Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Ida Lupino zonder Cleaver en Petrella mist klasse

Guidi/Espinoza/Sclavis/Lobo, 13 april 2018, De Singer, Rijkevorsel

Wie deze vrijdag de dertiende speciaal voor Louis Sclavis naar de heerlijke club in de Kempen was afgezakt - of gewoon voor een goed jazzconcert - kwam zeker niet bedrogen uit. Het enthousiasme van het talrijk opgekomen publiek liet daar geen twijfel over bestaan. De groep had beslist om één lange set te spelen en die kon duidelijk op bijval rekenen. De muziek ging lange tijd zo soepel van de ene compositie over in een volgende, dat de toeschouwers daarbij heel aandachtig bleven luisteren en applaus achterwege bleef. Dat duurde tot de groep op aangeven van Sclavis met 'Jeronimo' naar een opwindend hoogtepunt werd toegewerkt. De stuwende drang waar dit nummer eerst bijna onvermoed toe leidde, hernam hij zo dwingend dat het voor een enorme ontlading zorgde.

De set was energiek ingezet en er was duidelijk een volgorde afgesproken van de stukken die aan bod zouden komen. De uitwerking mocht zo te zien volgens de ingevingen van het moment gebeuren. Dat wou de ene keer beter dan de andere uitdraaien, wat zeker niet te wijten was aan de Franse klarinettist. Hij vormde een voorname schakel in dit kwartet en tilde meermaals het niveau omhoog. De meest fascinerende solo's kwamen gewoon van hem. Pianist Giovanni Guidi deed er ook alles aan om de zaak boeiend te houden en misschien ging het daarom wel zo vaak zo vlot vooruit. In elk geval was dit toch wel een heel andere 'Ida Lupino' dan het kwartet op de cd met Gerald Cleaver en Gianluca Petrella.

Dat Cleaver er niet bij zou zijn was al lang geweten. Met drummer João Lobo speelt Guidi al langer samen en de chemie tussen de twee paste ook hier grotendeels goed. Maar wie er op gerekend had om de trombone van Gianluca Petrella in het geheel te horen kon toch op zijn honger blijven zitten. Niet alleen veranderde het kleurenpalet sterk met een tenorsaxofoon in de plaats; de Russisch-Italiaanse invaller Dimitri Grechi Espinoza viel duidelijk een maatje kleiner uit naast Sclavis. Met heel aanwezig te zijn en wat luider spelen dan de klarinettist kon hij dat niet goedmaken.

Wie naar dit concert was gekomen met de cd uit 2016 als referentiekader, miste hier ook spanning, gevoeligheid en adembenemende interactie. In de improvisaties kwamen Espinoza en zelfs Lobo er weleens wat bleekjes uit (of zelfs opdringerig over). De weemoed die de cd kon verklanken miste vanavond dan ook nog de versie van 'Ida Lupino'. Anderzijds bleven de rangen goed gesloten en de meeslepende bewegingen volgden elkaar vlot op. De Italiaanse pianist legt een betoverende zwier in zijn spel. Sclavis zorgde voor schitterende klankencombinaties in de muziek, die toegankelijk bleef en wisselend goed of erg knap, tot in het dansbare toe. Eigenlijk zagen we de Fransman zowel als professionele teamplayer als van zijn gepassioneerde, meesterlijke kant.

Samengevat: schoonheid genoeg vanavond om blij te zijn dat je erbij was, maar helaas ontbrak het hier en daar aan klasse.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 23.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd
I Compani – '33' (Icdisc, 2018)

Opnamen: 1990-2016

33 jaar bestaan I Compani van saxofonist en componist Bo van de Graaf en dat vindt hij een mooi getal. Vandaar dit overzicht van de verrichtingen van het Nijmeegse orkest door de jaren heen.

Zijn oorspronkelijke faam verwierf de band met zijn vertolkingen van soundtrackmuziek van Nina Rota en Frederico Fellini, maar daar is op dit album niets van te horen. Ook niet van projecten rond saxofonist Gato Barbieri of componist Loek Dikker: dit is, zeg maar, het vrije werk.

Meer dan een jazzbigband waren de kompanen altijd een kamermuziekensemble dat zich met wat jazzspulletjes (sound, ritme) verkleed had. Een vergelijking met de stugge muziek van het Willem Breuker Kollektief ligt voor de hand - en die is dan ook vaak gemaakt. Ook Van de Graaf heeft een voorkeur voor cut-up technieken en hoempa schuwt hij evenmin.

Op sommige tracks is de ritmetandem van het Kollektief, Arjen Gorter-Rob Verdurmen, aanwezig. Er zijn ook duidelijke verschillen. Bij Van de Graaf krijgen de solisten, met name in live situaties, meer ruimte en zijn orkest bezit een élégance en een persoonlijkheid die Breuker vreemd waren. In Nijmegen kunnen ze ook onbeschaamd naar pure schoonheid streven, waar de Mokumers hun vingers en lippen niet aan zouden hebben durven branden.

Hun afkomst als filmorkest verloochenen I Compani niet; de muziek kenmerkt zich door haar beeldende kwaliteit. De synthesizer van Cristoph Mac-Carty geeft de track 'Barbarella' een passend science fiction-decor. De stemfragmenten van Brigitte Bardot en Greta Garbo in de eponieme tracks benadrukken eveneens de connectie met het witte doek.

In de loop der jaren lijkt Van de Graaf zijn jazzsoul meer ruimte te geven. Dat belooft wat, zo tegen 2051.

De cd is verkrijgbaar via de website van I Compani.

Labels:

(Eddy Determeyer, 23.4.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Van komkommers en bedoeïenen

Meinhard Kneer Quintet, 15 april 2018, Kerkje Oostum

Kopermuziek en middeleeuwse Groninger terpkerkjes zijn een match made in heaven. Dat weten we al sinds de eerste ZomerJazzFietsTour (ho, even de agenda erbij: 25 augustus) en dat werd in het kerkje van Oostum weer eens bevestigd. Trompettist Sebastian Piskorz en trombonist Gerhard Gschlösst glorieerden er op hun voordeligst. In de ballad 'Lonely Weekend' ("gecomponeerd toen ik me een klein beetje alleen voelde," bekende bassist en leider Kneer) vormde het koper met de altsax van Peter Van Huffel een statige dissonante koraal, die zich in het godshuis goed thuis voelde. In 'City Fireflies' speelden de blazers niet minder hemels - of op z'n minst als een Leger des Heilsband op acid. Gschlösst toonde zich op zijn welbespraaktst in het Mingusische 'Himmel Und Hölle', waar hij met dempers demonstreerde hoe Tricky Sam Nanton anno 2018 bij benadering had kunnen klinken.

Het merendeel van Kneers composities had een abstract karakter, maar zijn 'Rhapsody À La Bedouinien' was uitgesproken beeldend. Na een chaotisch begin in wervelend woestijnzand, compleet met vallende dempers en associatieve prevelementen, raakte de band op gegist bestek, gok ik, in zijn eerste thema. Een trompetsolo die nu en dan dubbelklapte, mondde uit in een huilerige Arabische melodie: Oost West, Aleikum Salaam.

Een mankende drumsolo van Andreas Pichler, een soort contrapunt tussen snaar en bas, leidde 'Hau Den Lukas' (Kop van Jut) in. Leider Kneer, die zijn band de hele middag met trefzeker spel op koers hield, hoorden we op zijn fijnzinnigst in 'Aus Dem Wundersamen Leben Des Salatgurke', dat hij geschreven had als zijn bijdrage aan de ontvoogding van de komkommer. Zijn gestreken solo gonsde van de extremen qua toonhoogte en snelheid. Zo'n gurk heeft het inderdaad niet makkelijk, realiseer je je dan.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels:

(Eddy Determeyer, 22.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
The Rempis Percussion Quartet - 'Cochonnerie' (Aerophonic, 2017)

Opname: 20 oktober 2015
Dave Rempis - 'Lattice' (Aerophonic, 2017)
Opname: 24, 26, 27 april / 4 mei 2017

De kwaliteiten van The Rempis Percussion Quartet kwamen hier reeds eerder aan bod, naar aanleiding van het in 2015 verschenen 'Cash And Carry' en een liveoptreden in de Antwerpse DE Studio. We noemden het kwartet, dat naast saxofonist Dave Rempis bestaat uit bassist Ingebrigt Håker Flaten en de drummers Tim Daisy en Frank Rosaly, toen een powerkwartet. Twee jaar later verscheen 'Cochonnerie', dat op dezelfde wijze indruk maakt.

Drie stukken telt het album, waarbij opener 'Straggler' het eerste half uur vult. Het begint rustig met wat speelse akkoorden, terwijl de ritmesectie zich warm lijkt te spelen. Die speelse akkoorden - we horen Rempis op de tenorsax - monden uit in een woeste stroom noten. Maar wat ook hier weer opvalt is die ritmesectie. De associaties met een wild stromende rivier ten gevolge van overvloedige regenval dient zich aan. Een rivier die buiten zijn oevers treedt, alles meesleept met zijn overweldigende kracht. En het gaat maar door! Rempis' klanken worden rauwe kreten, schreeuwen. Daisy en Rosaly slaan hun trommels zowat aan gort en Håker Flaten trekt woest aan de snaren. Je ziet ze voor je in Elastic Arts, Chicago, op die dinsdagavond in oktober 2015. De grondvesten trillen. En dan is het ineens rustig en horen we vooral het zeer ritmische geluid van Håker Flaten. Een wereld zit er in dat bescheiden plukken. Dan klinkt Rempis op altsax in een bezwerende melodie op een loom ritme, waarin de bassist voorop gaat. Ook hier drijft het kwartet het tempo op, maar anders dan in het eerste deel blijft de melodie hier centraal staan. In 'Green And Black' klinkt het kwartet opmerkelijk ingetogen. Rempis intens en met een lichte ruis, Håker Flaten voorzichtig plukkend en naar het einde wat duisternis brengend, terwijl de beide drummers met hun brushes voor sfeer zorgen. In 'Enzymes' zoekt het kwartet weer op grootse wijze het ritme, wat Rempis de gelegenheid biedt om op hoog tempo zijn noten naar buiten te persen.

