloeiperiode brak aan toen Franse cineasten in de jaren vijftig en zestig jazzmuziek gingen gebruiken voor hun werk. De bekendste film hier is uiteraard 'Ascenseur Pour L’Échafaud' uit 1957 van Louis Malle, met de groep van trompettist Miles Davis, die de soundtrack live improviseerde. Zelf koester ik ook mooie heinneringen aan 'Les Tricheurs' (Marcel Carné, 1958), met op het geluidsspoor onder meer Jazz At The Philharmonic-registraties en een furieus drummende Lionel Hampton.

Dat alles staat voorbeeldig uitgelicht op 'Le Jazz À L’Écran'. De verzamelde 69 tracks zijn vanzelfsprekend slechts een bescheiden dwarsdoorsnede. Mijn tweede druk, uit 1981, van David Meekers naslagwerk 'Jazz In The Movies' bevat ongeveer 3800 entries. Dat aantal zal inmiddels aanzienlijk gezwollen zijn. Uit die mer à boire heeft samensteller Alain Tercinet een verantwoorde selectie gepeurd. De enige die ik op het eerste gehoor mis is klarinettist Artie Shaw, die in de swingjaren toch frequent in Hollywood te vinden was. Maar het is bijvoorbeeld heel aardig om Danny Kaye terug te horen, in zijn dolle duet met Louis Armstrong in de film 'The Five Pennies'. In het nummer 'When The Saints' raffelen de heren de namen van zo ongeveer alle bekende klassieke componisten af, met hilarisch commentaar. Heel mooi is: "Katsjatoerian!" - "Gesundheit!" - "Thank you".

We horen ook dat die Slim Gaillard eigenlijk een voortreffelijke pianist was, met meer dan een vleugje Earl Hines in zijn spel. In datzelfde nummer, 'Hellzapoppin’', kunnen we tevens vaststellen dat die studio-orkesten - in dit geval van Universal - ook heel onbeschaafd konden swingen. Dan 'The Jumpin’ Jive' van Cab Calloway. Toen ik 'Stormy Weather' voor het eerst zag, samen met bopvocalist Babs Gonzales, stootte hij me aan tijdens het chorus voor de trompetten: "Luister, Eddy, mijn bebopvriendjes!" Inderdaad, arrangeur Buster Harding had kennelijk het een en ander opgestoken van trompettist Dizzy Gillespie, die het orkest een dik jaar eerder, in de herfst van 1941, had verlaten. 'The Jumpin’ Jive' is zodoende een document waarin de komst van de bebop werd voorspeld.

Zo valt er nog veel meer te ontdekken en te genieten. Dat de bigband van trombonist en arrangeur Glenn Miller ('Orchestra Wives') dynamischer speelde dan het merendeel van zijn tijdgenoten. Dat de stijl van trompettist Harry James wel héél weinig van doen had met die van Bix Beiderbecke, die hij, via Kirk Douglas, geacht werd uit te beelden ('Young Man With A Horn'). Dat het kwartet van pianist Freddie Redd niet minder dan zeventien takes nodig had voor het thema 'For Sister Salvation' ('The Connection'). Dat de Collegians van de Franse orkestleider Ray Ventura ('L’Amour À L’Americaine') anno 1932 nog een stuk oubolliger speelden dan onze eigen Ramblers.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding linksboven om Louis Armstrong en Danny Kaye in duet te zien in de film 'The Five Pennies' (1959) met het nummer 'When The Saints'.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 8.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Reis belangrijker dan bestemming

Ingrid Laubrock Anti-House, donderdag 25 september 2014, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

JazzCase organiseert al enige jaren concerten in het cultureel centrum Dommelhof. Samen met een kleine groep medewerkers en met een enthousiasme dat aanstekelijk werkt, weet Cees van de Ven al een aantal jaren een gevarieerd en boeiend programma samen te stellen. De optredens vinden plaats in de concertzaal van Dommelhof, maar de tafels, stoelen en mogelijkheid een drankje te kunnen drinken tijdens het concert zorgen voor een gemoedelijkheid die je normaal in dergelijke settings niet vindt. De sterke punten van een cultureel centrum plus een verzorgd podium met perfect geluid en licht maken dat het aangenaam luisteren is in Neerpelt.

