Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


In memoriam
Buddy DeFranco


Buddy DeFranco, die 24 december jongstleden op 91-jarige leeftijd in Panama City, Florida overleed, gold als de in technisch opzicht meest begaafde klarinettist in de jazzgeschiedenis. Zijn ster rees in de jaren veertig, toen de populariteit van de klarinet, dankzij het succes van met name Benny Goodman en Artrie Shaw, ongekend was. Bovendien leverde zijn eerste platensessie met het orkest van trombonist Tommy Dorsey, in 1944, direct twee million sellers op, 'Opus One' en 'On The Sunny Side Of The Street'. Op dat eerste nummer kreeg de jonge blazer ook soloruimte, zodat zijn geluid zich in talloze oren nestelde.

In de bigband van saxofonist Boyd Raeburn kreeg hij de smaak van avant-garde jazz te pakken en in het begin van de jaren vijftig gold hij als een van de best betaalde jazzmusici. In de periode 1945-1955 won hij met grote regelmaat de populariteitspolls van de bladen Metronome en DownBeat. Daarbij bleef hij altijd een zoeker, iemand voor wie de status quo per definitie onaantrekkelijk was. Het eerste stuk dat hij in 1949 onder eigen naam opnam, George Russells 'A Bird In Igor’s Yard', bleef bij Capitol op de plank liggen. En op zijn album 'Blues Bag' uit 1964 stonden composities van John Coltrane en Ornette Coleman.

Alles veranderde met de opkomst van rock-'n-roll. DeFranco maakte dat letterlijk aan den lijve mee, toen een zekere Bill Haley in zijn voorprogramma speelde. Door de jeugdige vetkuiven werd hij van het podium gefloten en van het ene moment op het andere kelderde zijn jaarlijkse inkomen van 250.000 naar 6000 dollar.

Boniface Ferdinand Leonardo 'Buddy' DeFranco werd 17 februari 1923 in Camden, New Jersey geboren. Alhoewel het gezin het niet breed had, was er altijd muziek in huis. De platen van pianist Art Tatum en de Hot Club de France wekten zijn interesse voor jazz en zijn ooms namen hem en zijn broer regelmatig mee naar de zwarte theaters van Philadelphia, om daar de orkesten van Jimmie Lunceford, Chick Webb, Benny Goodman en Artie Shaw te beluisteren. Op zijn veertiende won hij een talentenjacht en twee jaar daarna werd hij beroeps in de bigband van trompettist Johnny 'Scat' Davis. Engagementen met de orkesten van drummer Gene Krupa en pianist Ted Fio Rito volgden. Bij saxofonist Charlie Barnet maakte hij kennis met harmonisch en ritmisch meer geavanceerde arrangementen, geschreven door onder anderen Howard McGhee en Ralph Burns.

Na de grote orkesten volgde vooral combowerk, waarin hij zijn affiniteit met de boppers toonde. Zijn vlekkeloze techniek werd niet door iedereen geapprecieerd; er waren critici die zijn werk koud en inhoudsloos noemden. Maar een aantal van zijn vroege albums op MGM en Verve en later werk voor Contemporary en Concord staan als een huis.

Een tijdlang, tussen 1966 en 1974, verkeerde hij in de (financieel) comfortabele positie als leider van de Glenn Miller ghost band, maar daarna dook hij weer het diepe in als freelancer. En tot voor enkele jaren bleef hij fanatiek elke dag een paar uur studeren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 31.12.14) - - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Schrijf je in voor onze gratis Nieuwsbrief! Klik op de button hieronder om je aan te melden:


Menupagina's:


Zoek in deze website:

Google

web deze website


Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, meewerken?
Mail de redactie.


(advertenties)