Ondanks de 20 jaar dat Rempis inmiddels actief is en de status die hij binnen de Chicago-scene heeft verworven, was een soloalbum er nog steeds niet van gekomen. Maar de tijd is rijp en Rempis ondernam in de lente van 2017 een tour van 31 concerten, waarin hij zowel soleerde als samenspeelde met lokale musici. Een aantal van die solo's, waarin hij zich een veelzijdig saxofonist toont, kwamen op 'Lattice' terecht. In 'A Flower Is A Lovesome Thing' van Billy Strayhorn horen we hem zeer ingetogen op baritonsax, intense noten afwisselend met innemende blaasgeluiden. In 'Loose Snus' is hij juist weer fel zoals op 'Cochonnerie'. Zijn hoge noten op de altsax klinken niet minder dan alarmerend en zijn ritmegevoel is simpelweg verslavend. Indrukwekkend is ook 'If You Get Lost In Santa Paula', waarin Rempis met ritmisch kleppenspel zijn ritme bouwt. En in 'Horse Court' overtuigt hij met lang aangehouden klanken, klagelijk als een gewond dier. Het geluid van zijn baritonsax snijdt hier door de ziel. Na beluistering van dit schijfje kunnen we niet anders dan concluderen dat de tijd voor een soloalbum rijp was. Laten we hopen dat het niet bij deze ene blijft.

Klik hier om 'Cochonnerie' en hier om 'Lattice' te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 22.4.18) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazzradio
Message of love

Jazzmeia Horn Quartet, 15 april 2018, Bimhuis, Amsterdam

Een dag voor haar 27ste verjaardag stond Jazzmei Horn in een uitverkocht Bimhuis. Het was meteen duidelijk dat haar roem als rising star haar vooruitgesneld was. Het publiek ontving haar met open armen en raakte gaandeweg steeds enthousiaster. Vanaf de start straalde de zangeres zelfvertrouwen uit en maakte ze een heel ontspannen indruk.

Het concert opende met Betty Carters 'Tight'. Dit werd een lekkere uptempo versie, waarin haar talent om te scatten meteen ruim werd geëtaleerd. Deze dame beschikt over een enorm bereik, ook in het hoge register. Het visitekaartje werd overtuigend afgegeven. In het tweede nummer ontstond een geweldige interactie tussen Horn en drummer Henry Conerway III. Dat het een feestje zou worden was nu wel duidelijk. Het publiek werd al snel uitgedaagd mee te zingen met 'Night And Day/I Love Myself'. Ondersteund door een latin ritme is dat geen enkel probleem. En... the message is love!

Het debuutalbum 'A Social Call' werd op een mooie manier toegelicht. Het is het aaneensmeden van de generaties; oud, nieuw en toekomstig. Verbinden van generaties en doorgeven van de liefde voor jazz is wat deze dame doet. Wat volgde was de ballad 'The Peacocks (A Timeless Place)'. Ondersteund door slechts het voortreffelijke pianospel van Victor Gould werd dit prachtig ingetogen stuk overtuigend neergezet. Ritmisch stampend op haar hakken zette ze daarna de klassieker 'September In The Rain' (Harry Warren & Al Dubin, 1937) in. Over teruggrijpen op vorige generaties gesproken. Maar wat een mooie en vernieuwende draai werd eraan gegeven. De bandleden lieten in dit stuk hun individuele klasse op hun instrument horen door heerlijk te soleren. Een uitstekende ritmesectie.

De respectvolle manier waarop Horn na de pauze - terecht - de bandleden een compliment gaf voor het vormen van het stevige fundament waarop zij haar stem als solo-instrument de ruimte kan geven, dwong respect af. 'Lover, Come Back To Me' (Billie Holiday) in een uptempo uitvoering maakte nog eens duidelijk dat het compliment volledig op zijn plaats was. En Jazzmeia gooide alle registers open: scatten, frasering en presentatie, alles klopte.

In 'East Of The Sun And West Of The Moon' werd dit nog eens onderstreept. Op fenomenale wijze zocht Horn nog eens het hoge register op, terwijl Gould nog een mooie solo kreeg. Bovendien ontstond er nog een spannende dialoog tussen de zangeres en drummer Henry Conway III. Daarna volgde een eigen stuk, gecomponeerd op uitdaging van een van haar docenten. Een geweldige ballad, waaruit bleek dat naast haar vocale talent ook deze kwaliteit aanwezig is. En meteen daarna nog een eigen composities: 'Searching'.

Samenvattend: hier stond een zelfverzekerde multi-getalenteerde jonge vrouw met een eigen visie op jazz en een geweldige motivatie. Ze heeft een verzameling topmuzikanten om zich heen verzameld, die haar de fundering en de ruimte geven om te schitteren en daarbij zelf ook goed in beeld komen. We gaan nog veel van Jazzemeia Horn horen; zij heeft potentie om een hele grote te worden.

Het concert is terug te horen via Bimhuis Radio:



Klik hier voor foto's van dit concert door Johan Pape.

Labels: ,

(Johan Pape, 21.4.18) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #150


In deze aflevering nieuwe Belgische jazz met Small World, het kwintet van pianist Ewout Pierreux en de Zuid-Afrikaanse trompettist Marcus Wyatt. Hun eerste album is uit bij Soulfactory Records en het is een liveopname uit 2016. Ze speelden toen in de Bird's Eye Jazz Club in Basel, Zwitserland. Met op saxofoon de onwaarschijnlijke Steven Delannoye, op bas de Zuid-Afrikaanse Romy Brauteseth en op drums Teun Verbruggen.

Het Wout Gooris Trio won in 2015 de Jong Jazz Talent-wedstrijd op het Gent Jazz Festival. Een jaar later speelden ze er op het hoofdpodium, samen met de saxofonisten Erwin Vann en Hayden Chisholm (bekend van Nils Wogram's Root 70). Ze namen toen ook een album op, 'Some Time', dat onlangs is verschenen.

Sons Of Kemet brachten onlangs 'Your Queen Is A Reptile' uit op het befaamde Amerikaanse Impulse-label. Binnenkort stellen ze het voor op Volta in Brussel, samen met SCHNTZL en De Beren Gieren.

Klik hier om Jazz Rules #150 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 21.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Jacqueline Hamelink, Aart Strootman & Stevko Busch - 'Derelict' (Sounding Bodies, 2017)

Opname: 9 september 2016

Celliste Jaqueline Hamelink is op geen enkele manier vast te pinnen, zelfs met de aanduiding 'celliste' doen we haar tekort. Klassiek opgeleid en met een voorliefde voor hedendaags gecomponeerde muziek schrikt zij allerminst terug voor popmuziek en geïmproviseerd en werkt ze samen met theatermakers en dansers, bijvoorbeeld in 'swan[remix]', dat onlangs in première ging en waarvoor ze samenwerkt met hiphopdanser Johnny Lloyd. Het maakt voor Hamelink allemaal niet uit, zolang ze haar verhaal maar kan vertellen.

Onlangs verscheen haar eerste cd 'Derelict', die binnenkort ook als vinyl verkrijgbaar zal zijn. Voor dit album nodigde ze in september 2016 twee musici uit, pianist Stevko Busch en gitarist Aart Strootman, om te komen improviseren in een verlaten fabriekshal in Tilburg, aan de noordkant van het station. Niet de minsten. Strootman is primair actief als componist en won vorig jaar de Gaudeamus Award en de uit Zuid-Afrika afkomstige Busch kennen we hier met name van zijn samenwerking met saxofonist Paul van Kemenade. Strootman en Busch kenden elkaar niet, maar beiden hadden wel samengewerkt met Hamelink. Ruim anderhalf uur aan materiaal van dit concert is hier teruggesnoeid tot een klein uur en verdeeld over zeven stukken.

We horen allereerst Busch met zijn warme poëtische pianospel en de echo van die enorme hal, aangevuld met onbestemde geluiden van Strootman en Hamelink, tot Hamelinks cellospel de ruimte doorklieft. In het tweede titelloze stuk - de stukken worden aangeduid met symbolen - bouwt Strootman de spanning op met zijn enigmatische gitaarspel, waar Busch en Hamelink aansluiting bij zoeken. Busch plukt aan de snaren, waardoor we een stuk voor strijktrio krijgen. Een voorlopig hoogtepunt bereikt het trio in het derde stuk, waarin we dat rustgevende pianospel van Busch weer horen. Kristalheldere miniaturen in combinatie met dito gitaarspel van Strootman, terwijl Hamelink hier zorgt voor een atmosferische klanknevel. Droommuziek.

De fabriekshal diende oorspronkelijk voor het onderhoud van locomotieven. Het moet in de gedachte van de muzikanten hebben gezeten bij het vierde stuk. Wie hier nu precies welke hoge klanken voortbrengt blijft wat onduidelijk. We horen de meest rechtse toetsen van Busch' piano en Strootman is hier ook te onderscheiden, maar ook onmiskenbaar een locomotief die langzaam op gang komt. Het repeterende geluid dat in snelheid toeneemt tot hij op volle snelheid is, gesymboliseerd door het symbool van een trap. In het vijfde deel is het Hamelink die verrast, door de wijze waarop ze Busch' lieflijke spel op getormenteerde wijze doorsnijdt en later in een eclectisch duet met Strootman haar klassieke achtergrond alle eer aandoet.

