Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Cd
Mark Alban Lotz – 'Solo Flutes' (LopLop, 2014)

Opname: 11 januari & 8 maart 2014

Op de eerste tel van de cd heb je de dreun al te pakken. Het is de staccato aanzet van de basfluit die je direct bij de lurven pakt. Dat zal zo gedurende de gehele cd ook met de andere fluiten niet anders zijn.

Mark Alban Lotz is de grootmeester, een groot improvisator op allerhande fluiten. Van de grote pvc basfluit tot en met het piccolootje. Contemplatieve momenten worden afgewisseld met virtuoze, rapsodische fragmenten. Het laatste wordt onder meer gedemonstreerd in het nummer 'Whole Steps'.

Veelal past Lotz tijdens het spelen vocalen – grommen, krijsen, fluisteren, neuriën – toe, bijvoorbeeld subliem uitgevoerd op de pvc contrabasfluit in 'PVC Mantra'. Zijn inspiratie put hij uit de impro-jazz, hedendaags gecomponeerde muziek en de wereldmuziek. Het is evident dat hij alle reguliere en extended blaastechnieken uitstekend beheerst.

Als rechtgeaard improvisator verloochent hij de muzikale oorsprong van de jazz, de blues, geenszins. In een fascinerend 'For Rahsaan' – een eerbetoon aan de flamboyante rietblazer Rahsaan Roland Kirk – krijgt de moderne blues een passende plek in dit magnifieke solorecital.

Dit album verdient veel luisteraars en niet alleen jazzliefhebbers. Het is een niet geringe prestatie een cd zo boeiend en verrassend te vullen met uitsluitend 'Solo Flutes'.

Meer horen?
Klik hier om geluidsfragmenten van deze cd te beluisteren.

Labels:

(Jacques Los, 25.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
De perfecte balans tussen muziek en tekst

Susanne Abbuehl, vrijdag 17 oktober 2014, Paradox, Tilburg

De muziek van Susanne Abbuehl staat haaks op de turbulente wereld om ons heen. Zowel bij de economische als de politieke ontwikkelingen en de hedendaagse internationale betrekkingen wijzigen standpunten met de snelheid van het licht. We leven met de waan van de dag, onbekend waarheen te laveren in onbekend en woelig water. De Zwitsers-Nederlandse zangeres vaart een vaste koers en is afkerig van vluchtigheid. Dit brengt met zich mee dat Susanne Abbuehl zelfs voor muzikale begrippen uiterst spaarzaam is met het uitbrengen van nieuw materiaal. De in Paradox gepresenteerde cd 'The Gift' volgt maar liefst zeven jaar op het voorafgaande 'Compass'. In de ogen van Abbuehl is presentatie een relatief begrip. Haar podiumuitstraling is integer en ontdaan van alle opsmuk en haar repertoirekeuze van de avond bestaat uit oud en nieuw materiaal. De muziek is wars van elk effectbejag, zeer oorspronkelijk, kunstzinnig en stelt eisen aan het doorzettingsvermogen en het gevoelige oor.

In een artistieke, minimalistische en instrumentele structuur wordt verlangen en eenzaamheid omarmt. De basis wordt gevormd door het subtiele improviserend vermogen en de latente swing van het gehele ensemble. Deze collectieve atmosfeer draagt bij aan het brengen van verhalende muziek. Voor Susanne Abbuehl is de poëzie van Emily Dickinson en in mindere mate van Emily Bronte en Sara Teasdale de leidraad voor haar muziek. Meestal is de zangeres zelf verantwoordelijk voor de muzikale composities, aangevuld met Carla Bley's 'All Indian Radio' en het macabere 'A Call For Demons' van Sun Ra.

De zangkunsten van Abbuehl laten zich niet kenmerken door overbodige virtuositeit, maar door het streven naar optimale zeggingskracht, noot voor noot, voorzien van onderhuidse vreugde of sluimerend verlangen. Het is de stem met de menselijke touch. Tot haar stemattributen behoren deels gezongen, gevocaliseerde of geproclameerde emoties. Deze worden als oprechte interpretaties - donker of broeierig, dan weer hoog en broos - voor het voetlicht gebracht.

De flugelhorn van Matthieu Michel biedt een weldadige tweede stem en de percussie van Olavi Louhivuori is zowel gevoelig als mild provocatief. De muzikale steun van pianist Wolfert Brederode is een onmiskenbare drager van het mysterieuze geluid. Zijn vele kortstondige intermezzo's sluiten naadloos aan bij Abbuehls stem en de onvoorziene 'gestolen' solo aan het begin van het optreden is een parel van romantische lyriek.

Tijdens deze avond ontstaat niet alleen de perfecte balans tussen muziek en tekst. De vocalen van Susanne Abbuehl zijn in combinatie met het instrumentale immers veel meer dan de som der delen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 22.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
New Dog – 'Double Headed Pug' (Trytone, 2014)

Opname: 2 juli 2013

Deze cd moet het meer van het groepsgeluid hebben dan van het solowerk. De saxofoons van leider Christian Ferlaino (alt) en Natalio Sued (tenor) vormen samen een geducht boventoonrijk orgel. De composities zijn grillig van structuur en worden vlekkeloos uitgevoerd.

Iets van het groepsgeluid zou je kunnen afleiden uit de afkomst van Ferlaino. Zijn geboorteplaats is Conflenti, een bergdorp in Calabrië, de 'voet' van Italië. Daar wordt jaarlijks een processie gehouden waarbij de madonna en haar kind in de plaatselijke kerk worden gekroond. De muziek die daarbij wordt gespeeld - de combinatie trekharmonica-hobo is niet ongebruikelijk - heeft qua geluid wel wat van de twee saxofoons. De bevolking danst daar een soort kringdans op. Ferlaino haalde zijn master aan de universiteit van Bologna op een studie naar deze dansmuziek. Het stuk 'La Transfusione' heeft daadwerkelijk iets van een stoet die over de kasseien hobbelt. En in 'Henry' dansen de saxofoons kwispelend om elkaar heen.

Je zou dit in een ruimte met een goede akoestiek moeten horen. Een dorpskerk, inderdaad.