Dit seizoen opende saxofoniste Ingrid Laubrock met haar band Anti-House. "Drie vrouwen en twee mannen, het mannenbastion dat jazz ooit was vertoont scheuren of eerder ganse gaten", mompelen feministen goedkeurend. "Het Kris Davis Trio plus twee, kan niet fout gaan", denken de liefhebbers van het vrijere segment. Anti-House bestaat vooral uit vijf boeiende musici, die samen een eigen verhaal te vertellen hebben.

In de nummers wordt compositie afgewisseld met improvisatie, waarbij de grens tussen beiden nauwelijks hoorbaar is. Bij Ingrid Laubrock Anti-House gaat het namelijk meer om de reis en minder om de bestemming. Tijdens de reis worden passages in kwintet afgewisseld met passages in duo, trio of kwartet. Wayne Shorter zei ooit over Weather Report: "We never solo and always solo", iets wat ook voor deze band zou kunnen opgaan. Het was niet steeds duidelijk waar de solo begon en wat als ondersteuning bedoeld was, waardoor er behoorlijk wat beweging in de muziek zat. En ondanks het feit dat het onderweg zijn niet onbelangrijk was, werd op het einde van een nummer toch duidelijk dat er een juiste weg genomen was om wel degelijk een bestemming te bereiken. Soms vielen alle elementen naar het einde toe mooi in elkaar.

In deze band ging het minder om krachtpatserij en meer om doordachtheid en creatief georganiseerde dialoog. Ingrid Laubrock klonk nooit schreeuwerig, maar eerder intens. Pianiste Kris Davis paste zich aan aan de muziek, die anders is dan op haar eigen cd's. Haar finesse en rustige opbouw stuurden de muziek. Ook gitariste Mary Halvorson liet zich in deze bezetting van haar bedachtzamere kant zien. Bassist John Hébert en drummer Tom Rainey voelden zich bij deze muziek als een vis in het water en namen volop deel aan de dialoog. En zoals vaak bij creatieve muziek: vervang een muzikant door een andere en de muziek krijgt een andere kleur.

Laubrock had op haar Europese tour drie speeldagen in het Belgisch/Nederlands grensgebied (Rijkevorsel/Eindhoven/Neerpelt). Iemand die de drie concerten bijwoonde, vertelde dat iedere avond anders was. Wel werd steeds iets van Henry Threadgill gespeeld, nog zo'n vrije geest die de dialoog graag structureert om met de nodige vrijheid te communiceren.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cedric Craps.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 5.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Daan Kleijn – 'Trio' (eigen beheer, 2013)

Opname: april 2013

Kleijn houdt het klein, zou het motto van deze cd kunnen zijn. Het trio van gitarist Daan Kleijn – met Tobias Nijboer op bas en Joost van Schaik op drums - is er niet op uit de burger met vlammend vuurwerk te epateren. Het vuur zit hier van binnen, als bij een hardnekkige heidebrand.

Kleijn is een grote balladeer. Zo'n 'Star Crossed Lovers' uit 'Such Sweet Thunder', de Shakespeare Suite van Duke Ellington en Billy Strayhorn, dat hoor je gewoon veel te weinig live. Een schitterende ballad. Het arrangement hier is simpel, maar doeltreffend. Geen noot is overbodig. Dat valt het meest op: Daan Kleijns trefzekere aanslag, de zorgvuldige wijze waarop zijn noten vorm en gewicht krijgen.

Het openingsstuk 'Drie Kleuren' zou kunnen slaan op de drie componenten van het combo. Drie lagen, zo zou je de eenvoudige, maar pakkende compositie ook kunnen karakteriseren. De gitaar, zoals die comfortabel ingebed is in de baslaag en het hoge sissen van de brushes.

Wanneer je Wes Montgomery's oktavenspel terughoort in de vlotte blues 'Charlie', is dat geen kwestie van domme na-aperij. Eerder het gebruiken van een stijlelement dat je nu eenmaal tot je beschikking hebt. De traditie is bij Daan Kleijn in goede handen.