Het absolute hoogtepunt is het eerste deel van het zesde stuk, waarin we de de celliste aanvankelijk solo horen, optimaal gebruikmakend van de kracht die ruimte biedt. Rauw, heftig, gekweld en dan een Zuid-Afrikaans ritme opbouwend. Strootman klinkt op de achtergrond met zijn drone en dan klinkt er geschreeuw, echoënd door de ruimte. Hamelink? Busch? Het is in ieder geval ijselijk hoog, het klinkt aards en mengt zich met Strootmans hoge gitaarnoten. Een wonderlijk moment op een wonderlijk album.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 19.4.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Een uitverkocht muzikaal feestje

Mathias Eick Quintet, 6 april 2018, Paradox, Tilburg

De vorige ECM-release van Mathias Eick, 'Midwest', dateert al weer van 2015. Destijds haalde de trompettist zijn inspiratie uit de emigratie van Noren naar het hart van Amerika. Op het album 'Ravensburg' vertrouwt hij zijn persoonlijke jeugdervaringen toe aan een nieuwe muzikale creatie. Zoals de titels van de nummers suggereren vormen familie, vrienden en andere hechte relaties het uitgangspunt. De plaat is genoemd naar de Duitse woonplaats van zijn grootmoeder. Eick heeft, in vergelijking met 'Midwest', de instrumentatie intact gelaten. Maar de persoonlijke bezetting is gedeeltelijk gewijzigd. 'Ravensburg' is zijn vierde release voor het ECM-label.

Mathias Eick bijt niet van zich af door snel, hoog of virtuoos solowerk. De trompettist heeft wel een zeer karakteristiek geluid. Hij betovert het publiek met zijn zuivere en fluwelen trompetstijl. De lichte en warme nagalm uit de hoorn zorgt voor extra sensitieve en muzikale penseelstreken. De originele, zelfgeschreven composities zijn met de gebruikelijke discipline overgedragen aan de plaat. Het overwegend milde karakter van het album wordt live van veel meer dynamiek voorzien.

De betoverende, altijd aanwezige, onderliggende groove wordt gecreëerd door slagwerker Torstein Lofthus en bassist Audin Erlien. Regelmatig wordt de basgitaar toegevoegd als aanvullend melodie-instrument. De harmonische uitwisselingen tussen de trompet van Eick en de viool van Håkon Aase vormen een ander handelsmerk van het kwintet. De toegankelijkheid wordt vergroot doordat de kortdurende improvisaties sterk samenhangen met of in het verlengde liggen van de melodie. Andreas Ulvo draagt met miniatuurtjes op de piano en een enkele, uitgebreide solo bij aan de vervolmaking van het muzikale concept.

Tijdens twee bekoorlijke sets staat de muziek van 'Ravensburg' centraal op de playlist in Paradox. Daarnaast worden twee stukken van het debuutalbum 'The Door' en een stuk van 'Skala' gespeeld. De composities die langskomen dragen titels als 'Children', 'Friends', 'Parents', 'Girlfriend', 'For My Grandmothers' en het titelstuk 'Ravensburg'. Onder toevoeging van de stem van Mathias Eick creëert het kwintet sferen of emoties die passen bij de titels. Vanwege het universele karakter zal iedereen in Paradox zal deze emoties herkend hebben. 'Sehnsucht' is misschien wel de meest krachtige, overkoepelende omschrijving die aan het optreden valt te geven. Het publiek laat zich comfortabel meevoeren in deze niet aflatende warme en herkenbare muzikale flow, voorzien van natuurlijke breaks en passende versnellingen.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 17.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Dick de Graaf - 'Bird Buzz' (Soundroots, 2018)

Opname: 13-14 juni 2017

"Ce ne sont pas des oiseaux," zou je vrij naar René Magritte kunnen zeggen. 'Bird Buzz' is geïnspireerd door vogels, maar je zou de tracks niet licht als zodanig herkennen. Ik bedoel, wijlen mijn beo zou zeker niet mee gaan fluiten, wat hij wel deed met Eric Dolphy en Ornette Coleman.

Wanneer je kortom niet wist dat kraaien, mezen, ganzen, mussen en feniksen de inspiratiebronnen voor saxofonist Dick de Graaf waren, had je het niet gehoord. Ja, achteraf, met de toelichting op het hoesje door de componist, hoor je in de onregelmatige structuur van 'Titmouses' het schijnbaar richtingloze scharrelen van de meesjes in kwestie. Het nerveuze drummen van Jimmi Hueting heeft daar eveneens een aandeel in - ook op de rest van het album laat hij zich als een bedrijvig baasje kennen. Met die kennis zie je ook zo'n Gijs Gans parmantig stappen in 'Master Slow Feet'. De Graaf heeft zich met andere woorden zeker niet alleen laten inspireren door de zang van zijn gevederde vriendjes. 'A Crow Calling' is een weergave van het melodietje dat een kraai zingt, niet van haar geluid.

'La Bergerie', de naam van De Graafs huis in de Franse Ardennen, begint in de stilte waarin die omgeving gedompeld kan zijn. Op de maat van de bas van Stefan Lievestro en de mallets van Hueting komt een oude schuwe zwerfkat aangeslopen, op veilige afstand van de menselijke bewoners die scherp in de gaten worden gehouden.

Dick de Graaf maakt hier een wat matte indruk. Zijn ritmesectie is een stuk assertiever, gelijk kemphanen die verre van gedomesticeerd zijn. Kunnen we afspreken dat het kwartet live een nummer gaat doen over een lammetje dat door een arend wordt aangevallen?

Klik hier voor een aantal geluidsfragmenten van dit album.

Labels:

(Eddy Determeyer, 16.4.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Oosterwijk in duplo

Hiske Oosterwijk, 17 en 24 maart 2018, Atelier Il Sole in Cantina, Groningen

Hiske Oosterwijk zou Hiske Oosterwijk niet zijn wanneer ze op haar twee opeenvolgende recitals in de Cantina geen twee volslagen verschillende Hiske Oosterwijks had getoond. Op 17 maart (strikt genomen dus de ochtend van de achttiende) stond er een vrouw van de wereld in het keldertje aan de X-straat. Zo'n door de wol geverfde, die je de weg kan wijzen in om het even Brooklyn of Erzsébetváros, die in de extreemste tenten van Kreuzberg en Groningen kind aan huis is. (Mijn gedachten gingen in ieder geval even terug naar de New Yorkse downtown new wave-scene van de jaren tachtig.) Zo'n tante dus die geen blad voor de mond neemt en met haar eveneens in het zwart geklede toetsenvrouw Antisia Machneva oogde als twee zwaar gothic zusjes, die even eerder uit de ouderlijke villa waren ontsnapt. Machneva, ondertussen, claimde zowel de 17de als de 24ste belangrijke aandelen in de respectieve structuren. In het kwartet dat de tweede nacht in de Cantina stond kreeg ze meer ruimte om de muziek te versieren met haar haast kalligrafische bijdragen.

Zo hard, stads en machinaal als de groep met Domen Bohte (bas) en Wieger Dijkstra (drums) had geklonken, zo lyrisch bleek het tweede kwartet. Hier stond Esat Ekincioglu achter de basgitaar en presideerde Owen Hart Jr. achter de trommels. Van Friesland naar Frankrijk, ce n'est qu'un pas. Na een slaaplied in Oosterwijks moedertaal volgde een met subtiel pianospel ingeleide eigen chanson, die de vertrouwdheid van een Piaf-nummer bezat. Er kwam veel eigen materiaal langs, dat met de passie van een Jacques Brel werd gezongen en gezucht. Oosterwijk lééft haar liedjes, als een driest duivelinnetje springt ze erin rond en zingt haar publiek zonder pardon haar ziel in. En er zijn momenten dat ze haar strot volledig opentrekt, waardoor alles wat niet spijkervast aan de muren zit door de ruimte zwiept.

Hoeveel Hiske Oosterwijks heeft ze nog in petto? Of, anders gesteld, is zij wellicht de eerste vrouw uit het Multiversum?

Concertfoto: Diana Muller

Labels:

(Eddy Determeyer, 15.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Concert
Park Jiha - 'Communion' (Glitterbeat, 2018)

Park Jiha live
zondag 8 april 2018, Rewire Festival, Korzo Theater, Den Haag

Als u houdt van melodieuze, stemmige jazz en een uitstapje naar andere culturen niet schuwt dan moet u zeker eens naar Park Jiha luisteren. Deze dame uit Zuid-Korea kreeg op het Haagse Rewire met haar stemmige klanken de grote zaal van het Korzo Theater muisstil en verraste onlangs met haar debuutalbum 'Communion'. Haar muziek is kamerjazz van de bovenste plank met een vleugje exotica, met name door het instrumentarium dat Jiha bespeelt: de piri, een dubbelriet bamboefluit, de saenghwang, een mondorgel met opstaande pijpen, en tot slot de yanggeum, een soort hammered dulcimer.

Naast Park Jiha horen we op 'Communion' allereerst rietblazer Kim Oki, die Jiha gelukkig ook mee heeft genomen naar Den Haag, vibrafonist John Bell en percussionist Kang Tekhyun. Opvallend is overigens dat Jiha voor het concert in Den Haag bassist Jeon Jeon inzet, in plaats van percussionist Tekhyun. Verder bespeelt Chris Varga de vibrafoon, in plaats van Bell. De muziek van Jiha kent vaak een zeer relaxerende cadans, getuige stukken als 'Accumulation Of Time' en 'Sound Heard From The Moon', waarin we Jiha solo horen terwijl ze een dwingend ritmisch patroon bouwt met de yanggeum.