Meer horen?
Klik hier om een track van dit album te beluisteren: 'Gatto Di Piombo'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 22.10.14) - [print] - [naar boven]





Nieuws
Millennium Jazz Orchestra: 25 jaar ongebreidelde passie voor muziek


Het Millennium Jazz Orchestra kan met recht een van de beste jazzorkesten van ons land genoemd worden. Hoewel ze minder bekend zijn dat bijvoorbeeld het Metropole Orkest, is het Millennium Jazz Orchestra toch zeer gewaardeerd bij vooraanstaande jazzmusici van ons land; Eric Vloeimans, Benjamin Herman, Fay Claassen, Ferdinand Povel en werkten allen samen met het orkest. En niet alleen nationale helden, maar ook internationale topmusici scharen zich tussen indrukwekkende lijst vrienden van het orkest: Dick Oatts, Philip Catherine, Toots Thielemans, Kenny Wheeler, James Moody, Herb Geller, Lee Konitz en nog vele anderen stonden samen met het orkest van componist/dirigent/orkestleider Joan Reinders op het podium van het Theater Bouwkunde in Deventer.

Dit jaar viert Millennium Jazz Orchestra haar 25-jarig jubileum. De viering krijgt fysiek beslag in de vorm van het nieuwe album 'Safety Zone'. Het album werd op 1 oktober jongstleden in een uitverkocht theater gepresenteerd. In tegenstelling tot vorige releases, waarop bijzondere nationale en internationale gasten een hoofdrol kregen, is op deze nieuwe cd dit keer alle ruimte voor het orkest zelf en voor de prachtige composities en arrangementen van Reinders, die het orkest al 25 jaar leidt.

Behalve de maandelijkse concerten in het Theater Bouwkunde in Deventer heeft het orkest ook opgetreden op gerenommeerde podia als North Sea Jazz en de IAJE in New York. Vanuit internationale jazzmedia is er dan ook veel waardering voor het Millennium Jazz Orchestra. Plannen voor de nabije toekomst zijn al concreet: komend voorjaar wordt een nieuw project gestart, dit keer in samenwerking met de WDR Big Band uit Keulen.

Klik hier voor meer informatie.

(Maarten van de Ven, 22.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Fire! Orchestra – 'Enter' (Rune Grammofon, 2014)

Opname: 10 januari 2014

Fire!, het trio van Mats Gustafsson (tenorsax), Johan Berthling (bas) en Andreas Werliin (drums), vatte na vier albums in 2011 het plan op om rond het trio een orkest te bouwen met daarin de crème de la crème van de Scandinavische jazz, improvisatie en avant-garde. En dat is gelukt. Het orkest telt maar liefst 28 leden, waaronder 13 blazers, 3 vocalisten, 3 gitaristen, 3 bassisten en 3 slagwerkers. En in mei van dit jaar zag, na het livealbum 'Exit', het eerste volwaardige studioalbum het licht bij Runegrammofon uit Noorwegen: 'Enter'. De composities zijn van Gustaffson, Berthling en Werliin, aangevuld met Mariam Wallentin , de partner van Werliin in het duo Wildbirds And Peacedrums. Zij schreef de teksten.

De drie grondleggers van Fire! hebben reeds uitvoerig bewezen met verschillende muziekstijlen overweg te kunnen. Mats Gustaffson kennen we als powerblazer, onder andere bij The Thing. Terwijl Johan Berthling zijn sporen heeft verdiend in de experimentele folk- en elektronicawereld, bijvoorbeeld in Tape. Andreas Werliin tenslotte heeft meer een popachtergrond met Wildbirds And Peacedrums. En wat geldt voor het trio, geldt nu voor het orkest: ook hier treffen we weer een smeltkroes van stijlen, invloeden en muzieksoorten aan. 'Enter' is een suite bestaande uit vier delen. Vooral de eerste drie delen kennen een grote afwisseling van verschillende stijlen, terwijl ieder deel zijn eigen kleur heeft.

'Part One' bijvoorbeeld begint met een repeterend melodietje, gespeeld door Martin Hederos op Fender Rhodes. Het zet direct de toon. Je voelt: hier gebeurt iets. Als de vocalisten dan volgen met zang en er langzamerhand meer muzikanten aansluiten, ontstaat een prachtig harmonisch geheel. Een nieuw statement in de muziek voor bigband binnen de moderne jazz is gemaakt. De melodie sterft weg om vervangen te worden door een orgie van gitaarklanken met veel distortion. Als Mariam Wallentin dan even later terugkomt met haar zeer intense zangkunsten, ondersteund door een prominente rol van het slagwerk, krijgt het stuk het karakter van een opera van Kurt Weil. 'Part Two' start met een stuk punkmuziek met zang van Simon Ohlsson, gebaseerd op The Beatles' 'Tomorrow Never Knows'. Het is een indringend, overrompelend deel met naast zang een hoofdrol voor slagwerk, bas en elektronica. En dan, na zes minuten een krachtige cesuur, waarna het orkest een prachtige free-jazz passage inzet. Vervolgens sluit dit deel af met een moderne bigband-blazersmelodie.

De start van 'Part Three' wordt gevormd door een uitgebreide stemimprovisatie, bestaande uit de meest bizarre klanken, meer passend bij moderne gecomponeerde muziek. Apart is de percussie op de achtergrond, die nog het meest lijkt op een koets die voorbij rijdt. Na ruim vijf minuten doet een op de bas gespeelde klezmerachtige melodie zijn intrede, waarbij de klarinet het overneemt van de stem. Ook dit deel eindigt in een weergaloze climax, waarin de diverse instrumenten en de stem van Wallentin elkaar aanvullen. In 'Part Four' wordt de melodie van 'Part One' weer opgepakt. Weer op de Fender Rhodes, maar nu ondersteund door bas, drums en zang. In dit deel wordt de melodie verder uitgewerkt tot een prachtige eenheid van elkaar opzwepende klanken, die culmineren in pure free jazz. En dan valt het orkest stil en eindigt de Rhodes met louter de melodie.