Meer horen?
Klik hier voor geluidsfragmenten van drie tracks van dit album: 'So In Love', 'Drie Kleuren' en 'Charlie'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Old school, new fashion

Grant Stewart Quintet, donderdag 25 september 2014, Bimhuis, Amsterdam

Kan de luisteraar van vandaag nog waardering opbrengen voor muziek met een dwingende melodische opzet en een vast stramien? Of verwijst die naar het archief, in zijn drang naar vernieuwing? Saxofonist Grant Stewart en zijn formatie wekken het rijke geluid van traditionele jazz, bebop, swing en hardbop opnieuw tot leven en plaatsen het terug op de agenda. Het live ervaren van deze stijlen is voor velen waarschijnlijk toch een feest der herkenning, of geeft de kick om real-time te ervaren hoe cool muziek kon klinken in de jonge jaren van je grootouders. Door gedateerde stijlen te verbinden met een vleugje avant-garde, zorgt Stewart voor genoeg innovatie om een avond lang te kunnen boeien.

Stewart en trompettist John Marshall zetten beheerst in met een strak en synchroon gespeeld thema. In zijn eerste lange solo verkent Stewart met een sonore en droge klank de mogelijkheden van de zaal. Met zijn volle geluid blaast de tenorsaxofonist subtiele fraseringen, waarin het thema herkenbaar blijft rondzingen. In zijn eigen compositie 'Here We Go' geeft Marshall een complexe solo met veel chromatiek. Stewart speelt lange ingetogen lijnen. De jonge pianist Leo Lindberg verrast met zijn geraffineerde spel. Het bopidioom, waarin hij parelende loopjes combineert met harmonische wendingen, beheerst hij feilloos.

'Amsterdam After Dark' van George Coleman begint met een fascinerend ritmisch motief op de piano. De groep laat zich horen in strak gearrangeerd ensemblespel. Volume en klank bloeien gaandeweg op in grotere contrasten. Bassist Kenji Rabson speelt een spannende melodieuze solo. Vervolgens doet Marshall een zwaar appel op zijn publiek door als zanger voor te gaan in de old-fashioned song 'Young At Heart'. Er is opluchting als bas en drums vaart maken richting een zinderend uptempo in 'West Wind' van Kenny Dorham.

De tweede set is een warm pleidooi voor de stijlopvattingen van het Grant Stewart Quintet. 'Horace-Scope' is een eerbetoon aan de onlangs overleden Horace Silver. Lindberg speelt tot de verbeelding sprekende motiefjes. Kenny Dorhams 'La Villa' wordt een kat-en-muisspel van trompet, saxofoon en drums. Strak en op het scherp van de snede. 'Warm Valley' van Duke Ellington bevat alle ingrediënten van een ballad: lyrisch en hier vooral ook weemoedig, in de tedere klank van Stewart. De trompet van Marshall knettert in de bluesy benadering van 'Sonny Boy' van Sonny Rollins en in 'Keep Your Sunny Side Up' hangt hij tegen de tonen aan. Uitsmijter is 'Grand Central' van John Coltrane. Hier weerklinkt the real thing. Een tijdcapsule brengt je in een atmosfeer van vijftig jaar geleden (het album 'Cannonball Adderley Quintet In Chicago' uit 1964). Stewart creëert hierin virtuoze grappen, Marshall maakt stijlvolle contrasten.

Het Grant Stewart Quintet vormt een hecht team. Aan het einde van hun Europese tour zijn ze perfect in balans. Stewart heeft het gelijk aan zijn kant door zich sterk te maken voor behoud van tradities. De muziek beweegt zich op gebaande paden en heeft grote overeenkomst met de jazziconen uit ons collectieve geheugen. Zeggingskracht hoeft niet per definitie te leunen op vernieuwingsdrang.

Klik hier om foto's van dit concert te bekijken door Louis Obbens.

Labels:

(Roland Huguenin, 4.10.14) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...





Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)