Vooral het tweede stuk is wat dat betreft zeer de moeite waard; mooi hoe ze het ritme laat aanzwellen en weer afnemen en steeds van vorm laat veranderen. Boeiend ook om haar dit stuk te zien uitvoeren op dit voor ons toch ongewone instrument. Na een stemmig intro op vibrafoon horen we Jiha in titelstuk 'Communion' op de piri, haar eerste instrument, verstrengeld met de basklarinet van Oki in een al even bedwelmend ritmisch patroon. Dat wat hoge, schelle geluid van de piri vormt overigens een zeer aantrekkelijke combinatie met het geluid van de basklarinet en de vibrafoon.

De bijzondere kenmerken van de saenghwang komen overtuigend aan bod in 'The Longing Of The Yawning Divide'. Verlangen is hier hét werkwoord, het zit overduidelijk in de melancholische melodie die Jiha hier blaast. Toegegeven, een beetje zoet is het wel. In 'All Souls’ Day' komen diverse muzikale werelden samen. We horen Oki in een sterke solo op tenorsax, we horen de Koreaanse muziek en de aan postrock verwante ritmische patronen, op het laatst verweven tot een intrigerend geheel.

Concertfoto's: Bram Petraeus.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 14.4.18) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #149


Radio met focus op nieuwe Belgische jazz. Met onder meer 'Sketches Of Nowhere', het nieuwe album van Antoine Pierre Urbex. Het octet is dit keer uitgegroeid tot een tentet met als extra muzikanten Ben van Gelder en Magic Malik. Eind deze maand verschijnt dit album bij Igloo Records.

'Murmures' is een nieuw project van saxofonist Tom Bourgeois. Het is een volledig akoestisch kwartet, zonder piano, bas of drums. Maar wel met accordeon, zang, gitaar en saxofoon. Zelf noemen ze het kamerjazz.

3Men In A Boat is net terug van een tournee door Vlaanderen met hun debuutalbum. Nog meer accordeon dus, met Philippe Thuriot, Kristof Roseeuw op contrabas en Lionel Beuvens op drums. Verder hoor je ook nog een stuk uit het nieuwe album van het Keith Jarrett Trio, 'After The Fall', onlangs uitgebracht bij ECM Records.

Klik hier om Jazz Rules #149 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 11.4.18) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Cecil Taylor

15 maart 1929 – 5 april 2018

Als de zoon van een danseres die ook piano en viool speelde, begon Cecil Taylor piano te spelen op zesjarige leeftijd. Na een klassieke training stond hij met enkele kleine groepen van onder andere Johnny Hodges en Hot Lips Page op het podium. Zijn eerste eigen groep was een kwartet met Steve Lacy op sopraansax, Buell Neidlinger op bass en Dennis Charles aan de drums. Met hen speelde hij standards, composities van Monk en Ellington en eigen nummers. In 1957 stonden zij als experimenteel geprogrammeerd op het Newport Jazz Festival. Ornette Coleman zou weinig later de vlaggendrager worden voor de term free jazz, maar voor de ontwikkeling van die richting werd Cecil Taylor niet minder belangrijk.

De volgende jaren en decennia ontwikkelde de pianist zijn genie. Hij stak met zijn intense energie, indrukwekkende techniek en gedurfde ideeën boven vele andere pianisten uit - of laten we zeggen dat hij zijn eigen koers voer en een voorbeeld werd voor tijdgenoten en generaties die volgden. Hij benaderde de toetsen als de gestemde delen van een percussie-instrument en ontwikkelde een benadering van muziek die volgde op wat voorafging, maar er ook sterk van afweek. Swing kon hij helemaal laten varen, maar in de samenwerkingen die hij aanging stak altijd een geweldige drive en een fascinerend spelen met texturen. Critici, theoretici en collega-musici gingen hem om zijn aanpak bestuderen en analyseren.

Vanaf eind jaren zestig ging Cecil Taylor vaak solo optreden, in de jaren zeventig tevens graag in duo. Zijn interesse in de bewegingen en structuren in dans die zijn improvisaties konden beïnvloeden, mondden in 1979 ook uit in de compositie van een kort balletstuk. In 1988 resideerde hij in Berlijn op een jazzfestival - wat met 11 cd's werd gedocumenteerd. Hij speelde er in groot ensemble, naast tal van memorabele solo's, duetten en trio's.

Afhankelijk van de bronnen die je er nu op kan naslaan komen uiteenlopende opnamen uit zijn hele carrière in het vizier. Meer solo en in duo vind je bijvoorbeeld ook op het album 'Historic Concerts' met Max Roach. Bij de opvallende platen horen zeker 'Nefertiti, The Beautiful One Has Come' uit 1962, waarin Taylor speelde in een combinatie met drummer Sunny Murray en saxofonist Jimmy Lyons, alsook de Blue Note-uitgaven uit 1966 van 'Unit Structures' en 'Conquistador!'. Als een aanrader van soloperformance geldt 'For Olim' uit 1986. En net zo goed kun je nog een keer teruggrijpen naar een van zijn eerste platen, zoals 'Love For Sale' uit 1959.

Cecil Taylor laat een schat aan muziek na, hij past in het rijtje waar John Coltrane bij hoort.

Foto: Maarten Jan Rieder

Labels:

(Danny De Bock, 11.4.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Het lijden verklankt

Heather Leigh / Peter Brötzmann / Keiji Haino, zondag 1 april 2018, DE Studio, Antwerpen

Bij een concert op eerste paasdag verwacht je een stemmig, geestelijk werk over lijden en wederopstanding. Een passie van Bach of een van zijn tijdgenoten. Muziek die je het lijden doet voelen, maar ook hoop biedt. Dit alternatieve paasconcert van Sound in Motion doet wel het eerste, maar laat het laatste duidelijk achterwege.

Natuurlijk, het optreden van Heather Leigh, Keiji Haino en Peter Brötzmann is helemaal niet bedoeld als paasconcert; Antwerpen is louter een stop in een korte tour die de drie van Wenen via Londen naar Berlijn brengt. En dankzij Sound in Motion ook naar de afgeladen grote zaal van DE Studio. En toch gaat de vergelijking ook niet geheel mank, want als we stil willen staan bij het lijden, biedt dit concert een aantal prima ingangen.

Eén draai aan een knopje is genoeg. Haino begint ermee en creëert direct een inktzwarte, diep verontrustende grondtoon, waar Brötzmann op zijn tenorsax direct gretig gebruik van maakt in die voor hem zo kenmerkende rauwe, intense stijl. Als Leigh er met haar pedal steel bij komt, een bedwelmende ritmisch patroon leggend, is het feest compleet. Haino en Leigh, ze zijn hier aan elkaar gewaagd en voeren de dynamiek steeds verder op, zozeer dat Brötzmann uiteindelijk vrijwel niet meer te horen is - en dat wil wat zeggen.

Gaandeweg het concert, anderhalf uur aan één stuk, blijkt het echter nog veel heftiger te kunnen. Bijvoorbeeld in een van die overdonderende, stekelige gitaarsolo's van Haino, vol heftige klankerupties, distortion en regelrechte noise. Of in dat moment waarop Haino en Leigh een muur van geluid hebben opgetrokken waarin de individuele bijdragen niet meer te herkennen zijn, een muur waar Brötzmann op tenorsax vergeefs probeert een gat in te slaan. Tot hij het opgeeft, zich aansluit bij het duo en ze samen één alles overspoelende vloedgolf aan geluid produceren.

En dan is er dat wonderlijke gevoelige duet Brötzmann-Leigh (de eerstgenoemde op klarinet), waar Haino op enig moment bij aansluit met zang. Eerst nog geheel in lijn met het duo, maar lang houdt hij dat niet vol. Het mondt uit in diep gegrom, heftig gekrijs, alsof de aarde openbarst. Klanken ook die soms verrassend goed passen bij Brötzmanns jankende klarinet. Een zenuwslopende exercitie.

Zoals gezegd, er zijn rustige momenten, met ook nog een zowaar melodieuze solo van Brötzmann op klarinet, een frase van intiem gitaarspel van Haino, een enkel akkoord van Leigh, maar ze blijven relatief zeldzaam en vormen meestal de opmaat naar meer intensiteit en sterkere contrasten, die op hun beurt altijd weer eindigen in een zinderende, overdonderende climax. Op die momenten zijn deze musici op hun best. Compromisloze muziek, die je mee de diepte in sleurt en het lijden letterlijk voelbaar maakt. Daar kan geen Mattheüspassie tegen op.

Klik hier voor foto's van dit concert door Hans van der Linden.

Labels:

(Ben Taffijn, 9.4.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Beïnvloeding en versmelting

Joe McPhee / Joshua Abrams & Natural Information Society, 30 maart 2018, Courtisane Festival, Minard, Gent

Courtisane is een platform voor film en audiovisuele kunsten dat meer begaan is met esthetica, experiment, engagement en dialoog dan bioscopen zich kunnen veroorloven. Een van de muzikale gasten die de vzw dit jaar naar haar festival haalde, was Joe McPhee. De 78-jarige held van de free jazz was er voor een soloconcert, alsook om een muzikale bijdrage te verzorgen voor de vertoning van Ephraim Asili's 'Diaspora Suite', een vijftal korte films over de Afrikaanse diaspora. Als Afro-Amerikaanse muzikant die steeds nieuwe samenwerkingen aangaat en andere gronden verkent, was hij een uitgelezen figuur om uit te nodigen.

Misschien speelden bespiegelingen uit en over de film nog in zijn hoofd toen McPhee met zijn tenorsax plaatsnam voor de micro. Hij had geen pet op, wel een zonnebril en hij droeg een T-shirt met een zwarte panterkop die de scherpe hoektanden ontbloot. Met krachtige stoten leidde hij een eerste van twee stukken in, dat heel bedachtzaam overkwam. Het leek dat hij meermaals op zichzelf en op de aanwezigen wou laten inwerken wat hij net geblazen had. Om dan te kiezen waarmee hij wou vervolgen. Heel geleidelijk en behoedzaam volgde hij een pad van individuele expressie, dat hij zo te zien ter plekke bedacht.