Het complete stuk 'Enter' overziend, kan de conclusie niet anders zijn dan dat hier een prestatie van formaat geleverd is. Complexe muziek die voortdurend zeer intens en met grote overtuigingskracht wordt gebracht. Het album is een soort tribute aan Joe McPhee. Welnu, hij kan er volgens mij alleen maar trots op zijn!

Meer horen?
Klik hier om 'Enter Part Four' te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 21.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Talking Cows vat de koe bij de hoorns

zaterdag 11 oktober 2014, Lokerse Jazzklub, Lokeren

Dieren die spreken? Indelen in het rijk der fabelen, zelfs in het Waasland waar de referenties naar Reinaert de Vos voor het rapen liggen. Dat de Talking Cows kunnen musiceren als de besten is dan weer wel een waarheid als een koe, wat ze bewezen met hun passage in de Lokerse Jazzklub.

De Amerikaanse publicist Kevin Whitehead schreef een aantal jaren terug 'New Dutch Swing', een lezenswaardig boek waarin hij de Nederlandse impro-scene beschreef en in kaart bracht. New Dutch Swing slaat op muziek die in Nederland gemaakt wordt en in veel gevallen levendigheid combineert met een snelle afwisseling van sferen en emoties. De nodige dosis ironie zorgt voor bijkomend pigment. En die beschrijving gaat voor Talking Cows op, met de bedenking dat ze tevens de brug maken tussen de Amerikaanse jazz en de Nederlandse geïmproviseerde muziek.

Tijdens het concert in Lokeren speelden ze vooral nummers van hun cd 'Almost Human', aangevuld met nieuw werk. 'Stroll For Gonso', een tribute voor Paul Gonsalves, baadde in de Ellingtonia met saxofonist Frans Vermeerssen in een glansrol. Vermeerssen wist zijn toon te variëren naar gelang de context en hier liet hij zijn sax lekker sentimenteel klinken, met respect voor het onderwerp van de tribute, maar ook met een ondeugend knipoogje. 'Tango From Nowhere' bood de inventieve bassist Dion Nijland de kans om een mooie passage met strijkstok te spelen. Het nummer bleek na verloop van tijd eerder te klinken als een bossa dan een tango. 'Slow Blues' was een smachtende blues met hier en daar een dwarse noot. Tijdens 'Moving Around' trok drummer Yonga Sun de aandacht met een sobere maar krachtige ondersteuning, swingen bij de beesten à la Bennink. Het nummer zat vol met citaten en referenties naar onder andere 'Milestones', 'Lester Leaps In' en 'Thelonious'.

Pianist Robert Jan Vermeulen speelde heel gevarieerd, hier en daar de hoekigheid van Monk combinerend met rijk en lyrisch spel. Hoe eenvoudig en catchy sommige nummers ook klonken, ze zaten complexer in elkaar dan men zou denken. Vermoedelijk hield dit de musici alert om de muziek ver van op de loer liggende clichés te houden.

Met het vrolijke 'Two Guys And Beer' als bis sloten de Talking Cows het optreden af. Een leuk concertje, ware het niet dat dit een understatement van formaat is. Moet er nog melk zijn?

Deze recensie verscheen eerder op Jazz'Halo.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cedric Craps. En hier vind je een fotoverslag door Cees van de Ven.

Labels:

(Iwein Van Malderen, 20.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Ernst Glerum/Uri Caine – 'Sentimental Mood' (Favorite, 2014)

Opname: 10 februari 2013

Misschien is bassist Ernst Glerum wel onze beste strijker. Met deze ep is hij weer teruggekeerd naar de basis: het nieuwste liedje hier is Thelonious Monks 'Evidence' uit 1948. Ook qua aanpak en techniek. In 'Black And Tan Fantasy' strijkt hij ook even 'pizzicato' en herinnert ons daarmee aan het feit dat de contrabas in de jazz aanvankelijk uitsluitend con arco bespeeld werd.

Dat hij zo'n voortreffelijke eenheid vormt met pianist Uri Caine, heeft ongetwijfeld te maken met het gegeven dat Glerum zelf ook een eersteklas pianist is. En verder kennen ze elkaar al sinds 1998, toen ze samen met klarinettist Don Byron door Frankrijk toerden, in het kader van diens 'Bug Music'-project. Luister naar de laatste noten van 'Evidence': alsof die door één instrument worden voortgebracht.

Caine speelt intussen uitsluitend de noodzakelijke noten. Alleen in 'In A Sentimental Mood' worden de teugels een paar maten gevierd en leeft de pianist zich uit in een korte vrije passage.

Dit is verstilde muziek die onderhuids volop gloeit.

Meer horen?
Klik hier om een track van dit album te beluisteren: 'Black And Tan Fantasy'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.10.14) - [print] - [naar boven]





Nieuws / Vooruitblik
20 Jaar Jazz in Arnhem


De Stichting Jazz in Arnhem (sJAZZ) bestaat deze maand twintig jaar. Het doel was en blijft een podium bieden voor de jazz- en geïmproviseerde muziek in Arnhem. Een van de oprichters, de Arnhemse drummer Pierre Courbois, staat op 21 april 2015 zelf op het podium in Musis Sacrum. Het jubileum heeft dan weliswaar een zwart randje, omdat de gemeente Arnhem per 1 januari 2015 de subsidie stopzet, maar sJAZZ viert dit seizoen feest. Zo staat er aanstaande dinsdag in het Grand Café Mahler in Musis Sacrum een bijzonder dubbelconcert op het programma: het Simin Tander Quartet en VLEK. Het concert begint om 21.30 uur en de entree is gratis.

De Duits-Afghaanse vocaliste Simin Tander is een van de meest opvallende persoonlijkheden in de jonge Europese jazzscene. Met haar tedere en evenzo expressieve stem bouwt Simin Tander bruggen tussen westerse jazz en vocale vluchten naar het Midden-Oosten, tussen songwriting-experiment, chanson en intieme jazzballads. VLEK is een gedreven gezelschap Brabantse improvisatoren. Van melodisch tot weerbarstig, van opzwepend tot verstild, van bigband tot heavy metal, van Afrika tot Azië en van weemoedig melancholisch tot ongegeneerde vrolijkheid.