McPhee blies, ademde, zong en floot in zijn instrument en in de micro. Bekommernissen om een duidelijke structuur of de schoonheid van symmetrie schenen geen rol te spelen. Enkel het gevoel en de gedachten van het moment waren van belang, in een wisselwerking met de theaterruimte. Terwijl hij ons meenam op een tweede deel van zijn klankenwandeling, vertolkte hij zonder woorden nog wat meer van zijn blues. Hij mijmerde en speelde dan weer snellere, kronkelende lijnen. De aantrekkingskracht van associaties liet hij ditmaal vloeiender zijn gang gaan. Zonder iets fenomenaal te presteren, zorgde hij (weer eens) voor een authentieke ervaring. Een in de lijn van het programma, dat vooral oog had voor kwetsbaarheid, maar ook de mogelijkheid van weerstand en de kracht van het onverwachte.

Met Joshua Abrams & Natural Information Society belandden we in heel andere sferen. Hier kwamen we heel expliciet op een terrein van beïnvloeding en versmelting. Muzikale elementen opgedaan bij Afrikaanse woestijnvolkeren werden vervlochten met de ideeën en ingevingen van individuen uit verstedelijkte gebieden. De groep rond bassist Joshua Abrams die in wisselende bezettingen doorgaat, drijft op repetitieve ritmes en patronen, die worden en herhaald en minimaal gewijzigd. Terwijl McPhee geleidelijk verderging in zijn improvisaties, nam deze groep de toehoorders mee in geleidelijk hypnotiserende en tranceverwekkende grooves. Abrams die hier de gimbri bespeelde, een Noord-Afrikaanse basluit met drie snaren die vaak gebruikt wordt in Gnawamuziek, klonk als een meester in dat genre. De herhalingen waar hij mee speelde en die drummer Mikel Avery gedwee volgde, kregen melodisch kleur met de herhalingen van de motieven die Jason Stein op basklarinet en Lisa Alvarado op harmonium speelden.

Met meestal kleine en hier en daar opvallende veranderingen in ritme, tempo of melodie ging de muziek door in een voortdurende, bewustzijnsvernauwende stroom. Langs opzwepende en rustgevende overgangen en passages bewerkstelligden de muzikanten een dromerige toestand, waar bijna geen ontkomen aan was. Toen Abrams vroeg of er op deze christelijke hoogdagen nog tijd was voor een bisnummer, kregen we nog een fris, snel nummer met meer ritmische variatie. Zo'n opkikker was welgekomen om monter op te staan van de kussens (in plaats van stoelen) waarop we zaten.

Klik hier voor foto's van dit concert door Hans van der Linden.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

(Danny De Bock, 7.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd
Alexander Hawkins - Elaine Mitchener Quartet - 'UpRoot' (Intakt, 2017)

Opname: 19-20 april 2017

Het mooie aan 'UpRoot', het nieuwe album van het Alexander Hawkins - Elaine Mitchener Quartet is de wijze waarop de vier musici met elkaar samenwerken. We hebben hier geen trio dat de zangeres, Elaine Mitchener, ondersteunt, maar - het zit al in de naam van dit gezelschap besloten - een kwartet dat uit vier volwaardige musici bestaat, waarbij ieder individueel lid optimaal aan bod komt. Het blijkt uit de eigen stukken en uit de paar covers die dit album bevat. Het album begint met 'Why Is Love Such A Funny Thing' van Patty Waters nog redelijk traditioneel, al klinkt het percussiespel van Stephen Davis hier redelijk pregnant. In 'The Miracle - You' van Jeanne Lee gooit het kwartet aansluitend alle kaarten op tafel. Bassist Neil Charles mag met omtrekkende bewegingen beginnen, waarna Mitchener aansluit met geluiden die het midden houden tussen zang en een imitatie van de bas. Op de achtergrond strooien Davis en pianist Alexander Hawkins intussen met losse noten. Gaandeweg zet Hawkins de structuur neer en sluit MItchener aan in een fragiel geheel, dat continue blijft balanceren op de rand van tonaal en atonaal.

In 'UpRoot', een compositie van Hawkins, is een grote rol weggelegd voor het duo Hawkins-Davis en klinkt de piano dienovereenkomstig percussief. Samen bouwen ze een verslavend ritme. Mitchener zingt hier de eerste vier minuten vrijwel geen normale noot, maar presenteert zichzelf in eerste plaats als stemkunstenaar. Pas in de tweede helft horen we de tekst van Lyn Heijnian, een fragment uit het boek Saga/Circus. Die stemkunst van Mitchener is overigens beslist een van de bijzonderheden van dit kwartet, met recht een vierde instrument.

Neem het begin van 'If You Say So', waarin het "papapapa" prachtig combineert met Hawkins' pianospel en Davis' percussie, terwijl Charles hier op de achtergrond voor een pompend ritme zorgt. Of neem het langste stuk van dit album, 'OM-SE - Environment Music' waarin we allereerst Mitchell, Charles en Davis om elkaar heen horen dansen, waarna Mitchener op louter 'OM-SE' een soort van opera aria afsteekt. Begeleid door een staccato spelende Hawkins, waarna we hem met Charles en Davis horen in vurig triospel. Ook Davis excelleert hier in een melodieuze, maar tevens weerbarstige bassolo als overgang naar het tweede deel 'Environment Music', waarin we Mitchener weer eens met een tekst aan de gang horen, doorsneden met Hawkins' heldere klanken.

Een heel andere kant van het kwartet horen we in het korte 'Blasé' van Archie Shepp. Hawkins heeft zijn piano geprepareerd, die hierdoor klinkt als een xylofoon, terwijl Mitchener de tekst meer uitspreekt dan zingt. Een extra verrassing op dit bijzondere album.

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Why Is Love Such A Funny Thing' en 'The Miracle - You'.

Labels:

(Ben Taffijn, 5.4.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Sneeuwlandschap met centrale verwarming

Stageband & Treats / Central Heat Big Band & Ronald Douglas, vrijdag 30 - zaterdag 31 maart 2018, Podium Zuidhaege, Assen

Super Jazz Weekend had het Asser Podium Zuidhaege de tweedaagse ruimhartig genoemd, maar een niet onplezierige ontmoeting met twee nogal verschillende bigbands was het zeker. Dat de ene (Stageband) uit professionals bestaat en de andere, Central Heat, uit amateurs, leek niet eens significant. Qua samenspel, zuiverheid en dynamiek deden ze niet voor elkaar onder en je kon ook niet echt zeggen dat de profs zoveel beter soleerden dan hun con ama-collega's. Het waren de verschillen in opzet en stijl die in het oor sprongen.

Hein Buying werkt met zijn centraal verwarmde club in de naoorlogse traditie van Count Basie-Woody Herman-Jeff Clayton. Stevig ritmisch spul, met veel aandacht voor coherentie en contrasten. Een trompettist (Robert Hootsen) die over een bedje van fluisterende saxen soleert, een eerste alt (Milan Kühn) die in 'Naima' kracht en kleur geeft aan zijn sectie. Een arrangement van Buying van Pat Metheny's 'It’s Just Talk' resulteert in een hypnotiserend riffje door piano en saxen, dat door de trombones over wordt genomen.

Crooner Ronald Douglas is sinds jaar en dag een regelmatige gast van de Central Heat Big Band. Daartoe schakelt het orkest naar de Frank Sinatra-modus. De Reprise-periode, om de gedachten te bepalen. Douglas heeft flair, timing en een sound - maar wanneer je je zo dicht naast de Chairman waagt, wordt een vergelijking met het origineel wel heel verleidelijk. Laten we zeggen dat Douglas een eind in de buurt komt van Sinatra's blue-eyed soul.

Qua repertoirekeus viel er weinig te zeuren. Natuurlijk, 'My Way' en 'New York, New York' ontbraken niet op de setlist, maar er was ook ruimte voor pareltjes als 'Guess I Hang My Tears Out To Dry' en 'A Lot Of Living To Do'. Daarbij bleek pianiste Yumah Han met haar puntpreciese nootjes en haar subtiele dynamiek de ideale begeleidster van de zanger.

Een dag eerder had de Stageband de 'Hallsta Suite' van dirigent en bassist Marco Kerver ten doop gehouden. Heel toepasselijk geschiedde dat in De Schalm, de voormalige kapel van de Hervormde Kerk, tegenwoordig de concertzaal van Zuidhaege. Goeie akoestiek - mede dankzij de lappen die het houtwerk van het plafond aan het zicht onttrekken. Laat die ouwe christenen wat dat betreft maar schuiven.

Kerver had zijn stuk geschreven tijdens een handige burn-out periode. Tegelijkertijd speelde de machtswisseling op de bok van de Stageband. Steven Sluiter stapte op en Marco Kerver stapte bij min dertig uit de sneeuw zijn blokhut binnen en zette zich aan het schrijven. Dan zitten we in het Zweedse vlek Hallsta, vierhonderd kilometer bezuiden de poolcirkel. Afgezien van wat verstilde momenten zag en hoorde ik weinig overeenkomsten tussen de gespeelde muziek en de geprojecteerde beelden van de Scandinavische natuur, de sneeuw, de bomen, de sneeuw, de heuvels, de sneeuw. In mijn kouwe kleren zette een en ander zich goed vast en ook kouwe voeten in natte schoenen bleven me niet bespaard.

De vijf saxen waren niet bang voor de tien man koper. Ook al daar de rietblazers stuk voor stuk dubbelden - er was toch al gauw sprake van een kleine 5!, oftewel vijf faculteit, oftewel 1x2x3x4x5=120 mogelijkheden, volgens een vluchtige schatting. De sfeer was overwegend impressionistisch, op een thema na dat 'Patience' heette en een Count Basie-feel had.

Toegevoegd was de vocal group Treats, twee dames (Nynke Hoitsma en Anne-Lie Persson) en twee heren (Jasper Blokzijl en Jeroen Kriek). Geïnspireerd door de tijdloze close-harmony van de groep New York Voices streeft het kwartet naar een hip, jazzy, ritmisch, orkestraal geluid. Met een provocerend "Hey, are you listening?" begon het segment 'No One Will Hear This Song', een onderdeel van Kervers suite. Met die twee powervrouwen evenaarde het veelal staccato zingende Treats de klaroenstoten van de trompetten. Prima balans, overigens, tussen de vocalisten en de instrumentalisten.

Na de pauze trad de vocal group naar het midden van het podium en werd haar eerste cd, 'Wainting Time' gepresenteerd. Puur vuurwerk noch frivole frutsels gaan de Groningers uit de weg. Tegelijkertijd heeft hun muziek ook iets heel huiselijks. Verdomd, een soort kerstgevoel op Goede Vrijdag.

Labels:

(Eddy Determeyer, 4.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Concert
Kapok - 'Mirabel' (Kerfstok, 2018)

Opname: maart-juli 2017
Kapok live
vrijdag 30 maart 2018, Paradox, Tilburg

Na vijf jaar en drie albums Kapok vonden Morris Kliphuis, Timon Koomen en Remco Menting het wel mooi. Inmiddels een redelijk succesvol trio, geprezen door liefhebbers, kreeg het geheel anderhalf jaar geleden wat sleetse trekken. Alles was reeds gezegd en gespeeld. Tijdens een korte werkvakantie in Frankrijk doemden de nieuwe contouren op van wat inmiddels 'Mirabel' heet. Gebleven zijn de drie leden, hun hoorn, gitaar en drumstel, maar nu aangevuld met een riante hoeveelheid elektronica. En wat nog belangrijker is: de vastomlijnde, knellende composities werden in de meeste gevallen vervangen door improvisaties .

We hoeven ons dus niet af te vragen hoe 'Mirabel' live klinkt tijdens een van de tien concerten die het trio onder de naam 'The Mirabel Tour' organiseerde en waarvan het concert in Paradox de laatste is. Zo kan het gebeuren dat je na afloop met Kliphuis staat te praten en dat een bezoekster die ook het concert in 's-Hertogenbosch bijwoonde op een zondagmiddag hieraan refereert en dat als een stuk sfeervoller bestempelt. Kortom, 'Mirabel' in verschillende gedaantes. Zet die schijf op en je hoort bekende geluiden, maar dan in een andere volgorde en in een andere context. Titels vinden we dan ook wel op de plaat, maar niet bij het concert.

De hoornsolo, waarmee de twee in elkaar overlopende stukken voor de pauze begint, klinkt enigszins getormenteerd, alsof Kliphuis adem te kort komt. Hij wordt slechts aangevuld door Menting, die met een strijkstok een paar toetsen van de vibrafoon bewerkt. Een ontspannen geluidssculptuur, die gaandeweg steeds meer wint aan dynamiek. Opvallend hierbij is dat Kapok in zijn stukken een veelvoud aan muzikale invloeden verwerkt tot een nieuw geheel. We horen de invloed van de postrock - met zijn lange, zich herhalende patronen, de folk, de blues - zeker wat betreft de intensiteit, de dance - in de ritmes, de noise - in het gebruik van elektronica, en ja, ook de jazz - met name in het spel van Kliphuis.

Maar het meest pregnant is het gebruik van de elektronica. Zo worden middels een uitgebreide verzameling effectpedalen zowel hoorn en cornet als gitaar versterkt en bewerkt, waardoor bijvoorbeeld de klank van Kliphuis' hoorn soms wel heel vreemde vormen aanneemt. Het trio maakt veel gebruik van synthesizers en Menting gebruikt de elektronica om zijn percussiespel anders te laten klinken.

Natuurlijk is niet ieder experiment even geslaagd. Zo begint de tweede set veelbelovend met subtiele en ingenieus elektronisch bewerkte percussie en een cornet voorzien van een spannende echo, maar verzandt het geheel in een serie losstaande fragmenten en heeft Kliphuis' spel op de synthesizer in jaren 80 stijl het ook niet écht. 'Exit', een stuk van Koomen, en als enige herleidbaar tot het album, maakt echter veel goed. Een slepend en repeterend ritme, opgewekt door Mentings knoppenkastje, dient als basis voor een ingetogen wiegende melodie van Koomen en later door Kliphuis, eerst op cornet en tot slot op hoorn.

Het album 'Mirabel' bevat vergelijkbare muzikale sfeertekeningen, minder heftig dan in Paradox - het dwingende postrock-georiënteerde ritme is nagenoeg afwezig - maar even creatief en verfrissend. Luister naar het speelse 'My Teddy', die titel komt allesbehalve uit de lucht vallen, en het opwindende 'Four' en u weet waar ik het over heb. Het was een gedurfde stap van Kapok anderhalf jaar geleden, zo veel is wel zeker. Knap dat ze die gezet hebben en het resultaat is ernaar. We zijn benieuwd hoe het verhaal zich verder ontvouwt.

Klik hier voor foto's van het concert door Louis Obbens.

Klik hier om het album 'Mirabel' te beluisteren.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 2.4.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Dampend samenspel

STUFF., woensdag 28 maart 2018, 013 op Locatie, Paradox, Tilburg

'013 op Locatie' is een samenwerking van Paradox en het poppodium 013. De laatste jaren maakt het poppodium gebruik van kleinere zalen om interessante programmering bij een beperkt publiek uit te proberen. Dat dit een rekbaar begrip is blijkt maar weer, omdat STUFF. al furore heeft gemaakt op vele festivals als Into The Great Wide Open, Eurosonic Noorderslag, North Sea Jazz Festival, Jazz Middelheim, Lowlands en Jazz in Duketown. Nadat zij België hebben veroverd, is de status en de populariteit van STUFF. enorm gestegen. Het podium wordt door de compacte opstelling nog intiemer en de zeer beperkte zaalverlichting maakt alleen de contouren van de muzikanten en het instrumentarium zichtbaar. Af en toe worden de muzikanten letterlijk in de spotlights gezet. Alle ingrediënten lijken aanwezig voor een opzwepend optreden, waarin 'Old Dreams New Planets', de opvolger van hun fenomenale debuutalbum, voor het voetlicht wordt gebracht.

De jeugdige formatie bestaande uit Lander Gyselinck (drums), Dries Laheye (bas), Mixmonster Menno (draaitafels, samples), Joris Caluwaerts (keyboards) en Andrew Claes (EWI) heeft, ook tijdens dit concert, een schare jonge fans bereikt. De gebruikelijke stoelen en tafels, zoals gebruikelijk bij verfijnde jazz en impro, zijn grotendeels achterwege gebleven. De muziek is immers dansbaar, groovy en explosief. In een ware jamsessie dendert de muzikale high speed train niet langer dan 75 minuten door.

STUFF. speelt in Paradox de muziek van 'Old Dreams New Planets'. De tijdelijke rustmomenten en verfijnde elektronica, die op de plaat nog wel aanwezig zijn, blijven uit. Het negeren van seinen en het nemen van onverwachte wissels past volledig in de muzikale opvatting van de vrije geesten van deze band. Het is prijzenswaardig dat de muziek wordt voorzien van eigen commentaar en een live-smoel krijgt. De intense melange van vleugjes jazz, hiphop, elektronica en samples is overdonderend, donker en soms onheilspellend. Essentieel is de psychedelische groove onder aanvoering van de hels drummende Lander Gyselinck.

Het zijn niet de individuele improvisaties die je op doen veren. Het opgewonden samenspel en de hoogstaande avant-garde fusion slaan vanavond de klok. Begeesterende spelvreugde en ontembare jeugdigheid laten deze mix culmineren tot een optimale geluidsorgie. De ene apotheose volgt op de andere. Het is vaak diffuus wie of wat de bron vormt van de voortspruitende instrumentale golven. De muziek heeft ballen en is genre-overstijgend. Ruimte voor contemplatie is volstrekt geen issue. De muziek kort maar hevig over je heen laten razen is het enige dat overblijft!

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 2.4.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Steven Kamperman's NeOropa - 'NeOropa' (Home, 2017)

Opname: 22 februari 2016

Rietblazer Steven Kamperman heeft al eerder laten horen zich niet veel aan te trekken van muzikale vakjes en hokjes. Hij maakt deel uit van HOT, waarin het kerkorgel centraal staat, vormt een duo met Valentin Clastrier, een virtuoos op de draailier, en werkt nu zelfs aan een opera. Ook in NeOropa tast hij, samen met Michel Godard, Oene van Geel, George Dumitriu en Sanem Kalfa, de muzikale grenzen af.

De basis van dit kwintet - hun album kwam niet voor niets uit bij het Belgische Home Records - ligt in de geschiedenis van het oude continent, ons eigen Europa. 'Estampie' grijpt terug op de gelijknamige middeleeuwse dansvorm en 'Jig For George' heeft ook trekken van een volksdans. Niet dat dit een retro album is geworden, verre van. De oude melodieën krijgen hier een frisse, onorthodoxe behandeling van de vijf virtuozen. De twee blazers, Kamperman op klarinet en Godard op tuba en serpent, geven de bijzondere kleur aan de composities, vaak verrassend goed samenvallend met het stemgeluid van zangeres Sanem Kalfa, terwijl de twee (alt)violisten Van Geel en Dumitriu voor een belangrijk deel de sfeer neer zetten, waarbij laatstgenoemde ook nog gitaar speelt.