Labels:

(Maarten van de Ven, 19.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Sander Baan Quartet – 'Country Music' (eigen beheer, 2014)

Opname: 4 april 2014

Nee, met Nashville heeft 'Country Music' van tenorsaxofonist Sander Baan niets te maken. Country slaat op de weidsheid van het Noord-Nederlandse landschap, waarmee de saxofonist vertrouwd is en dat hem vormde. Hij speelt in de grote Amerikaanse traditie; Joe Henderson en in mindere mate John Coltrane lijken bakens. Zijn ballad 'Singularity' bijvoorbeeld is schatplichtig aan klassieke Coltrane-stukken als 'After The Rain' en 'Naima'. Baans geluid heeft een aangename ruwe textuur; voor zijn dertig jaren klinkt hij al behoorlijk volwassen.

Dat neemt niet weg dat het Sander Baan Quartet nog wel wat kilometers moet maken, zodat de muzikanten meer van zichzelf kunnen gaan tonen en hun individualiteit echt reliëf krijgt. Nu klinken de composities nog niet prangend genoeg, de echte noodzaak is nog niet evident. Eenvormigheid ligt op de loer. Toch zijn er momenten dat je je oren spitst. Zoals in het humoristische 'Catlike', een specimen van programmamuziek. Het begint met blazen, mauwen en grommen en ook tijdens de pianosolo van Sander Thijsen hoor je op de achtergrond de kater krols kroelen. De snelle brushes van David Rock evoceren een spinnend poezebeest. Heel benieuwd waar deze gasten - het betreft een vast kwartet - over een of twee jaar gearriveerd zijn.

Meer horen?
Klik hier om geluidsfragmenten van dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Afgepeigerd maar voldaan huiswaarts

Peter Evans Quintet, dinsdag 7 oktober 2014, De Singer, Rijkevorsel

De Singer was bijzonder goed gevuld voor het concert van het Peter Evans Quintet. En dat mag bijzonder heten, gezien het feit dat Evans ons nu niet bepaald doorsnee jazz voorschotelde.

Het Peter Evans Quintet kent om te beginnen al een bijzondere samenstelling. Naast Evans op trompet en piccolotrompet vindt je dan meestal een (tenor)saxofonist als tweede blazer naast de ritmesectie bestaande uit piano, bas en drums. Welnu, de ritmesectie was er wel maar de saxofonist niet. Peter Evans heeft in plaats daarvan gekozen voor het inzetten van elektronica. In dit geval bediend door Sam Pluta. Op piano zien we verder Rob Stabinsky, op elektrische contrabas Tom Blancarte en op drums Jim Black. Het concert bestond uit twee stukken voor de pauze en een lang stuk na de pauze.

En dan de muziek. Direct in het eerste nummer gaat Evans volledig los in een wervelende freejazzsolo, ondersteund door knisperende en knarsende elektronica-effecten. Ah, denk je als luisteraar, dit wordt een avondje free jazz. Niet dus. Althans, niet alleen maar free jazz. Want de bobinvloeden zijn eveneens duidelijk aanwezig, vooral bij Evans en Stabinsky, die zo nu en dan ook prachtige harmonieuze solo's geven. Maar die harmonie wordt dan wel weer aan alle kanten ondergraven en gedwarsboomd door de overige leden van het kwintet. Die gaan vaak hun eigen gang. En dan, net als je het gevoel hebt dat de chaos compleet is, komt ineens alles tot een synthese. Dat duurt alleen nooit lang.

En nu over de elektronica. De geluiden en effecten die Pluta produceert, kleuren de muziek op bijzondere wijze. Dan weer regelrecht puttend uit het ambient-genre, dan weer duister en onheilspellend, dan weer geluiden die je doen denken aan een fabriekshal of zo gekopieerd lijken te zijn uit een dialoog tussen C-3P0 en R2-D2, de twee robots van Star Wars. Nooit saai, altijd verfrissend. Met zo'n bandlid mis je geen saxofoon.

Tot slot nog een paar woorden over Jim Black, die regelmatig het rockidioom binnenbrengt. Wat een power heeft die man! Met zijn geweldige stijl zorgt hij ervoor dat de muziek vooral ook swingt. Nooit lang achtereen in hetzelfde stramien: net als je voet lekker beweegt, moet je alweer stoppen, maar wel met grote regelmaat.

Dit was me dus wel een concert. Door een kwintet dat ongelofelijk goed op elkaar is ingespeeld, de luisteraar zeer vaak verrast en op het verkeerde been zet. Maar dat in een concert wel alles geeft en ons, als bezoekers, volledig afgepeigerd achterliet. En dat moet je hebben!

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Mâäk - 'Nine' (W.E.R.F., 2014)


Mâäk, het vroegere Mâäk's Spirit, bestaat in alle soorten en maten: van bigband-achtige proporties tot kleinschalige combo's. Mâäk is dan ook geen evidente band, maar wel een die garant staat voor een continue hoge kwaliteit. Dat is met het Mâäk Quintet, dat zopas het album 'Nine' uitbracht, niet anders.

Zou het ook anders kunnen? Want met Laurent Blondiau, Jeroen Van Herzeele, Guillaume Orti, João Lobo en Michel Massot staat er een ijzersterke bezetting in de steigers die van verschillende markten thuis is. Dat laatste laat 'Nine' gedurende net geen uur overtuigend horen. Of het nu gaat om vrije improvisaties of uitgewerkte composities, de combinatie van de individualiteit van de muzikanten en het solide geheel zijn alomtegenwoordig. De muziek beweegt, kruipt, sluipt, wendt en draait dat het een lieve lust is, zonder dat die richtingloos wordt.

Zelfs de vrije stukken, vaak niet meer dan anderhalve minuut lang, klinken daarbij alsof ze goed doordacht werden. 'Pointilogue' (een collage van korte klanken), 'Still Before Dawn' (een meditatie met Massots tuba in de rol van een Tibetaanse keelzanger) of 'Quintilogy', waarin de muzikanten over elkaar heen springen als in een kippenhok, zijn nergens vrijblijvend, maar verraden een muzikale homogeniteit die het voorrecht is van artiesten die elkaar al jaren kennen.