Een sfeer die opzwepend kan zijn, we noemden 'Jig For George' reeds, maar ook 'Musele' voldoet hieraan, met een sterke solo van Dumutriu. Een eerbetoon aan de stempel die de zigeuners in Europa op de muziek hebben gedrukt. Maar de muziek kan ook zeer ingetogen, ragfijn en ja, soms ook wat weemoedig klinken. 'Deus Ex' voldoet aan die beschrijving, maar ook 'Mirie It is', met een prachtige partij voor zowel Kalfa als Kamperman. Mooi hoe die laatste hier zijn klarinet laat zingen, de klezmer klinkt erin door. 'Hieronymus’ Hell' klinkt ronduit spannend. De twee strijkers steken elkaar hier met wervelend spel naar de kroon, Godard zorgt voor prachtige donkere tonen en Kalfa gebruikt haar stem in dit stuk als volwaardig instrument.

Met 'Sarabande' en 'Chaconne' steekt het kwintet wederom een tweetal oude dansen in een nieuwe jasje. De vorm is vanzelfsprekend strak, dat hoort bij deze oude melodieën, maar de uitvoering is evengoed eigentijds, bijvoorbeeld in die heerlijke monoloog op tuba door Godard, die van de ene in de andere compositie overloopt. Afsluiten doen we met het meeslepende 'A Trace Of Grace', een laatste ode aan de culturele rijkdom van ons continent.

Klik hier om dit album te beluisteren.

In de Jazztube hierboven zie je Steven Kamperman's NeOropa met 'Estampie', live opgenomen op 18 februari 2016 in Rasa, Utrecht.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 31.3.18) - [print] - [naar boven]



Boek
'Live: Jazzconcerten op Papier'

Auteurs: Pieter Fannes & Yann Bagot / Uitgeverij: Bries, 2018

Jazz tekenen, kan dat? Is dat moeilijker dan op architectuur dansen, om een bekende mismatch in herinnering te roepen? Illustratoren Pieter Fannes en Yann Bagot hebben het bewijs geleverd. Het is pure jazz en impro die uit de 216 pagina's van 'Live: Jazzconcerten op Papier' spatten. Dat de muziek fotogeniek is wisten de eerste anonieme fotografen reeds die de verrichtingen van de Original Dixieland Jazz Band op het podium of in de studio vastlegden. Niet voor niets wrongen die vroege bandjes zich vaak in allerlei malle poses wanneer ze een camera op zich gericht wisten. Maar jazz tekenen – in live situaties? Dat vereist per definitie dat de betreffende tekenaar snel en trefzeker kan werken. In feite moet die binnen een minuut of vijf de handel in grote lijnen op papier of het canvas hebben staan. Daarna volgt er immers weer een ander nummer, met andere instrumenten soms en een andere sfeer. Thuis kan het idee verder worden uitgewerkt.

"Je probeert helemaal in het universum van de muzikanten te duiken, hen te volgen in hun uitspattingen en verkenningen, zonder oordeel," stelt Bagot in een tweegesprek met collega Fannes. "Dat is een artistieke versmelting die erg krachtig kan zijn. Aan de andere kant blijf je toch erg bezig met praktische zaken: waar is mijn pen, ligt mijn blad nog recht, hopelijk stoot ik mijn inktpotje niet om..." Waarop Fannes zich een optreden van STUFF. op Jazz Middelheim herinnert, waarbij hij op de terugweg voor een automonteur werd gehouden.

Beiden delen ze een voorkeur voor werken met Oost-Indische inkt. Dat levert mooie contrasten op en de mogelijkheid met zwarte vlakken de compositie vorm te geven. Overigens zie je in 'Live' alle instrumenten en technieken de revue passeren: houtskool, gouache, viltstift, penseel, portret, cartoon, impressionisme, expressionisme.

Maar goed, nu word ik geacht, op papier/scherm met woorden aannemelijk te maken dat de heren het kunstje geflikt hebben, dat het gelukt is jazz in lijnen en vlakken en vlekken hoorbaar te maken. Om te beginnen heeft jazz als het goed is iets ambigu's, iets ongrijpbaars. Voor de luisteraar is er altijd wel een moment dat hij of zij zelf iets kan in- of aanvullen: hé, maar zó had het ook kunnen gaan. Die blinde vlekjes, die terrae incoginitae in het geluidsbeeld, horen we in de contouren die slechts gesuggereerd worden, de ledematen die het loodje hebben gelegd, het instrument dat plaats heeft moeten maken voor een wolkje noten. Ja, die noten. Longitudinale trillingen, hoe maak je díe zichtbaar? Dat is natuurlijk een erg verleidelijke wereld, het onzichtbare terrein van de geluidsvelden. Bagot komt een heel eind in zijn portretten van pianiste Rita Marcotulli en accordeonist Luciano Biondini. De muzikanten hebben zich hier opgelost in bibberige geluidsgolven, in ovale witte abstracte soundscapes op een zwart fond.

Vergezocht? Misschien – maar in ieder geval gezocht. Vaker komen de soli tot ons in de vorm van gedeformeerde figuren of instrumenten. Met name de vleugels kunnen licht uitgroeien tot angstaanjagende monsters die nodig getemd moeten worden. En in de snelheid, daar hoor je het ook. Soms frappeert een vlot doch naturalistisch getekend en goed gelijkend gezicht in een geabstraheerd kader van schetsmatige instrumenten en even aangestipte spotlights.

En nu hebben we het niet eens gehad over de verschillen en overeenkomsten tussen de beide illustratoren. Nou, jammer dan.

Labels:

(Eddy Determeyer, 30.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd's
Michael Mantler - 'Comment C'Est' (ECM, 2017)

Opname: april 2016
Large Unit - 'Fluku' (PNL, 2017)
Opname: 8 april 2016
Third Coast Ensemble - 'Wrecks' (Rogue Art, 2017)
Opname: 13/16 oktober 2015

In de categorie groot, groter, grootst signaleerden wij recent een paar interessante projecten. Trompettist Michael Mantler bracht met het Max Brand Ensemble en zangeres Himiko Paganotti vorig jaar 'Comment C’est' uit. De Noorse slagwerker Paal Nilssen-Love lanceerde 'Fluku' met zijn Large Unit, terwijl het nieuwe Third Coast Ensemble zich in 'Wrecks' buigt over gezonken schepen.

'Comment C’est' bevindt zich op het snijvlak van jazz en klassiek, getrouw aan de doelstelling van het Max Brand Ensemble, dat zijn naam ontleend aan de in 1980 overleden Oostenrijkse componist Max Brand. Een ensemble dat zich beweegt binnen de nieuwe muziek en zich daarbij niet op één stijl wil laten vastpinnen. Mantlers kunstwerk voldoet aan die eisen. In een cyclus van tien Franse liederen, alle gecomponeerd door hemzelf, horen we een ingetogen vorm van kamerjazz. Het onverwachte zit hier niet zozeer in de muziek, die overigens zeer goed in elkaar zit, maar in de teksten. Mantler is van mening dat deze onrustige tijden erom vragen dat hij zich uitspreekt. Titels als 'Intolérance', 'Guerre', 'Commerce' en 'Pourquoi' zeggen genoeg. Maar even inzoomen in 'Commerce' en dan even in de vertaling over wapenverkoop: "Het is echt geen probleem, er is geen tekort, het is goed voor de zaken." En in 'Guerre' vraagt Mantler zich terecht af hoe het komt dat de oorlogen die we op tv zien ons eigenlijk niets doen. Die vreselijke teksten worden poëtisch gezongen door Paganotti en ronduit mooi begeleid door het ensemble onder leiding van Christoph Cech. Als we Mantler zelf horen is dat al even lyrisch. Het maakt het allemaal nog pijnlijker.

'Fluku' begint met het bijna 27 minuten tellende titelstuk. We horen Nilssen-Love op bekkens, een paar stoten van de blazers en dan heerlijke, oeverloze chaos, waar we vooral Tommi Keränen achter de elektronica en gitarist Ketil Gutvik verantwoordelijk voor kunnen stellen. De zes blazers interrumperen weliswaar op regelmatige basis, maar dat maakt de chaos niet minder groot, zeker niet als dat aansluitend ook nog eens naar die kant overslaat en de zes straf aan het door elkaar heen toeteren slaan. En dan, heel langzaam, ontstaat er weer iets van structuur, iets van ritme. De beide slagwerkers, Nilssen-Love en Andreas Wildhagen voorop, gevolgd door de heerlijk op zijn tuba pompende Per Åke Holmlander. En voor je het weet zit je ineens in zo'n onvervalst stomend ritme en vergast trombonist Mats Äleklint je op een moddervette solo. Hier lusten we wel pap van. Eenmaal op stoom is er geen houden meer aan en zweept Nilssen-Love zijn equipe verder op tot het kookpunt is bereikt. In 'Springsummer' horen we aansluitend klarinettist Klaus Ellerhusen Holm en Nilssen-Love in een zeer muzikaal duet. Ook 'Playgo' bevat een aantal van die ronduit meeslepende momenten waarin het ritme je als luisteraar onmiskenbaar in de greep krijgt. Schakel in bij 9.30" en u weet wat ik bedoel.