Wanneer de partituren meer uitgeschreven worden, klinkt het geheel complexer, niet op de laatste plaats door de contrapuntische benadering. Arrangementen vervellen onder de solist van dienst en het samenspel duikt van de ene vorm in de andere, waarbij bovendien nog eens verschillende muziekculturen gepasseerd worden. 'Propiac' en 'Lolo Kojo' klinken daarbij alsof ze te leen gaan bij de Oost-Europese muziektradities, terwijl in de titeltrack de abstracte melodieën en de grillige structuren van Octurn naar voren komen.

De zompige drums van Lobo en de prominente rol voor Massot zegenen de compositie bovendien met een zwalpende sound, die aardig aan die van Henry Threadgill doet denken. Wanneer dit gecombineerd wordt met een groove en het strompelen van een fanfare in de late uurtjes (in Freddie Hubbards 'Up Jumped Spring' of meer in New Orleans-stijl bij 'Mâäk 2012') wordt de geest van Lester Bowie wakker.

Al dat fraais, gespeeld door muzikanten die een even spontane als losse omgang hebben met improvisatie, composities en arrangementen en die bovendien zowel uitmuntende teamspelers als solisten zijn, maakt van 'Nine' een klasseplaat. Een die nog maar eens verraadt hoe onrechtvaardig de jazzwereld kan zijn. Mochten deze mannen uit Chicago komen, ze zouden al lang door de internationale pers doodgeknuffeld zijn en in de hipste clubs spelen. Nu blijft het noodgedwongen bij Belgische culturele centra en andere zalen. Maar goed, dat moet de buitenlandse muziekliefhebber dan maar zelf weten.

Deze recensie verscheen ook op
Kwadratuur.

Labels:

(Koen Van Meel, 17.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Verfijnde jazz mist snufje peper

Jochen Rueckert Quartet, vrijdag 10 oktober 2014, Paradox, Tilburg

Een drummer als bandleider blijft een relatieve zeldzaamheid. Jochen Rueckert, afkomstig uit Duitsland maar residerend in New York, voegt er echter een extra dimensie aan toe. Nagenoeg alle composities van de avond, waarvan het gros afkomstig is van zijn nieuw te verschijnen cd 'We Make The Rules', komen van zijn hand. In het afsluitende optreden van de promotietour door Europa speelt de bescheiden spelende Chris Smith in plaats van Matt Penman op contrabas. Het kwartet wordt gecompleteerd door rising star Mark Turner op tenorsaxofoon en Lage Lund op elektrische gitaar.

Alle stukken, geworteld in de Amerikaanse jazz, ademen een frisheid en transparantie uit waardoor de composities het predicaat 'eigentijdse jazz' meer dan verdienen. Rueckert heeft een duidelijke voorliefde voor het schrijven van ingetogen midtempo melodieën. Het gebrek aan explosiviteit wordt gecompenseerd door het zoeken naar een verraderlijk, mild en harmonisch avontuur. De weelderige, onderdrukte emoties van Turners tenorsaxofoon, met opvallend veel gespeelde noten in het lage register, vervlechten als vanzelfsprekend met de bekoorlijke akkoorden en de gracieuze solo's van Lund.

Het raffinement van de composities wordt geïntensiveerd door het temporiseren en opvoeren van het ritme. De muzikale zeggingskracht van het kwartet en zeker de individuele competenties van Lund en Turner zijn boven alle twijfel verheven. Desondanks kan de tweede set niet verhullen dat de verfijnde elegantie en intelligentie van de muziek zonder een extra snufje peper tot een zekere fletsheid kan leiden.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 16.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
The Noo Ones – 'Nieuwe Haring' (Strotbrock, 2014)

Opname: 8/9 november 2013

Dit is een merkwaardig, nauwelijks te classificeren bandje. Initiatiefnemer Klaas Hekman (bassaxofoon, fluit, piccolo, shakuhachi) verzamelde vijf muzikanten uit evenzoveel windstreken en produceerde iets dat je met kamer-improvisatiemuziek zou kunnen aanduiden.

Met een instrumentarium dat je zelfs in een droom niet had kunnen bedenken (shakuhachi, viool, steelgitaar, gitaar, sheng en percussie) is droommuziek gecreëerd. 'Qu Qi' en 'Todi Suite' zijn in dit verband ontregelende composities. 'Riffin’', van Joost Buis, lijkt nog het meest op jazz as we know it. Maar nummers als 'Waracuma' (voorzichtige stappen in de mist, met opschrikkend wild – vogels?) en 'Jogging Blue Chief' (de Fabulous Freak Brothers in de Superchief, op weg van Rotterdam naar New Dehli) leveren niet bepaald de grondstoffen voor de chocoladeproductie.

Wu Wei speelt zijn 'Solo For Sheng' en laat horen dat je met dat instrument - een soort Chinees mondorgel - hoger en puurder kunt raken dan met de gangbare Europese mondharmonica. Het klinkt als een mini-orgel en zijn techniek stelt hem in staat frasen van ongehoorde lengte te spelen. Het titelnummer 'Nieuwe Haring' van de leider, tenslotte, is een charmant, niet thuis te brengen kinderliedje voor alle leeftijden.

Meer horen?
Op de
website van The Noo Ones kun je twee tracks van dit album beluisteren: 'Nieuwe Haring' en 'Qu Qi'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Pieter Bast E.S.P. Quintet – 'Midnight Song' (BuzzMusic, 2014)

Opname: 19/20 december 2013

Het E.S.P Quintet is gegroeid vanuit het idee van Bast om te komen tot een Europees oeuvre voor jazzmusici. Vandaar de afkorting: E.S.P. staat voor European Standards Project. En na diverse concerten is er nu de cd 'Midnight Song', met eigen werk van vooral Pieter Bast en Bert Lochs.

Dit kwintet valt direct op doordat er gekozen is voor twee koperblazers: trompet en trombone, respectievelijk Bert Lochs en Michael Rörby, naast de ritmesectie bestaande uit Paul Maassen op Fender Rhodes en synthesizer, Jasper Somsen op contrabas en Pieter Bast op drums. Verder wordt er veel gebruik gemaakt van elektronica. Goed overigens om weer eens een trombone zo'n grote rol te horen spelen. Dat gebeurt voor mijn gevoel te weinig in de moderne jazz.

Ja, en dan de muziek. Die is lyrisch, melodieus en doet mij, ook al gaat het hier om een kwintet, bij tijd en wijle ook denken aan de onvervalste bigbandswing. Het werken met twee koperblazers en de wijze van arrangeren draagt hier ook zeker aan bij. De wijze waarop de trompet en trombone elkaar aanvullen dan wel versterken is bij dit kwintet duidelijk origineel te noemen. Neem bijvoorbeeld 'Kind Of Red', waarbij de trompet de melodie speelt en de trombone verrassende accenten plaatst ter ondersteuning, waardoor er een bijzondere verwevenheid ontstaat. Een sterk nummer met een mooie jazzrock-achtige groove.

Dat deze band kan swingen, bewijst hij ook in andere nummers. Bijvoorbeeld in 'Unicycle', een nummer gecomponeerd door Somsen. Ook hier weer een pakkende melodie en een vette groove. In eerste instantie geblazen door de beide blazers gezamelijk, ondersteund door de Fender Rhodes. Invloeden uit zowel de swing als de rock klinken hierin door. De beide solo's die volgen van respectievelijk Lochs op trompet en Rörby op trombone zijn statements die het nummer nog krachtiger laten swingen.

En dan hebben we nog het prachtige, gevoelige 'House Of Silence', dat Pieter Bast schreef na twee sterfgevallen in zijn vriendenkring. Alle muzikanten krijgen de kans om op eigen wijze met hun solo's te schitteren, heel subtiel ondersteund door met name de elektronica. En 'Oh Lord, Please Let Me In', met Bast voor de hemelpoort. De beide blazers starten met een gospeltune, een mooie slepende melodie ontstaat. Met prachtige loopjes op de Rhodes. En ook hier weer die originele onderlinge verwevenheid van de blazers. En wat schuurt die trombone lekker. Gewoon een heerlijk nummer.

Of Pieter Bast gaat slagen in zijn streven om een Europees songbook op te bouwen is natuurlijk afwachten. Een aantal nummers van deze cd zou daar in ieder geval goed in passen. Dus beste muzikanten: zet ze op het repertoire!

Deze recensie verscheen ook op
Nieuwe Noten.

Labels:

(Ben Taffijn, 15.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Rhythmic Circus met stugge vering

'Feet Don’t Fail Me Now', vrijdag 10 oktober 2014, Theater Odeon, Zwolle

Uitgangspunt voor Rhythmic Circus, een groep jonge tapdansers uit Minneapolis, zijn nog wel de traditionele zwarte hoofers. Maar die invloed is vermengd met ballet, een vleugje flamenco, de discipline van de Ierse clog dancers, de rauwe extase van de grootsteedse straatdans en veel, heel veel musical-gehups.

Meteen al in het eerste nummer is duidelijk dat het meer om groepscreaties draait dan om individuele kwaliteiten. Al zijn er zeker verschillen tussen de dansers. Nick Bowman, baas en conceptbedenker, is de meest energieke, de meest aardse van het stel. Galen Higgins - klein, kilo of vijftig hooguit - draait de snelste pirouettes en qua sliding hoef je die niets meer te leren. Maar de choreografieën worden strak uitgevoerd waar dat de bedoeling is en de integratie met Root City, de zevenkoppige begeleidingsband, is voorbeeldig.

Er is humor wanneer drie artiesten een flitsende klapstoeldans uitvoeren en verbazing wanneer congaïst Aaron 'Heatbox' Heaton zich ontpopt tot een beatbox-sensatie zonder weerga. Een tongbrekende lick nog eens twee keer zo snel laten ratelen? Net zo makkelijk. Een stukkie achteruit rappen? Eitje. Een überfunky bas tevoorschijn toveren waar Marcus Miller zijn pork pie hat diep voort zou afnemen? You got it. Met behulp van loops laat hij zijn vocalen aanzwellen tot doo-wopkoortjes. Die 'Heatbox' Heaton is het meest complete eenmansorkest dat ik ooit zag en hoorde.

Toch heeft de aanpak een onbestemde zweem. Tap is altijd jazz-georiënteerd geweest, er was altijd een swingband die begeleidde. Welnu, wanneer Root City jazzy probeert te gaan swingen, valt het door de mand. Dan wordt het een parodie. De lichtelijk exotische funkrock van deze gasten veert een stuk stugger, geeft de dansers ook minder ruimte om echt los te swingen. Om het chauvinistisch uit te drukken: hier hebben we te maken met een poor man's versie van Nueva Manteca. Best een aardig idee, overigens: Manteca met een tap crew.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Eddy Determeyer, 14.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Thelonious Monk - 'Jackie-ing' (Nederlands Jazzarchief, 2014)

Opname: 15 april & 20 mei 1961

De Europese tournee van pianist en componist Thelonious Monk in 1961 bleek van doorslaggevend belang voor zijn verdere carrière. Dat hij hier overal volle zalen trok, bleef in Amerika niet onopgemerkt: bij zowel RCA Victor als Columbia werden plannen gesmeed, de High Priest of Bop binnen te halen. Columbia won de race en zo maakte Monk vanaf 1962 voor dat label albums, tegen een voorschot van $10.000 per stuk.

Eerder verschenen er registraties van concerten in Scandinavië, Frankrijk en Italië, en nu zijn de opnamen die impresario Lou van Rees in het Amsterdamse Concertgebouw liet maken op de markt gebracht. We horen Monk hier in volle glorie. De band is een eenheid, iedereen denkt en handelt Monks. Zijn latere meer precieuze Columbia-opnamen ontberen dat heilige vuur dat het energieke en avontuurlijke 'Well You Needn’t' kenmerken.