Het Third Coast Ensemble staat onder leiding van kornettist Rob Mazurek, die ook alle composities levert en de deelnemende musici komen deels uit Chicago en deels uit het Nautilis Ensemble, dat zijn basis heeft in het Franse Brest. Het water, de Noord-Amerikaanse meren worden wel eens de derde kust genoemd, verbind de 17(!) musici die aan dit live opgenomen album meewerken. 'Wrecks' is een ode aan beroemde gezonken schepen als de Amoco Cadiz (1978), de SS Drummond Castle (1896), The Wings of the Wind (1866) en nog een reeks anderen. De muziek is dienovereenkomstig onstuimig. In 'This Is The Atoil' wordt de dreiging groots verklankt. Bijzonder is ook 'The Blue Oblivion' met een paar prachtige solo's. We horen achtereenvolgens Christoph Rocher op klarinet, Irvin Pierce op tenorsax en Philippe Champion op trompet, gevolgd door een enerverende groepsexercitie waarin een grote rol is weggelegd voor Lou Mallozzi en Vincent Raude, die de elektronica bedienen. En dan is er het dynamische 'On The Trapeze Of Minds Ferns', met grootse bijdragen van fluitiste Nicole Mitchell. Een rode draad in 'Wrecks', dat als een doorlopende suite is te beschouwen, is het gedicht 'Loyalty Islands' van Alexandre Pierrepont. Het wordt prachtig voorgedragen door Lou Mallozzi. En hulde, de tekst staat afgedrukt in het cd-boekje.

Labels:

(Ben Taffijn, 29.3.18) - [print] - [naar boven]



Concert
Het spelplezier van een twintigjarige

Mike Mainieri & Marnix Busstra's Old School Band, dinsdag 20 maart 2018, Cultuurschip Thor, Zwolle

Vorige week dinsdag begon de minitour van de Marnix Busstra Old School Band, samen met de legendarische vibrafonist Mike Mainieri (Steps Ahead). Voor de bijna 80-jarige Amerikaan een hernieuwde kennismaking met de gitarist met wie hij in 2008 het album 'Twelve Pieces' opnam.

In de uiterst sfeervolle ambiance van cultuurschip Thor was het nog een beetje aftasten; de primeur van de tour en het gemis van de zieke organist Eric van de Bovenkamp maakte dat de band wat gehandicapt klonk en nog niet helemaal los ging. Nog een beetje op zeker spelen.

De band putte grotendeels uit het repertoire van de laatste cd van Marnix Busstra ('Medium Rare', 'Ten Euro Skunk'), afgewisseld met een paar 'klassieke' Steps-nummers, zoals 'Islands'. De relaxte grooves waren aangenaam en strak, de melodieën fantasierijk.

Het is mooi te zien, en te horen, hoe uiterst smaakvol Mainieri de bandsound aanvult en versterkt met melodische lijnen, heerlijk rijke harmonieën en speelse ritmes. Het gemak waarmee hij zich centraal in de band mengt is verbluffend, met het spelplezier en de energie van een 20-jarige.

Klik hier voor foto's van dit concert door Maarten Jan Rieder.

Labels:

(Geert Topper, 27.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Concert
Yuri Honing Acoustic Quartet - 'Goldbrun' (Challenge, 2017)

Opname: maart-juli 2017
Yuri Honing Acoustic Quartet live
vrijdag 16 maart 2018, Paradox, Tilburg

Het laatste album 'Goldbrun' van het Yuri Honing Acoustic Quartet, dat in september vorig jaar verscheen, kwam hier nog niet aan bod. Nu de saxofonist het album live ten gehore brengt in het Tilburgse Paradox is er alle reden hier alsnog bij stil te staan. Wat opvalt tijdens het concert is dat het kwartet, met naast Honing pianist Wolfert Brederode, bassist Gulli Gudmundsson en drummer Joost Lijbaart, louter de suite 'Goldbrun' in chronologische volgorde speelt. Die bedraagt op de plaat nog geen veertig minuten, maar wordt hier opgerekt tot ruim het dubbele. Leg de cd ernaast en je hoort opvallende verschillen.

Neem bijvoorbeeld het tweede stuk (de zeven delen hebben geen aparte titels). Live krijgen we in de tweede helft een enerverend triomoment voorgeschoteld. Brederode volledig in trance achter de piano, vol overgave begeleid door Gudmundson en Lijbaart. Op het album komt dit er niet uit. Het intro in het derde stuk - Brederode doseert hier zijn aanslagen zorgvuldig, met veel ruimte tussen de noten - is op het album helaas ook korter. De pianist krijgt live veel meer de tijd om zijn losse muzikale en poëtische gedachten vorm te geven. Dat wil niet zeggen dat het zo uitspinnen van het album overal goed valt. Op verschillende momenten wordt een compositie net iets te veel uitgerekt en dreigt de verveling toe te slaan.

Bijzonder aan het album - in het concert komt dat door de lange lengte iets meer onder druk te staan - is de coherentie van de composities. De zeven stukken bezitten een duidelijke kop en staart en ook als totale cyclus zit er duidelijk lijn in. Dat het dan ook nog eens fantastisch wordt uitgevoerd is bijna evident. Dit zijn alle vier musici van formaat, die ook nog eens een lange staat van dienst als kwartet hebben opgebouwd. Hun samenspel is dan ook bovengemiddeld goed. Ook hier betoont Honing zich overigens weer een op-en-top lyrische componist, die prachtige, welluidende harmonieën kan schrijven met een melancholische ondertoon, waarbij ieder scherp randje is weggepoetst. Kamerjazz van formaat.

Daar zit tegelijkertijd echter ook wel een beetje het probleem. Het is allemaal wel heel mooi en veilig wat we hier voorgeschoteld krijgen en, eerlijk is eerlijk, dat gaat na een paar nummers vervelen. Extra opvallend in dat verband is dat Honing zich naar eigen zeggen bij het componeren van 'Goldbrunn' heeft laten leiden door de Duitse Romantiek, met als inspiratiebronnen de muziek van Richard Strauss en Richard Wagner, de boeken van Hermann Hesse en de schilderijen van Caspar David Friedrich. Allemaal heel interessant, maar terug te horen is het niet. Want je kunt veel zeggen over de muziek van Wagner en Strauss, maar geenszins dat het de duisternis uit de weg gaat. Sterker nog, wat die muziek boeiend maakt is juist dat het je een blik gunt op de afgrond. Honing blijft echter op veilige afstand, de afgrond bespeuren we nergens. En dat is beslist een gemiste kans.

Klik hier voor foto's van het concert in Paradox door Johan Pape.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 26.3.18) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Mark Haanstra & Oene van Geel - 'Shapes Of Time' (Zennesz, 2018)

Opname: 4 december 2014, 27-28 december 2017

Nee, de foto op de voorkant van deze cd is geen trucage. Fotograaf Udo Prinsen maakte hem op Spitsbergen met verschillende pinhole- of gaatjescamera's. De lens staat maanden open, waardoor we de beweging die de zon maakt zien afgebeeld. Iets wat we normaal gesproken natuurlijk niet zien. De kunstwerken die Prinsen hiermee maakt van diverse natuurverschijnselen inspireerden bassist Mark Haanstra en altviolist Oene van Geel bij hun eerste gezamenlijke album, zeer toepasselijk 'Shapes Of Time' geheten. Iedere compositie is hierbij een verklanking van een van Prinsens foto's.

In tegenstelling tot wat u bij een debuut zou vermoeden, werken deze twee musici reeds meer dan twintig jaar samen en is 'Shapes Of Time', naar analogie van het werk van Prinsen, te zien als een samenstolling van die twintig jaar in negen stukken. In diezelfde tijd waarin dit album ontstond, kwamen de twee tevens op het idee om gitarist Raphael Vanoli te vragen mee te spelen en een bijdrage te leveren aan een drietal composities.

De bezetting van basgitaar/contrabas en altviool is vanzelfsprekend een redelijk karige, maar maakt het tegelijkertijd mogelijk om de diepte in te gaan. In 'Skull' horen we Van Geel dan ook diep graven middels een intense melodie op een rustig en beheerst basgitaarpatroon. Mooi is ook het repeterende motief in 'Perpetuum Mobile', een goedgekozen titel. De enige cover op het album is 'Tonio' van Theo Loevendie. Een compositie waarin we de handtekening van de meester herkennen en waarin een prachtige synthese wordt bereikt tussen klassiek en jazz, met een vleugje exotica. Van Geels altviool klinkt in 'Sees' melodramatisch, licht rafelig en soms wat klagelijk. Het past prima bij Haanstra's spel op de contrabas. Mooi is de omslag in het stuk als Haanstra overstapt op basgitaar en de sfeer iets grimmigs krijgt. 'Sihouette' is een stuk dat door zijn aantrekkelijke melodie in je hoofd blijft rondspoken. Een prachtig stuk in de beste traditie.

De composities waar Vanoli op meewerkt wijken wat af van de composities waarin we louter het duo horen. Het zijn ingetogen klankwerelden, waarin niet zozeer de melodie centraal staat als wel een sfeer wordt opgeroepen. In het reeds in 2014 live opgenomen 'Desert Without Sand' is dat er een van leegte en verlatenheid. Eenzelfde sfeer vinden we terug in het ritmischere 'Arctic Ortelius' Vanoli's techniek om tegen de snaren te blazen en dat zeer versterkt te laten horen, draagt hieraan bij, evenals Van Geels zang.

Naast de gewone uitvoering op cd is dit album ook te verkrijgen als onderdeel van een fotoboek met de foto's van Prinsen die model stonden voor de composities op groot formaat.

Mark Haanstra & Oene van Geel op tournee:
27-03   Smederij, Groningen
28-03   Brebl, Nijmegen
29-03   De Pletterij, Haarlem
30-03   Bimhuis, Amsterdam (met Vanoli en Prinsen)
31-03   LantarenVenster, Rotterdam (met Vanoli en Prinsen)
02-04   Easter Jazz Festival, Nijmegen (met Vanoli)

In de Jazztube hoor en zie je Mark Haanstra en Oene van Geel met 'Tonio'. Een opname gemaakt op 26 november 2016 bij Hot House, Leiden, in de tuinzaal van Sociëteit de Burcht tijdens de Nacht van de Jazz.

Labels:

(Ben Taffijn, 24.3.18) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.