Dit is een belangrijke release van het Nederlands Jazzarchief, in een al even voorbeeldige reeks gedocumenteerde nachtconcerten in de Amsterdamse muziektempel. De Concertgebouw-registraties worden aangevuld met een aantal tracks die het kwartet een maand eerder in de Bussumse Irene Studio vastlegde.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding hierboven om een nummer te zien dat het Thelonious Monk Quartet op zaterdag 15 april 1961 opnam in Bussum: 'Rhythm-a-Ning'.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.10.14) - [print] - [naar boven]





Vooruitblik
November Music


November Music presenteert zichzelf als een festival voor moderne muziek. De ondertitel is niet voor niets 'Muziek van nu door de makers van nu'. Het festival richt zich daarbij op modern gecomponeerd, improvisatie en jazz. In deze vooruitblik richt ik me vooral op wat dit festival te bieden heeft voor de jazzliefhebber. Het lijkt erop dat die zich tijdens deze editie van November Music uitstekend zal vermaken!

En dat begint al direct op woensdagavond 5 november. Het openingsconcert in de Verkadefabriek wordt door niemand minder dan het Anouar Brahem Quartet verzorgd. Deze Tunesische ud-speler weet als geen ander de etnische muziek uit Noord-Afrika te vermengen met jazz. Het kwartet bestaat verder uit Khaled Yassine op darbouka en bendir (trommels), Björn Meyer op bas en Klaus Gesing op basklarinet. Voor wie zich wil voorbereiden is de cd 'The Astounding Eyes Of Rita' een aanrader.

Op donderdagavond 6 november is het tijd voor een bijzonder samenwerkingsverband tussen Valgeir Sigurdsson en Stian Westerhus met de Philharmonie Zuidnederland. Vooral het stuk van Westerhus dat hier in première gaat, 'The Redundance 40' voor gitaar en orkest, is interessant voor de jazzliefhebber. Westerhus bracht onlangs nog met Pale Horses 'Maelstrom' uit, een zinderende plaat waarbij de titel eigenlijk alles zegt over wat je kunt verwachten. Westerhus is verder bekend door zijn samenwerking met Nils Petter Molvaer en Supersilent.

Ook vrijdagavond 7 november biedt twee bijzondere concerten voor de jazzliefhebber, beiden ook in de Verkadefabriek. Het eerste is wederom een samenwerkingsproject en zoals vaak bij dit festival gaat het ook nu om een niet voor de hand liggende, maar spannende combinatie: het Franz von Chossy Quintet met Wu Wei. Naast Von Chossy op piano vinden we Jeffrey Bruinsma op viool, Jörg Brinkmann op cello, Alex Simu op klarinet en Yonga Sun op drums. Voorwaar geen alledaagse bezetting voor een jazzkwintet. In hun muziek horen we ook invloeden van moderne kamermuziek en wereldmuziek terug. En nu dus samen met Wu Wei, die een sheng bespeelt, een traditioneel Chinees mondorgel.

Het tweede concert die avond is voor The Bad Plus. In eerste instantie zouden zij een live-uitvoering verzorgen van hun eerder ook op cd opgenomen uitvoering van 'The Rite Of Spring' van Igor Stravinsky. Maar nu is er ruzie tussen de erven van Stravinsky en Sony, de platenmaatschappij, en gaat deze uitvoering helaas niet door. Maar niet getreurd: genieten wordt het sowieso van dit zeer dynamische Amerikaanse trio, met Ethan Iverson op piano, Reid Anderson op bas en David King op drums.

En dan zaterdag 8 november. Misschien wel de mooiste dag voor de jazzliefhebbers. Dat begint wat mij betreft al 's middags als het Arditti Quartet samen met sopraan Sarah Sun 'Pandora’s Box' van de New Yorkse avant-gardist, componist en altsaxofonist John Zorn speelt. Later op de middag nog het Marc Ribot Trio. Gitarist Marc Ribot, die we onder andere kennen van zijn intensieve samenwerking met diezelfde Zorn, komt hier met zijn eigen trio met Henry Grimes op bas en Chad Taylor op drums. Kenmerkend voor Ribot is dat hij zowel in de jazz als in de blues, rock en americana uitstekend zijn weg vindt.

Onder de naam 'Colours of Improvisation' staan zaterdagavond twee veelbelovende samenwerkingsverbanden in de Verkadefabriek. Marc Ribot deelt nu het podium met het onvolprezen strijkkwartet Zapp4 en The Bad Plus krijgt Anton Goudsmit op visite. Verder mogen we het trio van Tigran Hamasyan verwachten. Vorig jaar was deze Armeense Amerikaan artist in residence op Jazz Middelheim. Daar toonde hij zich een geweldige pianist die op een briljante wijze etnische muziek met jazz combineert.

Op zondag 9 november staat de Kunstmuziekroute gepland. Tussen 11.30 en 17.30 uur zijn er op diverse plaatsen in de binnenstad van Den Bosch concerten. Met een entreekaart van € 10,- stel je zelf je programma samen uit het aanbod, dat ook voor jazzliefhebbers interessant is, met concerten van Colin Stetson, Mark Feldman/Sylvie Courvoisier, Joris Roelofs/Mats Eilertsen en tot slot niemand minder dan Evan Parker, een van de pioniers van de free jazz. Hij treedt op met de Zweedse organist Sten Sandell.

Klik hier voor meer informatie.

Labels:

(Ben Taffijn, 13.10.14) - [print] - [naar boven]





Interview / Jazztube
Udo Pannekeet


"Misschien hebben muzikanten ook een soort dramatisch kantje. Wat ik zie is dat er toch een wens is om groots en meeslepend te leven. Muzikanten zoeken vaak extremen op, ook in het leven. Het is gewoon het kunstenaarschap. Omdat ze nogal monomaan bezig zijn, zijn ze minder in balans en hebben minder contact met de samenleving, zitten minder vast aan structuren. Daardoor zijn ze ook meer ontvankelijk voor dingen die op hun pad komen. Ja, het zijn hele gevoelige mensen. Het voelt soms alsof het volledig mis kan gaan. Dat randje zit er zeker wel aan en dat moet ik ook af en toe wel voelen. Want als je niet leeft, kun je ook niets maken. Je moet iets kunnen opzuigen voor de inspiratie."

Donata van de Ven sprak met bassist Udo Pannekeet, een bescheiden man, maar ook een perfectionist die recht op zijn doel afgaat.

Lees
hier het volledige interview.

Bekijk de Jazztube!
Klik op de afbeelding hierboven voor een opname die Udo Pannekeet speciaal schreef voor zijn broer: 'My Brother In Munich'.

Labels:

(Maarten van de Ven, 13.10.14) - [print] - [naar boven]





Concert
Trommels in ceremonieel tenue

Circle Percussion met 'Big! Men! Drums!', zaterdag 4 oktober 2014, Theater De Molenberg, Delfzijl

Sinds het pionierswerk van componisten als Béla Bartók heeft percussiemuziek een vaste plek in de klassieke uitvoeringspraktijk gekregen. De naam van het Utrechtse Circle Percussion verwijst naar het eerste stuk dat destijds door dit gezelschap werd uitgevoerd, 'Circles' van Luciano Berio, in 1973. Inmiddels heeft de groep ook de 'klassieke' trommelmuziek van Japan omarmd, maar kenmerkend blijft dat Circle Percussion niet improviseert, doch uitgeschreven en gememoriseerde partituren speelt. Dat gebeurt uitermate strak en gedisciplineerd.

De voorstelling 'Big! Men! Drums!' heeft zelfs een ceremonieel, om niet te zeggen sacraal karakter. Theater is de band daarbij niet vreemd, het zijn vier visuele ventjes. Doorgaans staan de muzikanten wijdbeens, alsof ze hardrockgitaristje spelen. Ze gaan gekleed in functionele werkpakken en zien er uit alsof ze elke ochtend bij het krieken van de dag een uurtje tegen een berg oprennen. Niet zó raar: hun Japanse collega's houden er oefeningen op na die een commando-eenheid niet zouden misstaan. Het bespelen van de bijna twee meter hoge O Daiko-trommel is niet voor watjes weggelegd. In combinatie met de nauwelijks minder imponerende grote gong klonk die reus alsof het Laatste Oordeel nu toch echt niet lang meer op zich zal laten wachten.

Maar de slagwerkers kunnen ook minder macho uitpakken. Een nietig speeldoosje, dat even later aanspraak kreeg van Willem Jansens sansa (duimpiano), luidde de tweede helft in. Ook het tablastuk, waarin de bandir (een soort tamboerijn, zonder belletjes) en een contraptie van gestemde pvc buistrommels een rol speelden, had een contemplatief karakter. Waar donderende percussiegrooves vóór de pauze de toon hadden gezet, was er in de tweede helft meer ruimte voor het gebonden geluid van klankschalen en aangestreken bekkens.

Labels:

(Eddy Determeyer, 13.10.14) - [print] - [naar boven]





Cd
Sonny Rollins – 'Road Shows Volume 3' (Doxy, 2014)

Opname: 2001-2012

De eerste twee delen van saxofoongigant Sonny Rollins' serie liveopnamen nodigden uit tot een welkome herwaardering van zijn ondergewaardeerde latere periode. Volume 1 besloeg meerdere decennia sinds de jaren 80, terwijl Volume 2 zich beperkte tot Rollins' verjaardagsconcert in 2010. Het recent uitgekomen Volume 3 bevindt zich hier ergens tussenin en toont 's werelds laatste bopgigant in de herfstdagen van zijn carriere. Nu Rollins' luchtwegen hem parten spelen is de kans op veel nieuw materiaal gering, zodat deze opnamen extra gekoesterd dienen te worden.

Net als de voorgaande delen bestaat 'Roadshows volume 3 uit een mengeling van klassiekers, standards en onbekender materiaal. Het energieke 'Panajali' verschijnt zelfs voor het eerst op plaat. Dit nummer diende al enige jaren als opener van Rollins' live-sets, maar is nu eindelijk ook in opnamevorm beschikbaar.

Ook 'Solo Sonny' verdient speciale aandacht. Al jaren werden Rollins' ongebegeleide solos als hoogtepunten van zijn optredens beschouwd. Wanneer de saxofonist goed op stoom was, lieten de andere bandleden hem solo verder gaan, hetgeen vaak tot monologen van tien minuten leidde. In de jaren 80 probeerde Rollins dit effect te vatten op 'Soloscope', een lp-uitgave van een soloconcert in de tuin van het MoMA, maar het resultaat hiervan was vrij mager, alsof de saxofonist toonladders, arpeggio's en thema's oefende zonder de onderlinge samenhang te onderkennen. 'Solo Sonny' is een veel geslaagdere solo-opname. De vrije associaties, vloeiend als de poëzie van een beatnik, gaan van kinderliedjes tot ballads en van musicalmateriaal tot flarden van bebop-klassiekers.

Het andere hoogtepunt van 'Road Shows Volume 3' is 'Why Was I Born'. Door de lengte van iets meer dan 23 minuten is het duidelijk dat Rollins zich geïnspireerd voelde, maar daardoor oversneeuwt hij zijn band enigszins. Met name een bijna tien minuten durende dialoog met drummer Steve Jordan valt hierbij op. Terwijl Rollins elke keer dat hij zijn vier of acht maten vol mag spelen iets nieuws weet te brengen, lijkt Jordan na verloop van tijd zijn inventiviteit te hebben opgebruikt. Toch deert dit uiteindelijk niet, al was het maar omdat het muzikale spierballenvertoon van de toen 77-jarige saxofonist zo exceptioneel is, dat hem zijn gretigheid om de drummer onder tafel te spelen vergeven mag worden.

'Road Shows Volume 3' is minder sterk dan Volume 1 en minder afwisselend dan Volume 2, maar geeft desondanks een goed kijkje in de sfeer bij een bovengemiddeld concert van een van de laatsten der mohikanen. Te hopen is dat er spoedig een Volume 4 geproduceerd wordt met opnamen uit het uitgebreide archief dat Rollins en zijn geluidsmensen onderhouden. Een verloren gewaande trio-opname uit de jaren 60 zou een gouden greep zijn, maar ook de meer waarschijnlijke keuze voor recent materiaal zou zeer te verwelkomen zijn. Tot nu toe heeft elke 'Road Show' een paar uitstekende opnamen gehad en het is te hopen dat er daar nog veel van bij komen.


Meer horen?
Klik hier voor geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Sybren Renema, 12.10.14) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...





Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)